agenda
webmaster

Remonstrantenlezing 2005

Over religie, moraal en politiek.
Een vrijzinnig alternatief

 
Op vrijdag 7 oktober 2005 vond in de Geertekerk in Utrecht de jaarlijkse Remonstrantenlezing plaats. 
Hieronder de tekst van de lezing, gehouden door prof.dr.mr. Wibren van der Burg (zie foto), voorzitter van het landelijk bestuur van de Remonstrantse Broederschap. 
download onderstaande tekst

Pleidooi voor een vrijzinnig tegengeluid

Sommigen hebben misschien verbaasd gekeken bij het programma van deze Remonstrantenlezing. Een lezing over religie, moraal en politiek, met maar liefst twee politici. Halen we de politiek weer in de kerk?
Nu heb ik het boek met deze titel natuurlijk op persoonlijke titel, als filosoof, geschreven en niet namens de remonstranten. Maar dan nog is de vraag: waarom aan zo’n politiek thema, hier in een kerk, aandacht besteed?
Daarvoor zijn drie redenen. De eerste is dat politici op dit moment veel over moraal en religie spreken. Normen en waarden, hoofddoekjes en moskeeënbouw, bijzonder onderwijs en vrouwenkiesrecht – religie staat regelmatig op de voorpagina’s. En helaas zelden in positieve zin. Als het maatschappelijke debat zich zo sterk richt op godsdienst, dan kunnen kerken dat niet negeren.
De tweede reden is dat vrijzinnige christenen hierbij een eigen stem hebben. Vrijzinnigen zijn huiverig voor een direct verband tussen geloof, kerk en politiek, en ze staan voluit achter de democratische rechtsstaat en de mensenrechten. Ze vormen een tegenpool van het fundamentalisme en van de orthodoxie die voor velen model staan voor álle godsdiensten.

De derde reden is dat de vrijzinnigheid meer omvat dan het vrijzinnig christendom. De vrijzinnige traditie in Nederland heeft twee kanten. Het is een stroming binnen het christendom (en andere godsdiensten). Die omvat ietsisten en traditionele vrijzinnigen, maar ook grote groepen rooms-katholieken en protestanten (ook al noemen die zichzelf vaak niet vrijzinnig). Maar vrijzinnigheid is ook een maatschappelijke en politieke traditie van nuchterheid en redelijkheid, van pragmatisme en verdraagzaamheid. Die traditie heeft onze samenleving sinds de tijd van Erasmus evenzeer gestempeld als het calvinisme. Die vrijzinnigheid is een waardevol kenmerk van de Nederlandse politieke cultuur, dat in de huidige discussies heel kwetsbaar blijkt.
Over die brede vrijzinnigheid gaat het vandaag. Ik zal eerst de gemeenschappelijke kenmerken ervan bespreken. Daarna laat ik zien dat die vrijzinnigheid voor sommige actuele problemen een vruchtbaar perspectief biedt.

Een gemeenschappelijke traditie
Hoezeer het vrijzinnig christendom en de vrijzinnige politieke traditie verwant zijn, merkte ik toen ik met mijn boek bezig was. Uit de vrijzinnig-protestantse traditie had ik een aantal elementen gehaald en die vervolgens vertaald naar de ethiek. Daarna stuitte ik op het artikel van Femke Halsema met de titel ‘Vrijzinnig-links’. De kenmerken van vrijzinnigheid die zij daarin noemde, sloten vrijwel naadloos aan bij mijn schets voor een vrijzinnige ethiek. Vrijwel dezelfde kenmerken zijn ook te vinden in bijvoorbeeld het beginselprogramma van de Jonge Democraten, de jongerenorganisatie van D66, in het beginselprogramma van de PvdA, en bij de links-liberale vleugel van de VVD.
Wat zijn dan die gemeenschappelijke kenmerken van vrijzinnigheid? Vrijzinnigen zijn ondogmatisch, pragmatisch en tolerant. Ze erkennen de voorlopigheid van iedere opvatting en erkennen dat ook de tegenstander mogelijk deels gelijk kan hebben. Daarom zoeken ze vaak in dialoog naar een consensus of een praktisch compromis waarin iedereen zich zoveel mogelijk kan vinden. Politieke en religieuze opvattingen moeten altijd gerelativeerd en bekritiseerd kunnen worden. Vrijzinnigen staan open voor ontwikkelingen in de cultuur, de wetenschap en de samenleving.
Die vrijzinnige levenshouding is verbonden met inhoudelijke waarden. Vrijheid en verdraagzaamheid staan hoog in het vaandel. Vanouds staan daarbij de vrijheid van meningsuiting en godsdienst voorop. Maar daaronder valt ook de vrijheid om in seksueel en cultureel opzicht het eigen leven vorm te geven. Dus dient er evenzeer ruimte te zijn voor de homosubcultuur als voor het spreken van de eigen taal, of dat nu Fries of Berber is. Vrijzinnigen hechten daarom sterk aan de grondrechten en de rechtsstaat.

Actueel en herkenbaar
De bijdrage van de vrijzinnigheid aan het huidige debat heeft twee kanten. Vrijzinnige gelovigen zien de verhouding tussen godsdienst en moraal op een manier die goed past bij de liberaal-democratische rechtsstaat. En vrijzinnige politiek biedt een alternatief voor de nieuwe hardheid die onze samenleving in zijn greep dreigt te krijgen.
In het debat over normen en waarden overheerst een heel simpel beeld: gelovigen leiden uit bijbel of koran vaste en onveranderlijke normen af, die vaak achterhaald en conservatief zijn. Ook tegenstanders van godsdienst als Ayaan Hirsi Ali en Herman Philipse houden vast aan dit beeld. Gelovigen die anders redeneren, zijn niet serieus te nemen – God houdt zelfs niet van vrijzinnigen volgens Paul Cliteur – of zijn geen ware moslims of christenen.
 Vrijzinnigen laten zien dat dit een misvatting is. Voor hen zijn levensovertuiging en moraal niet onveranderlijk – deze ontwikkelen en verdiepen zich in de loop van ons leven. Voor veel vrijzinnigen staat bovendien de levenspraktijk voorop en niet de dogmatiek of de tekst van de bijbel. Daardoor is een vrijzinnig-gelovige benadering in staat om steeds weer tot nieuwe inzichten te komen in het licht van een veranderende samenleving.
Ook inhoudelijk hebben vrijzinnige christenen een eigen insteek. Ze staan voluit voor democratie, mensenrechten, vrijheid en verdraagzaamheid. Vrijzinnigen waren vaak maatschappelijke voortrekkers. Denk aan het vooroplopen van de vrijzinnige kerken rond gelijke rechten voor vrouwen en homoseksuelen. In het huidige maatschappelijke debat zijn vooral het opkomen voor verdraagzaamheid en voor het serieus nemen van godsdienstige minderheden van groot belang.

De beroemde Nederlandse traditie van tolerantie, van wederzijdse accommodatie en het poldermodel, is nauw verbonden met de vrijzinnige onderstroom in de politiek. In kwesties als drugs, homoseksualiteit of euthanasie blijkt dat vrijzinnig karakter van de Nederlandse samenleving.
Onze democratische traditie is anders dan die in andere landen. Ons systeem van evenredige vertegenwoordiging biedt ook kleine partijen een kans. Door de noodzaak van coalitievorming is politiek altijd een streven naar consensus en compromissen, gekenmerkt door polderen en respect voor minderheden. Anders dan in Frankrijk hebben we de neutraliteit van de staat nooit geïnterpreteerd als het uitsluiten van religie uit de publieke sfeer. We hebben altijd ruimte geboden voor bijzonder onderwijs en confessionele partijen, voor gewetensbezwaren en voor pastores in leger en gevangenissen. Wanneer godsdienst deel is van iemands identiteit, moet ook de politiek dat respecteren en serieus nemen.
Deze vrijzinnige traditie staat nu op het spel. Blijven we een samenleving waarin alle minderheden zich thuis voelen? Blijven we bereid te luisteren naar minderheden of willen we een nationale canon van normen en waarden waaraan iedereen zich moet aanpassen? De politiek leeft bij grote woorden, bij harde taal en zero-tolerance. Het huidige klimaat van hardheid en onverdraagzaamheid is een ernstige bedreiging voor de kwaliteit van onze samenleving.
Juist daarom pleit ik voor een herkenbare en strijdbare vrijzinnigheid. Wat onze samenleving nodig heeft, is een duidelijke vrijzinnige visie. Waarin tolerantie en open dialoog voorop staan. Waarin men pragmatisch kijkt naar wat het beste werkt in plaats van zich vast te bijten in ideologische scherpslijperijen. Waarin de rechten van individuen en van minderheden worden beschermd, omdat men beseft dat juist in tijden van crisis die altijd als eerste in het gedrang komen.
Dat leidt niet altijd tot simpele slogans. Vrijzinnigheid is de houding van de nuance, van het enerzijds – anderzijds. De nuance die bijvoorbeeld blijkt uit de vonnissen van de Haagse Rechtbank die stelt dat de staat vrouwendiscriminatie niet actief mag ondersteunen en dus de subsidie aan de SGP verbiedt. Dit past in de vrijzinnige nadruk op mensenrechten en principiële gelijkheid van man en vrouw, zeker in de politieke sfeer. Een verbod van de SGP zou echter een heel drastisch middel zijn en is de rechtbank terecht een stap te ver.
Zo zijn er tal van punten waar vrijzinnigen een constructieve tussenpositie innemen. Wie nuchter nadenkt, begrijpt dat het dragen van hoofddoekjes geen wezenlijk probleem is en dat hier de vrijheid van de draagster het moet winnen. Het is bovendien primair een kwestie van seksuele moraal, en niet van ongelijkheid tussen man en vrouw. In Nederland maken we ook vaak verschil tussen blote vrouwenborsten en een blote mannenborst. Een nuchtere, verdraagzame houding past ook tegenover orthodoxe joden en moslims die iemand van het andere geslacht geen hand willen geven. Het is diep triest dat nota bene de minister van integratie de tegenstellingen en het gevoel van wederzijds onbegrip aanwakkert door hier een punt van te maken. De ophef over het ongemengd zwemmen wekt al evenzeer verbazing. De behoefte hieraan heeft niets te maken met ongelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen, maar met een bepaalde seksuele moraal. Getuigt het niet van respect dat we minderheden de kans geven om naar die eigen moraal te leven – ook als het niet langer de onze is? 
Dat betekent niet dat de overheid iedere seksuele moraal moet tolereren. Homohaat, gedwongen huwelijken, vrouwenbesnijdenis en eerwraak maken anders dan hoofddoekjes of gescheiden zwemlessen daadwerkelijk slachtoffers. Vrijzinnigen bestrijden daarom de fundamentele ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in sommige minderheidsculturen. Maar ze doen dat met doordacht beleid en niet met de botte bijl. Ze bestrijden niet de moskeebouw, omdat godsdienstvrijheid een fundamenteel mensenrecht is. Ze willen daarom ook geen buitenlandse priesters en imams weren. Maar ze eisen wel van die priesters en imams dat ze een inburgeringscursus volgen die hen in staat stelt om gelovigen binnen de Nederlandse samenleving ook echt te kunnen steunen.

Conclusie
De nieuwe hardheid in ons maatschappelijk debat sluit minderheden uit. Het bevordert het denken in termen van ‘wij tegen zij’. Daarmee vervreemdt de samenleving juist de minderheden van zich waarvan ze hoopt dat ze sterker integreren.
Vrijzinnigen stellen daar een inclusieve houding tegenover. Ze vragen niet van minderheden om zich helemaal aan te passen aan de meerderheid. Ze laten zowel de Gay Parade als de hoofddoekjes toe, tolereren de Walletjes en de soft drugs en maken ruimte voor de moskee. De burgemeester van Amsterdam die probeert zo goed mogelijk de boel bij elkaar te houden en minderheden respecteert in hun religieuze identiteit geeft dan ook een goed voorbeeld – en is terecht deze week door Time in het zonnetje gezet. Ook al is stevig optreden natuurlijk soms geboden, vrijzinnigen zoeken in veel situaties eerst naar mogelijkheden van een open dialoog in plaats van reflexmatig te kiezen voor hard optreden.
De vrijzinnige versie van democratie die in Nederland in de afgelopen eeuwen is gegroeid, is van grote waarde. Poldermodel en tolerantie, godsdienstvrijheid en erkenning van gewetensbezwaren – het zijn allemaal kenmerken van onze traditie die we moeten zien te behouden. Een inclusieve democratie die minderheden met al hun soms merkwaardige eigenschappen laat weten dat ze erbij horen, levert een grotere bijdrage aan sociale integratie dan harde taal die alleen maar hamert op aanpassing, aanpassing, aanpassing. Het wordt tijd dat we ons van die waardevolle vrijzinnige traditie opnieuw bewust worden.

Prof. Wibren van der Burg is filosoof aan de Universiteit van Tilburg en tevens landelijk voorzitter van de Remonstrantse Broederschap.



Deze voordracht is gehouden op 7 oktober 2005 in de Geertekerk in Utrecht en vormde tevens de presentatie van het boek ‘Over religie, moraal en politiek; een vrijzinnig alternatief’ van Wibren van der Burg.
Dit boek is uitgegeven bij Uitgeverij Ten Have en verkijgbaar in de boekhandel en bij het landelijk bureau van de Remonstrantse Broederschap. 
(ISBN 90 259 5562 2, paperback, 205 pag.)


Op het boek en de presentatie daarvan is gereageerd door Prof. Dr. Gerrit de Kruijf, hoogleraar Christelijke Ethiek vanwege PKN aan de Universiteit Leiden.
Klik voor deze tekst hier
download bovenstaande tekst
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 10/10/2005