|
Inleiding
Het afgelopen jaar was voor de remonstranten een vruchtbaar jaar. Onze
hoogleraar, Marius van Leeuwen, publiceerde een prachtig boek, Van
feest naar feest. Het landelijk bureau organiseerde een groot aantal
cursussen en lezingen voor de gemeenten en daarnaast verschillende succesvolle
landelijke activiteiten zoals de remonstrantenlezing met een ongekend grote
opkomst en het weekend voor ouders met jonge kinderen. Het verlies aan
leden en vrienden is dit jaar beperkter dan in voorgaande jaren. Veel gemeenten
zien een bescheiden opleving in het bezoek aan kerkdiensten en andere activiteiten.
Ook bestuurlijk gebeurde er veel. Ik noem de initiatieven voor meer
vrijzinnige samenwerking, het vrijwel afronden van de pensioenoverdracht,
de gesprekken met alle predikanten door de sectie personeel. Er kwam een
nieuwe huisstijl en een prachtige nieuwe folder.
Maar één ding springt er natuurlijk uit. Dat is het boek
Wij
geloven – wat geloven wij? Het boek leidde tot intensieve gesprekken
over het geloof – gesprekken die ook de komende jaren hopelijk zullen doorgaan.
Het boek mondt uit in een Proeve
van belijden. Over hoe we bestuurlijk daarmee verder gaan, spreken
we vandaag uitgebreider. Maar los daarvan is het van groot belang dat de
auteurs geprobeerd hebben op een eigentijdse manier te verwoorden wat vrijzinnig
geloven inhoudt. Niet als een stok om te slaan, niet als een maatstaf waaraan
mensen worden getoetst, zoals in sommige andere kerken. Maar als
een inspirerende, uitdagende en misschien soms ook irriterende tekst die
ons uitdaagt om na te gaan wat we zelf geloven. Als zelfbewuste remonstranten,
die niet slechts aangeven wat we niet zijn, maar ook durven te verwoorden
waarvoor we wel staan – hoe voorlopig onze formuleringen ook zijn.
Positieve formuleringen
De Proeve van belijden past in een bredere tendens in het vrijzinnig
christendom, in een omslag van een negatieve en terughoudende benadering
naar een positieve, zelfbewuste. Vrijzinnig zijn wordt vaak negatief gedefinieerd:
‘We zijn niet orthodox, niet dogmatisch, we kennen geen bindende belijdenissen
en geen kerkelijke hiërarchie’. Het is allemaal waar, maar het is
niet genoeg. Dit geeft ons onvoldoende herkenbaarheid. Het is noodzakelijk
om de term vrijzinnig een positieve inhoud te geven.
Natuurlijk bestaat er veel verscheidenheid onder vrijzinnigen. Sommigen
houden vast aan de klassieke christelijke belijdenissen en traditionele
kerkdiensten. Anderen noemen zich religieus humanist en hebben niet zoveel
met kerken. Maar toch heeft de brede stroming wel degelijk veel gemeenschappelijks.
Ik wil hier zeven kenmerken van vrijzinnig christendom noemen en kort bespreken.
Een opmerking vooraf. Elk van die kenmerken heeft twee kanten. Vrijzinnig
duidt op een houding, maar ook op een inhoud. Te vaak wordt vrijzinnig
zijn alleen gezien als houding, maar dan is het risico dat het al
snel nietszeggend wordt. Daarom is een inhoudelijke doordenking nodig.
Alleen dan kunnen we tot een werkelijk positieve invulling komen van wat
vrijzinnig is.
1. Vrijheid en verantwoordelijkheid
Het meest kenmerkende uitgangspunt is de nadruk op vrijheid en verantwoordelijkheid.
Vrijzinnig is volgens Han Adriaanse “wie aan individuele gelovigen de bevoegdheid
toekent om zelf over aard en inhoud van hun geloof te beslissen.”
De mens is voor vrijzinnigen het vertrekpunt van geloven, maar niet
het eindpunt. De menselijke vrijheid dient begrensd en ingevuld te worden
op een verantwoordelijke manier. Die invulling van de vrijheid staat voor
de vrijzinnige christen in het perspectief van een religieuze dimensie
- in het perspectief van het evangelie. De beweging vanuit de mens naar
het geloof komt prachtig tot uitdrukking in de Proeve van belijden.
Deze begint, anders dan traditionele belijdenissen, met een inleiding
over de mens, en komt van daaruit tot de formulering van een aantal christelijke
noties.
2. Persoonlijk doorleefd geloof
In het verlengde van het vorige kenmerk ligt de nadruk op een persoonlijk
doorleefd geloof. Vrijzinnigen zijn huiverig voor het vastleggen van een
geloofsinhoud in geschriften en dogma’s. Daarom noemen zij zich ook vaak
‘niet-dogmatisch’. Deze term vind ik echter minder gelukkig.
Allereerst is ze alleen maar negatief. Vrijzinnig is meer dan dat men
niet aan dogma’s hecht – dat doet de agnost ook. En bovendien suggereert
het dat de geloofsinhoud niet van belang is. Maar ook vrijzinnigen staan
voor de opgave een eigen visie op geloven te ontwikkelen en zo goed
mogelijk te verwoorden. Het typisch vrijzinnige bestaat er niet in dat
vrijzinnige theologen en gelovigen helemaal geen dogmatiek hebben, maar
dat ze daarmee op vrijzinnige wijze omgaan. Iedere poging om het wezenlijke
van het eigen geloof te formuleren, is voor hen altijd een voorlopige,
die voor kritiek en discussie vatbaar is en die niemand mag binden.
Daarom vermijd ik liever de term niet-dogmatisch en vervang deze door
een positieve karakteristiek - de nadruk op een persoonlijk doorleefd geloof.
Daarom erkennen we dat er meerdere wegen zijn om het eigen geloof te ontwikkelen.
Dat vraagt om een pluriforme geloofsgemeenschap.
3. Openheid voor kritiek en voorlopigheid van (geloofs)uitspraken
Vrijzinnigen zijn vaak, zoals gezegd, terughoudend in het spreken over
geloof. We willen iedereen ruimte geven voor een eigen geloofsbeleving.
Maar die terughoudendheid is in deze tijd minder wenselijk. Als je zelfs
niet probeert het eigen geloof onder woorden te brengen, kun je er
ook niet kritisch over nadenken en het aan anderen overdragen. In tijden
van secularisering leidt dat tot verarming van het geloof en achteruitgang
van de kerken.
Daarom dring ik aan op vrijmoedig spreken over geloof. Een vrijzinnige
moet voluit durven staan voor waar zij in gelooft en voor wat zij in praktijk
brengt. Maar zij dient dit in alle voorlopigheid en openheid te doen.
4. Praktische spiritualiteit
In de vrijzinnigheid ligt vanouds meer de nadruk op de geloofspraxis
dan op de geloofsleer. Het gaat om de persoonlijke spirituele of mystieke
ervaring, om de ethische praktijk en de verbinding tussen beide. Dat betekent
niet dat we de geloofsinhoud kunnen verwaarlozen – daar ben ik zojuist
op ingegaan. Maar het accent ligt uiteindelijk op de spirituele ervaring,
de gelovige gemeenschap en de ethische praktijk. Deze nadruk op de praktijk
past goed bij de wijze waarop velen tegenwoordig hun geloof beleven. In
die zin is vrijzinnig geloven bij uitstek eigentijds geloven.
5. Openheid voor cultuur, wetenschap en samenleving
Vrijzinnigen zijn van oudsher op allerlei manieren actief in de samenleving.
Ze stonden open voor de moderne cultuur en wetenschap, in plaats van zich
daar kritisch tegen af te zetten. Er werd en wordt veel aandacht besteed
aan kunst, aan literatuur en schilderkunst.
Maar misschien moeten we ons wel afvragen of we niet erg eenzijdig
gericht zijn op de klassieke ‘hoge’ cultuur. Spreken we nog wel de taal
van de moderne zapcultuur en rapmuziek? Staan we ook open voor de inbreng
uit immigrantenculturen, voor GTST en Star Wars? Willen we midden in de
samenleving staan, dan kunnen we daar niet omheen.
6. Gelijkwaardigheid van iedereen: mannen en vrouwen, homo’s en
hetero’s
Vrijzinnigen erkennen in hun kerk en daarbuiten de principiële
gelijkwaardigheid van alle mensen. Van mannen en vrouwen, van homo’s en
hetero’s. Daarom kennen wij vrouwelijke predikanten en zegenen we homorelaties.
Laten we hierin overigens niet te zelfgenoegzaam zijn. Zolang in kerkenraden
de overgrote meerderheid van voorzitters en penningmeesters mannen zijn
en vrouwen vooral secretaris zijn en zich met de koffie bezig houden, zijn
we er nog echt niet. En ik noem, met enige aarzeling, het woord Broederschap
– dat overigens niet alleen vanwege de associatie met mannen, maar ook
in toenemende mate vanwege de associatie met esoterische groepjes en fundamentalisten
voor verwarring zorgt. Ik hoop van harte dat we daar bij de komende kerkordewijziging
nu eindelijk een oplossing voor vinden.
7. Staand in de christelijke traditie maar open voor andere tradities
De eerste zes kenmerken gelden evenzeer voor vrijzinnige stromingen
in andere godsdiensten, maar het zevende en laatste niet. Deze volgorde
is geen kwestie van prioriteit, integendeel. Voor mij staat het christendom
juist voorop. Vrijzinnig is immers een bijvoeglijk naamwoord. Vrijzinnigheid
is steeds een variant van een overtuiging: vrijzinnig christendom, vrijzinnige
islam, vrijzinnig-democraten.
Het is natuurlijk ondoenlijk om in enkele zinnen de rijkdom van de
christelijke traditie recht te doen. Ik zal het dan ook niet proberen.
Maar ik maak twee opmerkingen. Als we in de christelijke traditie staan,
vraagt dit van ons dat we daarmee ons ook inhoudelijk verstaan. Daarom
vind ik de kracht van de Proeve van belijden dat ze, op een eigentijdse
wijze, ingaat op de traditionele thema’s van de christelijke dogmatiek.
Vrijzinnigen staan volop in de christelijke traditie, maar claimen
daarvoor niet het alleenrecht. Daarom staan ze open voor de rijkdom van
andere religieuze tradities. Dat gaan we komend jaar hopelijk in praktijk
brengen met interreligieuze gesprekken in het kader van ons jaarthema Wederzijds.
Zelfbewust vrijzinnig
Ik heb een voorzet willen doen voor discussie. Ik hoop dat deze
u inspireert om positief te verwoorden wat voor ú kenmerkend
is voor vrijzinnigheid of voor de remonstrantse traditie. Laten we zelf-bewust
worden: bewust van wie we zijn en waar we voor staan.
De vrijzinnig-christelijke traditie is een waardevolle traditie. Zij
verdient het om voortgezet te worden. Ze past bij een eigentijdse manier
van geloven. Daarom dienen vrijzinnigen ook zelfbewust te zijn in een tweede
betekenis: vol zelfvertrouwen en strijdbaar. Juist in deze tijd zijn vrijzinnige
opvattingen nodig, maar we moeten die dan wel durven uitdragen.
Bij zelfbewustzijn hoort ook dat je je zwakke kanten onderkent. Ik
heb al enkele daarvan genoemd. Eigenlijk zijn het bijna allemaal keerzijden
van de sterke kanten:
-
Vrijzinnigen weten goed dat ieder spreken voorlopig is, maar lopen daardoor
het risico ten onrechte te zwijgen.
-
Ze dreigen het begrip ondogmatisch te misbruiken als ze denken dat dit
hen ontslaat van de plicht om hun geloofsinhoud op een eigentijdse wijze
te verwoorden.
-
Ze komen op voor vrijheid en ruimte, maar dreigen daardoor in de vrijblijvendheid
af te zakken.
Twee zwakke punten, twee paradoxen, staan volgens mij centraal. In het
belang van een bloeiende toekomst moeten we die problemen erkennen en aanpakken:
-
Omdat vrijzinnigen niet willen evangeliseren en bekeren, zijn ze aantrekkelijk
voor zoekenden, voor ‘spirituele nomaden’. Maar juist omdat ze dat niet
doen, weten die spirituele nomaden hen niet te vinden.
-
Vrijzinnige, open geloofsgemeenschappen passen goed bij postmoderne mensen
die zich niet willen binden. Maar juist die postmoderne mensen wensen zich
niet te binden, lid of vriend te worden en zich in te zetten voor de geloofsgemeenschap.
Gevolg: te weinig geld, leden en kader.
Het antwoord op de eerste paradox is dat vrijzinnigen moeten leren zelfbewust,
zichtbaar en herkenbaar te zijn zonder te evangeliseren. Daar zijn we bestuurlijk
de laatste jaren druk mee bezig.Minstens zo belangrijk is dat ook individuele
remonstranten hun schroom kwijtraken.
Het tweede probleem is lastiger. Maar ook hier kan meer zelfbewustzijn
ons helpen om in ieder geval een deel van de belangstellenden over de drempel
te helpen. Vaak zijn we daarin te terughoudend. Misschien is het een goed
idee om de komende jaren zoals we dat ook met studentenwerk hebben gedaan
een best practices inventarisatie ten aanzien van leden- en vriendenwerving
te ontwikkelen.
Ik rond af. Het vrijzinnig christendom heeft toekomst. Maar dan zullen
vrijzinnigen wel zelfbewust moeten worden. Weten waar we voor staan, durven
dat uit te dragen. Onze zwakke plekken onderkennen en waar mogelijk ombuigen
tot een positieve kant. Dan heb ik er alle vertrouwen in dat de ontwikkeling
in het ledental dit jaar niet een eenmalige uitschieter is, maar het begin
van een ombuiging van de trend. Laten we daar allemaal hard aan werken.
Stellingen
-
Het is noodzakelijk om de term vrijzinnig-christelijk een positieve inhoud
te geven en niet te volstaan met negatieve aanduidingen en begrippen als
ruimte.
-
De uitdrukking niet-dogmatisch is daarom geen goede vervanging voor het
woord vrijzinnig.
-
Vrijzinnigen moeten hun traditionele terughoudendheid in het spreken over
geloof laten varen en vrijmoedig leren spreken.
-
Vrijzinnigen moeten zich sterker richten op de populaire cultuur, op immigrantenculturen
en jongerenculturen; ze moeten leren zappen en rappen.
-
Vrijzinnigen moeten zelfbewust zijn – we hebben een goed verhaal en een
inspirerende traditie, die goed kunnen passen bij deze tijd.
-
De eerste paradox van de vrijzinnigen is dat we door onze pluriformiteit
en openheid en onze afkeer van opdringerige evangelisatie goed passen bij
zoekers, bij ‘spirituele nomaden’, maar dat we juist daardoor voor hen
vaak onzichtbaar zijn.
-
De tweede paradox van de vrijzinnigen is dat we goed passen bij postmoderne
gelovigen, maar dat juist zij zich niet gemakkelijk binden en inzetten
voor het voortbestaan van die vrijzinnige geloofsgemeenschappen.
Wibren van der Burg is voorzitter van het landelijk bestuur van de Remonstrantse
Broederschap. In oktober verschijnt van zijn hand het boek Over
godsdienst, moraal en politiek. Een vrijzinnig alternatief (Ten
Have) |