| 'De grenzen van ruimdenkendheid: het Remonstrants
verleden en de toekomst'
Als onderdeel
van de viering van het 375-jarig bestaan van een Remonstrantse kerk in
Amsterdam op 4 september 2005 in de oude remonstrantse
kerk (nu De Rode Hoed) in Amsterdam heeft Prof.Dr. James Kennedy, hoogleraar
nieuwste geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, een rede
uitgesproken onder de titel 'De grenzen van ruimdenkendheid: het Remonstrants
verleden en de toekomst'.
De tekst van deze rede omvat 8 pagina's
A4; mede daarom is deze minder geschikt voor weergave als webpagina om
te lezen van het scherm in dit onderdeel van onze website.
De tekst is hier echter wel beschikbaar:
-
als webpagina op de website van de Amsterdamse remonstrantse
gemeente Vrijburg; klik daarvoor hier.
-
als downloadbaar pdf-document; klik daarvoor hier
De eerste alinea van de rede van James Kennedy:
Het is voor mij een grote eer om hier vandaag te mogen zijn, 375 jaar
na de inwijding van de Remonstrantse kerk in Amsterdam.
Datzelfde jaar, 1630, was ook betekenisvol omdat het de Remonstranten
toen voor het eerst werd toegestaan om in de Verenigde Republiek een Algemene
Vergadering te beleggen (in Rotterdam).
De Remonstrantse gemeenschap is vanaf dat moment ononderbroken aanwezig
geweest in Nederland.
Het is ook toevallig precies 361 jaar geleden (4 september 1644) dat
ds. Wytenbogaert is overleden.
Misschien mag ik hier ook verwijzen naar mijn Remonstrantse voorouders,
die in de tijd van Episcopius en Wytenbogaert actief waren in Zevenhuizen,
een deel van Holland dat in dit tijd bekend stond als een arminiaans bolwerk.
De families Olshoorn en Van Alphen waren vooraanstaande Remonstranten in
het dorp en misschien een beetje te ijverig of te bevlogen; in 1623 speelden
ze kennelijk een rol bij het complot om Prins Maurits te doden, die toestond
dat de Remonstranten werden onderdrukt. Samen met hun meer bekende zwager
Claes Michielsz. Bontenbal waren ze betrokken bij de geldinzameling voor
deze onderneming. Hun gewelddadige bedoelingen werden waarschijnlijk niet
alleen ingegeven door hun religieuze overtuigingen en hun samenzwering
tot moord zegt natuurlijk weinig over de inhoud van de Remonstrantse theologie.
Integendeel, het gaat rechtstreeks in tegen de woorden van Episcopius,
die zei dat verdraagzaamheid het beste sieraad was van de Remonstranten.
Maar in een tijd van politieke moorden (in dat opzicht lijkt het huidige
Nederland wel een beetje op de Republiek ten tijde van Maurits en de broeders
De Wit) is het belangrijk om te zien dat overijverige gelovigen bijna elke
vorm van religie of ideologie kunnen verdraaien tot een motief om te haten
of geweld te plegen.
Dit laat zien dat elke gelovige – en niet alleen de moslims of de fundamentalisten
– zich ervoor moet hoeden dat diepgewortelde geloofsovertuigingen hem of
haar verleiden af te zakken tot geweld of subtielere vormen van intolerantie.
De boodschap van verdraagzaamheid is al deze jaren een belangrijk uitgangspunt
geweest in de geschiedenis van de Remonstrantse Broederschap en moet nog
altijd worden gehoord in de wereld van vandaag. |