| archief
webmaster |
![]() |
|||||||||||||||
|
voorzitter van het landelijk bestuur van de Remonstrantse Broederschap Algemene Vergadering van Bestuur
|
||||||||||||||||
Oecumene, samenwerking – en ons eigen geluid in kerk en maatschappijInleidingGeachte afgevaardigden,
In het afgelopen jaar nam de landelijke organisatie
afscheid van haar zeer dierbare Algemeen Secretaris mevrouw Mijnke Bosman.
De CoZa maakte zich op voor een nieuwe periode. Tot 1 maart dit jaar was
op interim-basis Rob Esveld tijdelijk als algemeen secretaris actief, vanaf
1 maart hebben we in Tom Mikkers onze nieuwe Algemeen Secretaris. In een
buitengewone Algemene Vergadering van Bestuur, begin dit jaar in Utrecht
heeft u hiertoe besloten en hem met veel enthousiasme in zijn nieuwe functie
verwelkomd. Wij kunnen nu vaststellen dat hij gedreven en enthousiast uitvoering
geeft aan zijn taak en zijn contacten met u.
Een belangrijk punt uit Halverwege is de naam van ons kerkgenootschap. Ik wil hier niet al te veel over uitweiden. Zoals u inmiddels heeft kunnen lezen is het niet reëel om te verwachten dat tenminste een tweederde meerderheid vandaag zou gaan instemmen met een naamswijziging. Sommige betreuren dit, anderen zijn wellicht opgelucht dat de naam Remonstrantse Broederschap gehandhaafd blijft. Vanuit een bestuurlijk oogpunt was het onderwerp van onze naam voor de Commissie tot de Zaken leerzaam omdat het ons eens te meer duidelijk maakte dat landelijk beleid alleen gerealiseerd kan worden als er voldoende draagvlak is. Dit wil niet zeggen dat je altijd iedereen evenveel recht kunt doen; het wil wel zeggen dat je veronderstelt dat maatregelen alleen dan uitvoerbaar zijn wanneer aan de basis de wil aanwezig is om het ene te doen dan wel het andere te laten. En zowel voor de Commissie tot de Zaken, als voor veel gemeenten, zo hebben we met elkaar kunnen vaststellen, heeft de bespreking van de naam van onze geloofsgemeenschap in heel veel gemeenten door het land geleid tot waardevolle discussies over onze identiteit en daarmee vaak ook over onze plaats ten opzichte van andere, al of niet vrijzinnige kerkelijke stromingen. Want een discussie over de naam, toch vooral de ‘buitenkant’, is onweerlegbaar in elk geval ook altijd een discussie over de inhoud: ònze inhoud. Oecumene en samenwerking Veel van wat wij vandaag beslissen staat in het
teken van de continuïteit van de eigen organisatie: de Remonstrantse
Broederschap. Maar belangrijker dan continuïteit om de continuïteit
is de vraag: hoe willen wij de onze geloofsgemeenschap vorm geven - in
landelijke en plaatselijke organisaties en ook als vrijzinnig-protestants-Christelijke
kerk temidden van de andere kerken in ons land en in de wereld? Als remonstranten
hebben hierbij we op vele niveaus te maken met andere kerken en verwante
organisaties: in de grote en kleine oecumene, in een aantal, vaak landelijke,
instellingen en overlegorganen en in samenwerkingsgemeenten en andere vormen
van samenwerking met andere vrijzinnige geloofsgemeenschappen. Veel hiervan
vindt u terug in ons jaarverslag – Handelingen 1.
Remonstranten in de oecumene De wereld is gebaat bij oecumene. Dat is altijd de inzet van de remonstranten geweest. Tegelijkertijd is de praktijk weerbarstig en zoals iedere relatie kenmerkt ook de relatie tussen kerken zich door hoogte- maar helaas ook dieptepunten. Een al te zware oecumenische ideologie kan de relatie met andere kerken ook onnodig onder spanning zetten. Dan verwachten we van samenwerking het heil zonder dat we goed onderzocht hebben of de agenda van andere kerken wel dezelfde is als die van ons. In een tijd waarin conservatieve krachten in kerken steeds meer van zich laten horen, worden wij in onze samenwerking met anderen – zeker aan de basis, op het niveau van gemeente – voor nieuwe opdrachten en uitdagingen gesteld. Op welke niveaus werken we samen? Allereerst internationaal.
We zijn lid van de Wereldraad van Kerken en van een aantal internationale
oecumenische verbanden. Daarnaast zijn we van oudsher betrokken bij de
IARF – een internationale organisatie die al sinds 1900 opkomt voor de
vrije ontwikkeling van godsdienst en geloof..
In Nederland zijn we, zeker als je kijkt naar de omvang van de Remonstrantse Broederschap, zeer betrokken bij de Raad van Kerken: naast onze al bestaande bijdragen aan werkgroepen is onze seminariehoogleraar Marius van Leeuwen onlangs gekozen tot vice-voorzitter van de Raad. We delen de vreugde van het 40-jarig jubileum van de Raad van Kerken, maar ook en meer nog de zorgen over de toekomst. Aan het einde van deze vergadering zal onze oprechte felicitatie aan de Raad klinken. Samenwerking – en ons eigen geluid Remonstranten kunnen niet zonder relaties met andere verbanden. En deze verbanden hechten ook waarde aan onze inbreng. Dit is kernachtig verwoord in één van de bijdragen in de Handelingen 1. Het verslag van onze deelname in de Nationale Zendingsraad: Participatie van de Remonstranten binnen de grote oecumenische organen blijft van belang. Een kritische, vrijzinnige inbreng verruimt hun blik, aldus de NZR en behoedt de Remonstranten voor blikvernauwing en isolement. Tegelijkertijd maakt een verschillende theologische
stellingname samenwerking soms ook moeilijk.
Ons vrijzinnige geluid is ook nodig in het publieke
debat. Orthodoxe kerken en daaraan gelieerde organisaties dragen daar hun
standpunten zo duidelijk uit dat voor velen in Nederland de begrippen kerk
en christendom synoniem zijn geworden met orthodoxe varianten daarvan.
Ook buiten de bijdragen van de kerken zien we een verharding van dit debat,
dat vaak te karakteriseren is met termen als intolerant, ferm en niet openstaand
voor nieuwe ontwikkelingen of een echte discussie. Traditioneel waren ‘de
kerken’ partij in het publieke debat; dat is voorbij. Maar als je goed
kijkt en luistert is religie, geloven of zingeving heel sterk aanwezig
in het hedendaagse publieke debat. Niet zoals voorheen: verzuild of gebonden
aan organisaties, maar als wezenlijk element van persoonlijke inspiratie
en als richtsnoer voor levensbeschouwelijke en maatschappelijke visie.
En dat is toch ook waar het remonstranten vooral om gaat.
Wij remonstranten kunnen niet zonder relaties met andere verbanden Vooral de samenwerking binnen en het overleg met
de vrijzinnige groeperingen is voor ons van groot belang. Maar ook het
contact en het overleg buiten de direct vrijzinnige stromingen is van belang
voor de positie van onze Broederschap in het geheel van het vrijzinnig
protestantisme. Op bovenlokaal niveau is de samenwerking en het overleg
tussen Remonstranten, Doopsgezinden, Vrijzinnig Protestanten en de Vrijzinnige
Geloofsgemeenschap NPB absoluut noodzakelijk, want er is veel ‘grensverkeer’
tussen deze groepen. En ook inhoudelijk zijn er veel verbanden.
De samenwerking tussen de vier groepen gaat voor sommigen misschien niet ver genoeg. Soms hoor je het ook: waarom gaan de vier groepen ook landelijk niet gewoon samen zoals ook lokaal al heel veel wordt samengewerkt. We zullen de mogelijke antwoorden op de vraag naar goede vormen van samenwerking steeds weer op een ondogmatische wijze moeten uitdenken, afhankelijk van de ‘noden van de tijd’. Op dit moment is een optimale synergie tussen de vier groepen volgens de CoZa vooral gebaat bij projectmatige samenwerking. Nogal eens is dat samenwerking op punten waar we alleen niet groot genoeg voor zijn. De betrokkenheid bij Zinweb en bij de vrijzinnige jeugd- en jongerenorganisatie V-Link zijn goede voorbeelden van wat vrijzinnige samenwerking mogelijk kan maken Slot Geachte afgevaardigden, vandaag is het vanuit
remonstrants bestuurlijk oogpunt Nieuwjaar. We zetten lijnen uit voor nieuw
beleid. Zoals ik al eerder zei: veel van wat vandaag gezegd wordt staat
in het licht van de continuïteit van onze eigen organisatie. Toch
dienen we ervoor te waken dat we onszelf niet inmetselen in vrijzinnige
zelfgenoegzaamheid.
|
||||||||||||||||
| naar boven | ||||||||||||||||
|
voor het laatst bijgewerkt: 07/06/2008 |
||||||||||||||||