archief
webmaster
Jaarrede 2008 van Jan Willem van der Kamp,
voorzitter van het landelijk bestuur van de Remonstrantse Broederschap

Algemene Vergadering van Bestuur 
7 juni 2008 in Groningen
 

Oecumene, samenwerking – en ons eigen geluid in kerk en maatschappij

Inleiding 

Geachte afgevaardigden,
Het nieuwe jaar begint voor remonstranten altijd aan het einde van het voorjaar met de Algemene Vergadering van Bestuur op de eerste zaterdag in juni . Een vergadering waar de Commissie tot de Zaken, als het dagelijks bestuur van de Remonstrantse Broederschap aan u, als landelijk bestuur verantwoording aflegt over de werkzaamheden in het afgelopen jaar en de plannen voor het nieuwe jaar aan u voorlegt ter goedkeuring. En het voelt goed om dat nu allemaal weer eens in het land te doen. Hoe pragmatisch de oriëntatie op Utrecht ook is, hier, vandaag in Groningen, voelen we ons zeer welkom! In een met steun van de Stichting Oude Groninger Kerken prachtig gerestaureerde en vernieuwde kerk die zich hiermee klaar heeft gemaakt voor de toekomst.

In het afgelopen jaar nam de landelijke organisatie afscheid van haar zeer dierbare Algemeen Secretaris mevrouw Mijnke Bosman. De CoZa maakte zich op voor een nieuwe periode. Tot 1 maart dit jaar was op interim-basis Rob Esveld tijdelijk als algemeen secretaris actief, vanaf 1 maart hebben we in Tom Mikkers onze nieuwe Algemeen Secretaris. In een buitengewone Algemene Vergadering van Bestuur, begin dit jaar in Utrecht heeft u hiertoe besloten en hem met veel enthousiasme in zijn nieuwe functie verwelkomd. Wij kunnen nu vaststellen dat hij gedreven en enthousiast uitvoering geeft aan zijn taak en zijn contacten met u.
De bestuurlijke context van het jaar 2007-2008 wordt niet alleen gemarkeerd door het gaan en komen van een algemeen secretaris. Naar de letter van de afspraken die we hier als vergadering gemaakt hebben, bevinden we ons halverwege het beleidsplan Halverwege,  bedoeld als plan de campagne voor de periode 2006-2010. In deze vergadering maken we graag met u o.a. de balans op met betrekking tot de afspraken die we in het kader van de nota Halverwege met elkaar hebben gemaakt.

Een belangrijk punt uit Halverwege is de naam van ons kerkgenootschap. Ik wil hier niet al te veel over uitweiden. Zoals u inmiddels heeft kunnen lezen is het niet reëel om te verwachten dat tenminste een tweederde meerderheid vandaag zou gaan instemmen met een naamswijziging. Sommige betreuren dit, anderen zijn wellicht opgelucht dat de naam Remonstrantse Broederschap gehandhaafd blijft. Vanuit een bestuurlijk oogpunt was het onderwerp van onze naam voor de Commissie tot de Zaken leerzaam omdat het ons eens te meer duidelijk maakte dat landelijk beleid alleen gerealiseerd kan worden als er voldoende draagvlak is. Dit wil niet zeggen dat je altijd iedereen evenveel recht kunt doen; het wil wel zeggen dat je veronderstelt dat maatregelen alleen dan uitvoerbaar zijn wanneer aan de basis de wil aanwezig is om het ene te doen dan wel het andere te laten. En zowel voor de Commissie tot de Zaken, als voor veel gemeenten, zo hebben we met elkaar kunnen vaststellen, heeft de bespreking van de naam van onze geloofsgemeenschap in heel veel gemeenten door het land geleid tot waardevolle discussies over onze identiteit en daarmee vaak ook over onze plaats ten opzichte van andere, al of niet vrijzinnige kerkelijke stromingen. Want een discussie over de naam, toch vooral de ‘buitenkant’, is onweerlegbaar in elk geval ook altijd een discussie over de inhoud: ònze inhoud.

Oecumene en samenwerking

Veel van wat wij vandaag beslissen staat in het teken van de continuïteit van de eigen organisatie: de Remonstrantse Broederschap. Maar belangrijker dan continuïteit om de continuïteit is de vraag: hoe willen wij de onze geloofsgemeenschap vorm geven - in  landelijke en plaatselijke organisaties en ook als vrijzinnig-protestants-Christelijke kerk temidden van de andere kerken in ons land en in de wereld? Als remonstranten hebben hierbij we op vele niveaus te maken met andere kerken en verwante organisaties: in de grote en kleine oecumene, in een aantal, vaak landelijke, instellingen en overlegorganen en in samenwerkingsgemeenten en andere vormen van samenwerking met andere vrijzinnige geloofsgemeenschappen. Veel hiervan vindt u terug in ons jaarverslag – Handelingen 1. 
Ik wil vandaag een aantal punten de revue laten passeren onder de noemer: 
Oecumene, samenwerking – en ons eigen geluid in kerk en maatschappij. 

Remonstranten in de oecumene

De wereld is gebaat bij oecumene. Dat is altijd de inzet van de remonstranten geweest. Tegelijkertijd is de praktijk weerbarstig en zoals iedere relatie kenmerkt ook de relatie tussen kerken zich door hoogte- maar helaas ook dieptepunten. Een al te zware oecumenische ideologie kan de relatie met andere kerken ook onnodig onder spanning zetten. Dan verwachten we van samenwerking het heil zonder dat we goed onderzocht hebben of de agenda van andere kerken wel dezelfde is als die van ons. In een tijd waarin conservatieve krachten in kerken steeds meer van zich laten horen, worden wij in onze samenwerking met anderen – zeker aan de basis, op het niveau van gemeente – voor nieuwe opdrachten en uitdagingen gesteld.

Op welke niveaus werken we samen? Allereerst internationaal. We zijn lid van de Wereldraad van Kerken en van een aantal internationale oecumenische verbanden. Daarnaast zijn we van oudsher betrokken bij de IARF – een internationale organisatie die al sinds 1900 opkomt voor de vrije ontwikkeling van godsdienst en geloof.. 
De delegatie van de Wereldraad die ons eerder dit jaar in Utrecht bezocht, vond onze nieuwe belijdenis een zeer waardevol document voor de dialoog binnen de oecumene en met andere wereldgodsdiensten. Maar deze waardering mogen wij, in lijn met de in 2002 ook door ons ondertekende Charta Oecumenica niet laten vervallen tot zelfgenoegzaamheid. Dat moeten wij zien te overwinnen. Daarom bijvoorbeeld gaan wij, op onze beurt zeker gebruik maken van het Agapè document van de Wereldraad van Kerken, Dit zullen wij doen in het kader van de Remonstrantse Beraadsdag volgend jaar, op 14 maart 2009 onder de titel “Tel uit je winst - Ethische vragen aan economische ontwikkelingen”.

In Nederland zijn we, zeker als je kijkt naar de omvang van de Remonstrantse Broederschap, zeer betrokken bij de Raad van Kerken: naast onze al bestaande bijdragen aan werkgroepen is onze seminariehoogleraar Marius van Leeuwen onlangs gekozen tot vice-voorzitter van de Raad. We delen de vreugde van het 40-jarig jubileum van de Raad van Kerken, maar ook en meer nog de zorgen over de toekomst. Aan het einde van deze vergadering zal onze oprechte felicitatie aan de Raad klinken.

Samenwerking – en ons eigen geluid

Remonstranten kunnen niet zonder relaties met andere verbanden. En deze verbanden hechten ook waarde aan onze inbreng. Dit is kernachtig verwoord in één van de bijdragen in de Handelingen 1. Het verslag van onze deelname in de Nationale Zendingsraad: Participatie van de Remonstranten binnen de grote oecumenische organen blijft van belang. Een kritische, vrijzinnige inbreng verruimt hun blik, aldus de NZR en behoedt de Remonstranten voor blikvernauwing en isolement

Tegelijkertijd maakt een verschillende theologische stellingname samenwerking soms ook moeilijk. 
Er is grote consensus in de christelijke kerk over sociale thema’s. De sociaal kwetsbaren kunnen in de breedte rekenen op de steun van de christelijke kerken. Maar moreel kwetsbare mensen – mensen over wie een oordeel klinkt omdat ze gescheiden zijn, homoseksueel, alleenstaand, een afwijkende levenstijl of levensvisie erop na houden  – deze mensen zijn in de kerk een gemakkelijk slachtoffer van een genadeloze veroordeling soms verzacht met de opmerking “ hou van de zondaar, niet van de zonde”. Ik geloof dat moreel kwetsbare mensen gebaat zijn bij een sterke remonstrantse presentie in de oecumene, omdat remonstranten in het huidige christelijke landschap tot de weinige groepen behoren die op bovenlokaal interkerkelijk niveau een ander geluid laten horen. Ons christen zijn inspireert ons niét om te veroordelen of om anderen de maat te nemen, maar juist om te verwelkomen. Waar geloven scheiding veroorzaakt tussen mensen en verbaal en soms fysiek geweld in de hand werkt, is een krachtig signaal gerechtvaardigd, neen: zeg maar noodzakelijk!. De oecumenische verbanden geven ons de mogelijkheid om ons eigen geluid te laten horen of, anders gezegd, zoals het een protestant betaamt, te protesteren. Mogelijkheden waarvan wij vaak en goed gebruik (moeten) maken.

Ons vrijzinnige geluid is ook nodig in het publieke debat. Orthodoxe kerken en daaraan gelieerde organisaties dragen daar hun standpunten zo duidelijk uit dat voor velen in Nederland de begrippen kerk en christendom synoniem zijn geworden met orthodoxe varianten daarvan. Ook buiten de bijdragen van de kerken zien we een verharding van dit debat, dat vaak te karakteriseren is met termen als intolerant, ferm en niet openstaand voor nieuwe ontwikkelingen of een echte discussie. Traditioneel waren ‘de kerken’ partij in het publieke debat; dat is voorbij. Maar als je goed kijkt en luistert is religie, geloven of zingeving heel sterk aanwezig in het hedendaagse publieke debat. Niet zoals voorheen: verzuild of gebonden aan organisaties, maar als wezenlijk element van persoonlijke inspiratie en als richtsnoer voor levensbeschouwelijke en maatschappelijke visie. En dat is toch ook waar het remonstranten vooral om gaat.
De afgelopen week zien we zelfs dat in ons eigen land levensovertuiging mensen politiek uiteendrijft, als we denken aan de embryoselectie. Ik doe dat niet af als gestoei aan de rechterzijde: in tegendeel, het gaat vooral om ethische aspecten bij een zaak die nog in een onderzoeksfase verkeert. Wij volgen een en ander alert en waken er vooral voor dat verantwoorde persoonlijke keuzemogelijkheden van mensen niet worden belemmerd door keuzen die de overheid voor hen maakt.
Aan ons, remonstranten wordt de laatste tijd regelmatig de vraag gesteld: waar blijft jullie geluid? Wanneer dit geluid duidelijk naar buiten komt, zoals in het recente artikel in Trouw van onze algemeen secretaris, met een oproep voor meer tolerantie voor homo's binnen de Christelijke wereld, zien we in brede kring waardering. Gelet op deze vragen van de buitenwereld, de waardering àls ons geluid doorklinkt en ook het belang van herkenbaarheid naar buiten om de aandacht te trekken van nieuwe potentiële leden en vrienden, acht ik een verhoogde inspanning van ons allen op dit terrein van groot belang. Dat kan niet alleen vanuit de landelijke organisatie komen, maar ook vanuit de gemeenten. Liefst natuurlijk in afstemming met elkaar.

Wij remonstranten kunnen niet zonder relaties met andere verbanden 

Vooral de samenwerking binnen en het overleg met de vrijzinnige groeperingen is voor ons van groot belang. Maar ook het contact en het overleg buiten de direct vrijzinnige stromingen is van belang voor de positie van onze Broederschap in het geheel van het vrijzinnig protestantisme. Op bovenlokaal niveau is de samenwerking en het overleg tussen Remonstranten, Doopsgezinden, Vrijzinnig Protestanten en de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB absoluut noodzakelijk, want er is veel ‘grensverkeer’ tussen deze groepen. En ook inhoudelijk zijn er veel verbanden. 
Tegelijkertijd worden deze vier vrijzinnig-protestantse groepen ook bepaald door hun eigen context en opdracht. En zijn er verschillen in cultuur en structuur van de organisaties. Ook de inhoudelijke koers is soms anders. In de vrijzinnigheid is er zowel sprake van een cultuur die het kerkzijn benadrukt als van een cultuur waarin het kerkzijn wordt gerelativeerd en het algemeen religieuze voorop staat. Het is belangrijk om niet alleen wat je bindt te benoemen in een vrijzinnige samenwerkingsrelatie maar soms ook de verschillen te erkennen. Het benoemen van verschillen kan de samenwerking ook versterken omdat je dan beter oog krijgt voor de verschillende sterke kanten van een organisatie.

De samenwerking tussen de vier groepen gaat voor sommigen misschien niet ver genoeg. Soms hoor je het ook: waarom gaan de vier groepen ook landelijk niet gewoon samen zoals ook lokaal al heel veel wordt samengewerkt. We zullen de mogelijke antwoorden op de vraag naar goede vormen van samenwerking steeds weer op een ondogmatische wijze moeten uitdenken, afhankelijk van de ‘noden van de tijd’. Op dit moment is een optimale synergie tussen de vier groepen volgens de CoZa vooral gebaat bij projectmatige samenwerking. Nogal eens is dat samenwerking op punten waar we alleen niet groot genoeg voor zijn.  De betrokkenheid bij Zinweb en bij de vrijzinnige jeugd- en jongerenorganisatie V-Link zijn goede voorbeelden van wat vrijzinnige samenwerking mogelijk kan maken

Slot

Geachte afgevaardigden, vandaag is het vanuit remonstrants bestuurlijk oogpunt Nieuwjaar. We zetten lijnen uit voor nieuw beleid. Zoals ik al eerder zei: veel van wat vandaag gezegd wordt staat in het licht van de continuïteit van onze eigen organisatie. Toch dienen we ervoor te waken dat we onszelf niet inmetselen in vrijzinnige zelfgenoegzaamheid.  
Natuurlijk: We dienen wakker en alert te zijn en te blijven om het behoud van de Remonstrantse Broederschap. Als gemeentelijke en landelijke bestuurders delen we daarin de verantwoordelijkheid. Echter, de Remonstrantse Broederschap  - hoezeer deze mij lief is - vormt geen doel in zich zelf. Wij zijn slechts een werktuig in Gods Handen. Opdat wij vanuit onze tijd en ruimte in alle bescheidenheid een bijdrage leveren om de bewoonde wereld voor alle mensen een goede plaats te laten zijn.
 

naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 07/06/2008