|
Op 22 september kwam een einde aan het leven van
ds. D. Tjalsma.
Voor velen niet echt onverwacht, omdat zij wisten dat hij leed aan een
slopende ziekte, maar evengoed wel een schok. Met ds. Tjalsma is opnieuw
iemand heengegaan van een generatie predikanten die een onuitwisbaar stempel
op de Remonstrantse Broederschap heeft gedrukt.
Douwe Tjalsma werd op 20 november 1923 geboren in Nieuwkoop. Hij groeide
op “niet onder de kansel, maar wel enigermate binnen zijn actieradius”,
als zoon van ‘de oude Tjalsma’. Traumatisch
was dit voor hem niet, zoals hij zelf ooit zei. Integendeel, na zijn gymnasiumopleiding
aan het Erasmiaans gymnasium, dat “een blijvende inslag van klassieke draden
weefde in een schering die - van huis uit - een meer bijbels en evangelisch
patroon vertoonde”, ging hij theologie studeren in Leiden. In die periode
was hij assistent bij de hoogleraar kerkgeschiedenis. Zijn interesse voor
die geschiedenis zou ook later blijken. Zo schreef hij bij het 80-jarig
bestaan van het Convent van Predikanten (1997) een boekje op grond van
intensieve studie van het archief van het Convent en was hij betrokken
bij een uitgave over de geschiedenis van het vrijzinnig jeugd- en studentenwerk.
In de laatste jaren van zijn leven hield hij de mutaties bij in de
gegevens van predikanten en pastoraal werkers, die de basis zullen vormen
voor een herziene uitgave van de biografische naamlijst van remonstrantse
predikanten.
Oecumenisch werk
Doctoraalexamen legde Douwe Tjalsma af in 1949, proponentsexamen in
1950. In 1951 trouwde hij met Coos de Vries, die hem in zijn loopbaan als
predikant actief en betrokken zou bijstaan. Zij kregen twee zoons. Na een
periode van “pastorale vingeroefeningen” als hulppredikant in Leiden, werd
Douwe Tjalsma in 1951 beroepen door de gemeente Groningen. Hij diende niet
alleen deze gemeente, maar was ook studentenpredikant in Groningen. Dat
wekte zijn interesse voor jongeren- en studentenwerk. Van 1953 tot 1958
was hij lid en later vice-voorzitter van de Remonstrantse Jeugdraad.
Op 29 juni 1958 deed Douwe Tjalsma zijn intrede in de Remonstrantse
Gemeente Arnhem. In deze gemeente bleef hij tot zijn emeritaat in 1988.
Tijdens deze periode gaf hij graag een deel van zijn tijd - naast het pastorale
werk in de eigen gemeente, waaraan hij veel aandacht besteedde - aan oecumenische
werk - en gespreksgroepen. Voor hem stond toen vast dat “wij bezig zijn
toe te groeien naar een geheel nieuwe, meer oecumenische gestalte van kerk-zijn”.
Hij betwijfelde of daarin plaats zou zijn voor de Remonstrantse Broederschap
als kerkstructuur, maar vertrouwde erop dat er wel ruimte zou blijven voor
remonstrantse spiritualiteit. Die spiritualiteit was hem dierbaar. Dat
bracht hem ertoe te participeren in de organisatie van vele retraites.
Boodschap van verzoening
In Arnhem was hij betrokken - als lid van een commissie die toezicht
hield op het regime - bij het Huis van Bewaring. Dit bracht hem in aanraking
met vragen rond crimineel gedrag die zich in het gewone predikantswerk
niet met dezelfde intensiteit voordoen. Het scherpte zijn denken over maatschappelijke
vraagstukken, over gerechtigheid en vrede. Als belangrijke taak zag hij
voor de kerken weggelegd: het brengen van de boodschap van verzoening als
steun in de rug op de lange weg waarop vijanden partners worden en gemarginaliseerden
volwaardig mee gaan doen.
Met Douwe Tjalsma is een actieve en veelzijdige predikant, een betrokken
pastor en een trouwe vriend van velen heengegaan. De remonstranten zullen
hem missen.
Mijnke Bosman-Huizinga
|