|
Er zijn veel vrijzinnigen in de politiek,
maar kunnen we ook omschrijven wat vrijzinnige politiek is?
Van die vraag heeft Wibren van der Burg werk
gemaakt en het resultaat is een interessant boek over de verhouding van
religie, moraal en politiek.
De laatste bijdrage uit vrijzinnige hoek was
die van H. J. Heering, Moed voor de politieke ethiek, uit 1988.
Van der Burg begint met een verkenning van de
culturele situatie en schetst vervolgens eerst de contouren van een vrijzinnige
ethiek om dan door te stoten naar de politiek.
De epiloog vat nog eens samen waar het eigenlijk
op aankomt: een herwaardering van verdraagzaamheid.
Dat tolerantie een kernbegrip zou zijn had u
natuurlijk al gedacht, maar denk niet dat de inhoud van het boek daardoor
voorspelbaar is.
Het is juist de nieuwe druk op de tolerantie
die door Van der Burg in rekening wordt gebracht bij de vrijzinnige traditie.
Het boek is dus wel herkenbaar maar niet voorspelbaar. Het neemt je mee
vanaf bekende uitgangspunten en bespreekt dan met je waarheen de weg leidt.
Dat is natuurlijk meteen kenmerkend voor vrijzinnigheid.
De vrijzinnige stroming vormt het prototype van
wat James Kennedy in zijn boek over euthanasie de typisch Nederlandse 'bespreekbaarheids-cultuur'
heeft genoemd.
Vrijzinnigheid is in de eerste plaats een houding,
een denkwijze, die je op alle terreinen van het leven kunt tegenkomen (pag.
9). Maar hoe belangrijk die attitudinale dimensie ook is, vrijzinnigheid
staat ook voor inhoudelijke waarden, met de vrijheid voorop (pag. 10) en
Van der Burg heeft geprobeerd nu juist die inhoudelijke kant ter sprake
te brengen en dat doet hij dan weer met die vrijzinnige houding die openheid
uitstraalt voor wie anders denkt. Intussen bepleit hij wel meer strijdbaarheid
bij de vrijzinnigen. 'Door hun nadruk op redelijkheid en verdraagzaamheid
zijn vrijzinnigen vaak te weinig strijdbaar. (...) Het is tijd dat die
houding verandert. Wat onze samenleving nodig heeft, is een duidelijke
vrijzinnige visie.' (pag. 9) Er zit dus ook passie in het boek: de samenleving
heeft een vrij geluid hard nodig! Welnu, waarin bestaat dat vrije geluid?
Van der Burg vertrekt van het religieuze erf: wat is vrijzinnig christendom?
(pag. 94 e.v.)
Primair is het opkomen voor vrijheid natuurlijk,
maar dan wel een vrijheid die begrensd wordt door verantwoordelijkheid,
niet het ongebreidelde individu staat centraal maar de ruimte voor het
individu midden in de gemeenschapsverbanden. Die ruimte moet verdedigd
worden en ook voor ieder in gelijke mate.
In de tweede plaats is kenmerkend wat Van der
Burg noemt 'persoonlijk doorleefd geloof'. Dat vind ik wel een verrassende
formulering, je verwacht die eerder in piëtistische kring. Maar Van
der Burg wil af van een gebruikelijke typering als 'ondogmatisch'. Hij
wil het positief zeggen en warm, dus ook niet 'individueel' maar persoonlijk
doorleefd en praktisch geloof.
In de derde plaats openheid voor kritiek, voor
wetenschap en voor andere tradities, steeds erop bedacht dat inzicht van
anderen kan helpen, dat je tast naar dingen die niemand adequaat kan zeggen.
Dat vrije en opene spreekt mij aan.
In de wat orthodoxere Protestantse Kerk in Nederland
bepleit ik al geruime tijd invoering van de term 'vrij orthodox' ter vervanging
van die rare term midden-orthodox, die toch meer suggereert dat er reuk
noch smaak aan is. Vrij!
Maar zoals Van der Burg ook zegt, het accent
ligt dan toch vooral op de houding, minder op de inhoud. Of op de houding
die de inhoud wat relativeert. Dat zal het toch moeilijk maken om de inhoud
wat meer te omlijnen.
Dat blijkt ook als Van der Burg de politiek ingaat.
Hij herkent zijn kameraden over vrijwel de hele linie.
Hij noteert dankbaar dat Halsema zichzelf beschouwt
als vrijzinnig links (pag. 122). Hij citeert het nieuwe beginselprogramma
van de PvdA: 'Wij verdedigen een vrijzinnige moraal (…), waarin ruimte
is voor verschillende levensbeschouwingen, levensstijlen en culturen.'
En hij begroet Dijkstal en heel D'66 als bondgenoten.
Kortom, wie doen er eigenlijk niet aan vrijzinnige
politiek?
Het CDA, maar is het daar misschien vooral de
term die ontbreekt uit markt-overwegingen?
Het zijn vooral de randen aan de meer traditionele
kant van de samenleving die je nou niet bepaald vrijzinnig kunt noemen.
Dat brengt me bij een kanttekening.
Werkt die openheid, redelijkheid en verdraagzaamheid
niet vooral goed binnen die grote, brede stroom van de moderniteit? Heb
je voor een vrijzinnige politiek niet vooral ook andere vrijzinnigen nodig?
En als de kring zo breed blijkt, komt het accent
dan niet heel erg op de houding, op de organisatie van het verschil te
liggen? Het maakt de vraag naar de inhoud urgenter.
Het zou kunnen zijn dat de inhoud vooral die
waarden betreft die de houding mogelijk maken en ondersteunen. Ik lees
wel over pragmatisme en zelfontplooiing, maar bij voorbeeld niet over strijd
tegen de armoede en de uitputting van het milieu. Niet dat vrijzinnigen
daar niets over te zeggen zouden hebben maar het volgt misschien niet direct
uit hun vrijzinnigheid.
Na de aandacht voor het vrijzinnige beginsel
in de politiek gaat Van der Burg de zaak toespitsen op de verhouding van
godsdienst en staat, met een hoofdstuk getiteld 'inclusieve neutraliteit'.
Daarin ontwikkelt Van der Burg een verfrissende visie op de toelaatbaarheid
van godsdienstige overwegingen in het politieke debat.
De standaard-liberale en ook standaard-vrijzinnige
kijk op de verhouding van godsdienst en politiek is dat deze streng gescheiden
moeten worden en dat godsdienst typisch iets is voor het privé-leven,
voor de binnenkamer, voor de huiskamer, voor een kerkgebouw en voor verenigingsbladen.
Dit standpunt menen sommigen extra kracht te
moeten bijzetten nu de islam zich aan de poorten van het parlement begint
te melden. Voor Van der Burg is dat juist extra aanleiding om veel soepeler
met godsdienst om te gaan. Het staat mensen vrij hun beweegredenen te melden,
van welke aard die ook zijn. Godsdienst uitsluiten maakt het debat levensvreemder.
Als voorbeeld geeft hij de discussie over openstelling
van het huwelijk voor homoseksuelen. Mensen die daar tegen zijn hebben
daarvoor vaak een sterk godsdienstige motivering. Als die geen plaats mag
vinden in het politieke debat ontstaat er een heel rigide, merkwaardige
sfeer zonder echte mogelijkheid tot debat. Van der Burg zet uiteen dat
neutraliteit van de staat juist in een situatie van levensbeschouwelijke
pluraliteit prima gehandhaafd kan worden bij levendige inbreng van godsdienstige
redeneringen. Daar ben ik het mee eens. En het is goed dat hij dat in liberale
kring eens goed duidelijk maakt. Maar zo gauw hij u allen overtuigd heeft,
is het weer nodig om te zeggen dat het niet wijs is als godsdienstige groeperingen
dit als een vrijbrief voor getuigenis-politiek gaan beschouwen. Met getuigenis-politiek
bedoel ik een participatie in het politieke debat waarbij men zich beperkt
tot het naar voren brengen van de eigen religieus gekleurde visie. Zelfs
dat mag natuurlijk, de democratie kan veel hebben. Maar in potentie is
het een gevaar voor de democratie. Botsing en onbegrip kunnen er van toenemen.
En bij toenemende dominantie van een groep kan de bescherming van minderheden
in het nauw komen. Daarom dienen we elkaar in het politieke debat steeds
aan te moedigen om naast levensbeschouwelijke motiveringen ook een bijdrage
te leveren vanuit het gemeenschappelijk belang.
Iets te zeggen over hoe we met alle verschil toch
kunnen samenleven. Aan te geven waarover we het eens kunnen worden met
behoud van respect voor elkaars levensovertuigingen. Er moeten als het
ware twee denkbewegingen zichtbaar zijn: één vanuit de eigen
groep en één vanuit de gemeenschap. Dat geldt overigens niet
alleen met betrekking tot godsdienstige groeperingen maar met betrekking
tot alle politieke partijen.
Ik ben ervan overtuigd dat ons politieke bestel
veel te lijden heeft van de gangbare code om je eigen standpunt zo sterk
mogelijk naar voren te brengen en dan vervolgens tot een compromis te komen
via het principe water bij de wijn doen. Het politieke debat kan veel inhoudrijker
en levensechter worden als het verrijkt wordt met partij-overstijgende
oefeningen. Daarop te hopen getuigt natuurlijk van weinig realisme. Maar
als de godsdienstige dimensie sterker wordt, zal deze tweede denkbeweging
steeds noodzakelijker worden. Ik vermoed dat Van der Burg het daarmee wel
eens is, maar ik wou het maar meteen gezegd hebben voor het geval hij alle
vrijzinnigen meekrijgt.
Van der Burg brengt tenslotte nog een concretiserende
toespitsing aan op het dragen van hoofddoekjes en op de SGP die vrouwen
van lidmaatschap uitsluit.
Kort gezegd komt zijn advies erop neer dat vrouwen
wel hoofddoekjes mogen dragen maar dat de SGP vrouwen het lidmaatschap
niet mag ontzeggen.
In zijn redenering over de hoofddoekjes kan ik
goed met hem meekomen.
Maar niet in die over de SGP, waarbij hij eenzelfde
lijn volgt als de rechter heeft gedaan, die uitliep op het vonnis de rijkssubsidie
aan de SGP in te trekken. Ik kan die kwestie nu niet gaan uitspinnen, maar
wil op één element wijzen dat van toekomstbelang is: historisch
besef. Willen wij voor onze Nederlandse rechtstraditie met haar eigen karakter
kunnen opkomen en er pal voor kunnen staan, dan zal het niet om een paar
principes moeten gaan alleen, maar om het aanvoelen van onze wortels. De
SGP vertegenwoordigt diepe lagen van onze cultuur en we verzwakken de draagkracht
van ons stelsel aanzienlijk als we deze oude politieke partij in de strafbank
zetten. Zeker omdat op de achtergrond angst voor de islam speelt. Iemand
schreef: we doen de zwarte kousen uit om ons de burka van het lijf te houden.
Er is veel meer over te zeggen, maar ik vind dat bij een vrijzinnige houding
ook hoort gevoel voor verhoudingen. En het is juist zo mooi van dit boek
dat het daarvan getuigt. Dus ik kan alleen maar aanmoedigen om ook de gereformeerde
orthodoxie daarin op te nemen. Maar misschien stuit ik hier op relicten
van de strijd tussen Arminius en Gomarus…
Prof. dr. G. G. de Kruijf is hoogleraar in
de christelijke ethiek vanwege de Protestantse Kerk in Nederland bij de
Universiteit Leiden
Deze voordracht is gehouden op 7 oktober 2005
in de Geertekerk in Utrecht en vormde tevens de presentatie van het boek
‘Over religie, moraal en politiek; een vrijzinnig alternatief’ van Wibren
van der Burg.
Dit boek is uitgegeven bij Uitgeverij Ten
Have en verkijgbaar in de boekhandel en bij het landelijk
bureau van de Remonstrantse Broederschap.
(ISBN 90 259 5562 2, paperback, 205 pag.)
Bij de presentatie van dit boek is een lezing
gehouden door Prof. Dr. Mr. Wibren van der Burg, filosoof en hoogleraar
metajuridica aan de Universiteit van Tilburg.
Klik voor deze tekst hier |