|
Toen ik in 1966 als predikant begon in de gemeente Den
Haag, was Harry de Lange voorzitter van de kerkenraad. Het werd een leerschool,
om niet te zeggen een stoomcursus in oecumenisch denken en maatschappelijke
verantwoordelijkheid van de kerken. Het elan van de Wereldraad van Kerken,
vooral van de sectie Church and Society, straalde van De Lange af, van
zijn persoon en van zijn initiatieven. Niet, dat de Haagse gemeente daar
gemakkelijk in meeging; integendeel. Toch was hij niet te stuiten en zo
kwam het in grote delen van de gemeente tot nieuwe bezinning, een nieuwe
oriëntatie en een nieuwe inzet. De algemene strekking van deze vernieuwing
kan op de noemer worden gebracht van wat De Lange in zijn dissertatie noemt
'gaan
zien van de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid naast de persoonlijke
verantwoordelijkheid'. Ik onderstreep drie elementen uit deze formulering.

Gaan zien
Ten eerste: 'gaan zien'. Dat wil zeggen: een andere manier van
kijken was nodig. Eén, die niet van huis uit vertrouwd was, maar
die met vallen en opstaan geleerd moest worden. Opvoeding en vorming waren
daarvoor onontbeerlijk. Onder De Langes voorzitterschap werd de gemeente
betrokken in een proces van scholing: scholing in mondiaal samenleven,
als christenen en met anderen. Veel kwam daarbij aan op het gezichtsvermogen,
de visie. "Niemand", zo heb ik hem eens Thorbecke horen citeren,
"heeft
het in de hand, maar waarheen stuurt hij, die het niet in het oog heeft?"
Mensen moesten, ook en juist in een christelijke gemeente, oog krijgen
voor de dimensies van de wereld waarin ze leefden. Visie hield voor De
Lange vrij nauw verband met visioen. Heel de kracht van de profetische
blik was gemoeid met dat 'gaan zien'. Hij hoopte op een gemeente
waarin mensen meer zagen dan op andere plekken in de samenleving. Al was
en bleef hij tegenstander van verkerkelijking van profetisch optreden.
Verantwoordelijkheid
Ten tweede: 'verantwoordelijkheid'. Dat is het sleutelbegrip
van De Langes dissertatie, misschien wel van zijn hele denken en in ieder
geval van zijn betrokkenheid bij de oecumenische beweging. Verantwoordelijkheid
heeft in deze contexten een andere, bredere betekenis dan in het hedendaagse
spraakgebruik, waar het veelal alleen nog dient om degenen aan te wijzen
die men aansprakelijk kan stellen voor geleden schade. Verantwoordelijk-zijn
wil wezenlijk zeggen: antwoord-geven. Dat geldt om te beginnen voor de
verhouding van de mens tot God. "God", zo zegt De Lange de Russische
denker Berdjajew na, "verwacht van de mens een vrij antwoord op zijn
tegemoet-komen-de liefde". Het geldt ook voor de verhouding tussen
christenen en hun medemensen, want "evenzeer moet het er ons om gaan
dat de mens tot zijn recht komt". Deze laatste formulering brengt nog
weer een ander en zeer belangrijk aspect van verantwoordelijkheid tot uitdrukking:
de ander tot zijn recht laten komen.
Gemeenschappelijk en persoonlijk
Ten derde: 'gemeenschappelijk naast persoonlijk'. Niet alleen
persoonlijk. Christen-zijn kan het in zijn consequentie niet alleen hebben
van persoonlijke relaties. Dat was de grote ontdekking en de harde les.
Er zijn structuren - sociale, economische en politieke - waartegen persoonlijke
intenties en acties zo goed als niets vermogen. Altijd weer kwam De Lange
met het voorbeeld van de armoede in de wereld. Christelijk medelijden,
ja zelfs christelijke liefdadigheid wordt vals als ze de structurele oorzaken
van de armoede veronachtzaamt. Wie vanuit zijn geloof werkelijk de opheffing
van mensonterende armoede wil, die moet daar ook politieke consequenties
aan verbinden. Overigens geen partijpolitieke consequenties. De Lange maakte
geen geheim van het feit, dat hij zelf gekozen had voor de PvdA en hij
was kritisch t.o.v. de verschillende andere politieke oriëntaties,
maar niet bij voorbaat afwijzend. Het ging om het doel, een rechtvaardige
wereld, niet om de politieke macht op zich. Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid
moest ook staan nààst, en niet in de plaats van persoonlijke
verantwoordelijkheid. Ik herinner me, dat daarover telkens weer discussies
gevoerd werden in de Haagse gemeente. Waar bleef de persoonlijke vroomheid,
de vertrouwelijke omgang met God, wanneer je je dit denken in structuren
eenmaal eigen gemaakt had? Wel, wat De Lange zelf betreft bleef die bestaan.
Daar was geen twijfel over moge-lijk. Hij ontbrak geen zondag in de kerk
en hij had een belangstelling voor bijbelse en theologische vragen als
geen ander.
Mens van formaat
Zo komt Harry de Lange mij voor ogen in de herinnering aan mijn begintijd
als predikant van de Haagse gemeente. Is dit voor een In Memoriam niet
allemaal wat erg lokaal en beperkt? Ik geloof van niet. Want zoals hij
in Den Haag opereerde, zo opereerde hij ook elders. In de ban van de gelovige
verantwoordelijkheid. In het spanningsveld tussen persoonlijk en gemeenschappelijk.
Hij bekleedde zeer vooraanstaande functies, in oecumenisch Nederland maar
ook internationaal, op Wereldraadsniveau. Hij nam belangrijke initiatieven,
zoals de oprichting van het Multidisciplinair Instituut voor Kerk en Samenleving.
Hij was nauw betrokken bij politieke meningsvorming op landelijk niveau.
Tegelijk was hij met woord en geschrift werkzaam op het zogenaamde grondvlak.
Hoeveel gemeente-avonden heeft hij niet verzorgd, voor hoeveel groepen
en groepjes is hij niet komen opdraven om de elementaire beginselen van
geloof & samenleving uiteen te zetten! Hij was daarin van een ongelooflijke
bereidwilligheid. Nee, niet alleen de Haagse gemeente is veel aan hem verschuldigd.
Andere gemeenten van de Broederschap zijn dat ook, ja, de Broederschap
als geheel - ik denk hier even aan zijn optreden in Algemene Vergaderingen.
Het is wonderlijk om iemand van een dergelijk formaat in een zo klein kerkgenootschap
te hebben. Dat is ook niet helemaal goed afgelopen. Over de remonstranten,
vooral in Den Haag, was hij de laatste 25 jaar van zijn leven vaak bitter.
H.J. ADRIAANSE, emeritus hoogleraar |
|
|
|
|
|
|
|
|