de Remonstrantse Broederschap
Normen en waarden en de vrijzinnigekerken
archief
webmaster
download deze jaarrede hier
Inleiding van Kathleen Ferrier, lid van de Tweede kamer voor CDA, 
als bijdrage aan het debat over ‘Waarden, normenen de last van het gedrag’

Algemene Vergadering van Bestuur 
5 juni 2004 in Utrecht

Zusters en broeders, 
in de brief van de Minister-President aan de voorzitter van de WRR, waarin hij verzoekt het vandaag ter discussie staande rapport te schrijven, noemt hij o.a. als vragen waar het rapport een antwoord op zou moeten geven: "wat is nu het belang van gemeenschappelijk waarden en om welke waarden gaat het dan vooral, welke zijn de conflicterende waarden en wat is de culturele dimensie van die waarden, wat zou er op beleidsmatig gebied moeten gebeuren en welke rol speelt de individualisering daarin?" 
Cruciale en urgente vragen, want, als ik vandaag de dag naar onze samenleving kijk, onze directe leefomgeving, dan word ik heel erg somber. 
We zien een samenleving waarin het "Ikke en de rest kan stikke" steeds meer opgang maakt. 
We zien een samenleving waarin mensen niet meer alleen maar, als op eilanden, langs elkaar heen leven, maar zich steeds meer bewust afwenden van elkaar. 
We zien een samenleving die verloedert en verslonst. 
Een antwoord op deze beangstigende, want zo durf ik het wel te noemen, tendens zou gelegen liggen in het terug brengen naar de samenleving, het opnieuw centraal stellen van waarden en normen. 
Een prachtig rapport is het resultaat, waarvoor allereerst mijn complimenten. 
Maar nu: wat doet de politiek ermee, wat kan de politiek ermee doen? 
Laat ik voorop stellen dat politiek - juist wat waarden en normen betreft - maar in zeer beperkte mate bepalend kan zijn in hoe deze ontwikkelen. 
Ik denk dat op weinig andere terreinen de politiek zo volstrekt machteloos zou staan zonder actieve betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld, als het terrein van waarden en normen. 
Maar via een aantal beleidsterreinen, instituties, kan de politiek wel wat. 
Ik noem er een paar: 
1. onderwijs 
We moeten de invloed van scholen op de ontwikkeling van kinderen niet overschatten (ik las onlangs dat slechts 15% van wat een kind als kennisbagage meeneemt in het leven, afkomstig is van school), maar het is natuurlijk wel de plek waar kinderen leren omgaan met elkaar, met verschillen in denken en doen, waar grenzen gelegd en omgangsnormen geleerd kunnen worden. Daarom vind ik het belangrijk dat scholen terug gaan naar de menselijke maat, de plek waar het kind centraal staat en waar ieder kind gekend wordt. En dan bedoel ik dat ook de thuissituatie van het kind gekend word. Dat dit gebeurt, kan de overheid met beleidsmaatregelen stimuleren. Het begint al met minder regels en meer ruimte voor scholen. 
2. families en gezinnen 
Een aangelegen CDA-onderwerp dat werkelijk niets meer met spruitjeslucht te maken heeft. Families en gezinnen zijn, of je het nu leuk vindt of niet, bepalend voor de toekomst van de samenleving, omdat volgende generaties daar gevormd worden. Families en gezinnen zijn de kleinste democratische gemeenschappen van de samenleving, heeft de VN gezegd. 
Daar worden kinderen wel grenzen gesteld, leren ze wat mag en wat niet mag, worden waarden en normen voorgeleefd en daardoor overgedragen, in gezinnen bepalen kinderen hun identiteit. Daarom moet je beleidsmatig gezinnen ondersteunen, en daarmee moet je niet wachten tot het fout gaat. Zie gezinnen als sociale partners en ondersteun ze waar nodig, financieel, door ze meer keuzevrijheid te geven (levensloopbeleid) en door tijdig opvoedingsondersteuning te geven, áls het wel fout dreigt te gaan. 
3. sportclubs 
Centrale plaatsen waar normen en waarden worden overgedragen, waar kinderen leiderschapskwaliteiten kunnen ontwikkelen, waar ze leren omgaan met winnen en verliezen en met het gezag van de scheidsrechter. 

Tot zover enkele beleidsterreinen waar op de overheid actief kan bevorderen dat waarden en normen een meer centrale plaats krijgen. 
Ik was aanwezig bij de presentie van dit rapport in Nieuwspoort. En de vraag die ik toen al niet kon laten te stellen, was hoe het mogelijk is, dat er in dit rapport niet of nauwelijks gerept wordt over de organisaties die misschien wel de allervoornaamste rol spelen in de samenleving als we het over waarden en normen hebben: de religieuze organisaties. 
Het antwoord dat ik toen kreeg was, dat het ging om regeringsbeleid en dat dus, in een land waar er een scheiding is van kerk en staat, het in zo'n rapport niet gaat over religie (overigens ben ik mij ervan bewust dat de Minister-President daar ook niet naar gevraagd heeft, hij vraagt naar de impact van cultuur en cultuur verschillen). 
Toch kan ik mijn daarin niet vinden. Ik denk dat een van de grote missers van paars geweest is, dat zij religie verbannen hebben naar het prive domein, naar een uurtje op de zondagmorgen of de vrijdagavond en daarmee hebben ze een cruciale fout gemaakt. De overheid dient religieuze ontwikkelingen te volgen. Net zoals men sociale of economische trends volgt, moet een overheid op de hoogte zijn van wat er gebeurt. Religie is immers voor grote groepen mensen in onze samenleving bepalend voor het algemene denken en doen. Ik vind dat de overheid religieuze trends moet volgen, niet in de eerste plaats om te controleren - hoewel we niet naïef moeten zijn en we natuurlijk niets tolereren wat vanuit religieuze organisaties of centra gepropageerd wordt dat niet in overeenstemming is met de grondwet - maar om juist deze plaatsen zoveel mogelijk te ondersteunen in hun bijdrage aan het opnieuw versterken van waarden en normen. 
Daarbij denk ik aan het ondersteunen van de activiteiten die een waardige inburgering van vele duizenden in ons land mogelijk te maken, activiteiten op diaconaal vlak waar het gaat om het voorkomen dat mensen wegglijden in criminaliteit en drugs. 
En ook aan activiteiten van kerken en religieuze organisaties die zich in zetten voor minder verslonsde en verloederde samenleving. 
Dit houdt natuurlijk niet in, dat er hiermee een eind zou moeten komen aan de scheiding van kerk en staat. Dat wil niemand, één van de belangrijkste peilers van onze democratie. 
Maar het gaat er om het belang en de enorme waarde van deze organisaties te erkennen en te stimuleren. Dat lijkt mij ook wel nodig in een tijd waarin er zo ongelooflijk negatief gesproken wordt over alles wat met het bijzondere en het religieuze te maken heeft. 

De premier vraagt de WRR op zoek te gaan naar de gemeenschappelijke waarden in onze samenleving. 
Ik, als christen-democraat, kom dan automatisch en ogenblikkelijk uit bij kerken. 
Kerken kunnen als geen andere maatschappelijke organisatie de verschillende die er zijn benoemen en als geen andere organisatie aangeven waar de gemeenschappelijkheid ligt, hoe groot de verschillen ook lijken te zijn en daarmee de bedreiging. 
Juist kerken kunnen, vanuit hun geschiedenis, de noodzakelijke impuls geven aan het debat over de altijd aanwezige spanning tussen gemeenschappelijkheid en verschil. 

Zusters en broeders, een van de meest opmerkelijke dingen aan het WRR-rapport vind ik de ondertitel: waarden, normen en de last van het gedrag. 
De last van het gedrag. Ik begrijp de verklaring van professor Scheltema: waarden en normen onderschrijft in principe iedereen wel, maar de discrepantie zit 'm in het gedrag. 
Maar toch: wat bedoelt men nu precies met de last van het gedrag? 
Bedoelt men het normoverschrijdend gedrag? 
Bedoelt men dat de mensen zich lastig gedragen? 
Bedoelt men dat mijn eigen gedrag een last voor mijzelf is of is het gedrag van een ander een last voor mij? 
Hoe dan ook, we hebben het over iets negatiefs een last. 
Misschien, zo bedacht ik mij, voeren we dit hele debat, veel teveel van uit een negatieve benadering. We moeten niet naïef zijn, maar we moeten er wel voor waken alles als een bedreiging, als een gevaar, of als een last te zien. 
Ik denk dat juist in het terugbrengen van het positieve elan, de kerken een belangrijke rol kunnen en - in het huidige tijdsbestek - ook moéten spelen. Zodat we kunnen spreken van waarden, normen en de vreugde van het gemeenschappelijk gedrag.

naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 06/06/2004