de Remonstrantse Broederschap
home
webmaster
AdRem-debat  'Kiezen voor de kudde'
18 februari 2005
 

Verslag

Bijna elk politiek programma en beleidsdocument gaat ervan uit dat mensen sterk geïndividualiseerd zijn. Prof. Jan Willem Duyvendak daarentegen spreekt van modern kuddegedrag. Hij onderbouwde deze opvatting tijdens het ADREM-debat op vrijdag 18 februari 2005 in Utrecht.

ADREM-debat: een terugblik

De Nederlandse autochtonen denken van zichzelf dat zij deel uitmaken van een sterk geïndividualiseerde samenleving. Zij voelen zich bevrijd van door moraal, familie, kerk en staat uitgestippelde levensroutes. Als unieke wezens maken zij in de huidige samenleving hun eigen, unieke keuzes. Deze opvatting blijkt een mythe. Schijnbaar bevrijd van dwang maken zij toch massaal dezelfde keuzes en leiden dan ook in allerlei opzichten sterk vergelijkbare levens. Er is dus juist een tendens tot vergaande standaardisering van het leven. ‘Iedereen’ heeft een auto en rijdt daar veelal op hetzelfde moment in (woon-werkverkeer), ‘iedereen’ werkt (waarmee het verschil man-vrouw wegvalt), ‘iedereen’ kijkt naar dezelfde televisieprogramma’s, ‘iedereen’ koopt dezelfde soort kleding, enzovoort. Bovendien bestaat er een grote mate van eenvormigheid van opvattingen. Er is geen land in Europa, betoogde Duyvendak, waar in brede lagen van de autochtone bevolking zo progressief wordt gedacht over elders omstreden onderwerpen als bijvoorbeeld abortus, euthanasie, werkende gehuwde vrouwen en homohuwelijk. Alleen de Scandinavische landen zijn wat dit betreft enigszins vergelijkbaar. 

Bovengenoemde homogeniteit in opvattingen en gedragingen (kuddegedrag) neemt niet weg dat de Nederlandse autochtoon heeft afgerekend met ‘zware gemeenschappen’, dat wil zeggen gemeenschappen die zichzelf nauwelijks vernieuwen, wantrouwend staan tegenover de buitenwereld, die loyaliteit eisen en veel rituelen, geboden en verboden kennen. Kerken en verenigingen zijn voorbeelden van dergelijke gemeenschappen. 
Men zoekt tegenwoordig liever aansluiting bij ‘lichte gemeenschappen’, gekenmerkt door dynamiek en flexibiliteit, door vrijwillige verbintenissen met op ieder moment de mogelijkheid de groep te verlaten, door openheid naar de buitenwereld en een minimum aan gedragsregels. Verenigingen en kerken hebben het door deze voorkeur voor tijdelijke en afstandelijke verbanden erg moeilijk Daartegenover staat dat grote, anonieme verenigingen op bijvoorbeeld het gebied van natuur en milieu, zoals het Wereldnatuurfonds, ledenwinst boeken. Internet is de nieuwste vorm van afstandelijke en vrijblijvende binding. 

Kloof met migranten
De migranten in Nederland, met name de islamitische allochtonen, houden er zeer orthodoxe ideeën op na. Het grootste deel van onze Marokkaanse immigranten is namelijk Berber en afkomstig uit het minst ontwikkelde deel van Marokko; zij zijn aanzienlijk conservatiever in hun opvattingen dan bijvoorbeeld de Turken in Duitsland. Deze Marokkanen verkeren vooral in zware gemeenschappen. 
Hiertegenover staat de hierboven beschreven homogeen-progressieve autochtone bevolking. Het resultaat is een voor Europa ongekend brede kloof tussen autochtonen en allochtonen. Deze kloof is dus een typisch Nederlands sociologisch probleem. Temeer omdat de autochtone Nederlanders niets willen inleveren van hun – vaak net verworven – vrijheden. Dit maakt hen islamofobisch. Echter, hoe begrijpelijk deze reactie wellicht ook is, hij is strategisch gezien onjuist. Want door de opvattingen van de allochtonen ten aanzien van met name vrouwen en homo’s af te wijzen en zelfs te veroordelen, worden de allochtone gemeenschappen nog meer in een isolement gedrongen. Dit maakt de zware allochtone gemeenschappen alleen maar nog zwaarder, waarmee de kansen op een naar elkaar toe groeien van beide bevolkingsgroepen kleiner worden.
De autochtone Nederlanders, besloot Duyvendak, zien hun eigen opvattingen als alleen zaligmakend. Gemeenschappen met andere, minder progressieve, opvattingen worden gezien als minder ontwikkeld: “zij zijn zo ver nog niet”. De reactie op deze redenering is niet te trachten de zware gemeenschappen lichter te maken, maar zich ervan af te sluiten. De vraag rijst of de Nederlandse autochtonen daarmee niet zelf een zware gemeenschap zijn geworden.

Remonstrantse ontwikkelingen
Nadat prof. Paul Dekker de problemen van met name de verenigingen had geschetst, ging prof. Wibren van der Burg – voorzitter van het landelijk bestuur van de remonstranten - in op de positie van de remonstranten binnen het kader van de individualisering. De remonstranten zijn volgens hem een lichte gemeenschap qua manier van denken, maar niet in sociologisch opzicht. De remonstranten vormen namelijk een nogal gesloten geheel, met een hoog ons-kent-ons-gehalte. Ook de organisatiestructuur doet denken aan een zware gemeenschap, aangezien gespreksavonden vaak in series worden gehouden i.p.v. op één avond en zitting nemen in een kring of kerkenraad veelal gebeurt voor een reeks van jaren. Er is wel een zekere mate van opschuiven zichtbaar: bijeenkomsten van bijvoorbeeld kerkenraden of contactleden die voorheen een weekeinde besloegen op de Hoorneboeg of elders, worden nu op één dag afgehandeld.
Als kerkelijke taken in deze tijd van individualisering ziet Van der Burg het bieden van de mogelijkheid tot reflectie, van bemoediging en het opkomen voor degenen die niet in staat zijn dat voor zichzelf te doen (bijvoorbeeld vluchtelingen en minima). 

De circa zeventig deelnemers aan dit adRem-debat kunnen terugzien op een interessante bijeenkomst die in een geanimeerde sfeer verliep.

Frits van Eck
(lid redactie ADREM)
 


Debatmiddag

Heel algemeen gaat men er van uit dat mensen sterk geïndividualiseerd zijn. Beleidsmakersgaan hier klakkeloos van uit. Sommigen onder hen juichen de individualisering toe, anderen menen dat vrijwel ieder onheil er door veroorzaakt wordt.
In Kiezen voor de kudde (een speciale uitgave van het Tijdschrift voor de Sociale Sector), betogen de auteurs dat er geen sprake is van individualisering. Mensen maken massaal dezelfde keuzes en zoeken aansluiting bij - lichte - gemeenschappen.
Klopt de analyse in Kiezen voor de Kudde? En wat voor consequenties heeft dat voor de samenleving en voor verbanden in de samenleving? En in het bijzonder voor bijv. de Remonstranten?
Prof. Jan Willem Duyvendak en Prof. Paul Dekker hebben een bijdrage geleverd aan Kiezen voor de Kudde.
Zie voor nadere informatie o.a. de rubriek 'teksten' op de website 
www.kiezen voordekudde.nl
download hier een recensie over dit boek
Zie ook AdRem, het nummer van januari 2005.

Programma

16:00 uur Ontvangst met koffie en thee
16:15 uur Opening door debatvoorzitter ds. Koen Holtzapffel, hoofdredacteur van het Remonstrants Maandblad AdRem
16:20 uur Inleiding 'Kiezen voor de kudde
door:
Prof.Dr. Jan Willem Duyvendak,
Hoogleraar Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam
gevolgd door 
- reacties en debat
17:00 uur De kudde in beeld gebracht
17:20 uur Groepsgesprekken over citaten uit het boek 
Kiezen voor de kudde
18:10 uur Broodjesmaaltijd
18:45 uur I
korte inleiding 'Vrijwillig associeren en lichte gemeenschappen' door prof. P. Dekker, medewerker Sociaal Cultureel Planburea en hoogleraar bij het Globus Instituut van de Universiteit van Tilburg
II
korte inleiding 'De Remonstranten, de kudde en de lichte gemeenschap' door prof. W. van der Burg, hoogleraar rechtsfilosofie en ethiek aan de Universiteit van Tilburg en voorzitter van de Commissie tot de Zaken (Landelijk Bestuur) van de Remonstrantse Broederschap.
III
Reacties en debat
19:45 uur Afronding en conclusies
20:00 uur Einde

naar boven
 
voor het laatst bijgewerkt 12/03/2005