agenda
webmaster

Remonstrantenlezing 2006

De andere Jezus

Onderstaande impressie van de vijfde Remonstrantenlezing op 6 oktober 2006 is van de hand van IJda Blüm en gepubliceerd in adRem van november 2006.
De laatste decennia lijken er steeds meer evangeliën op te duiken waarin gesproken wordt over Jezus: Thomas, Maria Magdalena, Judas. Wat vertellen deze bronnen ons? Komt er een ander beeld van Jezus uit naar voren? En wat moeten wij hiermee?

Remonstrantenlezing 2006: De andere Jezus

In zijn openingswoord zei dagvoorzitter Tom Mikkers het al: de vraag naar Jezus maakt deel uit van het kerngesprek van het Christelijk geloof. In de tweede inleiding en later in de discussie klonk een ander element door: “Remonstranten hebben niet veel met Jezus”. Het citaat is van Hoenderdaal, die hiermee verwees naar het Paulinische Jezusbeeld, de zoon van God, die gestorven is voor onze zonden. Voor een lezing over een andere Jezus kwam men massaal naar Amersfoort.

Velerlei vroege verhalen
De eerste inleider, prof.dr. Gerard Luttikhuizen vertelt over de veelvormigheid van het vroege christendom, en begint met vast te stellen hoezeer het christendom van de 21ste eeuw vergeleken bij die eerste eeuwen heeft ingeboet aan kleurschakering. Men weet inmiddels van meer dan 30 vroegchristelijke evangeliën, die gemeen hebben dat ze korter of langer mondeling zijn doorverteld, en vervolgens zijn opgeschreven voor doelgroepen met heel verschillende culturele achtergronden. Daarom zie je van meet af aan nuanceverschillen in het geschreven woord: elk geschrift wil aansluiten bij de gedachtewereld van zijn doelgroep.
Fragment Evangelie van Judas
Fragment Evangelie van Judas

Luttikhuizen onderscheidt drie hoofdstromingen in het vroege christendom: het vroegchristelijk jodendom, dat zich beriep op Jacobus en Petrus met het standpunt dat heidenen die tot geloof kwamen zich onder de joodse wet moesten stellen; het christendom van Paulus, die stelde dat voor heidenen geloof in Jezus voldoende was; en de esoterische/gnostische stroming, waarvan we onder andere de evangeliën van Judas, Maria Magdalena, Thomas en Philippus kennen. Belangrijk nuanceverschil tussen de leer van Paulus en de esoterische richting betreft de interpretatie van “het koninkrijk Gods is nabij”. Door Paulus werd dit temporeel opgevat (de oordeelsdag), maar in bijvoorbeeld het Thomasevangelie zag men het ook als plaatsbepaling (het koninkrijk is in jullie binnenste). Dit werd in de gnostische traditie in gemeenschapsvormen bijwijlen ook letterlijk genomen: zij gaven het koninkrijk Gods alvast gestalte, waarbij het er dan ook vrolijk toeging.

Paulus wordt marktleider
Het Paulinische christendom werd een wereldgodsdienst. De heilsboodschap van de Paulinische traditie was eenvoudig van inhoud en stelde geen zware toegangseisen. In de bloei van het Romeinse rijk was de doelgroep (de heidenen) goed bereikbaar; het logo was krachtig en enthousiasmerend (ICHTHUS). De leer maakte korte metten met concurrerend gedachtegoed: vroege kerkvaders snoeiden de bronnen, canoniek werd doorgegeven, niet-canoniek werd terzijde geschoven, niet meer gekopieerd en raakte in de vergetelheid. Hebben we daar veel mee verloren? Dit vraagteken markeert de overgang naar de tweede spreker, dr. Johannes Tromp (zie foto).Johannes Tromp
Hij vraagt zicht af of we ons beeld van Jezus zouden moeten bijstellen nu we deze evangeliën weer terug hebben. Zijn antwoord is: in principe niet, als je je goed kunt vinden in het Paulinisch Jezusbeeld komen de andere bronnen over als ‘raar’; als het Jezusbeeld van Paulus bij je wrikt, vind je in de andere bronnen bevestiging. Maar een echte verheldering van de historische Jezus vind je in die latere geschriften niet: zij vormen veeleer een reactie op de canonieke evangeliën en zijn dus hoogstens verhelderend over de tijd waarin zij zijn opgeschreven. Op zich, aldus Tromp, is het hele canonieke beeld van Jezus zoals dat in het Nieuwe Testament vastligt, ook al een bonte grabbelton, niet op feiten gebaseerd. Het staat ieder vrij om daarbuiten te grasduinen, alles mag, niet alles is wenselijk. Er zijn wel wat criteria te verzinnen voor wat als Jezusbeeld acceptabel is. Ten eerste in intellectuele zin: het moet niet haaks staan op de ‘God der filosofen’, de God zoals die uit het Oude Testament voor ons gestalte krijgt. Ten tweede, heel praktisch, het blijft raadzaam een zekere afstand te houden van speculaties over het onkenbare (waar gnostici zich veelvuldig aan hebben gewaagd). Voorts moeten we oog houden voor een balans tussen de goddelijkheid en het mens zijn van Jezus: Jezus was volledig mens, geen hemellichaam, en staat voor de solidariteit van God met de hele mensheid.

Nieuw
Uw verslaggever zat hier als representant van het ‘brede publiek’ met open mond deze nieuwe wereld van ideeën aan te horen. De discussie was nog mooier dan de inleidingen: het spirituele facet van de gnostici spreekt remonstranten overduidelijk aan. De theologen in de zaal raakten op dreef, de inleiders begonnen op elkaar te reageren, dit had nog wel een uurtje door mogen gaan. Als u erbij was, zult u dit beamen. Hebt u het gemist, schaf dan de hieronder genoemde boeken aan en betreed alsnog deze wereld!

IJda Blüm

Hierbij een aantal boekentitels voor wie zich nader wil verdiepen: passende geschenken voor canonieke en niet-canonieke feestdagen!

  • G.P. Luttikhuizen, De veelvuldigheid van het vroegste Christendom, Damon 2005
  • J.Tromp, Het leven van Adam en Eva. Een joodschristelijke  vertelling over het menselijk bestaan, ten Have 2002
  • R. Roukema, Het evangelie van Thomas, Meinema 2005
  • J. van der Vliet, Het evangelie van Judas. Verrader of bevrijder?, Servire 2006

Sprekers

Prof. dr. Gerard Luttikhuizen geldt internationaal als expert op het gebied van de antieke gnosis en was tot 2005 werkzaam als hoogleraar vroegchristelijke letterkunde en de uitlegging van het Nieuwe Testament aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is gespecialiseerd in de geschriften van Nag Hammadi, de oude Koptische teksten die halverwege de vorige eeuw in de Egyptische woestijn zijn ontdekt.

Dr. Johannes Tromp is remonstrants predikant en universitair docent voor de literatuur en godsdienst van het jodendom 200 v. Chr. - 200 n. Chr. aan de Universiteit Leiden. Zijn specialisme zijn de apocriefen en pseudepigrafen van het Oude Testament, d.w.z. de joodse literatuur uit de tijd van het ontstaan van het christendom.
 

 
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 06/11/2006