| |
Sinds de aanslagen van 11 september in de
Verenigde Staten staan de grenzen van de tolerantie wereldwijd ter discussie.
Wat hebben remonstranten, voor wie tolerantie tot de kern van hun geloof
behoort, in dit debat in te brengen?
Over het adRem-debat
van 15 februari 2002 schreef Johan Blaauw
in adRem
van maart 2002 de volgende impressie.
Grenzen van de tolerantie
Circa 75 geïnteresseerden waren naar Utrecht gekomen om aan dit debat
deel te nemen en te luisteren naar inleidingen van prof.dr. Lammert Leertouwer,
emeritus hoogleraar vergelijkende godsdienstwetenschap in Leiden en prof.dr.mr.
Wibren van der Burg, hoogleraar metajuridica in Tilburg en lid van de redactie
van adRem.
Welbegrepen eigenbelang
In zijn inleiding verdedigde prof. Leertouwer de stelling dat tolerantie
moet worden opgevat als een zaak van welbegrepen eigenbelang. Voor Leertouwer
is de eis tot verdraagzaamheid als staatsburger een uitvloeisel van zijn
roeping tot actieve tolerantie, die hij van Godswege heeft ontvangen. Actieve
tolerantie, je verheugen over het anders zijn van de ander, houdt in dat
je die grens voortdurend probeert te verleggen.
"Dat vereist twee moeilijke stappen", aldus Leertouwer. "De eerste
stap is, dat je angstgevoelens even op stal zet en het fiere ros van de
nieuwsgierigheid beklimt. Waarom doen ze zo raar, die anderen?"
"Wie zich inspant om te begrijpen alvorens te oordelen, om stereotypen
te doorzien en vijandsbeelden te ontmaskeren, verwerft daarmee geen zekerheden.
Integendeel zelfs. Want hij leert, wat Kaïn vergat, toen hij Abel
doodsloeg: dat ik mijn tegenstander nodig heb, om mens te worden. Tot kort
geleden konden wij aan dat onthutsende inzicht ontsnappen, door een hekje
om ons eigen geestelijk erf te zetten en ieder zijn eigen tuintje te laten
wieden." Maar die tijd is voorbij, betoogde Leertouwer, en dus moeten we
een tweede stap zetten. "Op het begrip voor de ander hoort dan ook een
nieuw inzicht in onze eigen waarden en beperkingen te volgen. (…) Pas dan
komen wij de echte grenzen van de verdraagzaamheid op het spoor; niet eerder
zullen wij weten, wat wij tegen elke tegenstand in hebben te verdedigen
en wat wij, hoeveel pijn het mag doen, gerust kunnen loslaten. Want zolang
Gods geduld met ons en de anderen niet op is zit er niets anders op. In
dat geduld bestaan wij. Het is dus een zaak van welbegrepen eigenbelang,
om ons niet te laten knechten door wat altijd zo geweest is en nooit veranderen
mag, want 'wie zijn leven behouden wil, die zal het verliezen'."
Verschillende gronden
De tweede inleider, prof. Van der Burg, wees erop dat de grenzen van
de tolerantie variëren met de gronden voor tolerantie. Vrijheid beschouwde
hij als de meest voor de hand liggende waarde om tolerantie op te baseren.
"Bij tolerantie laat je iemand anders iets doen wat hij of zij graag wil."
Daarnaast levert het democratisch meningsvormingsproces nog een extra argument
voor tolerantie. "Wanneer we democratie waardevol achten, moeten we een
vrije discussie van meningen toestaan en moeten we ook zoveel mogelijk
de kans geven om met nieuwe opvattingen te experimenteren in de praktijk."
Een andere belangrijke gedachte achter tolerantie is dat men zich realiseert
dat niemand de waarheid in pacht heeft. "Voor vrijzinnigen is dit een hoofdmotief
voor tolerantie. Vergelijk ook de spreuk 'eenheid in het nodige, vrijheid
in het onzekere, in alles de liefde'." Vervolgens is er ook nog een pragmatische
fundering voor tolerantie. "Het is een belangrijk smeermiddel om samen
te leven in een verdeelde wereld. In de tijd van de godsdienstoorlogen
was dit al een belangrijke reden om te kiezen voor tolerantie." Als vijfde
element voegde Van der Burg hier nog de gelijkheid aan toe. Soms zullen
deze gronden met elkaar conflicteren en tot tegenstrijdige uitkomsten kunnen
leiden. "Maar tolerantie", zo besloot Van der Burg zijn betoog, "is dan
ook geen toverwoord waarmee alles wordt opgelost. Het blijft een moeilijk
begrip, een pijnlijk begrip ook, dat altijd een dynamische invulling moet
krijgen in een spanningsveld van tegenstrijdige uitgangspunten."
In vijf groepjes werd vervolgens van gedachten gewisseld aan de hand
van twee stellingen die elke inleider had gemaakt. Een plenair gedeelte
sloot dit levendige adRem-debat af.
|
|
|
|
|
|
|
|
|