agenda
webmaster

Remonstrantenlezing 2005

Over religie, moraal en politiek.
Een vrijzinnig alternatief

 
Op vrijdag 7 oktober 2005 vond in de Geertekerk in Utrecht de jaarlijkse Remonstrantenlezing plaats. 
Hieronder de tekst van de eerste reactie op het boek en de rede van Wibren van der Burg, 
door prof.dr. Gerrit de Kruijf, hoogleraar Christelijke Ethiek aan de Universiteit Leiden vanwege PKN. 
download onderstaande tekst
Er zijn veel vrijzinnigen in de politiek, maar kunnen we ook omschrijven wat vrijzinnige politiek is? 
Van die vraag heeft Wibren van der Burg werk gemaakt en het resultaat is een interessant boek over de verhouding van religie, moraal en politiek. 
De laatste bijdrage uit vrijzinnige hoek was die van H. J. Heering, Moed voor de politieke ethiek, uit 1988. 
Van der Burg begint met een verkenning van de culturele situatie en schetst vervolgens eerst de contouren van een vrijzinnige ethiek om dan door te stoten naar de politiek. 
De epiloog vat nog eens samen waar het eigenlijk op aankomt: een herwaardering van verdraagzaamheid. 
Dat tolerantie een kernbegrip zou zijn had u natuurlijk al gedacht, maar denk niet dat de inhoud van het boek daardoor voorspelbaar is. 
Het is juist de nieuwe druk op de tolerantie die door Van der Burg in rekening wordt gebracht bij de vrijzinnige traditie. Het boek is dus wel herkenbaar maar niet voorspelbaar. Het neemt je mee vanaf bekende uitgangspunten en bespreekt dan met je waarheen de weg leidt. Dat is natuurlijk meteen kenmerkend voor vrijzinnigheid. 
De vrijzinnige stroming vormt het prototype van wat James Kennedy in zijn boek over euthanasie de typisch Nederlandse 'bespreekbaarheids-cultuur' heeft genoemd. 
Vrijzinnigheid is in de eerste plaats een houding, een denkwijze, die je op alle terreinen van het leven kunt tegenkomen (pag. 9). Maar hoe belangrijk die attitudinale dimensie ook is, vrijzinnigheid staat ook voor inhoudelijke waarden, met de vrijheid voorop (pag. 10) en Van der Burg heeft geprobeerd nu juist die inhoudelijke kant ter sprake te brengen en dat doet hij dan weer met die vrijzinnige houding die openheid uitstraalt voor wie anders denkt. Intussen bepleit hij wel meer strijdbaarheid bij de vrijzinnigen. 'Door hun nadruk op redelijkheid en verdraagzaamheid zijn vrijzinnigen vaak te weinig strijdbaar. (...) Het is tijd dat die houding verandert. Wat onze samenleving nodig heeft, is een duidelijke vrijzinnige visie.' (pag. 9) Er zit dus ook passie in het boek: de samenleving heeft een vrij geluid hard nodig! Welnu, waarin bestaat dat vrije geluid? Van der Burg vertrekt van het religieuze erf: wat is vrijzinnig christendom? (pag. 94 e.v.) 

Primair is het opkomen voor vrijheid natuurlijk, maar dan wel een vrijheid die begrensd wordt door verantwoordelijkheid, niet het ongebreidelde individu staat centraal maar de ruimte voor het individu midden in de gemeenschapsverbanden. Die ruimte moet verdedigd worden en ook voor ieder in gelijke mate. 
In de tweede plaats is kenmerkend wat Van der Burg noemt 'persoonlijk doorleefd geloof'. Dat vind ik wel een verrassende formulering, je verwacht die eerder in piëtistische kring. Maar Van der Burg wil af van een gebruikelijke typering als 'ondogmatisch'. Hij wil het positief zeggen en warm, dus ook niet 'individueel' maar persoonlijk doorleefd en praktisch geloof. 
In de derde plaats openheid voor kritiek, voor wetenschap en voor andere tradities, steeds erop bedacht dat inzicht van anderen kan helpen, dat je tast naar dingen die niemand adequaat kan zeggen. Dat vrije en opene spreekt mij aan. 
In de wat orthodoxere Protestantse Kerk in Nederland bepleit ik al geruime tijd invoering van de term 'vrij orthodox' ter vervanging van die rare term midden-orthodox, die toch meer suggereert dat er reuk noch smaak aan is. Vrij! 
Maar zoals Van der Burg ook zegt, het accent ligt dan toch vooral op de houding, minder op de inhoud. Of op de houding die de inhoud wat relativeert. Dat zal het toch moeilijk maken om de inhoud wat meer te omlijnen. 
Dat blijkt ook als Van der Burg de politiek ingaat. Hij herkent zijn kameraden over vrijwel de hele linie. 
Hij noteert dankbaar dat Halsema zichzelf beschouwt als vrijzinnig links (pag. 122). Hij citeert het nieuwe beginselprogramma van de PvdA: 'Wij verdedigen een vrijzinnige moraal (…), waarin ruimte is voor verschillende levensbeschouwingen, levensstijlen en culturen.' En hij begroet Dijkstal en heel D'66 als bondgenoten. 
Kortom, wie doen er eigenlijk niet aan vrijzinnige politiek? 
Het CDA, maar is het daar misschien vooral de term die ontbreekt uit markt-overwegingen? 
Het zijn vooral de randen aan de meer traditionele kant van de samenleving die je nou niet bepaald vrijzinnig kunt noemen. 

Dat brengt me bij een kanttekening. 
Werkt die openheid, redelijkheid en verdraagzaamheid niet vooral goed binnen die grote, brede stroom van de moderniteit? Heb je voor een vrijzinnige politiek niet vooral ook andere vrijzinnigen nodig? 
En als de kring zo breed blijkt, komt het accent dan niet heel erg op de houding, op de organisatie van het verschil te liggen? Het maakt de vraag naar de inhoud urgenter. 
Het zou kunnen zijn dat de inhoud vooral die waarden betreft die de houding mogelijk maken en ondersteunen. Ik lees wel over pragmatisme en zelfontplooiing, maar bij voorbeeld niet over strijd tegen de armoede en de uitputting van het milieu. Niet dat vrijzinnigen daar niets over te zeggen zouden hebben maar het volgt misschien niet direct uit hun vrijzinnigheid. 
Na de aandacht voor het vrijzinnige beginsel in de politiek gaat Van der Burg de zaak toespitsen op de verhouding van godsdienst en staat, met een hoofdstuk getiteld 'inclusieve neutraliteit'. Daarin ontwikkelt Van der Burg een verfrissende visie op de toelaatbaarheid van godsdienstige overwegingen in het politieke debat. 
De standaard-liberale en ook standaard-vrijzinnige kijk op de verhouding van godsdienst en politiek is dat deze streng gescheiden moeten worden en dat godsdienst typisch iets is voor het privé-leven, voor de binnenkamer, voor de huiskamer, voor een kerkgebouw en voor verenigingsbladen. 
Dit standpunt menen sommigen extra kracht te moeten bijzetten nu de islam zich aan de poorten van het parlement begint te melden. Voor Van der Burg is dat juist extra aanleiding om veel soepeler met godsdienst om te gaan. Het staat mensen vrij hun beweegredenen te melden, van welke aard die ook zijn. Godsdienst uitsluiten maakt het debat levensvreemder. 
Als voorbeeld geeft hij de discussie over openstelling van het huwelijk voor homoseksuelen. Mensen die daar tegen zijn hebben daarvoor vaak een sterk godsdienstige motivering. Als die geen plaats mag vinden in het politieke debat ontstaat er een heel rigide, merkwaardige sfeer zonder echte mogelijkheid tot debat. Van der Burg zet uiteen dat neutraliteit van de staat juist in een situatie van levens­beschouwelijke pluraliteit prima gehandhaafd kan worden bij levendige inbreng van godsdienstige redeneringen. Daar ben ik het mee eens. En het is goed dat hij dat in liberale kring eens goed duidelijk maakt. Maar zo gauw hij u allen overtuigd heeft, is het weer nodig om te zeggen dat het niet wijs is als godsdienstige groeperingen dit als een vrijbrief voor getuigenis-politiek gaan beschouwen. Met getuigenis-politiek bedoel ik een participatie in het politieke debat waarbij men zich beperkt tot het naar voren brengen van de eigen religieus gekleurde visie. Zelfs dat mag natuurlijk, de democratie kan veel hebben. Maar in potentie is het een gevaar voor de democratie. Botsing en onbegrip kunnen er van toenemen. En bij toenemende dominantie van een groep kan de bescherming van minderheden in het nauw komen. Daarom dienen we elkaar in het politieke debat steeds aan te moedigen om naast levensbeschouwelijke motiveringen ook een bijdrage te leveren vanuit het gemeenschappelijk belang. 

Iets te zeggen over hoe we met alle verschil toch kunnen samenleven. Aan te geven waarover we het eens kunnen worden met behoud van respect voor elkaars levensovertuigingen. Er moeten als het ware twee denkbewegingen zichtbaar zijn: één vanuit de eigen groep en één vanuit de gemeenschap. Dat geldt overigens niet alleen met betrekking tot godsdienstige groeperingen maar met betrekking tot alle politieke partijen. 
Ik ben ervan overtuigd dat ons politieke bestel veel te lijden heeft van de gangbare code om je eigen standpunt zo sterk mogelijk naar voren te brengen en dan vervolgens tot een compromis te komen via het principe water bij de wijn doen. Het politieke debat kan veel inhoudrijker en levensechter worden als het verrijkt wordt met partij-overstijgende oefeningen. Daarop te hopen getuigt natuurlijk van weinig realisme. Maar als de godsdienstige dimensie sterker wordt, zal deze tweede denkbeweging steeds noodzakelijker worden. Ik vermoed dat Van der Burg het daarmee wel eens is, maar ik wou het maar meteen gezegd hebben voor het geval hij alle vrijzinnigen meekrijgt. 
Van der Burg brengt tenslotte nog een concretiserende toespitsing aan op het dragen van hoofddoekjes en op de SGP die vrouwen van lidmaatschap uitsluit. 
Kort gezegd komt zijn advies erop neer dat vrouwen wel hoofddoekjes mogen dragen maar dat de SGP vrouwen het lidmaatschap niet mag ontzeggen. 
In zijn redenering over de hoofddoekjes kan ik goed met hem meekomen. 
Maar niet in die over de SGP, waarbij hij eenzelfde lijn volgt als de rechter heeft gedaan, die uitliep op het vonnis de rijkssubsidie aan de SGP in te trekken. Ik kan die kwestie nu niet gaan uitspinnen, maar wil op één element wijzen dat van toekomstbelang is: historisch besef. Willen wij voor onze Nederlandse rechtstraditie met haar eigen karakter kunnen opkomen en er pal voor kunnen staan, dan zal het niet om een paar principes moeten gaan alleen, maar om het aanvoelen van onze wortels. De SGP vertegenwoordigt diepe lagen van onze cultuur en we verzwakken de draagkracht van ons stelsel aanzienlijk als we deze oude politieke partij in de strafbank zetten. Zeker omdat op de achtergrond angst voor de islam speelt. Iemand schreef: we doen de zwarte kousen uit om ons de burka van het lijf te houden. Er is veel meer over te zeggen, maar ik vind dat bij een vrijzinnige houding ook hoort gevoel voor verhoudingen. En het is juist zo mooi van dit boek dat het daarvan getuigt. Dus ik kan alleen maar aanmoedigen om ook de gereformeerde orthodoxie daarin op te nemen. Maar misschien stuit ik hier op relicten van de strijd tussen Arminius en Gomarus…

Prof. dr. G. G. de Kruijf is hoogleraar in de christelijke ethiek vanwege de Protestantse Kerk in Nederland bij de Universiteit Leiden



Deze voordracht is gehouden op 7 oktober 2005 in de Geertekerk in Utrecht en vormde tevens de presentatie van het boek ‘Over religie, moraal en politiek; een vrijzinnig alternatief’ van Wibren van der Burg.
Dit boek is uitgegeven bij Uitgeverij Ten Have en verkijgbaar in de boekhandel en bij het landelijk bureau van de Remonstrantse Broederschap. 
(ISBN 90 259 5562 2, paperback, 205 pag.)


Bij de presentatie van dit boek is een lezing gehouden door Prof. Dr. Mr. Wibren van der Burg, filosoof en hoogleraar metajuridica aan de Universiteit van Tilburg.
Klik voor deze tekst hier
download bovenstaande tekst
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 10/10/2005