|
Pleidooi voor een vrijzinnig tegengeluid
Sommigen hebben misschien verbaasd gekeken bij het
programma van deze Remonstrantenlezing. Een lezing over religie, moraal
en politiek, met maar liefst twee politici. Halen we de politiek weer in
de kerk?
Nu heb ik het boek met deze titel natuurlijk
op persoonlijke titel, als filosoof, geschreven en niet namens de remonstranten.
Maar dan nog is de vraag: waarom aan zo’n politiek thema, hier in een kerk,
aandacht besteed?
Daarvoor zijn drie redenen. De eerste is dat
politici op dit moment veel over moraal en religie spreken. Normen en waarden,
hoofddoekjes en moskeeënbouw, bijzonder onderwijs en vrouwenkiesrecht
– religie staat regelmatig op de voorpagina’s. En helaas zelden in positieve
zin. Als het maatschappelijke debat zich zo sterk richt op godsdienst,
dan kunnen kerken dat niet negeren.
De tweede reden is dat vrijzinnige christenen
hierbij een eigen stem hebben. Vrijzinnigen zijn huiverig voor een direct
verband tussen geloof, kerk en politiek, en ze staan voluit achter de democratische
rechtsstaat en de mensenrechten. Ze vormen een tegenpool van het fundamentalisme
en van de orthodoxie die voor velen model staan voor álle godsdiensten.
De derde reden is dat de vrijzinnigheid meer omvat
dan het vrijzinnig christendom. De vrijzinnige traditie in Nederland heeft
twee kanten. Het is een stroming binnen het christendom (en andere godsdiensten).
Die omvat ietsisten en traditionele vrijzinnigen, maar ook grote groepen
rooms-katholieken en protestanten (ook al noemen die zichzelf vaak niet
vrijzinnig). Maar vrijzinnigheid is ook een maatschappelijke en politieke
traditie van nuchterheid en redelijkheid, van pragmatisme en verdraagzaamheid.
Die traditie heeft onze samenleving sinds de tijd van Erasmus evenzeer
gestempeld als het calvinisme. Die vrijzinnigheid is een waardevol kenmerk
van de Nederlandse politieke cultuur, dat in de huidige discussies heel
kwetsbaar blijkt.
Over die brede vrijzinnigheid gaat het vandaag.
Ik zal eerst de gemeenschappelijke kenmerken ervan bespreken. Daarna laat
ik zien dat die vrijzinnigheid voor sommige actuele problemen een vruchtbaar
perspectief biedt.
Een gemeenschappelijke traditie
Hoezeer het vrijzinnig christendom en de vrijzinnige
politieke traditie verwant zijn, merkte ik toen ik met mijn boek bezig
was. Uit de vrijzinnig-protestantse traditie had ik een aantal elementen
gehaald en die vervolgens vertaald naar de ethiek. Daarna stuitte ik op
het artikel van Femke Halsema met de titel ‘Vrijzinnig-links’. De kenmerken
van vrijzinnigheid die zij daarin noemde, sloten vrijwel naadloos aan bij
mijn schets voor een vrijzinnige ethiek. Vrijwel dezelfde kenmerken zijn
ook te vinden in bijvoorbeeld het beginselprogramma van de Jonge Democraten,
de jongerenorganisatie van D66, in het beginselprogramma van de PvdA, en
bij de links-liberale vleugel van de VVD.
Wat zijn dan die gemeenschappelijke kenmerken
van vrijzinnigheid? Vrijzinnigen zijn ondogmatisch, pragmatisch en tolerant.
Ze erkennen de voorlopigheid van iedere opvatting en erkennen dat ook de
tegenstander mogelijk deels gelijk kan hebben. Daarom zoeken ze vaak in
dialoog naar een consensus of een praktisch compromis waarin iedereen zich
zoveel mogelijk kan vinden. Politieke en religieuze opvattingen moeten
altijd gerelativeerd en bekritiseerd kunnen worden. Vrijzinnigen staan
open voor ontwikkelingen in de cultuur, de wetenschap en de samenleving.
Die vrijzinnige levenshouding is verbonden met
inhoudelijke waarden. Vrijheid en verdraagzaamheid staan hoog in het vaandel.
Vanouds staan daarbij de vrijheid van meningsuiting en godsdienst voorop.
Maar daaronder valt ook de vrijheid om in seksueel en cultureel opzicht
het eigen leven vorm te geven. Dus dient er evenzeer ruimte te zijn voor
de homosubcultuur als voor het spreken van de eigen taal, of dat nu Fries
of Berber is. Vrijzinnigen hechten daarom sterk aan de grondrechten en
de rechtsstaat.
Actueel en herkenbaar
De bijdrage van de vrijzinnigheid aan het huidige
debat heeft twee kanten. Vrijzinnige gelovigen zien de verhouding tussen
godsdienst en moraal op een manier die goed past bij de liberaal-democratische
rechtsstaat. En vrijzinnige politiek biedt een alternatief voor de nieuwe
hardheid die onze samenleving in zijn greep dreigt te krijgen.
In het debat over normen en waarden overheerst
een heel simpel beeld: gelovigen leiden uit bijbel of koran vaste en onveranderlijke
normen af, die vaak achterhaald en conservatief zijn. Ook tegenstanders
van godsdienst als Ayaan Hirsi Ali en Herman Philipse houden vast aan dit
beeld. Gelovigen die anders redeneren, zijn niet serieus te nemen – God
houdt zelfs niet van vrijzinnigen volgens Paul Cliteur – of zijn geen ware
moslims of christenen.
Vrijzinnigen laten zien dat dit een misvatting
is. Voor hen zijn levensovertuiging en moraal niet onveranderlijk – deze
ontwikkelen en verdiepen zich in de loop van ons leven. Voor veel vrijzinnigen
staat bovendien de levenspraktijk voorop en niet de dogmatiek of de tekst
van de bijbel. Daardoor is een vrijzinnig-gelovige benadering in staat
om steeds weer tot nieuwe inzichten te komen in het licht van een veranderende
samenleving.
Ook inhoudelijk hebben vrijzinnige christenen
een eigen insteek. Ze staan voluit voor democratie, mensenrechten, vrijheid
en verdraagzaamheid. Vrijzinnigen waren vaak maatschappelijke voortrekkers.
Denk aan het vooroplopen van de vrijzinnige kerken rond gelijke rechten
voor vrouwen en homoseksuelen. In het huidige maatschappelijke debat zijn
vooral het opkomen voor verdraagzaamheid en voor het serieus nemen van
godsdienstige minderheden van groot belang.
De beroemde Nederlandse traditie van tolerantie,
van wederzijdse accommodatie en het poldermodel, is nauw verbonden met
de vrijzinnige onderstroom in de politiek. In kwesties als drugs, homoseksualiteit
of euthanasie blijkt dat vrijzinnig karakter van de Nederlandse samenleving.
Onze democratische traditie is anders dan die
in andere landen. Ons systeem van evenredige vertegenwoordiging biedt ook
kleine partijen een kans. Door de noodzaak van coalitievorming is politiek
altijd een streven naar consensus en compromissen, gekenmerkt door polderen
en respect voor minderheden. Anders dan in Frankrijk hebben we de neutraliteit
van de staat nooit geïnterpreteerd als het uitsluiten van religie
uit de publieke sfeer. We hebben altijd ruimte geboden voor bijzonder onderwijs
en confessionele partijen, voor gewetensbezwaren en voor pastores in leger
en gevangenissen. Wanneer godsdienst deel is van iemands identiteit, moet
ook de politiek dat respecteren en serieus nemen.
Deze vrijzinnige traditie staat nu op het spel.
Blijven we een samenleving waarin alle minderheden zich thuis voelen? Blijven
we bereid te luisteren naar minderheden of willen we een nationale canon
van normen en waarden waaraan iedereen zich moet aanpassen? De politiek
leeft bij grote woorden, bij harde taal en zero-tolerance. Het huidige
klimaat van hardheid en onverdraagzaamheid is een ernstige bedreiging voor
de kwaliteit van onze samenleving.
Juist daarom pleit ik voor een herkenbare en
strijdbare vrijzinnigheid. Wat onze samenleving nodig heeft, is een duidelijke
vrijzinnige visie. Waarin tolerantie en open dialoog voorop staan. Waarin
men pragmatisch kijkt naar wat het beste werkt in plaats van zich vast
te bijten in ideologische scherpslijperijen. Waarin de rechten van individuen
en van minderheden worden beschermd, omdat men beseft dat juist in tijden
van crisis die altijd als eerste in het gedrang komen.
Dat leidt niet altijd tot simpele slogans. Vrijzinnigheid
is de houding van de nuance, van het enerzijds – anderzijds. De nuance
die bijvoorbeeld blijkt uit de vonnissen van de Haagse Rechtbank die stelt
dat de staat vrouwendiscriminatie niet actief mag ondersteunen en dus de
subsidie aan de SGP verbiedt. Dit past in de vrijzinnige nadruk op mensenrechten
en principiële gelijkheid van man en vrouw, zeker in de politieke
sfeer. Een verbod van de SGP zou echter een heel drastisch middel zijn
en is de rechtbank terecht een stap te ver.
Zo zijn er tal van punten waar vrijzinnigen een
constructieve tussenpositie innemen. Wie nuchter nadenkt, begrijpt dat
het dragen van hoofddoekjes geen wezenlijk probleem is en dat hier de vrijheid
van de draagster het moet winnen. Het is bovendien primair een kwestie
van seksuele moraal, en niet van ongelijkheid tussen man en vrouw. In Nederland
maken we ook vaak verschil tussen blote vrouwenborsten en een blote mannenborst.
Een nuchtere, verdraagzame houding past ook tegenover orthodoxe joden en
moslims die iemand van het andere geslacht geen hand willen geven. Het
is diep triest dat nota bene de minister van integratie de tegenstellingen
en het gevoel van wederzijds onbegrip aanwakkert door hier een punt van
te maken. De ophef over het ongemengd zwemmen wekt al evenzeer verbazing.
De behoefte hieraan heeft niets te maken met ongelijkwaardigheid tussen
mannen en vrouwen, maar met een bepaalde seksuele moraal. Getuigt het niet
van respect dat we minderheden de kans geven om naar die eigen moraal te
leven – ook als het niet langer de onze is?
Dat betekent niet dat de overheid iedere seksuele
moraal moet tolereren. Homohaat, gedwongen huwelijken, vrouwenbesnijdenis
en eerwraak maken anders dan hoofddoekjes of gescheiden zwemlessen daadwerkelijk
slachtoffers. Vrijzinnigen bestrijden daarom de fundamentele ongelijkheid
tussen mannen en vrouwen in sommige minderheidsculturen. Maar ze doen dat
met doordacht beleid en niet met de botte bijl. Ze bestrijden niet de moskeebouw,
omdat godsdienstvrijheid een fundamenteel mensenrecht is. Ze willen daarom
ook geen buitenlandse priesters en imams weren. Maar ze eisen wel van die
priesters en imams dat ze een inburgeringscursus volgen die hen in staat
stelt om gelovigen binnen de Nederlandse samenleving ook echt te kunnen
steunen.
Conclusie
De nieuwe hardheid in ons maatschappelijk debat
sluit minderheden uit. Het bevordert het denken in termen van ‘wij tegen
zij’. Daarmee vervreemdt de samenleving juist de minderheden van zich waarvan
ze hoopt dat ze sterker integreren.
Vrijzinnigen stellen daar een inclusieve houding
tegenover. Ze vragen niet van minderheden om zich helemaal aan te passen
aan de meerderheid. Ze laten zowel de Gay Parade als de hoofddoekjes toe,
tolereren de Walletjes en de soft drugs en maken ruimte voor de moskee.
De burgemeester van Amsterdam die probeert zo goed mogelijk de boel bij
elkaar te houden en minderheden respecteert in hun religieuze identiteit
geeft dan ook een goed voorbeeld – en is terecht deze week door Time in
het zonnetje gezet. Ook al is stevig optreden natuurlijk soms geboden,
vrijzinnigen zoeken in veel situaties eerst naar mogelijkheden van een
open dialoog in plaats van reflexmatig te kiezen voor hard optreden.
De vrijzinnige versie van democratie die in Nederland
in de afgelopen eeuwen is gegroeid, is van grote waarde. Poldermodel en
tolerantie, godsdienstvrijheid en erkenning van gewetensbezwaren – het
zijn allemaal kenmerken van onze traditie die we moeten zien te behouden.
Een inclusieve democratie die minderheden met al hun soms merkwaardige
eigenschappen laat weten dat ze erbij horen, levert een grotere bijdrage
aan sociale integratie dan harde taal die alleen maar hamert op aanpassing,
aanpassing, aanpassing. Het wordt tijd dat we ons van die waardevolle vrijzinnige
traditie opnieuw bewust worden.
Prof. Wibren van der Burg is filosoof aan de
Universiteit van Tilburg en tevens landelijk voorzitter van de Remonstrantse
Broederschap.
Deze voordracht is gehouden op 7 oktober 2005
in de Geertekerk in Utrecht en vormde tevens de presentatie van het boek
‘Over religie, moraal en politiek; een vrijzinnig alternatief’ van Wibren
van der Burg.
Dit boek is uitgegeven bij Uitgeverij Ten
Have en verkijgbaar in de boekhandel en bij het landelijk
bureau van de Remonstrantse Broederschap.
(ISBN 90 259 5562 2, paperback, 205 pag.)
Op het boek en de presentatie daarvan is gereageerd
door Prof. Dr. Gerrit de Kruijf, hoogleraar Christelijke Ethiek vanwege
PKN aan de Universiteit Leiden.
Klik voor deze tekst hier |