de Remonstrantse Broederschap
webmaster
 
Geloven in de samenleving
terug naar Remonstrantendag

de Remonstrantendag 2000

Bewegen en geloven

de toespraak van Heering
In beweging, zo begint het thema van deze dag. Hoe kan een oude reumatische man u daarbij aanvuren? Zelf zit hij liefst stilletjes met zijn pijp in een diepe stoel. Wel ziet hij graag hoe anderen bewegen, al is dat niet zonder enige argwaan. Hij herinnert zich hoe in de vorige eeuw ook veel onverkwikkelijks in beweging kwam: de Nationaal Socialistische Beweging, de NSB, in de jaren >30; de studentenbeweging rond 1968; stormloop tegen de hele bestaande en als verstard beschouwde en bestreden orde, de instituties, de normen. Waarna de leiders 10 jaar later erkenden dat ze niets had opgeleverd omdat men niet had bedacht waarheen men zich bewegen wilde. Sindsdien zijn wij in een wereld terechtgekomen, waarin mobiliteit wachtwoord en realiteit is op alle gebieden: handel, arbeid, vrije tijd, onderwijs en wetenschap: wij zijn automobiel geworden. En dit: hoe sneller, hoe beter. Is het nu de voornaamste taak van de kerk om mensen op te roepen tot beweging?
Is het niet eerder een taak van de kerk om temidden van de huidige onrust en haast te roepen: "Wacht eens even!", een rust- en stiltecentrum te zijn?

Nu geeft het thema van ons samenzijn wel een koers aan: "geloven in de samenleving". Ik geloof helemaal niet in de samenleving! Ik geloof in God, en dat doet mijn kerk toch ook?  Ik bleek het echter verkeerd begrepen te hebben; het ging niet om het object van ons geloof maar om de plek en de functie van het geloof in de westerse samenleving die er weinig mee schijnt op te hebben. Maar wat wordt er dan met geloven bedoeld?
In geen enkel van de geschriften over de Remonstrantendag wordt Jezus Christus ook maar genoemd. Misschien omdat de christelijke geloofstraditie uiteen is gespat in de geïndividualiseerde religieuze beleving, waarvan de inhoud bijeengesprokkeld wordt uit alle hoeken en gaten van het wereldwijd geestelijk leven? Of zegt ons thema dat alle geloven even goed zijn als je maar "iets" gelooft? Ik kan daar wel een zekere vrede mee hebben. Bezinning is altijd goed voor een mens: op zijn minst is zij een onmisbare voorwaarde om tot geloof te komen, of een niet minder onmisbare aanvulling ervan. Dat er dan liever van spiritualiteit dan van geloof gesproken wordt, is terecht. Spiritualiteit is een innerlijk overleg, "monologue intérieur": geloven is dialogisch van aard.
Geloven ontmoet de ander, met of zonder hoofdletter. Geloven laat zich gezeggen en zegt wat terug. In het geloven ben je jezelf niet meer helemaal heer en meester, je bent noch louter autonoom noch slaafs monddood. "Gij legt Uw hand op mij" (psalm 139:2): terwijl ik als man of vrouw in de wereld sta, in mijn eigen leven met zijn lotgevallen en verantwoordelijkheden, en in zijn verbindingen waaraan ik mij niet onttrekken kan noch onttrekken wil. Waarin ik op menigvuldige wijze over God hoor spreken en zwijgen, en waarin ik Jezus Christus heb gevonden als het belangrijkste teken van Gods blijvende tegenwoordigheid, die ik in het oog moet houden bij mijn dagelijkse beslissingen.
Wat ik daarmee bedoel, is niet alleen van morele aard, ofschoon dat óók. Ik ben soms ziek van onze moralistische preekjes. Lief zijn voor je naasten? Heel belangrijk maar: het leven is groter en heviger dan de moraal. Prof. Sirks vatte hetgeen de gestalte van Jezus betekent samen als het teken bij uitstek van de compassio Dei, het wereldwijde erbarmen van God met zijn schepselen. Moraal-puur is genadeloos. Wanneer wij niet meer weten hoe of wat, wanneer wij beseffen hoezeer we tekort schieten, zet de compassio Dei ons weer overeind met een opdracht en nieuwe moed. Ook al gaat het er in het dagelijks bedrijf niet altijd zo diepzinnig aan toe!
 Kom ik hiermee niet dicht in de buurt van het zelfverzekerde deel van de christenheid, orthodox of zelfs fundamentalistisch spiegelbeeld van orthodoxie en fundamentalisme in Islam en Hindoeïsme? Daar meent men de waarheid in pacht te hebben en in geval van fundamentalisme het recht om anders-denkenden desnoods met mes en pistool te lijf te gaan? Karen Armstrong, de Amerikaanse ex-non die het waagde èn erin slaagde een eerlijk boek over De geschiedenis van God  te schrijven (ik zou liever de geschiedenis van de Godsvoorstellingen als titel gekozen hebben), waarschuwde onlangs voor het fundamentalisme als een groter bedreiging van de humaniteit dan de New Age-beweging. 
Je kunt er je zorgen en schaamte over hebben; enig begrip voor het zoeken van tallozen naar houvast en zekerheid is in het op drift geraakte bestaan is wel op zijn plaats.
Openheid dus naar beide kanten: New Age en orthodoxie. In dat opzicht is onze geloofsgemeenschap geen unicum. Daarin ligt wel haar specificum! Met een variant op een gezegde van Voltaire (maar die had het over God zelf) "Wanneer de Remonstrantse Broederschap niet bestond zou men haar moeten uitvinden". De entree van jonge predikanten uit landelijk en kerkelijk verre streken onderstreept die uitspraak.
Zonder haar plaats in (en voor) de oecumene kan zij er niet veel van maken. En wat zij ervan maken kan na haar vermageringskuur gedurende de laatste decennia is geen gering probleem. Daartoe binnen de samenleving in beweging te komen is de taak en de hoop van Remonstrantendag.

naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 04/02/2001