de Remonstrantse Broederschap
De bijbel
dilemma's: inhoud
webmaster
In de serie Vrijzinnige dilemma's is ditmaal de bijbel aan de beurt.
In vergelijking met de dilemma's die in de afgelopen maanden in adRem besproken zijn, is de vraag naar de betekenis van de bijbel voor het vrijzinnig geloven nogal onbeduidend. Als God niet zou bestaan, dan heeft het weinig zin met de rijke geloofstaal van het verleden te blijven spelen en kunnen we de bijbel beter overlaten aan de geschiedkundigen. Als we Jezus Christus geen rol van de hoogste betekenis toekennen in het zoeken naar de zin van ons bestaan, moeten we ophouden een christelijke kerk te willen zijn. Ziedaar de echte dilemma's van vrijzinnigen, mensen die dikwijls maar 'een beetje geloven'. Het probleem van de bijbel speelt hier een ondergeschikte rol, maar kan de ernst van de hoofddilemma's wel goed illustreren.

Individu beslist
Als een geloofsgemeenschap, of wat voor gemeenschap dan ook, wervend en aantrekkelijk wil zijn, dan moet zij zich bezighouden met dingen waar ze werkelijk achter staat. De leden van die gemeenschap moeten immers de overtuiging kunnen hebben dat zij zich inzetten voor iets dat op een geloofwaardige wijze in hun reële behoeften voorziet. Waar die overtuiging ontbreekt, ontbreekt de aantrekkingskracht. Ons spreken in de kerk mag daarom niet losgemaakt worden van een als werkelijkheid ervaren waarheid (op welke manier en in welke mate dan ook gerelativeerd).
Het gebruik van de bijbel, met name in de zondagse eredienst, lijkt in het voldoen aan deze vereiste eerder belemmerend te werken dan daaraan een positieve bijdrage te leveren. Het is niet nodig op deze plaats de geschiedenis van de teloorgang van het bijbelgezag uitvoerig te herhalen. In het kort komt die erop neer dat de bijbel, in aanleg vanaf de zeventiende eeuw, maar vooral gedurende de negentiende eeuw, hoe langer hoe meer werd gezien als een verzameling van oude menselijke getuigenissen aangaande hun geloof dan als de goddelijke norm voor ons eigen geloof.
De erkenning van de bevoegdheid van elk individu zelf over aard en inhoud van zijn of haar geloof te beslissen (zo H.J. Adriaanses definitie van vrijzinnigheid), sluit elke externe normering uit, inclusief die van de bijbel. Dezelfde erkenning houdt integendeel in dat elk individu bevoegd is over de geloofwaardigheid van bijbelse voorstellingen en tradities te beslissen. Maar als bijna iedere bladzijde in de bijbel de moderne lezer aanleiding geeft tot aarzeling of zelfs protest, is het dan wel verstandig voort te gaan deze verzameling antieke boeken als uitgangspunt van de christelijke bijeenkomsten te nemen? Hoe motiverend is het voor de deelnemers aan die bijeenkomsten om iemand een tekstpassage te laten voorlezen, met de onuitgesproken afspraak dat de scherpe kantjes er vervolgens in de preek vanaf worden gehaald, en dat de hoorders gerust gesteld worden met betrekking tot de mate waarin een en ander serieus genomen moet worden?

Boek van de kerk
Het is voor vrijzinnigen meestal veel gemakkelijker te zeggen wat ze niet geloven dan wat ze wel geloven. Als het gaat om de vraag wat vrijzinnige christenen wel geloven van wat in de bijbel staat, dan denk ik dat de meesten heel snel klaar zijn met hun opsomming. In Een beetje geloven geeft Th.M. van Leeuwen op de vraag "Wat moeten vrijzinnigen met de bijbel" als antwoord dat die ook voor hen nog veel bevat "dat het waard is te overwegen, door te geven, te geloven".
Ik weet zeker dat er inderdaad ook in onze kring heel veel mensen zijn die door gedeelten uit de bijbel bemoedigd en geïnspireerd worden, en zelfs dat er stukken zijn waarvan ook vrijzinnigen zeggen: "Ja, dat geloof ik". Maar is er in de bijbel werkelijk veel dat het waard is te geloven of zelfs maar te overwegen? Gaat het om meer dan een paar stukken uit Genesis, Jesaja, een enkel los vers uit Job, Psalmen en Prediker, vier of vijf gelijkenissen, en een paar opvallende zinnen uit de Bergrede en de Eerste Brief van Johannes?
Zelfs in het geval van de stukken die ik noemde, moet er vaak nog veel hermeneutische inventiviteit ingezet worden om, zoals dat dan heet, "het gesprek met de tekst" aan te kunnen gaan.
Waarom lezen we de bijbel, thuis en in de eredienst? Om ons te laten verrassen, te laten inspireren, aan het denken te laten zetten; en ook: om de band te behouden met generaties voor en na ons, die ook in de bijbel hebben gelezen en zullen lezen. Zonder twijfel allemaal belangrijke functies, en er zijn er nog meer te bedenken. Maar welbeschouwd geen doorslaggevende redenen: veel van de genoemde functies kunnen ook heel goed zonder de bijbel, en onze bijeenkomsten zouden dan wel eens een stuk toegankelijker en aantrekkelijker kunnen zijn. Alleen rijst in dat geval de vraag waarom we nog die bijeenkomsten zouden organiseren.
Ik kan maar één goede reden bedenken waarom we de bijbel lezen: omdat zij het boek is dat van Jezus Christus getuigt. Voor wat wij van hem weten, zijn we volkomen afhankelijk van de bijbel. Het christelijke spreken over God is historisch. Het spreekt van concrete, aanwijsbare tekenen van Gods ingrijpen in de geschiedenis, in het verleden, als hoopvolle verwijzingen naar de toekomst. Het spreekt van Jezus Christus als van de Eeuwige die in de tijd gekomen is. Zonder bijbel kun je nog heel goed over God spreken, maar niet meer over Jezus Christus. Aangezien het de opdracht van de kerk is het Evangelie te verkondigen kan de kerk niet zonder de bijbel en daarom moeten wij daaruit lezen. Dat hoeft geen verabsolutering van de christelijke waarheid te betekenen, maar we hoeven ons ook niet voor het Evangelie te schamen.
Het 'vrijzinnige dilemma' met betrekking tot de bijbel is dus inderdaad een afgeleide en wordt opgelost op hetzelfde moment dat vrijzinnigen beslissen dat zij wel of niet christelijk willen heten.

JOHANNES TROMP
 

naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 10/07/2001