home
archief
webmaster
 
De Commissie tot de Zaken ontving het bericht dat op de zaterdag voor Pinksteren 2007 in zijn slaap is overleden
Willem Muilwijk,
remonstrants predikant.

Wim Muilwijk mocht 86 jaar worden. Zijn vrouw en hij waren nog maar een week of zes geleden van hun aanleunwoning bij Noorderkroon, een zorginstelling in Roden, verhuisd naar de zorginstelling zelf. Wim Muilwijk was aan het einde van zijn krachten en had veel verzorging nodig.

Wim MuilwijkVlak na de Tweede Wereldoorlog legde Wim Muilwijk het proponentsexamen af, op 22 december 1945. Hij werd beroepen door de gemeenten Nieuwkoop en Zwammerdam. Naar de gemeente Hilversum ging hij in 1948. In deze gemeente was hij twaalf jaar predikant. Voor hem waren dit inspirerende jaren. In 1960 bracht de gemeente Amsterdam een beroep op hem uit. Hij aanvaardde dit beroep, maar al snel bleek dat deze gemeente voor hem niet de juiste plek was. ‘Ik kreeg in Amsterdam een levensgroot conflict over de te volgen koers, de status en de werkopvatting van de predikant. Ik was het laatst gekomen en maakte de problemen, dus was het logisch dat ik vertrok’. Deze nuchtere constatering leidde tot een lange periode ‘buitengaats’. Wim Muilwijk had intussen het doctoraalexamen behaald in de pedagogiek. Hij aanvaardde een benoeming bij het Bureau Schoolmaatschappelijk Werk van de gemeente Amsterdam en later als directeur van de Sociale Academie te Groningen.

Wie de activiteiten van ds. Muilwijk in de Remonstrantse Broederschap overziet, verbaast zijn overstap naar het onderwijs – aanvankelijk door hem gezien als parkeermogelijkheid, maar hij is er gebleven – niet. Hij vertegenwoordigde de VCJC in de Centrale Commissie voor het Vrijzinnig Protestantisme, was lid en voorzitter van de Remonstrantse Jeugdraad en voorzitter van een catechesecommissie van het Convent. In de rubriek Dit moet u lezen, die in de jaargang 1960 van het Remonstrants Weekblad een vaste plaats had, schreef hij over De jeugd in het geding, een boek van een tweetal sociologen. Het boek gaat onder andere in op een onderzoek onder jongeren, die behoorden tot de groep die toen ‘nozems’ werd genoemd. ‘Wij ontmoeten hier’, aldus Wim Muilwijk in zijn bespreking ‘een bij uitstek menselijk wereld die, omdat het om onvolwassenen gaat, vraagt om een pedagogische bezinning. En deze zal dan, zoals eigenlijk steeds, bij de volwassenen moeten beginnen’. ‘Het zijn de volwassenen die de jeugd wensen te laten spelen binnen een décor dat zij ideaal achten, maar een deel van de jeugd wijst dit af. De mogelijkheid om zelf initiatieven te ontwikkelen zijn voor deze jeugd vaak minimaal.’ De sympathie van Wim Muilwijk lag bij deze jeugd en voor hun kansen zette hij zich in.

Na zijn VUT keerde Wim Muilwijk op volle kracht terug in zijn geloofsgemeenschap. Hij liet aan het moderamen van het Convent van predikanten weten dat hij wel iets wilde doen binnen de Remonstrantse Broederschap. Dat was niet aan dovemansoren gezegd. Vrijwel onmiddellijk daarna werd hij gevraagd voor een van de Conventsplaatsen in de Commissie tot de Zaken, die hij 7 jaar vervulde (1984 – 1991). Ook was hij 5 jaar secretaris van het Convent (1986 – 1991). Hij was een kritische waarnemer van wat zich afspeelde in het Convent en in de Broederschap als geheel. ‘Waar ik van geschrokken ben, is de stilstand in de ontwikkeling van de predikantsopleiding. (…) Verder trof me dat het sfeertje in de Remonstrantse Broederschap niet veranderd was. Men durft het conflict niet aan. Ik had in het onderwijs de democratiseringsgolf meegemaakt en kreeg het gevoel dat het aan de remonstranten allemaal voorbij was gegaan. Ze hebben van die periode niets geleerd. Dat maakt echte vernieuwing moeilijk.’

Voor Wim Muilwijk waren de ervaringen met zijn geloofsgemeenschap ook in zijn ‘tweede periode’ dus niet alleen maar positief. Zijn ervaring in niet-kerkelijke functies gepaard aan een scherpe en analytische geest maakte dat hij zich niet kon neerleggen bij het gebrek aan ontwikkeling dat hij waarnam. Hij heeft met al zijn mogelijkheden – en dat waren er vele – getracht vaart in het kerkelijk leven te brengen. Dat is hem misschien naar zijn idee niet voldoende gelukt, maar hij heeft zijn sporen nagelaten en een grote bijdrage geleverd aan verandering van inzicht en vernieuwing. De remonstranten hebben veel aan hem te danken.

Namens de Commissie tot de Zaken,

Mijnke Bosman-Huizinga
(algemeen secretaris Remonstrantse Broederschap).

De crematieplechtigheid vond plaats op donderdag 31 mei 2007 in crematorium De Boskamp te Assen. De plechtigheid werd geleid door ds. L. Schenck.

(Brief van de Commissie tot de Zaken, het landelijk bestuur, van de Remonstrantse Broederschap van 28 mei 2007)
 

naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 31/05/2007