Remonstrantse Broederschap
In memoriam E.J. Kuiper
home
archief
webmaster

In memoriam Elze Jan Kuiper (1929 - 2006)

Op 27 november 2006 is E.J. (Elze Jan) Kuiper overleden, kort na zijn 77e verjaardag. De laatste maanden verbleef hij in een verpleeghuis, lichamelijk steeds zwakker, maar vrijwel tot het laatst helder, voluit betrokken bij het wel en wee van dierbaren, vrienden en ook van de Remonstrantse Broederschap. Die kerk diende hij van 1957 tot 1977 als predikant (achtereenvolgens te Den Haag, Dordrecht en Haarlem) en van 1977 tot 1993 als hoogleraar van het Seminarium in Leiden.

Leermeesters
Elze Jan Kuiper was van huis uit vrijzinnig hervormd. Geïnspireerd door de preken van Banning en de catechisatie bij Hannes de Graaf ging hij in Leiden theologie studeren. Daar merkte hij dat hij zich bij de remonstranten meer thuis voelde. Aan het Remonstrants Seminarium was G.J. Sirks zijn leermeester. In zijn liefde voor precieze, subtiele formuleringen en zijn sterke gevoel voor stijl, onder meer in de liturgie, bleef diens invloed altijd doorklinken.
Van Holk had hem intussen op het spoor van Tillich gezet. Bij die beroemde Duitse theoloog, in de jaren dertig naar Harvard uitgeweken, ging hij in 1956-'57 studeren. Later promoveerde hij op een proefschrift over Tillichs opvatting omtrent symboliek (1975). Die studie was in zekere zin een afrekening met Tillich. Was diens hoofdwerk niet een al te fraai sluitend systeem? Theologen die de zaken helemaal kloppend wisten te krijgen, ging Kuiper meer en meer wantrouwen. Toch liet Tillich hem nooit los. Nog maar enkele jaren geleden bood hij, toen de Leidse gemeente een tijdje zonder predikant zat, aan de studentengroep een winter lang te begeleiden. Zijn voorstel was om samen Tillichs Moed om te zijn te lezen. Dat gebeurde, tot groot genoegen van die studenten.

Een voortreffelijk lezer
Het was een van zijn grote kwaliteiten: dat hij heel goed lezen kon. Hij kon zich laten meeslepen door teksten, zich laten verrassen door de vergezichten die ze boden. Hij speurde naar wat ze, in de regels en tussen de regels door, te zeggen hadden. Soms was één enkele zinswending, één treffend woord voor hem genoeg om zelf op allerlei ideeën te komen. ‘Een intieme bezigheid’ noemde hij dat lezen: het bracht hem in gesprek met auteurs die in die gedrukte woorden evenzeer aan- als afwezig waren, en met zichzelf.
Maar daarbij bleef het niet: hij wilde anderen deelgenoot maken van wat hem trof. Voor een predikant en theoloog die veel te maken heeft met teksten én met mensen, is dat een prima eigenschap. Ze kwam hem van pas in de verschillende fasen van zijn loopbaan – ik noem er drie.
In de gemeentes waar hij als predikant stond, zal men zich herinneren hoe gloedvol hij kon preken (ook elders preekte hij overigens graag, en ook later, toen hij niet meer als predikant dienst deed). ‘Het geheim van een goede preek’, zei hij me eens, ‘is dat je je eerst hebt laten verrassen door een wending in de (bijbel)tekst; in woorden die je al lang denkt te kennen, lees je ineens iets wat je niet eerder zag – van die ontdekking moet je vertellen’. Hij liet zich door teksten verrassen en deed daarvan met kennelijk plezier mededeling – een begenadigd prediker.

Lezen en schrijven
Hij was een aandachtig leermeester. Wie bij professor Kuiper de seminariumopleiding volgden, zullen dat beamen. Ook hier was ‘goed kunnen lezen’ een pre. Kuiper voelde bijvoorbeeld haarfijn aan wat er achter de woorden van een preekschets schuilging aan vragen, twijfels. Elke student kon rekenen op terzake doende, altijd respectvolle kritiek. Trouwens, tussen de regels door lezen (of luisteren) kon hij ook in een gewoon gesprek heel goed. Menigeen zal zich een enkele onverwachte vraag of opmerking van hem herinneren, die je op een heel nieuwe manier naar een kwestie deed kijken. Met zijn aandacht voor mensen en voor ‘de zaak’ van het geloof, heeft hij velen op een onvergetelijke manier een richting gewezen.
Zijn gezondheid maakte dat hij voortijdig het hoogleraarschap moest neerleggen. Een van de vreugdes van de fase die daarmee aanbrak was dat hij meer lezen kon. Als hoogleraar had hij veel theologische literatuur moeten bijhouden, nu kwam er tijd voor een andere liefde: de letterkunde – Tolstoj, Tsjechov, Marsman. Alweer: hij wilde dat alles niet voor zichzelf houden.
Vele jaren heeft hij wekelijks anderen voorgelezen, boek na boek. Met een toneelgezelschap zette hij Pirandello op de planken. En onder het motto: ‘ik zit hier nu wel lekker te lezen, maar daar wordt verder niemand wijzer van’, begon hij in adRem maandelijks stukjes te schrijven over zijn leeservaringen. Hij was dan wel meer een lezer dan zelf een schrijver, maar met die vaak verrassende columns, in 1999 gebundeld in Banden van aandachtig leven, gaf hij ons, voorzover ook wij lezers zijn, een rijk geschenk.

De laatste jaren liet hij in wijder kring minder van zich horen. Maar hij leefde en dacht volop mee, bijvoorbeeld over de koers van de Broederschap. Kritisch, maar enorm loyaal. Dan ging de telefoon: ‘ik wil me nergens mee bemoeien…’ Wat zullen degenen die tot de kring hoorden waarmee hij zo in contact bleef, hem missen.
Wat zal de Remonstrantse Broederschap hem missen – zij is hem grote, grote dank verschuldigd.

Th. Marius van Leeuwen

(Overgenomen uit adRem van december 2006)



Op 27 november 2006 is een einde  gekomen aan het leven van 

Elze Jan Kuiper,
remonstrants predikant.

Velen onder u zullen hebben geweten dat professor Kuiper al geruime tijd ernstig ziek was. Op 20 november mocht hij zijn 77e verjaardag nog beleven. De laatste week verslechterde zijn toestand snel. Hij wist dat zijn leven ten einde liep en had daar vrede mee. Hij is rustig gestorven.

Elze Jan Kuiper werd geboren op 20 november 1929 in Borger. Hij raakte gedurende de oorlogsjaren geboeid door de preken van ds. W. Banning en besloot in Leiden theologie te gaan studeren.  Het doctoraalexamen legde hij af in 1955 en het proponentsexamen in 1956. Daarna vertrok hij voor een jaar naar de Verenigde Staten, waar hij studeerde aan Harvard Divinity School. Teruggekeerd in Nederland diende hij de gemeenten Den Haag (1957 – 1961), Dordrecht (1961- 1966) en Haarlem (1966 – 1978). In die periode schreef hij – naast zijn drukke werkzaamheden als predikant – een proefschrift Symboliek en hermeneutiek: beschouwingen over expressie en mededelingen in de theologie van Paul J. Tillich. De promotie vond plaats op 19 juni 1975. Door de Algemene Vergadering van Bestuur werd hij op 17 december 1977 benoemd tot hoogleraar van het Remonstrants Seminarium. Op 1 januari 1993 trad hij vervroegd uit.

Over zijn persoonlijk leven was prof. Kuiper gewoonlijk zwijgzaam. Nog vlak voor zijn dood wond hij zich er over op dat zonder overleg met hem een adreswijziging was doorgevoerd nadat hij was opgenomen in een zorginstelling. Dat ging niemand aan. Degenen die hem beter kenden, weten dat verdriet hem niet bespaard bleef. Hij werd relatief jong getroffen door een hersenbloeding, zijn huwelijk – waaruit drie kinderen werden geboren – eindigde in een scheiding. Ooit schreef hij: ‘Veel mensen hebben een verdriet. Dat merk je niet altijd, want meestal praat men er liever niet over. (…) Verdriet kan heel oud worden, sinds jaren toegedekt, maar daarom nog niet over of vergeten. Je leert ermee leven. Het wordt een metgezel, misschien zelfs een vriend, met wie je kunt praten en die je helpt om jezelf terug te vinden op wegen van verlorenheid.’  Zelf heeft hij zich steeds terug weten te vinden. Met  bewondering hebben velen gezien hoe hij door het uit het hoofd leren van teksten zijn geheugen trainde na de hersenbloeding en hoe hij – ondanks problemen met zijn gezondheid – actief en geïnteresseerd bleef en zich niet terugtrok in de beslotenheid van zijn eigen omgeving. 

Uit het bovenstaande citaat blijkt al dat prof. Kuiper een woordkunstenaar was. Zijn taalgebruik was beeldend, zorgvuldig en erudiet. Zijn preken waren boeiend, ook door de wijze waarop hij ze ‘bracht’. Zijn stelling was dat een predikant iets moet hebben van een toneelspeler, die geleerd heeft hoe hij het publiek moet bereiken. Felle tegenstander was hij van het lezen van preken van papier, omdat dat het contact met de kerkgangers  bemoeilijkt. Zelf heeft hij zijn advies om iets te leren van het theater in praktijk gebracht. Hij speelde jaren toneel – en niet de geringste rollen –  bij een prominent Leids amateur toneelgezelschap.
Ook in zijn omgang met de liturgie was prof. Kuiper zorgvuldig. Hij besteedde veel aandacht aan het geheel van de dienst en uitte regelmatig kritiek op niet goed doordachte formuleringen en op gebrek aan stijl in de liturgie. De predikanten die door prof. Kuiper zijn opgeleid, zullen zich saillante uitspraken op dit terrein zeker nog lang herinneren. Zij hebben veel van hem geleerd en niet alleen op het gebied van de inrichting van de eredienst.

Vele jaren verzorgde prof. Kuiper iedere maand een bijdrage voor ADREM. Zijn rubriek kreeg de titel Lezen. Zijn ‘stukjes’ zoals hij ze zelf noemde waren bijna altijd gebaseerd op een zin uit een boek, die hem bijzonder had aangesproken. Wie de stukjes terugleest, wordt opnieuw getroffen door zijn brede literaire kennis en  zijn gave om trefzeker te verwoorden waarom een bepaalde formulering hem had geboeid en aan het denken had gezet. 
Cadeau kreeg hij het niet, hij was geen snelle schrijver – daarom misschien zijn er van zijn hand na zijn proefschrift geen omvangrijke boeken meer verschenen – , het was zoeken naar woorden. ‘Dat is een eigenaardige bezigheid. Zij vergt durf, fantasie, zorgvuldigheid. Dat weten profeten en dichters, dat weet iedereen die iets wezenlijks te zeggen heeft, in kritiek, in troost, in vriendschap en liefde. Zullen woorden 
iets dichtbij brengen?  Zullen zij vervreemden? Leiden zij in of leiden zij af? (…) De geloofsgemeenschap zoekt naar de woorden in de metaforen van het Woord, dat niet het onze is, maar goddank herkenbaar en leesbaar genoeg.’

Een leven lang is Elze Jan Kuiper toegewijd geweest aan dit Woord, dat het onze niet is, maar ons wel is toevertrouwd om het – al zoekend naar woorden – steeds opnieuw door te geven. Velen in onze geloofsgemeenschap zullen hem missen: als stijlvolle verschijning, als trouwe vriend, als intelligente gesprekspartner die je kritisch kon uitdagen maar ook een elegant compliment kon geven. In zijn geest en zijn stijl zullen wij moeten blijven zoeken naar woorden die ertoe doen, woorden waardoor wij ontdekken waartoe wij geroepen zijn en waarvoor wij verantwoordelijk zijn: als geloofsgemeenschap en als persoon. 

De afscheidsdienst voor prof. Kuiper werd gehouden op zaterdag 2 december om 11.00 uur in het kerkgebouw van de Protestantse Gemeente, Herenweg 82 te Warmond. Voorgangers: Th.M. van Leeuwen en E.P. Meijering.
Aansluitend aan de dienst vond de begrafenis plaats op de begraafplaats bij de kerk. 

Namens de Commissie tot de Zaken,

Mijnke Bosman-Huizinga
(algemeen secretaris Remonstrantse Broederschap).

(Brief van de Commissie tot de Zaken, het landelijk bestuur, van de Remonstrantse Broederschap van 29 november 2006)

naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 07/12/2006