|
Dit dilemma heeft een vrijzinnig gelovige in zekere zin
opgelost door te kiezen voor de optie van het "denkend geloven". "Denkend
geloven" nu is een strategie waarmee gepoogd wordt datgene wat men gelooft
ook via de weg van het denken te bereiken. (zie het artikel Geloven als
bewaren van een geheim van Prof. H.J Adriaanse in Een beetje geloven).
De strategie van het denkend geloven blijkt echter als een boemerang te
werken. Dat zegt Adriaanse overigens zelf zo niet. Hij zegt: "Maar ze (
n.l. de strategie van "denkend geloven") vermag het geloof niet zo te bevestigen,
dat de weg naar ongeloof afgesneden wordt". Maar als datgene wat bedoeld
is als strategie om te ondersteunen en voor zichzelf inzichtelijk te maken
uiteindelijk haar doel niet bereikt dan is dat feit vanzelfsprekend niet
zonder gevolgen voor datgene wat nu juist gesteund zou moeten worden. Het
ondergraaft wat het had willen steunen. Vandaar de vergelijking met een
boemerang: een boemerang keert immers weer terug naar de werper wanneer
hij geen doel heeft getroffen.
Denken houdt nooit op
Wij hebben niet altijd een duidelijk doel voor ogen als wij denken
en ons denken blijft ook vaak zonder gevolgen maar denken dat wel een doel
heeft maar dat niet bereikt is in ieder geval nooit zonder gevolgen. Ons
geloof en onze geloofsvoorstellingen hebben zo in de loop van de tijd steeds
meer hun plausibiliteit verloren. We kunnen er eigenlijk geen goede gronden
voor geven. Daarom, zegt Adriaanse in Geloof als bewaren van een geheim
kunnen we ons geloof niet anders zien dan als een wonder en in andere artikelen
maakt hij duidelijk dat we de claim zouden moeten opgeven dat aan onze
geloofsvoorstellingen enige werkelijkheid zou beantwoorden. Maar die rijke
geloofstaal moeten we nooit opgeven. Laten wij haar, zegt Adriaanse, als
een kostbare erfenis aanvaarden en zoals dat gaat bij erfenissen dan ook
in zijn geheel. We kunnen nog altijd zingen, bidden, ermee spelen en als
we dat doen "gebeurt er iets".
Van Leeuwen vindt dit maar weinig opbeurend. Kan er niet toch echt
geloofd worden na al het denken? After reflection is dan ook de titel van
een artikel dat hij hierover schreef. Maar is het kenmerk van het denken
nu juist niet dat het nooit ophoudt ? Je kunt je natuurlijk wel eens voornemen
om ermee stoppen maar mijn ervaring is dat als je besluit voorlopig ergens
maar niet meer over te denken je dat dan pas echt goed gaat doen. Ik vind
dat niet zo'n prettige kant van het denken en wat ik er bovenal zo hinderlijk
aan vind is dat de een het beter kan dan de ander.
Van Leeuwen zal het misschien best wel met mij eens zijn: in zijn artikel
denkt hij verder in het spoor van Kierkegaard die meende dat de gelovige
een sprong zou moeten maken , een sprong beyond reflection, waardoor hij
zich toevertrouwt aan een mysterie dat het denken niet vatten kan.
Geloven
Voor van Leeuwen is er dus geen dilemma meer. Was het er ooit wel?
Het is met dilemma's in ons leven wonderlijk gesteld. Uit eigen ervaring
weten wij vermoedelijk wel dat aan veel dilemma's in ons leven niet een
einde komt omdat wij een keuze maken maar omdat zij zich oplossen. (Zo
werd de bekende criticus van het christendom H.S. Versnel naar eigen zeggen
op een goede morgen wakker en dacht: ik geloof dat ik niet meer geloof
na jarenlang "zonder te blozen" om het probleem van het lijden heengelopen
te zijn) Dilemma's zijn soms misschien al wel opgelost op het moment dat
wij ons van hun bestaan bewust worden. Voor de gelovige ligt dat toch zo
bij dat 'dilemma' van denken en geloven. Als het een echt dilemma zou zijn,
hoe dacht hij dat dan op te lossen? Door te denken soms? De gelovige constateert:
ik geloof kennelijk. 'Kennelijk' kan verschillende betekenissen hebben
maar betekent hier 'blijkbaar'.
'Een beetje dilemma' is er natuurlijk altijd wel, zeker als je de artikelen
van Adriaanse leest en je je weer eens realiseert waarom je denken zo hinderlijk
vindt. Maar met het 'dilemma' van geloven en denken is het toch vooral
zo dat het zich oplost in het geleefde leven. Ik ben en dat eigenlijk in
de eerste plaats een handelend wezen. In mijn handelen is mij soms, als
ik bijvoorbeeld vergeef, de ervaring gegeven: ik doe het en toch is het
een wonder en als ik 'er helemaal ben', 'mijzelf verlies', ervaar ik soms
een tegenwoordigheid van Geest. Intellectueel loop ik vast als ik nadenk
over het probleem van het kwaad maar als ik mij ertegen verzet zijn er
momenten dat ik God ervaar als mijn bondgenoot. Ik handel maar tegelijkertijd
wordt er aan mij gehandeld. "De bedrijvigheid gaat hier in een grote passie
onder", schrijft Adriaanse. Het zijn ervaringen waarvoor 'mijn denken'
knielt en waarop ik constateer: ik geloof kennelijk. Kennelijk nu in de
betekenis van onloochenbaar.
F. KNOPPERS |
|
|
|
|
|
|
|
|