de Remonstrantse Broederschap
Spreken
archief
webmaster
Op 9 juni 2001 sprak de voorzitter van de Remonstrantse Broederschap, mevr. C.I.Th. Bierlaagh, onderstaande jaarrede uit.
Kort geleden werden de Edisons voor klassieke muziek uitgereikt. Het programma stond bol van allemaal belangrijke mensen die belangrijke dingen moesten zeggen. Er was muziek, maar niet alles viel in de smaak. En het ergste van alles, het programma liep enorm uit. De laatste inleider stal de show door zijn rede te beginnen met: ik zie dat het programma 40 minuten is uitgelopen, ik zal daarom mijn speech met 40 minuten inkorten. 
Ik zal dit goede idee volgen. Het is niet origineel, maar in een kerkgenootschap is bekend dat navolging een zeer goede zaak kan zijn. Met het oog op het seminar dat wij zojuist hadden en uw en mijn maatschappelijk belang (en dat van onze naasten) en onze behoefte aan vrije tijd na een inspannende werkweek zal ik dus mijn jaarrede beperken. 
Ik wil u een paar vragen stellen, zonder nu meteen de juiste antwoorden te kunnen geven.

De Remonstranten hebben geen goede pers. Als je de kranten moet geloven zijn de Remonstranten ten dode opgeschreven. Er is voor hen geen toekomst. Het mij overigens dierbare dagblad Trouw schrijft over onze Broederschap bij voorkeur in termen van ‘vergrijzend’ en ‘tot uitsterven gedoemd’. Ook in eigen kring hoor ik dit soort sombere geluiden maar al te vaak. De remonstranten hebben geen herkenbare identiteit, ze weten hun geloof niet naar buiten te brengen en ze weten jongeren niet te boeien. Geef het maar op, deze generatie zal de RB ten grave dragen. Laat de laatste remo het licht uitdoen. Maar is dit beeld correct?
Zou het niet eerder zo zijn dat veel remonstranten een levend geloof hebben, dat voor hen wel degelijk hun identiteit draagt maar dat zij niet naar elkaar toe durven of willen uitspreken? Het in getuigende zin praten over geloof is niet bepaald onze sterkste kant. Als remonstranten iets te vieren hebben zorgen ze ervoor dat een violist, een verteller of een diavoorstelling hun kerkdienst opluistert. Er komt geen extra speciale liturgie, maar kunst. Kunst in plaats van God. Is dat nou logisch voor een kerkgenootschap?
Nog zo’n situatie. Onze eind maart gehouden algemene vergadering van beraad in de Bijlmer in Amsterdam had tot doel contact te leggen met kerken van culturele minderheden. Het was een stimulerende en ontmoetende bijeenkomst die helder illustreerde hoe moeilijk het voor remonstranten is in het openbaar te getuigen van een geloof in een levende God, laat staan daarover te zingen, dansen en juichen. 
De indruk dringt zich op dat Remonstranten hun geloofsbelevenis - die vaak zeer wezenlijk voor ze is - scheiden van hun activiteiten in hun geloofsgemeenschap. Maar wel zijn er in alle gemeenten een vrij grote groep vrijwilligers die ten koste van veel tijd en geld kerkelijke activiteiten opbouwt. Gevraagd naar hun persoonlijk geloof blijft het stil: daarmee heeft niemand iets te maken, en het blijkt moeilijk om er woorden voor te vinden.
Dat zelfde geldt ook binnen de bestuursorganen. Er wordt beleefd, betrokken en intelligent gediscussieerd, zo veel mogelijk zonder emoties. U en wij, bestuurder binnen onze RB weten dat ook bij het besturen van een kerkgenootschap spiritualiteit nodig is. Maar spreken we daar vandaag over? Nee, zeker niet waar anderen bij zijn. Zelfs niet over het feit dat we allen geloven en dat dat iets met ons doet. De onderlinge tolerantie is groot, een tolerantie die met geloof te maken heeft en steunt op de door ons, leden, ondertekende beginselverklaring. Maar we doen onszelf tekort als we niet openlijk over persoonlijk geloof spreken, en we zien daarmee te vaak af van een eigenzinnige, frisse benadering die zo nodig de kont tegen de krib gooit. Individualisme en rationalisme: zo rationaliseren we onszelf dood.

In onze samenleving ontmoeten wij dagelijks mensen die behoefte hebben aan waardegeving en spiritualiteit die velen van ons in onze RB hebben gevonden. Is het dan geen tijd om onze spiritualiteit naar buiten uit te dragen en duidelijk te maken dat we een christelijke kerk zijn, en dat we daarvoor gaan? Op de ons eigen rationele wijze wordt hard gewerkt aan een beleidsplan. De commissie die zich daarmee bezig houdt doet moeilijk en goed werk. In deze vergadering zult u daar meer over horen. Maar papier en harde schijf is geduldig, we hebben vaker plannen gemaakt en alleen een plan en veel inzet is naar mijn ervaring niet voldoende om nieuw elan in een gemeenschap te krijgen. Voor nieuw elan is het soms nodig de kont tegen de krib te gooien. Er zal nog veel gesproken moeten worden, maar ik hoop op een drieslag: 

  • een rationele kant door in te spelen op de breed levende intellectuele wensen naar kennis door kennis regionaal aan te bieden, 
  • nieuwe diaconale activiteiten en
  • het scheppen van nieuwe mogelijkheden op het gebied van spiritualiteit en persoonlijke retraite. 
  • Daarbij is landelijke ondersteuning en inspiratie nodig om te zorgen dat de gemeenten levendige en inspirerende gemeenschappen blijven. De vraag hoe we dat moeten organiseren is een hele lastige, en daarover is het laatste woord nog niet gezegd.

    Zo moeilijk als het spreken over de eigen geloofswereld is, zo vaak heeft de RB van zich laten horen op maatschappelijke en politieke terreinen. Ik heb al gezegd dat ik erg gelukkig ben met het feit dat op een zo korte termijn een seminar heeft kunnen plaatsvinden over het grote probleem van mkz en het landbouwbeleid. Ik vind het een grote prestatie dat dit seminar zo soepel is georganiseerd. En wij hebben vandaag met zijn allen 1,5 uur in onze drukbezette algemene vergadering ingeruimd. Dat tekent onze interesse en betrokkenheid.
    Tot dusverre heeft de RB een traditie van maatschappelijke betrokkenheid opgebouwd, daarmee innerlijke tegenstellingen oproepend die tot de dag van vandaag herkenbaar zijn voor wie zich de gevoeligheden herinnert. Een tijd lang heeft de Broederschap zich daarna relatief buiten maatschappelijke discussies gehouden. De vraag op welke vragen de kerk moet reageren en op welke momenten hij zich in het debat moet mengen ligt tegenwoordig weer helemaal open. Communicatie is het toverwoord. 
    Binnen de RB is een kleine actieve e-mailgroep.Een aantal predikanten en betrokken leden voorzien elkaar spontaan van reacties op kerkelijke en maatschappelijke gebeurtenissen, en  proberen daarmee invloed uit te oefenen op het landelijk beleid van de kerk. De remonstranten hebben daarmee een echte actie c.q. pressiegroep. De invloed van de IcT in onze netwerksamenleving, om het in Haags jargon te zeggen. Ik hoop dat deze groep zich kan ontwikkelen tot een groeiende groep meelevende remonstranten en andere vrijzinnigen, die kritisch blijft meedenken over de keuzes die de RB moet maken. Ik zie daarbij ook een rol voor het convent van predikanten. Ik hoop dat deze groep zich, liefst op een nieuwe manier, zich zo gaat engageren aan de beleidsrichting van de RB. Een sprekende, zo niet spraakmakende achterban, dat is wat ik graag zou zien. 

    Dat neemt niet weg dat verschillend wordt gedacht over de vraag of een kerkgenootschap iets kan bijdragen in het publieke debat. Ik denk dat de huidige technologische en sociale werkelijkheid waarin we leven steeds nieuwe vragen oproept, waarop ook in vrijzinnig christelijke zin antwoorden moeten worden gegeven. Onze stem past in het koor van de andere vrijzinnige stemmen. Terzijde: het valt me telkens weer op dat in de pers met de  kerk altijd de Katholieke Kerk wordt bedoeld, en met de kerken de SOW-kerken… Ik denk dus dat het goed is ons te mengen in het publieke debat als we echt een mening hebben over maatschappelijke vragen. We moeten daar wel met zelfinzicht mee omgaan. Een probleem moet van verschillende kanten belicht zijn om een beredeneerde mening te vormen. Vooral niet reageren om het reageren. Maar ik voel ook niets voor het bekende licht onder de korenmaat. Wij zijn een klein kerkgenootschap met een oude traditie, met waarden waarop we trots zijn. Wij zijn een betrouwbare partner in de vrijzinnigheid met de andere vrijzinnige groepen. Er bestaat bij veel mensen behoefte aan gevoed te worden uit een Christelijke levensovertuiging met aandacht voor verdraagzaamheid, ruimte en vrijheid, misschien zonder zich via een lidmaatschap aan een club te binden. De Remonstrantse Broederschap heeft zonder enige twijfel bestaansrecht, welke kwalificaties er ook over worden gebruikt. Vergrijzing? Je bent zo jong als je je voelt en de drogist levert tegenwoordig kleurstoffen, die je jaren jonger maken. Ten dode opgeschreven, tot uitsterven gedoemd? Niet in onze tijden.

    Laten we dus proberen om, in persoonlijke contacten maar ook elders, meer dan tot dusverre hardop te spreken over God, over geloven, en over onze vrijzinnige insteek op maatschappelijke vragen. Zo simpel ligt dat. Gewoon doen.
    Ik dank u.

    naar boven


    voor het laatst bijgewerkt: 09/07/2001