|
|
Crossroads roept bij mij een
visioen op van onoverzichtelijke kruispunten, plekken waar je gemakkelijk
de verkeerde kant uit kan gaan. Ook van hoogteverschil, vluchtige ontmoetingen
en spraakverwarring. Dus was het een dappere daad van de gemeente Utrecht
om haar lustrum onder deze titel te vieren. Moedig ook van de ADREM-redactie
om in dat kader haar ADREM-debat te organiseren.
Moed wordt echter niet altijd beloond. Met bovenstaande clichés
was het ADREM-debat van 10 februari helaas
goed te karakteriseren.
Vluchtig
was het zeker, want inhoudelijk zat een groot deel van de zaal met de oren
te klapperen. Het betoog vloog alle kanten op, en bleef te vaak steken
in kleinigheden. Technisch, ingewikkeld taalgebruik, filosofische gedachten
en de praktijk van het geloofsleven liepen dooreen, hetgeen een deelnemer
in de discussie deed verzuchten: ‘zeg eens iets waar ik iets aan heb...’
Toegegeven, er stond een erbarmelijke geluidsinstallatie die gedurende
het gehele programma de aandacht afleidde, maar de inleiders leken ook
elke keer een even eigenzinnige en krakende koers te kiezen als het geluid;
het thema ‘Wat bezielt ons in Godsnaam?’ werd slechts als een vaag hinderlijke,
ook een beetje onbeantwoordbare bijkomstigheid gezien.
Ondanks de moedige pogingen van de hoofdredacteur
van ADREM, Frans Fockema Andreae, die de discussie
trachtte te leiden, was er geen redden aan.
Niet dat de sprekers niets te vertellen hadden.
Mw. dr. Desirée Berendsen is theologe
en filosofe, verbonden aan de Universiteit van Antwerpen en kerkelijk cultureel
werker te Utrecht. Haar stelling was: zonder woord of taal is er geen leven,
want we kunnen niet leven zonder dingen te benoemen. Wij moeten ‘het woord
nauwkeurig en aandachtig gebruiken’ en ze verwees daarbij naar het gedicht
Kat van sneeuw van Marjoleine de Vos.
Drs. Diederik van Rossum, Grootmeester in de
orde van Vrijmetselaren, psycholoog en directeur van het Instituut voor
Psychosynthese, vroeg zich af hoe Mozes en business te verenigen
zijn. De Ziel is uit de mode: de mens, de ziel en God lopen tegenwoordig
door elkaar. De materiële wereld lijkt de geestelijke te overstijgen.
De ziel is geen concept meer maar is een symbool geworden, een dubbelzinnige
conceptie die zich tegen definiëring verzet. ‘Laten we ons dus richten
op een nieuwe menselijkheid, een morele en ethische verwantschap tussen
ons mensen’, aldus Van Rossum.
Dr. Heine Siebrand, theoloog, remonstrants predikant
in Utrecht, stelde voor ná de religie het religieuze een plaats
te geven, daarmee meer dan anderen op de vraagstelling ingaand. Remonstranten
hebben zo’n naakte geloofsopvatting – alles ligt openbaar en kwetsbaar
te kijk – dat nu de tijd gekomen is weer naar binnen te keren, een verhouding
met een geheim te onderhouden.
De discussie bleef mede onder invloed van de techniek
hangen op ‘meer van hetzelfde’. Ik kon er veel crossroads en weinig
toevoerwegen in ontdekken. Uiteindelijk misschien in de liefde, de term
die aan het einde door de discussieleider werd opgebracht: ‘het speuren
naar wat de ander nodig heeft en dat geven’, en de troost die Van Rossum
opbracht: ‘als niets meer werkt, zoek dan troost’. Maar wat ons die middag
wérkelijk bezielde: het is mij ontgaan.
|
|
|
|
|
|
|
|