|
Op 7 november 2003 overleed de musicus en remonstrantse
predikant
Johan Theodoor Mackenzie.
Een bijzonder mens is overleden, Johan Theodoor Mackenzie (geboren in
1920), musicus en predikant, zoals in het overlijdensbericht stond. Even
denk je dan: is dat niet verkeerd-om? Was hij niet 'predikant en musicus'?
Maar dan realiseer je je, dat zijn liefde voor de muziek al veel ouder
is; al op het Amsterdamse Vossius Gymnasium nam hij met zijn fluit een
heel eigen plaats in. En misschien had het bij de muziek wel moeten blijven;
nu werd zijn leven heen en weer getrokken tussen twee vakgebieden, die
ook nog zoveel raakvlakken hebben. Twee vakgebieden, die hij beide met
volle toewijding beoefende. En persoonlijk ben ik gelukkig, dat ik hem
op die beide terreinen heb mogen ontmoeten. Gelukkig ook over het feit,
dat ik mensen ken voor wie hij, jaren geleden, pastor was en die nog altijd
met veel respect over hem spreken.
Want wie ds. Mackenzie op bezoek kreeg had te maken met een warm voelend
mens, zich werkelijk inlevend in de ander voor wie hij er 100% was, soms
daarbij alle gevoel voor tijd verliezend…("Tijd en planning waren voor
hem eigenlijk onbekende begrippen", zoals een van zijn kinderen opmerkte).
Zelf zoekend naar zijn God, zelf geconfronteerd met de donkere kanten van
het bestaan, tastend naar de Eeuwige, was hij altijd bereid samen met de
ander op weg te gaan. Daarvan weten zijn gemeenteleden in de gemeenten
die hij binnen de Remonstrantse Broederschap diende: Hoorn, Doesburg, Zutphen,
Leiden en tenslotte Apeldoorn. Daarvan weten ook zijn leerlingen, aan wie
hij niet alleen doorgaf wat hijzelf van zijn leermeester Johan Veldkamp
had ontvangen, maar met wie hij, via de muziek ook intensieve menselijke
contacten had.
'Onvoltooid'
Denkend over Hans Mackenzie schoten mij allerlei woorden te binnen
zoals integer, liefdevol, trouw, veelzijdig, op de ander gericht, plichtsgetrouw,
belezen, op de hoogte met kunst en cultuur. Daarnaast drong zich ook onweerstaanbaar
een begrip op uit de tijd van de taallessen op mijn lagere school: 'onvoltooid
verleden tijd'.
Verleden tijd, omdat hij veel met het verleden bezig was, gedeeltelijk
in het verleden leefde. Een voorbeeld vormt de manier waarop je hem mocht
aanspreken: het was niet vanzelfsprekend dat jongere collega's zo maar
Hans tegen hem zouden zeggen. Er waren voor hem als het ware drie stadia:
'Mackenzie', 'Mack' en 'Hans'. Een ander voorbeeld vinden we in zijn brieven,
heel consequent geschreven in de spelling De Vries en Te Winkel, omdat
een dergelijke discipline "de enige manier was om verloedering van de taal
tegen te gaan". Maar de inhoud van zo'n met eindeloos veel zorg geschreven
brief was dan ook meestal van blijvende waarde. Dikwijls heb ik hem horen
zeggen "ik moet nog brieven schrijven", en dikwijls heb ik hem met die
intense arbeid, want dat was het, bezig gezien.
"Ik moet nog…" hoorden mensen die dicht om hem heen stonden hem vaak
zeggen; dat was dat 'onvoltooide', nooit klaar met zijn opdracht.
En zijn opdracht was veel omvattend: al op 46-jarige leeftijd weduwnaar
geworden stond hij voor de immense taak naast zijn predikantschap drie
jonge jongens groot te brengen. Wie werkelijk probeert zich die taak te
realiseren zal beseffen, dat een mens niet altijd zal kunnen voldoen aan
de opdrachten waar het leven ons voor stelt of die wij onszelf opleggen.
Want echtgenoot en vader zijn, predikant zijn èn musicus zijn, en
dat alles voor de volle 100% is in een mensenleven niet mogelijk. Met ieder
procent dat je aan het één geeft doe je het ander te kort.
Dat gevoel van tekort schieten – naar zijn vrouw Elly, naar de jongens,
naar de gemeente, naar de muziek, bracht mij tot dat begrip 'onvoltooid'.
De liefde stond hem niet toe het één te doen ten koste van
het ander – en daarmee worstelde hij, zijn leven lang.
Dankbaarheid
Mogelijk mogen we nu ook vaststellen dat de Broederschap ook haar worsteling
met deze mens gekend heeft: in de Biografische Naamlijst lees ik bij zijn
naam "Uit de dienst der Broederschap wegens gezondheidsredenen per 1 januari
1974". Het is een zinsnede waar Hans het de rest van zijn leven niet mee
eens is geweest, met zekere regelmaat kwam in gesprekken zijn verlangen
naar 'eerherstel' aan de orde. Maar hijzelf, noch zijn gesprekspartner
zag na een kwart eeuw een reële mogelijkheid tot zoiets. Ook in dit
opzicht is de verleden tijd helaas 'onvoltooid' gebleven.
De grote belangstelling bij de crematie in Dieren op 12 november, van
familie en veel oude vrienden, van oudere collega's, van oud-gemeenteleden
uit verschillende plaatsen, van muziekleerlingen en anderen, was misschien
mede een uiting van ons verlangen tot een zekere voltooiïng te komen.
Aan de onvoltooidheid van het leven van Hans Mackenzie is een einde
gekomen. Ik denk te spreken vanuit zijn geloofstaal wanneer wij nu zeggen,
dat wij hem mogen toevertrouwen aan de Eeuwige God, die hem als een geschenk,
een Theodoor, in het leven stelde, in het geloof dat in Zijn licht het
werk van Hans Mackenzie tot voltooiïng zal worden gebracht. In het
vertrouwen ook, dat Hij onze onvoltooidheid tegenover elkaar, tegenover
deze mens, voltooien zal.
Vanuit dat vertrouwen mogen wij met dankbaarheid terugzien op het leven
van Johan Theodoor Mackenzie in voltooid verleden tijd: hij heeft geleefd,
hij heeft geworsteld met de vele gaven die hij ontvangen had en daarmee
heeft hij ons verrijkt.
Leonard Schenck, Hengelo
|