de Remonstrantse Broederschap
Normen en waarden en de vrijzinnigekerken
archief
webmaster
download deze jaarrede hier
Inleiding van Wibren van der Burg, voorzitter van de Remonstrantse Broederschap, voor het debat over ‘Waarden, normen en de last van het gedrag’

Algemene Vergadering van Bestuur 
5 juni 2004 in Utrecht

Het WRR-rapport 'Waarden, normen en de last van het gedrag'is een prachtig rapport. Maar het heeft een opmerkelijke blinde vlek. Het besteedt nauwelijks aandacht aan de religieuze inbedding van normen enwaarden. Toch is die wezenlijk bij actuele thema’s als hoofddoekjes, vrouwenbesnijdenis,of recent weer de polio-vaccinatie.
  Normen en waarden zijn nauw verbonden met iemands levensbeschouwing,maken daar intrinsiek deel van uit. Kerken en moskeeën zijn belangrijke werkplaatsen van moraal, waar over normen en waarden wordt gesproken in het licht van bredere levensvisies. Meestal bevestigt een godsdienst slechtsbreed gedeelde normen, zoals het verbod op moord en diefstal. Soms gaat het verder; de islamitische afwijzing van alcohol biedt bijvoorbeeld een waardevol, kritisch perspectief op het onderschatte probleem van alcoholmisbruik. Soms ook speelt religie een negatieve rol, bijvoorbeeld wanneer orthodoxemoslims en christenen gelijke rechten voor vrouwen afwijzen.
 Kerken hebben dus een eigen verantwoordelijkheid in het debatover normen en waarden. Hoe kunnen wij – in het bijzonder de vrijzinnigekerken – die op een goede manier invullen?
 Ik zie drie taken voor de kerken. Allereerst ethische bezinningen dialoog. Rond veel actuele vragen bieden overgeleverde normen weinighouvast. Ik denk aan de keuzes rond het levenseinde, maar ook aan vragenrond biotechnologie en globalisering. Kerken kunnen ruimte bieden voorethische bezinning – intern en in de samenleving als geheel. Zij mogendaarbij ook een inhoudelijke handreiking bieden door die vragen systematischte doordenken vanuit een christelijke levensbeschouwing. Zo’n levensbeschouwelijkedoordenking is ook nodig voor een echte interreligieuze dialoog. 
 Een tweede taak is de ondersteuning van moreel juist gedrag.Vaak weten we wel wat we moeten doen, maar we doen het niet – door luiheid, gemakzucht, of wat voor reden ook. 
Het WRR-rapport ziet het gedrag ook als het centrale probleem. Een godsdienstige overtuiging kan mensen motiverenom in hun leven aan de daarmee verbonden normen vast te houden. Kerkdiensten, kringen en pastoraat geven daarbij aanvullende inspiratie en kracht om vol te houden.
 De derde taak is het praktisch werk. Moraal is vooral een kwestievan doen. Kerken leveren een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit vande samenleving – onder meer via diaconaat en pastoraat, via ontwikkelingssamenwerkingen opvang van vluchtelingen. Wij kunnen en moeten al iets waarmaken vandat Koninkrijk Gods, die betere samenleving. Het is naar remonstrants besef immers niet alleen een kwestie van genade, maar ook van de eigen verantwoordelijkheidvan de gelovige.

Drie taken dus: ethische bezinning, ondersteuning van het gedrag en praktisch werk – is dat het? Nee, dat is niet alles.
 Want er is nog een fundamenteler punt. Het christendom doet meerdan normen en waarden ontwikkelen, ondersteunen en praktiseren. Het plaatstze ook in een breder kader – in het licht van het Koninkrijk Gods. Daardoorkrijgen onze normen en waarden een andere inkleuring en andere accenten.Gods woord wil immers deze wereld omgekeerd, zoals Huub Oosterhuis hetuitdrukt.
 Hier komen we op de primaire taak van de kerken. Wij leven – als het goed is – vanuit een andere levenshouding, vanuit een andere visie op de samenleving. We kunnen ons niet neerleggen bij onrecht of bij eeneenzijdig materialistische levensoriëntatie. Daarom houden we onszelf steeds weer een kritische spiegel voor, om ons telkens weer bewust te worden dat het anders kan en anders moet. En van daaruit kunnen we niet anders dan ook de samenleving en de overheid zo’n kritische spiegel voor te houden. 
 Ik noem daarvan enkele voorbeelden. Onze samenleving kent, collectief en individueel, een sterke oriëntatie op het eigen belang. Het evangelie stelt daar een andere oriëntatie tegenover: een openheid voor anderen en een keuze voor de zwakkeren. In dit licht moeten de kerken blijven opkomenvoor een humaan vreemdelingenbeleid en protesteren tegen een klimaat waarinimmigranten zich maar helemaal aan ons moeten aanpassen. 
 In het verlengde daarvan past een pleidooi voor tolerantie. De humanist Paul Cliteur verklaarde onlangs: “verdraagzaamheid is geen deugd”.Voor remonstranten is het dat juist wel. Verdraagzaamheid is een noodzakelijk smeermiddel voor een vreedzaam samenleven, en ook principieel van grote betekenis. In het debat over normen en waarden verdient herwaardering van tolerantie misschien wel de grootste prioriteit.
 Een derde punt is de heersende ideologie van eigen verantwoordelijkheid.Vrijzinnigen kunnen een pleidooi voor vrijheid en verantwoordelijkheid van harte ondersteunen. Maar zij weten ook dat het slechts een ideaal is. Sommige burgers zijn helaas niet in staat om volledige verantwoordelijkheid voor hun eigen leven te dragen, en zullen ook nooit daartoe in staat zijn. Bij de huidige pleidooien voor eigen verantwoordelijkheid past daarom eenkritische waarschuwing: het mag er niet toe leiden dat de zwakkeren uit de boot vallen.
 Drie voorbeelden van waar vrijzinnige kerken een tegendraadsgeluid moeten laten horen. Naar mijn idee is dat evenzeer een bijdrageaan het debat over normen en waarden. Immers, een debat is alleen mogelijk als er ook een tegengeluid is als kritiek op het dominante geluid.

Wibren van der Burg is voorzitter van het landelijk bestuur van deRemonstrantse Broederschap en ethicus en rechtsfilosoof aan de Universiteitvan Tilburg

Het WRR-rapport 'Waarden, normen en de last van het gedrag' (WRR-68) is vanaf deze website in pdf-vorm te downloaden door hier te klikken (2,38 Mb, 297 pag.).
 

naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 05/06/2004