| |
Hebben Remonstranten iets nieuws, iets eigens te melden in het huidige
debat over tolerantie? Op deze vraag antwoord ik met een volmondig ja.
In de remonstrantse traditie, die mede het denkklimaat van de Nederlandse
samenleving vorm heeft gegeven, zijn elementen aanwezig die voor het huidige
debat over tolerantie waardevol zijn. Deze elementen betreffen zowel het
theoretische fundament van de tolerantie (de vrijheid van de mens) als
de praktische vertalingen ervan (de positieve tolerantie als reële
belangstelling voor andersdenkenden). Ook de stijl van niet dogmatisch
geloven die remonstranten eigen is kan, in een open debat over de grenzen
van de tolerantie, en zeker in het debat over religieuze tolerantie, vruchten
afwerpen.
Tolerantie en gedoogbeleid
De periodieke pers staat vol met doorwrochte artikelen die de Nederlandse
tolerantie analyseren en naar de grenzen van deze tolerantie speuren. Wat
mij als allochtone burger bevreemdt in deze discussie is de wijze waarop
men hier te lande de Nederlandse tolerantie-praktijk bagatelliseert. Wat
mij als remonstrant bevreemdt in deze discussie is de tendens om het Nederlandse
tolerantie-ideaal te bezoedelen. Beide fenomenen berusten mijns inziens
op een gebrek aan historisch besef.
Te makkelijk wimpelt men de historische achtergrond af alsof het om
achterhaalde folklore ging. Maar niets is minder waar. Als ik een college
geef over Het pleidooi voor tolerantie in de Lage Landen dat in de zestiende
en zeventiende eeuw alhier is gehouden, hebben studenten stellig de overtuiging
dat zij niet alleen iets leren over het verleden maar ook over de wereld
waarin zij leven, nu. |
|
Christiane
Berkvens-Stevelinck |
|
|
|
|
|
| |
Onze samenleving, haar fundamenten en haar verbeelding,
stoelen op dit pleidooi voor tolerantie, gebaseerd op het irenische gedachtegoed
van Erasmus. De Unie van Utrecht (1648), die bepaalde dat niemand om diens
godsdienst vervolgd mocht worden, vormt de basis van de grondwet van de
Nederlandse staat. In die zin liet Nederland toen in Europa een eigen geluid
horen. Om die reden vluchtten in de loop der eeuwen vervolgden naar de
Republiek der Verenigde Provinciën: joden, socinianen, hugenoten,
jansenisten, Engelse dissenters, en meer recentelijk, vrijzinnige moslims
zoals de uit Egypte afkomstig Leidse hoogleraar Abu Zaid. Om die reden
lieten buitenlandse denkers (Galilei, Descartes, hedendaagse Koranexegeten)
hun werken hier uitgeven. Daarom kreeg Nederland een aura van tolerantie
die ze nog steeds heeft.
Maar deze Nederlandse tolerantie, hoezeer bewonderd, wordt in het buitenland
en ook soms in Nederland zelf, niet altijd goed begrepen. Waarom? Omdat
ze pragmatisch uitgewerkt wordt op een voor velen paradoxale manier: het
gedoogbeleid. Maar ook deze karakteristiek is historisch bepaald. Hoewel
het Erasmiaanse erfgoed mede aan de wieg van Nederland stond, moet men
niet vergeten dat het land zich officieel presenteerde als een monoconfessionele
gereformeerde staat. Maar binnen deze monoconfessionele staat bleek verrassend
genoeg religieuze diversiteit mogelijk. Waar men geen last van had, was
toegestaan, al was het officieel verboden. Dit pragmatische beleid noemde
men oogluiking, een oud woord voor het hedendaagse begrip gedoogbeleid.
Een beleid dat naar gelang de maatschappelijke ontwikkelingen scherp of
laks werd gevoerd maar dat altijd een zelfde cultureel verankerde werkelijkheid
behelsde. Het afdoen van dit beleid en van de mentaliteit die erachter
schuilt als een uiting van laisser faire laisser passer of als een evident
bewijs van decadentie is dus, in de Nederlandse context, onterecht. Gedoogbeleid
en tolerantie zijn beide geworteld in de Nederlandse geschiedenis en verweven
met de Nederlandse cultuur.
Een eeneiige tweeling
"Getrouw aan haar beginselen van vrijheid en verdraagzaamheid" staat
er in de beginselverklaring van de Remonstrantse Broederschap en voor velen
zijn deze beginselen de grond waarop zij staan. Vrijheid en verdraagzaamheid:
een eeneiige tweeling die niet alleen voor onszelf moet gelden maar voor
elke mens. Want hoe zou een oprechte mens vrijheid voor zichzelf eisen
zonder de vrijheid van anderen in acht te nemen? Met dezelfde kracht als
de vroege remonstranten hebben gevochten voor het idee dat Christus niet
alleen voor uitverkorenen maar voor allen gestorven is, zouden wij moeten
vechten voor vrijheid en verdraagzaamheid voor allen. Alleen: niet iedereen
definieert vrijheid en verdraagzaamheid zoals wij dat in het Westen doen.
En daarmee treedt men automatisch in het debat over de grenzen van de tolerantie.
Globalisering
Met
de globalisering van onze samenleving zou het streven van vrijheid en tolerantie
voor allen betekenen dat de onvrijheid en intolerantie waar mensen overal
ter wereld onder gebukt gaan, ons rechtstreeks aangaan. Moeten wij niet
ijveren voor de bevrijding van de Afghaanse vrouwen? Voor een mondiaal
verbod op vrouwenbesnijdenis? Voor het opheffen van de Palestijnse vluchtelingenkampen?
Enzovoort. De angst voor de gevaren van interventie in andere culturen
en voor politieke stellingname slaat ons om het hart. Want stel dat we
ons onverdraagzaam uiten of gedragen ten opzichte van andere culturen,
andere gewoontes, andere belevingen? En hoe kunnen wij vermijden in botsing
te komen met de godsdienstvrijheid? Zeker, er bestaat een wereldwijd handvest
dat de vrijheid en onschendbaarheid van het individu beschermt: de Universele
Verklaring van de rechten van de mens. Maar zelfs bij de universele rechten
van de mens worden er nog kanttekeningen geplaatst zoals ik kort geleden
in Nederland heb kunnen constateren. In een discussie die ik hierover onlangs
nog bijwoonde werd tot mijn verbazing gesteld dat respect voor andere culturen
in de praktijk betekent dat gewoontes of gebruiken die regelrecht in strijd
zijn met de rechten van de mens daarom maar moeten worden geaccepteerd.
Hoeveel moeite we daar zelf ook mee hebben. Het wordt dus hoog tijd dat
wij als Remonstranten een debat aangaan over de fundamenten van de vrijheid
en de tolerantie voor allen én over de grenzen van de tolerantie,
dichtbij en veraf.
Geen ver van mijn bed show
Wie zijn intolerant: Nederlandse moslims die met de koran in de hand
homoseksualiteit verwerpelijk vinden en dat zeggen of Nederlandse burgers
die met de wet in de hand dit standpunt niet te tolereren vinden? Is een
ambtenaar van de burgerlijke stand die weigert een huwelijk tussen twee
mannen of vrouwen te sluiten intolerant of is de samenleving intolerant
die deze persoon in zijn of haar openbare functie een eigen intolerant
gedrag niet toestaat? Is een ambtenaar van de rechtbank die als moslima
haar hoofddoek in het uitoefenen van haar functie wil blijven dragen intolerant
of is het de weigerende rechtelijke macht die zich hier intolerant toont?
Uit deze recente voorbeelden uit de Nederlandse praktijk blijkt dat de
conflicten rond maatschappelijke tolerantie zich aandienen op een gebied
dat er zich sinds jaar en dag het beste toe leent: de verhouding tussen
kerk en staat.
De Islam
Sinds
11 september worden de grenzen van de tolerantie wereldwijd verlegd. De
aanval op de Twin Towers wordt ervaren als een regelrechte bedreiging van
een wereldorde die stoelt op idealen als vrijheid en democratie. En deze
bedreiging komt, of men het wil erkennen of niet, van mensen die zich op
de islam beroepen, een religie waarin tot nu toe kerk en staat onlosmakelijk
zijn verstrengeld. Tolerantie jegens de islam heeft dus tegelijkertijd
een religieus en een politiek karakter. En dat maakt het huidige debat
over de grenzen van de tolerantie zo moeilijk voor westerlingen. Zij debatteren
liever niet over religieuze tolerantie want zij hebben allang, na eeuwen
oorlogen en spanningen, staat en kerk definitief van elkaar afgesneden.
Dus wordt liever gezegd dat noch de religieuze tolerantie noch de islam
op zichzelf ter discussie staan. En dat is, naar mijn mening, een gemiste
kans.
Remonstranten
In het debat over de grenzen van de tolerantie zouden remonstranten
en andere vrijzinnigen de noodzaak van positieve tolerantie moeten benadrukken.
De islam is, net als het christendom, geen monoliet. Er bestaan vele nuances
tussen radicaal fundamentalisme en traditionele vroomheid. Er bestaan pogingen
om de koran op een vrijere manier te lezen en uit te leggen. In kringen
van moslim intellectuelen wordt gepleit voor een vrij debat en voor de
scheiding van kerk en staat. In christelijke vrijzinnige kringen, waar
een a-dogmatisch geloof wordt beleden, is een debat over religieuze waarden
minder beladen dan in orthodoxe kringen of in seculiere kringen. Daarom
is zo een debat over de grenzen van onze tolerantie, ook religieus, zeer
toe te juichen.
Christiane Berkvens-Stevelinck |
|
|
|
|
|
|
|
|
|