|
Remonstrantse Broederschap
Secularisering - een zegen voor
de kerken
|
archief
webmaster download deze Jaarrede hier |
||||||||
|
|
|||||||||
| Precies 75 jaar geleden publiceerde de remonstrantse theoloog
G.J. Heering het boek De zondeval van het Christendom.
Met de titel verwees hij naar de vierde eeuw na Christus toen het christendom onder Constantijn de Grote staatsgodsdienst werd. In korte tijd veranderde de uiterst kritische houding tegenover de staat en vooral tegenover geweld in een nauwe band met de staat en een rechtvaardiging van de oorlog. Sindsdien waren christendom en de westerse staten sterk verbonden. Oorlog werd voor christenen een gangbaar middel van staatspolitiek waartoe met regelmaat werd overgegaan - ook met een beroep op christelijke waarden - zoals we rond Irak weer hebben gezien. In de afgelopen decennia is in Nederland de maatschappelijke rol van de kerken veranderd. Veel mensen verlieten de kerken. De maatschappelijke en politieke macht en invloed van de kerken en van christelijke organisaties werd geringer. Dit seculariseringsproces vond in de twee paarse kabinetten een symbolische bevestiging. Vanuit kerkelijke hoek wordt deze secularisering doorgaans betreurd;
onlangs nog door kardinaal Simonis die (in Volzin) klaagde dat katholieke
politici te weinig naar hem luisterden. Ik deel die klaagzangen niet. Secularisering
is juist goed voor de staat. De overheid dient los te staan van de kerkelijke
macht; in een pluralistische samenleving past geen staatskeuze voor bepaalde
geloofsovertuigingen. Met humanistische denkers als Paul Cliteur en August
Hans den Boef pleit ik voor een consequente secularisering van de staat.
Belangrijker is dat secularisering ook een zegen is voor de kerken.
Ook al kunnen en willen we niet terug naar de periode van voor de zondeval
- Heering's boek is een nog steeds actuele waarschuwing voor de ontaarding
van het christendom zodra het verbonden wordt met staatsmacht.
In een seculiere samenleving zijn de kerken niet meer verbonden met macht. Hun bijdrage wordt op basis van de inhoud beoordeeld. Er wordt niet meer naar de kerken geluisterd omdat zij een grote achterban hebben of gezag over hun leden, maar omdat (en voorzover!) zij een inhoudelijke bijdrage leveren die in het debat gehoord moet worden. Maatschappelijke activiteiten van de kerken verdienen steun voorzover ze een waardevolle bijdrage leveren aan de samenleving, bijvoorbeeld in de opvang van vreemdelingen. Ook in een seculiere samenleving kunnen de kerken een belangrijke rol spelen, maar dan wel dankzij de kwaliteit van hun werk. Geen privatisering van de godsdienst.
Een kerk die geworteld is in het evangelie en God wil eren en dieren
heeft een opdracht in de wereld. De remonstranten hebben die opdracht altijd
langs twee wegen vormgegeven. Ze hebben een grote nadruk gelegd op de individuele
verantwoordelijkheid van de gelovigen, maar daarnaast heeft de geloofsgemeenschap
ook een eigen verantwoordelijkheid. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de gangbare
remonstrantse formulering voor de uitzending aan het eind van de eredienst
"Aanvaarden wij onze verantwoordelijkheid voor onze geloofsgemeenschap,
haar taak in de wereld en haar noden".
Kwaliteit
Een eerste vereiste is natuurlijk dat kerken duidelijk herkenbaar en vindbaar zijn. Rond de gezamenlijke herkenbaarheid en vindbaarheid van de vrijzinnige kerken is het afgelopen jaar veel gebeurd, met initiatieven als Zinweb en de succesvolle gezamenlijke Beraadsdag. De sterk verbeterde onderlinge verhoudingen tussen de kleine kerken geeft vertrouwen dat we ook in de toekomst meer gezamenlijk kunnen optrekken en dus beter herkenbaar kunnen zijn. De herziening van onze eigen huisstijl en van de remonstrantse website zijn in volle gang, hopelijk kunnen beide nog dit kalenderjaar worden afgerond. De inhoudelijke kwaliteit van ons werk moet allereerst tot uitdrukking komen in eredienst en pastoraat. In een tijd waarin overal professionalisering wordt geëist, dienen de kerkdiensten kwalitatief hoogwaardig te zijn, met een eigentijdse en spirituele liturgie en een theologisch verantwoorde overweging. Ook in het pastoraat is kwaliteit vereist. Daarom wordt hard gewerkt aan een betere toerusting van zowel vrijwilligers als professionals, ik noem de opleiding en nascholing van pastores, de werkdag liturgie en de in het beleidsplan genoemde activiteiten rond oefening van spiritualiteit. Die kwaliteit is ook van belang wanneer kerken zich richten op maatschappelijke
vragen.
Belangrijker nog is de praktische diaconale taak. Voor mij is het wezenlijk dat een christelijke geloofsgemeenschap praktisch werkzaam is in de samenleving, dat we aan diaconaat doen - dichtbij en veraf. Natuurlijk ligt de primaire verantwoordelijkheid bij de individuele kerkleden. Maar we kunnen de maatschappelijke taak van de kerken niet daartoe reduceren; ook de kerken als geheel hebben een opdracht. Zelfs van atheïsten krijgen we te horen dat onze bijdrage aan praktische ondersteuning van armen en vreemdelingen - helaas - onmisbaar is in de huidige samenleving. Dat maakt ons soms tot lastige gesprekspartners voor de overheid; juist onze praktische inzet maakt het voor de overheid moeilijk de kritiek op het beleid zonder meer naast zich neer te leggen. Willen we werkelijk waarmaken dat we God eren en dienen, dan kunnen we niet anders dan dat ook in praktische activiteiten en soms in kritiek op de overheid tot uitdrukking brengen. In het afgelopen jaar is in veel gemeenten naar aanleiding van de 2
% regeling intensief gesproken over de diaconale taak rond ontwikkelingsvraagstukken.
Een dergelijke bezinning, zoals ook die in het ochtendgedeelte, is uitermate
waardevol, omdat alleen daardoor het diaconaal besef levend blijft en op
eigentijdse wijze gestalte kan krijgen. Vanmiddag gaan we hierover een
besluit nemen; maar uitgangspunt zal daarbij mijns inziens moeten zijn
dat de diaconale taak als zodanig niet ter discussie staat; de vraag is
hoe we daaraan het beste gestalte kunnen geven in de huidige samenleving.
|
|||||||||
| naar boven | |||||||||
|
voor het laatst bijgewerkt: 05/06/2004 |
|||||||||