|
Als ik God zeg...
Een zoektocht naar God
|
Rob Esveld | terug naar Inhoud | |||||||
| Als ik God zeg, merk ik dat ik in verwarring raak of liever
gezegd verlegen word. Natuurlijk niet bij het in algemene termen spreken
over God, maar persoonlijk, als ík God zeg. Eigenlijk weet ik niet
goed wat ik zeggen moet. Zal ik over God spreken als op de universiteit,
als een min of meer onbekende, afstandelijk wetenschappelijk voorkomende
in vele godsdiensten? Dan is er veel over te zeggen. Of zal ik over God
spreken als persoon, hoe God in mijn leven is. Dat laatste is voor mij
een stuk moeilijker. Toch moet het niet zo moeilijk zijn, ik heb Hem toch
wel ontmoet in mijn leven? Dan kan ik toch wel gemakkelijk uitleggen wat
ik bedoel als ik God zeg? Daarom, als ik God zeg, kan ik dat het beste
uitdrukken als de zoektocht in mijn leven naar Hem en de ontmoetingen die
ik meen met Hem te hebben gehad.
Terugkijkend naar het verleden heb ik God ontmoet zoals ongeveer Jona Hem heeft ontmoet. Niet op dezelfde manier natuurlijk, maar wel vergelijkbaar. Ook ik wilde vaak rechtsaf in mijn leven en belandde vervolgens op de weg die linksaf was gegaan. Als een kleine jongen van naar ik schat een jaar of zes geloofde ik op mijn manier in God en bad ik iedere avond voor het slapen gaan. Op de lagere school volgde ik met grote aandacht de godsdienstlessen die na schooltijd, op de openbare school waarop ik zat, facultatief werden gegeven. Dit alles is wonderlijk, omdat ik opgegroeid ben in een niet-kerkelijk milieu, waar thuis niet over God werd gesproken. Ik denk nu dat ik in die tijd voor het eerst God ontmoet heb. Het klinkt wellicht wat vreemd, maar vanaf die tijd is voor mij de ontmoeting met God altijd wel op de een of andere manier gebleven. Soms dwars tegen alles in en vaak leek het of God geëmigreerd was naar de andere kant van de wereld. Hij was dan weliswaar ver weg, maar Hij was er wel. Ook heb ik vaak mijn zoektocht naar God onderbroken of beter gezegd, heb ik niet zo hard gezocht, omdat dat mij beter uitkwam en ik “belangrijker” dingen te doen had. Het was voor mij niet zo moeilijk om God eventjes op een afstand te houden, niemand miste mij daarbij, laat staan dat men mijn spreken over God miste. In ieder geval niet in de kringen waarin ik verkeerde. Maar toch liet ik God niet los of beter gezegd, liet God mij niet los. Misschien wilden en konden we elkaar ook niet loslaten, hoewel ik mij dat toentertijd niet op deze wijze bewust was. Er is wonderlijk genoeg een tijd gekomen, waarin de los-vaste relatie met God anders werd. Het vrijblijvende van mijn kant verdween. Vraag mij niet hoe en wanneer, het gebeurde en ik merkte dat ik er steeds meer naar verlangde om God beter te leren kennen. Een studie theologie aan de universiteit bracht uitkomst hierin. Want waar zou je God tenslotte beter leren kennen dan juist daar? Hier wordt verschillend over gedacht, maar het hielp mij in ieder geval om veel meer dan voorheen dagelijks met God bezig te zijn. Ik voelde mij op de een of andere manier tevens gelegitimeerd naar de wereld om mij heen om met God bezig te zijn. Nu is kennis vergaren iets anders dan zeggen wat je denkt en wat je voelt. Naar mijn mening heb ik vanaf dat moment God vaker ontmoet en ook vaker in de steek gelaten. Het bleef echter een zeer persoonlijke ontmoeting met God die ik niet met anderen deelde. Ik behoorde toen ook niet echt tot een bepaalde geloofsgemeenschap. Ik was alleen op weg, op zoek naar God en sprak er weinig met anderen over, omdat ik meende dat ik dan zou moeten uitleggen waarom ik deed zoals ik deed. En dat kon ik niet. Ik kon niet uitleggen waarom ik van God hield op mijn manier. Slechts een enkele keer kon ik mijn verhaal kwijt aan anderen en het gebeurde dan vaak, dat ik uit blijmoedigheid dan niet de juiste woorden vond. Een paar jaar geleden gebeurde er iets wonderlijks in mijn leven. Op mijn zwerftochten langs geloofsgemeenschappen kwam ik in contact met de Remonstrantse Gemeente. In deze geloofsgemeenschap kreeg ik het gevoel dat ik thuis gekomen was. In deze omgeving is langzamerhand bij mij het gevoel gegroeid om meer voor God te kunnen betekenen door mij in te zetten voor de mensen rondom mij met de gereedschappen die mij toebedeeld zijn. Ik denk dat dit de reden is waarom ik hier nu aan het seminarium van de Remonstrantse Broederschap studeer. Hoewel ik dat ook niet zeker weet. Misschien is het bedacht en ben ik hier omdat ik dat graag wil, omdat ik graag God wil ontmoeten. Daarom is voor mij “Als ik God zeg....” omzien in verwondering en vooruitzien in vertrouwen. |
|||||||||
| naar boven | |||||||||
|
voor het laatst bijgewerkt: 11/05/2001 |
|||||||||