-
Inleidend orgelspel
-
Orkest:
-
Gymnopédies
1 en 2, van Erik Satie, in een bewerking van Claude Debussy uit 1898
-
Gymnopédie
3, van Erik Satie, in een bewerking van Roland Manuel uit 1965
-
Lied: A toi
la Gloire
-
De kaarsen worden
ontstoken
-
Votum en groet
-
Begroeting
-
Solozang en orkest
-
Openingsgebed
-
Koor en orkest
-
Kyrie Eleison uit
mis in d-majeur, van Antonin Dvorak
-
Schriftlezing
-
Johannes 14:
1, 2 en 27, 28
1 Uw hart worde niet ontroerd; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij.
2 In het huis mijns Vaders zijn vele woningen (anders zou Ik het u
gezegd hebben) want Ik ga heen om u plaats te bereiden;
27 Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u; niet gelijk de wereld die
geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd of versaagd.
28 Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb; Ik ga heen en kom tot
u. Indien gij Mij liefhadt, zoudt gij u verblijd hebben, omdat Ik tot de
Vader ga, want de Vader is meer dan Ik.
-
Lied: Gezang
293: Wat de toekomst brengen moge; couplet 1, 2 en 4
-
Overdenking
Niet prijzen,
niet loven, stond bovenaan het lijstje aanwijzingen dat Prinses Juliana
voor deze dienst gaf. En voor de zekerheid onderaan: géén
loftuitingen.
De meeste mensen
willen niet gewoon zijn, ze willen graag bijzonder gevonden worden.
Bij Prinses
Juliana was dat anders: iedereen vond haar bijzonder, maar zij wilde graag
gewoon zijn. En dit stamt al uit haar vroege jeugd: Zij vertelde dat ze
als klein meisje in een speciaal schoolklasje zat op Huis ten Bosch. Iedere
ochtend reed zij er alleen in een koets heen, onder begeleiding van een
hofdame. De andere drie meisjes kwamen samen naar de les toe; Prinses Juliana
zag ze gezellig kwebbelen en lachen. En zo gingen ze ook weer weg: het
prinsesje alleen en de andere meisjes samen. Maar één dag
stond de hofdame te praten met een moeder en lette even niet op. De meisjes
in de andere koets gebaarden naar kleine Juliana of ze er ook bij kwam,
dus stapte zij snel uit haar koets en klom bij de anderen naar binnen.
Het was héérlijk vertelde ze: de koetsier maakte een rondje
op het plein en ze maakten grapjes en lachten. Ze genoot. Maar zodra de
hofdame het in de gaten kreeg, werd ze uit de koets gehaald. Dit mocht
absoluut niet van haar moeder!
Toen Prinses
Juliana dit verhaal 80 jaar later vertelde, kon zij er nog steeds boos
over worden. “En ik wist zeker dat het wél mocht van mijn moeder”,
zei ze, “die vond het fijn als ik plezier had”.
Natuurlijk kunnen
wij alle begrip hebben voor de geschrokken hofdame. Zíj moest dit
kostbare kind beschermen en bewaken.
Maar de beleving
van het prinsesje was: ik mag nooit gewoon meespelen met de anderen. Die
beleving droeg zij haar leven lang met zich mee.
Prinses Juliana
was bijzonder, als enig kind en troonopvolger. En dat bracht een bepaalde
eenzaamheid met zich mee. Zij heeft hier verdriet van gehad, zoals iedereen
die alleen is. Maar in die eenzaamheid heeft zij een eigen kracht ontwikkeld,
een eigen waardigheid, een eigen visie, een eigen waarachtigheid. Koningin
zijn was voor haar een zware, maar heilige opdracht, waaraan zij moest
gehoorzamen, “obediëren” zullen wij straks zingen. Daardoor heeft
zij geen gewone moeder kunnen zijn, hoe veel haar dochters ook voor haar
betekenden. Dat is voor haar en haar gezin niet gemakkelijk geweest.
Prinses Juliana
zette zich voor honderd procent in voor haar taak.
Ze bereidde
zich goed voor op gesprekken en kon puntige, onverwachte, ter zake doende
vragen stellen. Zo vormde ze haar eigen mening.
Maar zij kon
zich nauwelijks voorstellen dat anderen anders dachten. En het was moeilijk
om een overtuiging úít haar hoofd te praten. Achter haar
verlangen om gewoon te zijn leefde een oprechte, bescheiden eenvoud: “the
gift to be simple”, zoals haar dochter Christina zong.
Ze kon intens
genieten van picknicken met de kinderen of kastanjes zoeken om te poffen,
foto’s maken van de lentebloemen met haar “kiektoestel”. Samen spelletjes
doen, zoals scrabbelen, vond zij oer-gezellig, vooral als zij won.
Haar grootste
hobby was toneelspelen. Je kunt je voorstellen dat iemand die altijd een
bepaalde rol moest spelen, het heerlijk vond om een rol te spelen die zij
zelf uit kon zoeken. En daarin kon zij de humor leggen, waarvan zij zoveel
bezat, zeker samen met haar schoonzoon, Pieter.
Soms kon Prinses
Juliana ook wat overdrijven in haar zucht naar eenvoud, zeker naar onze
moderne maatstaven. Bijvoorbeeld toen ze toastjes met zalm voor haar verjaardag
te luxe vond. Gewoon willen zijn betekende een sterke afkeer van hofetiquette
en opgelegde vormen en regels, formaliteit. Maar Prinses Juliana hield
ook niet van opdringerige informaliteit. Ze schreef: “Ik was geneigd het
goede in mijn medemens te veronderstellen, maar ik was níét
zo dom dat ik ze niet vaak doorzag.”
Wat Prinses
Juliana vooral bijzonder maakte, was haar warme hart.
De mensen herinneren
haar niet zozeer als de koningin op staatsieportretten in openbare gebouwen.
Het beeld, dat de diepste indruk maakte, was hoe zij met verwaaide haren
onder een fladderend sjaaltje op kaplaarzen in de Zeeuwse klei stond tijdens
de Watersnoodramp in 1953. Op haar gezicht stond te lezen hoe intens zij
meeleefde en hoe machteloos zij zich voelde. En daarin was zij altijd misschien
het meest koninklijk in de diepste zin van het woord: werkelijk betrokken
bij haar volk in tijden van nood en verdriet.
Prinses Juliana
was een gelovige vrouw met een heel eigen spirituele overtuiging.
Deze werd niet
bepaald door kerkelijke dogma’s of wetten.
Vrijheid van
godsdienst, verdraagzaamheid waren voor haar vanzelfsprekend.
Van haar moeder
kreeg ze een stevige christelijke opvoeding en haar vader bracht haar in
contact met oosterse, mystieke wijsheid. Ze had een open geest en sprak
met groot enthousiasme over haar ontmoeting met de joodse wijsgeer Martin
Buber én zij was geïnteresseerd in het Islamitisch Soefisme.
Door haar dochters
kwam zij in aanraking met moderne spirituele stromingen en ontwikkelde
zij zich verder.
Zij was ook
trouw kerkgangster, maar zij ging het liefst naar verschillende kerkgenootschappen.
De bijbelspreuk “onderzoekt alles en behoudt het goede” past uitstekend
bij haar. Zij bleef niet zitten in één heilig huisje, maar
ging graag op ontdekkingstocht. Zij was ervan overtuigd dat vele wegen
leiden naar die ene God. Of, zoals Jezus sprak: “het huis van mijn Vader
heeft vele woningen”.
Toen zij bij
het oecomenisch huwelijk van haar kleinzoon ter communie ging was dit niet
een gril van een excentrieke oude dame. Communie betekent letterlijk gemeenschap.
En gemeenschap tussen mensen van verschillende kerkgenootschappen was haar
liefste wens. De kernpunten van haar geloof waren sociaal, praktisch bezig
zijn, en vertrouwen in God. Of, zoals zij zei: “het moet hier op de afscheidsdienst
over vrede gaan. Vrede tussen mensen, rassen en volken. En dat mensen niet
bang moeten zijn voor de dood.” Vrede.
Prinses Juliana
heeft het verschrikkelijk gevonden om haar land te moeten verlaten, toen
dit in oorlog was. Vanuit Canada heeft zij intens meegeleefd en de gebeurtenissen
nauwlettend gevolgd. Na de oorlog heeft zij het als haar belangrijkste
taak gezien om waar zij kon aan vrede te werken. Zij heeft dat in vele
kerstboodschappen overgebracht. “Voor een ieder is het het grootst denkbare
voorrecht te mogen medewerken voor vrede op aarde en voor het welzijn der
mensen” sprak zij. En steeds benadrukte zij, dat wij hier allemaal aan
moeten meewerken. “Wij zijn allen mede-verantwoordelijk.”
De bewapeningswedloop
tijdens de Koude Oorlog verontrustte haar zeer. Ook besefte zij heel goed,
dat voor een echte wereldvrede de kloof tussen rijke en arme landen moet
worden gedicht en de mensenrechten gerespecteerd. Zij was in haar tijd
modern in haar opvattingen. Uiteindelijk zou haar inzet voor wereldvrede
haar grootste politieke strijd worden, een strijd die zij durfde aan te
gaan: “Vrede is geen asiel voor gemakzuchtigen. Vrede is de allerhoogste
strijd,” sprak zij. Maar deze strijd heeft haar ook veel teleurstellingen
gebracht.
In de bijbeltekst
die wij lazen zegt Jezus: “Vrede laat ik u na, mijn vrede geef ik u.”
Het is van belang
om te weten dat in de tijd van Jezus het woord ‘vrede’ verschillende aspecten
heeft. Allereerst betekende het geen oorlog.” Jezus stierf liever zelf
dan dat anderen door hem in een gewapende strijd omkwamen. Vrede betekent
ook een toestand van heil, heel zijn, wel-zijn. De Griekse godin van de
vrede: Eirene - wij zeggen Irene - werd afgebeeld met een hoorn des overvloeds
in haar hand: zij gaf welvaart, gezondheid, geluk. En wanneer een jood
sjalom zegt, of een arabier salaam, dan zeggen ze weliswaar letterlijk
vrede zij met u, maar bedoelen dan ook alle goeds, heel aards: een goede
oogst, vriendschap, alle vreugde, die het leven bieden kan.
Ware vrede in
de betekenis van welvaart voor allen, kon er alleen zijn als er sociale
gerechtigheid was: minder verschil tussen arm en rijk, een eerlijk rechtsstelsel
en zorg voor je naaste. Maar het is duidelijk dat deze ideale toestand
van vrede, welvaart en gerechtigheid er niet was in de tijd van Jezus.
Het land was bezet en werd uitgebuit, er heerste armoede en onrecht. Daarom
projecteerden veel mensen de vrede naar een verre, ideale toekomst: de
messiaanse tijd. Of naar een andere wereld: in de hemel zal vrede zijn.
Maar als je de
tekst goed en in zijn verband leest, is het onwaarschijnlijk dat Jezus
zijn leerlingen hier een verre, gelukzalige toekomst of een bovenaardse,
hemelse vrede toewenst. "Vrede laat ik u na, mijn vrede geef ik u". Jezus
spreekt deze woorden, wanneer Hij voor het laatst met zijn leerlingen samen
is. Hij waarschuwt hen, dat hij verraden zal worden, gevangen genomen en
ter dood gebracht. In angst en totale verwarring zitten zij hier bij elkaar.
En juist op dat moment spreekt Jezus: mijn vrede geef ik u. Wat zou hij
hier mee kunnen bedoelen?
Het lijkt alsof
Jezus er vrede mee heeft dat hij afscheid moet nemen. De opdracht van zijn
leven is bijna voltooid en hij zal heengaan in verbondenheid met God, (de
zin van zijn bestaan). "Het is volbracht" zijn zijn laatste woorden volgens
het evangelie van Johannes. De rechtvaardige wereldvrede is nog niet bereikt,
maar de vrede van geworteld zijn in God, staan voor de goede zaak en daar
je leven voor willen geven, die innerlijke vrede, laat hij zijn leerlingen
achter. Die geeft hun de kracht om in zijn spoor verder te gaan. Ook als
Jezus sterft, werkt deze vrede door, heeft deze blijvende, eeuwige betekenis.
Het werken aan
vrede alleen al kan vrede geven. Maar dan moet je de spanning kunnen verdragen
tussen de moed om te strijden en de acceptatie van wat buiten je macht
ligt. Ik moest hierbij denken aan het bekende gebed:
Heer, geef
mij het geduld om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen
Geef mij
de moed om te veranderen wat ik wel kan veranderen
En geef mij
de wijsheid om het onderscheid tussen beide te kunnen maken.
Vrede is ook:
vertrouwen dat elke inzet voor het goede eeuwigheidswaarde heeft. Prinses
Juliana besefte dit. In twee van haar kersttoespraken staat: "als men aan
iets goeds werkt, zal er altijd iets goeds uit voorkomen, ook al is het
resultaat soms anders dan was verwacht." Dit optimistisch vertrouwen, stelde
haar in staat om tegenslagen te aanvaarden.
Wij gaan terug
naar de bijbeltekst waar ook het tweede thema van prinses Juliana voorkomt:
"Wees niet verontrust en bevreesd" zegt Jezus tegen zijn ontredderde leerlingen.
Zijn vrede zal hen dragen door de vele beproevingen die hen te wachten
staan, en ook de ultieme beproeving, de dood, hoeven zij niet te vrezen.
Ook zíj zullen een woning vinden bij God, en zullen terugkeren tot
hun Vader, uit Wie, door Wie en tot Wie alle dingen zijn.
“Je ne crains
rien” (ik vrees niets) zongen we. “Mensen hoeven niet bang te zijn,” zei
Prinses Juliana dikwijls. Zij was ervan overtuigd: Er is geen einde aan
het laatste einde, alleen een eeuwig nieuw begin. Prinses Juliana heeft
geen eenvoudig leven gehad.
Zij schreef:
“Veel van mijn verdriet in mijn leven is onbekend en mag dat ook blijven.
Het was een mooi, een vol, een waardevol en intens leven. En zij is in
vrede gestorven. In de nabijheid van haar man, van wie zij zoveel hield.
Omringd door haar kinderen en kleinkinderen, die de grootste vreugde van
haar leven waren, zoals zij zelf schreef.
Moge haar krachtige,
optimistische vertrouwen een voorbeeld zijn voor ons allen.
En moge deze
door haar volk zo geliefde en op handen gedragen koningin rusten in Gods
vrede.
Amen.
-
Koorzang
a capella: 'Wi Tata' (Surinaams Onze Vader)
-
Zegen
-
Lied: Gezang
444: Heer, ontferm u over haar; couplet 3
-
Bijzetting in
de grafkelder
-
Orkest: Peer
Gynt, suite: Morgenstimmung, van Edvard Grieg
-
Koor en orkest
Angel of Hope,
van Erik Berglund, in een bewerking van Bob Zimmerman
-
Koor: Die
Winter ist Vergangen
-
Gebeden,
gevolgd door stil gebed
-
Gemeenschappelijk
gebed, Onze Vader
-
Slotlied:
Gezang 411: Wilhelmus; couplet 15
-
Uitzending en
zegen
-
Koor en orkest:
Dona nobis pacem
-
Orgelspel:
Wie gross ist des Allmächt’gen Güte, koraalvariaties van Felix
Mendelssohn-Bartholdy