Als ik God zeg…
Twaalf edelstenen
Anne Claar Rosingh   terug naar Inhoud
Als ik God zeg, val ik stil of ga ik zingen. Een verhandeling houden is moeilijk als je God niet vast wil leggen. Maar dichten of bidden kan wel. Beide hebben deurtjes voor God om weg te gaan of binnen te komen. Het gedicht schreef ik zelf, het gebed is van iemand anders, maar het heeft de toets der tijd doorstaan. 
God
boven mijn pet
tot ik ‘em afzet
en hem groet
God
levende ruimte
voor (glim)lach en tranen
mijn rust
God
groot en wild
woeste liefde
die hartehonger stilt
God
vleugels en armen
om me te warmen
bij mama op schoot
God
heer en vader
en sinds kort
-al is dat nog onwennig-
vriendin en moeder
ik blijk eenkennig
God
maffe maker
met een knipoog en een grap
speelt hij de wereld
stap voor stap
naar haar voleinding toe
God
ijzeren eis
in zilver gegoten
wordt voor mij
in Jezus ontsloten
God
huisgenoot
in mijn lijf en in mijn leven
wijde wereld
om het even
God
hoeder en herder
van leven en verder
tot over de dood 
God
wind en water
brood en wijn
hij zal er zijn
God
in jouw ogen
word ik bewogen
tot contact
God
eeuwige ander
tot ik verander
en één word met hem
Uit Psalm 139:
Here, gij doorgrondt en kent mij;
gij kent mijn zitten en mijn opstaan,
gij verstaat van verre mijn gedachten;
gij onderzoekt mijn gaan en mijn liggen,
met al mijn wegen zijt gij vertrouwd.
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 11/05/2001