Het jaarlijkse adRemdebat was deze keer gewijd
aan de vragen over godsdienst, christendom, kerken en vrijzinnigheid in
Europa.
God, kerk, Europa
Op 20 februari kwamen ruim zeventig mensen naar
Utrecht voor dit debat. Met het mislukken van de onderhandelingen over
een Europese grondwet nog in het achterhoofd en de uitbreiding van de Europese
Unie en Europese Verkiezingen in het vooruitzicht kon het thema actualiteit
in ieder geval niet worden ontzegd.
Voormalig secretaris-generaal van de Nederlandse
Hervormde Kerk Karel
Blei (1), optredend als eerste spreker,
noemde de trits God, kerk en Europa wonderlijk. Maar vervolgens leidde
hij de aanwezigen op heldere en doorwrochte wijze in in de rol van de kerken
in Europa en hun plaats in de nieuwe ontwerpgrondwet.
De Rooms-Katholieke Kerk had zich volgens Blei
steeds positief over de Europese eenwording uitgesproken, maar daarbij
wel benadrukt dat eenheid geworteld was in gemeenschappelijke waarden van
christelijke origine.
Daarnaast waren de protestantse kerken toch vooral
nationale kerken gebleven. Gesteld op eigen zelfstandigheid en niet zo
snel buiten de eigen landsgrenzen kijkend. Maar die houding hekelde Blei,
want Europese eenwording is een groot goed, onder meer vanwege de stabiliteit
en vrede die het gebracht heeft.
Blei ging uitvoerig in op de positie van de kerken
volgens de nieuwe ontwerpgrondwet. Hij meende dat de kerken een belangrijke
positie krijgen in dat ontwerp en dat zij daar niet ontevreden over mogen
zijn. De status van kerken wordt geaccepteerd en de Unie zal met de kerken
(overigens net als met andere levensbeschouwelijke organisaties) een regelmatige
dialoog voeren onder erkenning van hun identiteit. De spreker vond het
gezien het karakter van de ontwerpgrondwet logisch dat noch daarin, noch
in de zogenoemde preambule een verwijzing naar God is opgenomen. Immers,
de grondwet is een product van en staat in de traditie van de idealen van
de Verlichting. Kerken hebben tegen die Verlichtingsidealen om conservatieve
redenen in het verleden vaak fel geageerd. Waarom dan nu een uitzonderingspositie
claimen? Met gebruik van woorden van de gereformeerde theoloog Witvliet
pleitte Blei voor een ideologisch gezien leeg midden. Vrijheid en democratie
moeten niet bij voorbaat onder christelijke voortekenen worden geplaatst.
Wel zouden christenen zichzelf de vraag kunnen stellen of bijvoorbeeld
mensenrechten niet een consequentie zijn van het evangelie, waarin het
God in Christus erom te doen is mensen in vrijheid te roepen tot verantwoordelijkheid.
Blei zag voor de kerken in de buurt van dat lege
midden overigens wel taken: waar nodig vraagtekens plaatsen bij ideologische
pretenties, opkomen voor slachtoffers, kortom de stemlozen stem geven in
de richting van de beleidsmakers.

Scheiding kerk en staat
VVD-Europarlementariër en remonstrant mevrouw
Elly
Plooij-van Gorsel (2)
was het in grote lijnen met Blei eens. In een persoonlijk, door eigen Europese
ervaringen gekleurd betoog pleitte zij nog eens heel principieel voor een
duidelijke scheiding van kerk en staat. Tevens hekelde ze de neiging bij
een aantal politici om waarden en normen christelijk te annexeren, alsof
(Hugo de Groot!) ieder mens niet een aangeboren besef heeft van goed en
kwaad. Ook als het gaat om grondwet en preambule moet de scheiding van
kerk en staat strikt gehandhaafd blijven en moet de kerken niet een soort
status aparte gegeven worden in het Europese beïnvloedings- en besluitvormingsproces.
Dan gaan kerken op de stoel van de politici zitten. Met name over de wijze
waarop de Heilige Stoel zich in Europa met de politiek bemoeit liet Plooij
zich negatief uit. Zij sprak zelfs van de Heilige Stoel als een dictatuur
(vanuit het ideaal van de democratische rechtsstaat). Mevrouw Plooij waarschuwde
voor de conservatieve rol die kerken en aan kerken gelieerde lobby's vaak
spelen. Ook de komende uitbreiding van de Unie levert wat dat betreft gevaren
op.
De later binnengekomen CDA-Europarlementariër
mevrouw Maria Martens
mocht tegenover dit liberaal-vrijzinnige geluid de christendemocratie vertegenwoordigen.
Hoewel ook Martens niet pleitte voor een uitzonderingspositie van de kerken
en de scheiding van kerk en staat accepteerde, onderstreepte zij vervolgens
sterk de positieve rol die religieuze gemeenschappen kunnen spelen in samenlevingen.
Geloofsgemeenschappen leveren een eigen bijdrage, mede via hun leden, aan
een rechtvaardige en stabiele maatschappij. Zij zijn bij uitstek betrokken
bij Europa als waardengemeenschap en de bijdrage aan die gemeenschap vanuit
de joods-christelijke traditie mag best expliciet in een preambule genoemd
worden.
v.l.n.r.: Maria Martens, Elly Plooij, Eimert van Herwijnen en Karel
Blei
Levendig
En de zaal? Geschrokken van de conservatieve
kerkelijke invloeden worstelde zij met de vraag of en op welke wijze kleine
vrijzinnige kerkgenootschappen ook in Europa af en toe een eigen geluid
kunnen laten horen. Van de Europarlementariërs kwam het bemoedigende
antwoord dat klein niet per definitie onbelangrijk betekent. Met een specifiek
geluid met kwaliteit kunnen ook kleine groeperingen wel degelijk inbreng
hebben. Zeker indien (wellicht op ad hoc basis) de juiste coalities worden
gesloten.
De bezoekers aan het debat waren het natuurlijk
eens met een duidelijke scheiding van kerk en staat, ook op Europees niveau.
Maar iets van Martens boodschap bleef toch hangen. Het leidde tot de opmerking
dat de kerken dan wel niet apart behandeld behoeven te worden, maar dat
zij best apart genoemd mogen worden. Moslimorganisaties wilde men daarbij
overigens vooral niet vergeten.
Resteert de conclusie dat het debat levendig
was, onder deskundige leiding van IARF-president Van Herwijnen, en dat
het de betrokken vrijzinnigen toch weer wat dichter bij dat grote en verre
Europa bracht!
Koen Holtzapffel
(1) Voor de volledige tekst van de toespraak
van Karel Blei: klik hier!
(2) Voor de volledige tekst van de toespraak
van Elly Plooij: klik hier!