de Remonstrantse Broederschap De grenzen van de tolerantie archief
webmaster
                   
  In het commentaar De grenzen van de tolerantie: een ingewikkelde zaak (adRem, november 2001, blz. 2) naar aanleiding van de terroristische aanslagen van 11 september op New York en Washington stelde Christiane Berkvens-Stevelinck de vraag: "Zou de Remonstrantse Broederschap, indachtig haar beginselen, niet een openbaar debat moeten openen over de grenzen van de tolerantie?" Er kwamen reacties op deze oproep en de redactie van adRem besloot het jaarlijkse adRem-debat op 15 februari  over dit uiterst actuele onderwerp te houden.                
 
Hebben Remonstranten iets nieuws, iets eigens te melden in het huidige debat over tolerantie? Op deze vraag antwoord ik met een volmondig ja. In de remonstrantse traditie, die mede het denkklimaat van de Nederlandse samenleving vorm heeft gegeven, zijn elementen aanwezig die voor het huidige debat over tolerantie waardevol zijn. Deze elementen betreffen zowel het theoretische fundament van de tolerantie (de vrijheid van de mens) als de praktische vertalingen ervan (de positieve tolerantie als reële belangstelling voor andersdenkenden). Ook de stijl van niet dogmatisch geloven die remonstranten eigen is kan, in een open debat over de grenzen van de tolerantie, en zeker in het debat over religieuze tolerantie, vruchten afwerpen. 

Tolerantie en gedoogbeleid
De periodieke pers staat vol met doorwrochte artikelen die de Nederlandse tolerantie analyseren en naar de grenzen van deze tolerantie speuren. Wat mij als allochtone burger bevreemdt in deze discussie is de wijze waarop men hier te lande de Nederlandse tolerantie-praktijk bagatelliseert. Wat mij als remonstrant bevreemdt in deze discussie is de tendens om het Nederlandse tolerantie-ideaal te bezoedelen. Beide fenomenen berusten mijns inziens op een gebrek aan historisch besef. 
Te makkelijk wimpelt men de historische achtergrond af alsof het om achterhaalde folklore ging. Maar niets is minder waar. Als ik een college geef over Het pleidooi voor tolerantie in de Lage Landen dat in de zestiende en zeventiende eeuw alhier is gehouden, hebben studenten stellig de overtuiging dat zij niet alleen iets leren over het verleden maar ook over de wereld waarin zij leven, nu. 

  Christiane Berkvens-Stevelinck          
  Onze samenleving, haar fundamenten en haar verbeelding, stoelen op dit pleidooi voor tolerantie, gebaseerd op het irenische gedachtegoed van Erasmus. De Unie van Utrecht (1648), die bepaalde dat niemand om diens godsdienst vervolgd mocht worden, vormt de basis van de grondwet van de Nederlandse staat. In die zin liet Nederland toen in Europa een eigen geluid horen. Om die reden vluchtten in de loop der eeuwen vervolgden naar de Republiek der Verenigde Provinciën: joden, socinianen, hugenoten, jansenisten, Engelse dissenters, en meer recentelijk, vrijzinnige moslims zoals de uit Egypte afkomstig Leidse hoogleraar Abu Zaid. Om die reden lieten buitenlandse denkers (Galilei, Descartes, hedendaagse Koranexegeten) hun werken hier uitgeven. Daarom kreeg Nederland een aura van tolerantie die ze nog steeds heeft. 
Maar deze Nederlandse tolerantie, hoezeer bewonderd, wordt in het buitenland en ook soms in Nederland zelf, niet altijd goed begrepen. Waarom? Omdat ze pragmatisch uitgewerkt wordt op een voor velen paradoxale manier: het gedoogbeleid. Maar ook deze karakteristiek is historisch bepaald. Hoewel het Erasmiaanse erfgoed mede aan de wieg van Nederland stond, moet men niet vergeten dat het land zich officieel presenteerde als een monoconfessionele gereformeerde staat. Maar binnen deze monoconfessionele staat bleek verrassend genoeg religieuze diversiteit mogelijk. Waar men geen last van had, was toegestaan, al was het officieel verboden. Dit pragmatische beleid noemde men oogluiking, een oud woord voor het hedendaagse begrip gedoogbeleid. Een beleid dat naar gelang de maatschappelijke ontwikkelingen scherp of laks werd gevoerd maar dat altijd een zelfde cultureel verankerde werkelijkheid behelsde. Het afdoen van dit beleid en van de mentaliteit die erachter schuilt als een uiting van laisser faire laisser passer of als een evident bewijs van decadentie is dus, in de Nederlandse context, onterecht. Gedoogbeleid en tolerantie zijn beide geworteld in de Nederlandse geschiedenis en verweven met de Nederlandse cultuur. 

Een eeneiige tweeling
"Getrouw aan haar beginselen van vrijheid en verdraagzaamheid" staat er in de beginselverklaring van de Remonstrantse Broederschap en voor velen zijn deze beginselen de grond waarop zij staan. Vrijheid en verdraagzaamheid: een eeneiige tweeling die niet alleen voor onszelf moet gelden maar voor elke mens. Want hoe zou een oprechte mens vrijheid voor zichzelf eisen zonder de vrijheid van anderen in acht te nemen? Met dezelfde kracht als de vroege remonstranten hebben gevochten voor het idee dat Christus niet alleen voor uitverkorenen maar voor allen gestorven is, zouden wij moeten vechten voor vrijheid en verdraagzaamheid voor allen. Alleen: niet iedereen definieert vrijheid en verdraagzaamheid zoals wij dat in het Westen doen. En daarmee treedt men automatisch in het debat over de grenzen van de tolerantie. 

Globalisering
Met de globalisering van onze samenleving zou het streven van vrijheid en tolerantie voor allen betekenen dat de onvrijheid en intolerantie waar mensen overal ter wereld onder gebukt gaan, ons rechtstreeks aangaan. Moeten wij niet ijveren voor de bevrijding van de Afghaanse vrouwen? Voor een mondiaal verbod op vrouwenbesnijdenis? Voor het opheffen van de Palestijnse vluchtelingenkampen? Enzovoort. De angst voor de gevaren van interventie in andere culturen en voor politieke stellingname slaat ons om het hart. Want stel dat we ons onverdraagzaam uiten of gedragen ten opzichte van andere culturen, andere gewoontes, andere belevingen? En hoe kunnen wij vermijden in botsing te komen met de godsdienstvrijheid? Zeker, er bestaat een wereldwijd handvest dat de vrijheid en onschendbaarheid van het individu beschermt: de Universele Verklaring van de rechten van de mens. Maar zelfs bij de universele rechten van de mens worden er nog kanttekeningen geplaatst zoals ik kort geleden in Nederland heb kunnen constateren. In een discussie die ik hierover onlangs nog bijwoonde werd tot mijn verbazing gesteld dat respect voor andere culturen in de praktijk betekent dat gewoontes of gebruiken die regelrecht in strijd zijn met de rechten van de mens daarom maar moeten worden geaccepteerd. Hoeveel moeite we daar zelf ook mee hebben. Het wordt dus hoog tijd dat wij als Remonstranten een debat aangaan over de fundamenten van de vrijheid en de tolerantie voor allen én over de grenzen van de tolerantie, dichtbij en veraf. 

Geen ver van mijn bed show
Wie zijn intolerant: Nederlandse moslims die met de koran in de hand homoseksualiteit verwerpelijk vinden en dat zeggen of Nederlandse burgers die met de wet in de hand dit standpunt niet te tolereren vinden? Is een ambtenaar van de burgerlijke stand die weigert een huwelijk tussen twee mannen of vrouwen te sluiten intolerant of is de samenleving intolerant die deze persoon in zijn of haar openbare functie een eigen intolerant gedrag niet toestaat? Is een ambtenaar van de rechtbank die als moslima haar hoofddoek in het uitoefenen van haar functie wil blijven dragen intolerant of is het de weigerende rechtelijke macht die zich hier intolerant toont? Uit deze recente voorbeelden uit de Nederlandse praktijk blijkt dat de conflicten rond maatschappelijke tolerantie zich aandienen op een gebied dat er zich sinds jaar en dag het beste toe leent: de verhouding tussen kerk en staat. 

De Islam
Sinds 11 september worden de grenzen van de tolerantie wereldwijd verlegd. De aanval op de Twin Towers wordt ervaren als een regelrechte bedreiging van een wereldorde die stoelt op idealen als vrijheid en democratie. En deze bedreiging komt, of men het wil erkennen of niet, van mensen die zich op de islam beroepen, een religie waarin tot nu toe kerk en staat onlosmakelijk zijn verstrengeld. Tolerantie jegens de islam heeft dus tegelijkertijd een religieus en een politiek karakter. En dat maakt het huidige debat over de grenzen van de tolerantie zo moeilijk voor westerlingen. Zij debatteren liever niet over religieuze tolerantie want zij hebben allang, na eeuwen oorlogen en spanningen, staat en kerk definitief van elkaar afgesneden. Dus wordt liever gezegd dat noch de religieuze tolerantie noch de islam op zichzelf ter discussie staan. En dat is, naar mijn mening, een gemiste kans. 

Remonstranten
In het debat over de grenzen van de tolerantie zouden remonstranten en andere vrijzinnigen de noodzaak van positieve tolerantie moeten benadrukken. De islam is, net als het christendom, geen monoliet. Er bestaan vele nuances tussen radicaal fundamentalisme en traditionele vroomheid. Er bestaan pogingen om de koran op een vrijere manier te lezen en uit te leggen. In kringen van moslim intellectuelen wordt gepleit voor een vrij debat en voor de scheiding van kerk en staat. In christelijke vrijzinnige kringen, waar een a-dogmatisch geloof wordt beleden, is een debat over religieuze waarden minder beladen dan in orthodoxe kringen of in seculiere kringen. Daarom is zo een debat over de grenzen van onze tolerantie, ook religieus, zeer toe te juichen. 
Christiane Berkvens-Stevelinck

                 
                   
                   
                   
                   
  naar boven                


 
 
 

voor het laatst bijgewerkt: 09/01/2002