Homepage Breda
 

Zondag 4 februari 2007
Thema: Een leuke ketter: Arius 

Voorganger: Christiane Berkvens-Stevelinck
 
Opening
Na het binnenkomen van de kerkenraad en de predikant (men blijft zitten) doet de kerkenraadslid van dienst de mededelingen en ontsteekt de kaarsen. Na de handdruk door het dienstdoend kerkenraadslid zingt men zonder verdere aankondiging het eerste lied.

Lied: psalm 139: 1,2

Votum en groet, gevolgd door antwoordlied

Tot U, Heer, is ons hart gericht
Hier zijn wij open voor uw licht
Gij geeft ons kracht tot stilte en strijd
Kom tot ons Eeuw’ge in de tijd. Amen.  Men gaat zitten

Inleidende woorden

Wat is een ketter? Een ketter is eigenlijk een gemankeerde orthodox. Iemand die behoort tot een denkstroming die het uiteindelijk niet gehaald heeft.
Het christendom van de eerste eeuwen was net zo pluriform als het christendom van vandaag.
Toen en nu, waren er ketters. Fascinerende dwarsliggers. Arius hoort ons, remonstranten, nauw aan het hart te liggen omdat wij terecht worden gezien als zijn nazaten. 
Maar heeft zo een oude ketter vandaag ons nog iets te zeggen?
Dat zullen we in deze dienst onderzoeken.

Gebed

Lied: Licht dat ons aanstoot in de morgen (B3): 1

Licht dat ons aanstoot in de morgen
Voortijdig licht waarin wij staan
Koud, één voor één en ongeborgen
Licht, overdek mij, vuur mij aan.
Dat ik niet uitval, dat wij allen,
Zo zwaar en droevig als wij zijn
Niet uit elkaars genade vallen
En doelloos en onvindbaar zijn. 

Bijbellezingen

Eerste lezing

In het begin schiep God de hemel en de aarde.
De aarde was nog woest en doods,
En duisternis lag over de oervloed
Maar Gods Geest zweefde over het water.
En God zei: ‘er moet licht komen’, en er was licht.
[Genesis1:1]

In het begin was het Woord,
Het Woord was bij God
En het Woord was God.
Het was in het begin bij God.
Alles is er door ontstaan
Van wat bestaat.
In het Woord was leven
En het leven was het licht van de mensen.
[Johannes 1:1-4]

Lied: Licht dat ons aanstoot in de morgen (B3): 2

Licht van mijn stad de stedehouder,
Aanhoudend licht dat overwint.
Vaderlijk licht, steevaste schouder,
Draag mij, ik ben jouw kijkend kind.
Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen
Of ergens al de wereld daagt
Waar mensen waardig leven mogen
En elk zijn naam in vrede draagt.

Tweede lezing
De vraag waarmee Arius worstelde, kan vandaag vreemd overkomen: is Jezus nu God, een deel van God, gewoon een mens of een God/mens, die al vóór de Schepping van de wereld bestond? Of is Jezus wellicht een mens die door God ‘geadopteerd’ is bij de doop in de Jordaan? 
Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.
Het staat geschreven bij de profeet Jesaja: 
‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen. 
Luid klinkt een stem in de woestijn: 
“Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!”’
Dit gebeurde toen Johannes de Doper naar de woestijn ging en de mensen opriep zich te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen.
Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden.
Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing.
Hij verkondigde: ‘Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg
om me voor hem te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken.
Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’
In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen.
Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen,  en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’
[Marcus 1: 1-11]


Lied: Licht dat ons aanstoot in de morgen (B3): 3

Alles zal zwichten en verwaaien
Wat op het licht niet is geijkt.
Taal zal alleen verwoesting zaaien
En van ons doen geen daad beklijft.
Veelstemmig licht om aan te horen
Zolang ons hart nog slagen geeft.
Liefste der mensen, eerstgeboren
Licht, laatste woord van hem die leeft.

Preek

Heeft de eeuwenlange discussie over de persoon van Jezus ons vandaag nog iets te zeggen? Ik denk van wel. We noemen onszelf tenslotte ‘christenen’… Maar wat bedoelen we daarmee? Het grappige is dat het huidige christendom, wereldwijd, een veelzijdigheid vertoont die heel veel lijkt op de pluriformiteit van de eerste christengemeenten. Zoveel verschil is er niet tussen de discussies van toen en de discussies van nu rondom de persoon van Jezus. De échte vraag is of wij, in onze dagelijkse spiritualiteit, nog in deze discussies geïnteresseerd zijn.
Laten we de proef op de som nemen met Arius, onze ketter van vandaag.

Arius

Arius leefde in de vierde eeuw na Christus in Alexandrië in Egypte. Het was een geleerde man, een presbyter – een pastor – en een gedreven theoloog. In zijn tijd botsten christenen vrolijk met elkaar over de vraag wie Jezus eigenlijk was: God, halfgod, half mens of tot God geworden mens? 
Waarom was dat toen zo belangrijk?
Om drie redenen:

  • Vanuit het jodendom keek men met Argusogen naar de ontwikkeling van het christendom, die vreemde ketterij rond rabbi Jehosjua, rabbi Jezus. Ooit hoorde ik in Israël zeggen dat het jodendom twee ernstige ketterijen ter wereld heeft geholpen: het christendom en het communisme. En vanuit joodse standpunt, is het ook zo.

  • Nu was onze Arius, daar in Egypte, een zuivere monotheïst. Voor hem bestond, net als in het jodendom, slechts één God, ondeelbaar. En Arius zag tot zijn ontsteltenis hoe het jonge christendom ‘afgleed’ naar wat in zijn ogen een ernstige ketterij was: het delen van die éne God in twee of zelfs drie personen: Vader, Zoon en Heilige Geest. Dat kon Arius niet verdragen.
  • Een tweede idee die Arius niet voor zijn rekening kon nemen was, wat hem betrof, nog veel erger. Jezus zélf verwachtte op korte termijn het einde van de wereld en de komst van een nieuw Koninkrijk, een wereld bevrijd van het kwade. Toen dat niet gebeurde werd de verlossing van het kwade verschoven. Het werd voortaan gezien in de dood en opstanding van Jezus zélf. Hij was degene die door zijn dood en opstanding het kwade had overwonnen en de weg naar het Koninkrijk voor allen had geopend. Het kon dus niet anders zijn dat Jezus, de Verlosser, sinds het begin al God was. Want een mens zou de wereld toch niet hebben kunnen verlossen? Wederom ging Arius dwarsliggen. Voor hem is er maar één God, de Schepper uit Genesis, wiens Geest over de wateren zweefde. Geen twee. 
  • Het derde strijdpunt ging over de invloed van het Griekse denken op het jonge christendom. We hebben het begin van het evangelie van Johannes gelezen: In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. En dat Woord schiep en verlichtte de wereld. Het Woord – de Logos in het Grieks -  was als het ware een stukje God, die vervolgens werd gelijkgesteld aan Jezus. Ook dàt kon Arius, de zuivere monotheïst, niet aanvaarden.
De ideeën van Arius

Voor Arius kon Jezus alleen maar een MENS zijn, net als elk levend wezen door God geschapen, in een mengeling van Woord en Daad. Zoals ik op eerste kerstdag al zei: het vaderschap van God heeft altijd iets heel fysieks:
- God schept de fysieke wereld door zijn adem.
- God boetseert de eerste mens, Adam, met zijn eigen handen en blaast er leven in; 
- God verwekt een kind bij Maria en Jezus, de tweede Adam, wordt geboren. 
Het is allemaal heel fysiek.
En voorafgaand aan deze daden spreekt God zijn Woord uit: 
- Hij roept het leven in de wereld (En Hij zei: er zij licht, en er was licht);
- Hij zegt tegen zichzelf: Kom, laten we een mens maken. 
- Hij laat Maria door de engel zijn Woord overbrengen.
Scheppen doet God in Woord én Daad. Ingewikkelde theologische redeneringen zijn er niet bij nodig bij het daadwerkelijk ontstaan van het leven.
Voor Arius verscheen Jezus in de wereld als een begenadigde leraar, een lichtend voorbeeld van mens-zijn. En Jezus kweet zich zo voorbeeldig van deze taak dat God hem als het ware ádopteerde’. Dat is het verhaal van de doop van Jezus in de Jordaan. Marcus begint er zijn evangelie mee. De profeet Johannes de Doper kondigt de komst aan van iemand die – net als in Genesis – de Geest van God over de mensen zal aanroepen, iemand die de mensen persoonlijk zal HERscheppen. Hij zal jullie dopen met de Heilige Geest, de basistekst van de reborn christians.
En dan komt de ‘adoptieverklaring’.

Er klonk een stem uit de hemel: 
‘Jij bent mijn geliefde zoon, in jou vind ik vreugde’. 
Voor Arius, is Jezus een mens die door God als Zijn zoon geadopteerd is. Maar hij is GEEN God.

Een mislukt succesverhaal

In tegenstelling tot wat men later wilde doen geloven, werden de ideeën van Arius een groot succes, met name in de Germaanse landen, maar ook in Spanje en elders. Niet in de laatste plaats omdat ze de persoon van Jezus als ‘goedgekeurd voorbeeld van mens-zijn’ toegankelijker maakte. Arianisten gebruikten ook in de eredienst makkelijk te onthouden liederen die de participatie van de mensen bevorderden. (Oosterhuisliederen, zeg maar). Toen uiteindelijk in 325 het Arianisme door de concilie van Nicea als ketterij werd verworpen, werden deze liederen verboden, de bijbehorende boeken verbrand en de hele stroming van Arius in de ban gedaan. Men trachtte het helemaal te vernietigen maar net als met het gnostische christendom, lukte dat niet. Met de regelmaat van de klok ontstonden er nieuwe christelijke groeperingen die niet in de goddelijkheid van Christus en in de Drie-eenheid (Vader, Zoon en Heilige Geest) geloofden. Socinianen, bij voorbeeld, die in de 17e eeuw uit Polen naar Nederland vluchtten en alhier de remonstranten rechtstreeks beïnvloedden. Al deze Arianisten werden beschouwd als ketters van het zuiverste soort omdat ze het fundament van het mainstream christendom aantastten: de goddelijkheid van Christus en de Drie-eenheid. 

Wie is Jezus voor mij?

Goed. Maar wat moeten we hiermee? Hebben deze nogal overjarige theologische twisten nog enig belang voor ons? Dat is heel sterk de vraag. Wij noemen ons christenen, volgelingen van Jezus Christus. Maar wie is Christus voor ons? Een God, een mens-god, een mens? Een baken, een voorbeeld of een redder die ons leven op een hoger plan tilt, het kwade overwint en de enige hoop van de wereld is?
Het is, denk ik, goed om ons te realiseren dat de antwoorden die we op deze vragen geven – en deze antwoorden kunnen sterk wisselen in de loop van je leven – in een hele lange traditie staan. De reborn christians stellen hun hele leven in het teken van hun omvorming tot nieuwe mensen. Voortaan kennen zij een onwrikbare zekerheid. Dat kan men eng vinden maar ik heb respect voor de principiële levenskeuze die hieruit kán voortvloeien.
Je kunt ook een andere weg kiezen. De weg van de evenwichtkunstenaar
Dat gaat als volgt:
Je verlaat de zekerheid van een druk platform en begint te lopen op een dunne draad waarvan je het einde niet ziet. In je handen draag je een evenwichtstok met aan het ene einde de rede en aan het andere einde het gevoel. Van tijd tot tijd bereik je een nieuw platform, waar eeuwenoude mensen staan die allang hadden bedacht wat je meende zélf te hebben ontdekt. En zo ga je steeds verder, op zoek naar een nieuw platform. En misschien besluit je om daar te blijven, of om op je schreden terug te keren. Dat staat vrij.Zo nu en dan raak je je evenwicht kwijt maar dat is niet erg want de stok helpt je het evenwicht weer te herstellen, en mensen reiken je de hand. 

Kijk: christen zijn is iets anders dan een formulier ondertekenen. 
Christen zijn is op zoek gaan naar een levenswijze die van jou een echte mens maakt. 
Het is echt niet zo – zoals ik zelf twintig jaar geleden vreesde – dat je geen christen meer bent als je de goddelijkheid van Christus in twijfel trekt. Arius had dat al bedacht in de vierde eeuw.
Het is echt niet zo dat het twijfelen aan de lijfelijke opstanding van Christus van jou een verrader aan het christendom maakt. Ook dat heb ik tijden gedacht en gevoeld. Socinus bedacht het al in de zestiende eeuw.
Waar het om gaat is: voor jezélf bepalen welke invloed de woorden en de daden van Jezus van Nazareth op je eigen leven hebben. 
De woorden van hem die zei, vanuit zijn joodse traditie, dat je de Ander moet liefhebben als jezelf.
De daden van hem die de verworpenen aan zijn tafel nodigde en alles met hen deelde.
Amen

Muziek

Stilte
Voorbeden
Eeuwige, Gij die het licht in de duisternis brengt,
Wij danken U voor Uw scheppende Geest
Die uit het doodse leven doet ontstaan.
Wij danken U voor Uw scheppende kracht
Die mensen ondervangt, draagt en verder brengt.
Wij danken U voor Uw scheppende liefde
Die wij herkennen in de ogen van de Ander.
Dat wij verwonderd en dankbaar mogen blijven
Voor wat U ons aanreikt.
Eeuwige, Gij die in de wereld brengt
Het Woord dat levend maakt,
Verlicht ons verstand en open ons hart,
Zodat wij dat Woord verstaan.
Opdat wij zien en horen
De noden van deze wereld.
We denken aan de armen die uit de naakte armoede niet kunnen komen,
Aan de rechtelozen die geen middel tot hun beschikking hebben om hun recht op te eisen,
Aan de vervolgden die uit huis en haard worden verjaagd,
Aan de zieken, de stervenden en hun dierbaren 
die de liefde van hun omgeving meer dan ooit nodig hebben.
Dat wij bewust mogen raken en blijven
Van ónze mogelijkheden om de nood van de Ander te lenigen.
Eeuwige, Gij die licht in de duisternis en 
Woord dat levend maakt in ons leven brengt,
hoor wat wij in de stilte van ons hart U willen toevertrouwen.

Het Aramees Onze Vader 
Bron van Zijn, die ik ontmoet
in wat me ontroert
Ik geef U een naam opdat ik U
een plaats kan geven in mijn leven.
Bundel Uw licht in mij –
maak het nuttig.
Vestig Uw rijk van eenheid nu.
Uw enige verlangen handelt dan
samen met de onze.
Geef ons wat we elke dag nodig
hebben aan brood en inzicht.
Maak los de koorden van fouten
die ons vastbinden aan het verleden,
zoals wij ook anderen hun
misstappen vergeven.
Laat oppervlakkige dingen ons
niet misleiden.
Want uit U wordt de alwerkzame
wil geboren,
de levende kracht om te handelen,
het lied dat alles verfraait:
en dat zich van eeuw tot eeuw
vernieuwt. Amen.

Collecte

Afsluiting van de dienst (staande)

Lied: Aan U behoort, o Heer der Heren (Gez. 479): 1,2

Uitzending en zegen, beantwoord door: Amen Amen Amen 

Daarna neemt de predikant plaats bij de kerkenraad en zingen allen staande:

Laat dan ons hart u toebehoren
En laat ons door de wereld gaan
Met open oren open ogen
Om al uw tekens te verstaan
Dan is het aardse leven goed
Omdat de hemel ons begroet

Orgelspel

Collecte bij de uitgang
___________________________________________________________________________

Komende diensten:

 Zondag 18 februari, 10.30 uur: Ds. C. Berkvens-Stevelinck: 

 (Thema: de Heilige Graal: Wat is Uw eigen queeste?)
 Zondag 4 maart, 10.30 uur: Ds. P. Boddaert
 
 
Terug naar de homepage van de remonstrantse gemeente Breda
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 13/02/2007