de Remonstrantse Broederschap
Vrijzinnige theologie – enkele dilemma's
dilemma's: inhoud
webmaster
Op de bijeenkomst in september van het Convent van Remonstrantse Predikanten schetste de hoogleraar van het Remonstrants Seminarium, prof. dr. Th.M. van Leeuwen, een klein panorama van de hedendaagse vrijzinnige theologie. Hierin ging hij nader in op een aantal dilemma's waar de vrijzinnige theologie momenteel voor staat. adRem van oktober 2000 gaf een samenvatting van zijn inleiding.
We staan als vrijzinnigen (remonstranten) voor lastige vragen. Of er echt antwoorden op zijn weet ik niet. Misschien is het wel eigen aan vrijzinnigen te kunnen leven met onbeantwoorde vragen. Toch zullen we het erover moeten hebben.

Identiteit
De remonstranten lijken, zo constateerden onderzoekers van de VU die betrokken waren bij een onderzoek naar identiteit van en binding aan de Broederschap, een geloofsgemeenschap te zijn die prima past in onze tijd: je mag er op eigen manier geloven, de drempel is laag, het is een herberg waar allerlei passanten welkom zijn. Toch zijn de remonstranten nauwelijks wervend. Hun identiteit is ook wel erg onbepaald, aldus het onderzoeksrapport dat dezer dagen verschijnt. Als remonstranten moeten noemen wat wezenlijk voor ze is, klinken er algemene begrippen als: ruimte, vrijheid. Moet er, om een aansprekende identiteit te hebben, niet meer zijn dat samenbindt dan zulke brede termen?
Een dilemma: kan een beweging die voorlopigheid en twijfel, openheid voor vele gezichtspunten, 'vrijheid in het onzekere' in het vaandel voert wel een helder gezicht krijgen? Ook in een tijd van pluralisme, waarin mensen uit het veelsoortige aanbod van geestelijke zaken ieder het hunne kiezen, blijft het belangrijk dat de verschillende aanbieders zélf een gezicht hebben. Was het genoeg dat de remonstranten in recente discussie over hun beginselverklaring bevestigden dat ze willen geloven, 'geworteld in het evangelie' en in vrijheid en verdraagzaamheid? Is er niet meer herkenbaar gemeenschappelijks nodig?
De vraag kan ook anders worden gesteld. Dat rapport Identiteit en binding rekent de remonstranten kerksociologisch tot het type 'mystiek': ieder zoekt langs eigen weg een relatie met God. Maar hoe kan (vroeg de Duitse theoloog Troeltsch al een eeuw geleden) op die basis een geloofsgemeenschap bestaan? Om meer te zijn dan een optelsom van losse individuen is er een gezamenlijke bedding nodig, traditie, geloofsoverdracht, zaken die volgens Troeltsch, die een theorie ontwikkelde over verschillende geloofstypen en de daarbij behorende gemeenschappen, meer bij het type 'kerk' horen. De vraag: wat voor soort geloofsgemeenschap willen we zijn, is de eerste vraag die we ons moeten stellen.

Denkend geloof
Een tweede serie vragen ontleen ik aan het prachtige artikel dat H. J. Adriaanse bijdroeg aan Een beetje geloven. Vrijzinnig geloof is 'denkend geloof', kritisch tegenover het overgeleverde. Het neemt het risico dat er zo steeds minder te geloven blijft. In onze tijd heeft, aldus Adriaanse, geloofstaal die God voorstelt als een persoon, schepper van hemel en aarde, zijn plausibiliteit verloren. In de kerk gebruiken we die 'theïstische' taal nog wel, maar als een overblijfsel van voorbije tijd. Het is een rijke taal om mee te spelen, en als we erin zingen of bidden 'gebeurt er iets', maar we geloven niet meer dat ze werkelijk naar iets verwijst.
Adriaanse stelt indringende vragen. Wat is geloof? Hoe houdbaar zijn onze geloofsvoorstellingen? Maar ik vind de gedachte dat al ons spreken in de kerk neerkomt op een spelen met de resten, brokstukken van voorbij geloof weinig opbeurend. Is er niet een geloofsovergave mogelijk en zinvol, die volhoudt: en tóch, voorbij alle ontmaskerende kritiek, is het wáár, mijn geloof?

Christus
Niet alleen het spreken over 'God' (persoon, schepper?) is problematisch geworden, vrijzinnigen zitten ook met lastige vragen rond Christus. Bij de preambule van de nieuwe statuten van de Raad van Kerken in Nederland zullen we (als in 1948) de kanttekening maken dat we niet gewend zijn over hem te spreken als 'God en Heiland'. Maar  unitariërs, die het alleen over een bijzonder mens willen hebben, zijn de meeste remonstranten toch niet. Het unitarisme is ons te vlak. Komen we eruit door à la E. P. Meijering te zeggen dat de Drie-eenheid niet iets is om in te geloven, maar dat het een hulpconstructie is voor theologen, om te kunnen begrijpen hoe er door de eeuwen over God, Christus en de Geest is gesproken? Of belanden we zo toch in het spoor van Adriaanse: de Drie-eenheid als een restant van wat men vroeger kon geloven, en voor ons enkel nog iets om mee te 'spelen', niet om te geloven?

Geen verabsolutering
Voor één manier van spreken over Christus zijn we in elk geval beducht: een verabsolutering van zijn werk en zijn weg. De recente Vaticaanse verklaring Dominus Jesus bij voorbeeld stemt niet vrolijk. Alle vrijzinnige en postmoderne tendensen worden daarin fel afgewezen, omdat ze de geloofswaarheid relativeren: Christus is het exclusieve, universele heilsaanbod van God. Andere wegen van openbaring zijn er niet: als je elders waarheid vindt, dan is het waar voor zover het met het Evangelie spoort.
Zulke verabsolutering leidt tot onverdraagzaamheid, belemmert iedere dialoog. Vrijzinnigen zullen er steeds weer vragen bij moeten stellen. Maar vervolgens komen er vragen op hen af. Als er ook elders waarheid is, als er ook in andere tradities 'openbaring' is, hoe gaan we daarmee dan om? Blijven die andere waarheden het 'andere' ten overstaan waarvan wij onze eigen traditie beter leren verstaan? Of zijn het schatkamers waaruit wij rijkdommen kunnen overnemen? En zo ja, hoe dan te voorkomen dat we daarbij onszelf verliezen, in vaagheid verzanden? Je kunt toch niet alles met alles verbinden?

Dat brengt ons terug bij de identiteitsvraag: hoe kunnen we onszelf zijn, geworteld in een herkenbare traditie, en toch open voor anderen? Hoe kunnen we tegelijkertijd omgaan met onze traditie, bijvoorbeeld met de bijbel, als een unieke waarheid-voor-ons, zonder andere waarheden af te wijzen of aan andere wijsheid voorbij te gaan?

TH. MARIUS VAN LEEUWEN

naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 11/05/2001