|
Met medewerking van de Cantorij
Inleiding
Hoe ervaren we God? Met deze vraag gaan we ons
vandaag bezig houden.
Hoe ervaren wij God in ons persoonlijk leven,
in onze onmoetingen, in ons handelen?
En deze vraag proberen we te beantwoorden aan
de hand van liederen uit ons repertoire.
Vandaag een dwarse compositie van Bernard Huijbers,
die in de laatste periode
van zijn leven zich van zijn eerdere, veelal
bijbelse liederen distantieerde om totaal andere composities te maken.
Geen makkelijke composities, zowel van tekst als van melodie.
Onbarmhartig heelal, het lied van vandaag,
is daar een voorbeeld van. Een protestsong die uitmondt in een vermoeden
dat God ons toch rakelings nabij kan zijn.
Maar eerst zingen wij een lied waarin de nabijheid
van God bijzonder wordt verwoord: Een schoot van ontferming (waarbij ik
zou willen suggereren om te zingen, in de 4e regel: ZIJ (en niet hij).
Lezingen
Inleiding: Koning Achab heeft alle profeten ter
dood gebracht. Alleen Elia is ontsnapt. Maar ook hij weigert om de koning
als een soort afgod te vereren. De koning staat hem naar het leven.
Elia op de Horeb, op zoek naar God
Achab vertelde Izebel alles wat Elia
had gedaan, ook dat hij alle profeten ter dood had gebracht. Toen liet
Izebel Elia de volgende boodschap overbrengen: ‘De goden mogen met mij
doen wat ze willen als u morgen om deze tijd niet hetzelfde lot ondergaat
als zij.’
Elia werd bang en vluchtte om zijn leven te redden.
Bij Berseba in Juda aangekomen liet hij zijn knecht achter. Zelf trok hij
één dagreis ver de woestijn in. Daar ging hij onder een bremstruik
zitten, verlangend naar de dood, en zei: ‘Het is genoeg geweest, EEUWIGE.
Neem mijn leven, want ik ben niet beter dan mijn voorouders.’
Hij viel onder de bremstruik in slaap, maar er
kwam een engel, die hem aanraakte en zei: ‘Word wakker en eet wat.’
Elia keek op en ontdekte naast zijn hoofd een
brood, in gloeiende kooltjes gebakken, en een kruik water. Nadat hij had
gegeten en gedronken ging hij weer onder de struik liggen.
Maar de engel van de EEUWIGE kwam terug, raakte
hem opnieuw aan en zei: ‘Sta op en eet wat, anders is de reis te zwaar
voor je.’
Elia stond op, en toen hij had gegeten en gedronken
liep hij, gesterkt door dit voedsel, veertig dagen en veertig nachten door
de woestijn, tot hij bij de Horeb kwam, de berg van God.
Daar ging hij een grot binnen om er de nacht
door te brengen.
Toen richtte de EEUWIGE zich tot hem met de woorden:
‘Elia, wat doe je hier?’
Elia antwoordde: ‘Ik heb me met volle overgave
ingezet voor de EEUWIGE, de God van de hemelse machten, maar de Israëlieten
hebben uw verbond met hen naast zich neergelegd, uw altaren verwoest en
uw profeten gedood. Ik ben als enige overgebleven, en nu hebben ze het
ook op mijn leven voorzien.’
‘Kom naar buiten’,‘zei de EEUWIGE, ‘en treed
hier op de berg voor mij aan.’ En daar kwam De EEUWIGE voorbij. Er
ging een grote, krachtige windvlaag voor de EEUWIGE uit, die de Bergen
spleet en de rotsen aan stukken sloeg, maar de EEUWIGE bevond zich niet
in die windvlaag. Na de windvlaag kwam er een aardbeving, maar de EEUWIGE
bevond zich niet in die aardbeving.
Na de aardbeving was er vuur, maar de EEUWIGE
bevond zich niet in dat vuur. Na het vuur klonk het gefluister van een
zachte bries. Toen Elia dat hoorde, sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht.
Hij kwam naar buiten en ging in de opening van de grot staan, en daar klonk
een stem die tot hem sprak: ‘Elia, wat doe je hier?’
[1 Koningen 19:1-13]
Een andere zoektocht naar God
Onbarmhartig heelal (Bernard Huijbers)
Onbarmhartig heelal
Dat smijt met sterren
En levens verslindt meer dan kernwapens,
Waarom moest jij mij
Zo nodig raken?
Wat heb ik jou misdaan?
Antwoord mij!
Heb ik jouw wetten soms niet gerespecteerd?
Niet op mijzelf gepast, of niet op jou?
Ben jij zo blind als wordt gezegd?
Heb jij mijn noodkreet niet gehoord?
Bron van gevoel,
Waar blijft het jouwe?
Hier sta ik, moederziel alleen,
Wij samen, moederziel alleen,
Een geen verklaring wil ik horen,
Zo van ‘ het heeft zo moeten zijn’,
‘probeer de samenhang te zien’.
Kan mij gestolen worden,
Zolang die niet míj probeert te zien!
Hemel bedek mij!
Tijd!, heel mijn wonden!
Ruimte, ontsluit mij!
Angst, laat mij los!
Protest, verman mij!
Droefheid, verzacht mij,
Tranen, stroom vrijuit.
Woede, woed uit!
Zoals jij bent
Wil ik niet zijn.
Zoals jij deed
Wil ik niet doen.
Zoals jij slaat,
Wil ik niet slaan,
Afgrijselijk om aan te zien.
Of is die stem in mij van jou?
Ben jij het zelf die mij beweegt?
Die protesteert, aanklaagt en vloekt,
Een ook de bron van tranen voedt?
Of is die stem in mij van jou?
Preek
…Of is die stem in mij van jou?…
Wij spreken elkaar zelden, denk ik, over godservaringen.
Het heeft iets zweverigs, waar we niet graag mee geassocieerd willen worden.
Het dagblad Trouw publiceert momenteel
een serie interviews met bekende en minder bekende mensen die vertellen
hoe ze, op een bepaald moment in hun leven, God hebben ervaren.
Aan de ene kant, is het ontroerend om deze verhalen
te lezen; aan de andere kant bezorgt het je een vreemd gevoel van voyeurisme.
Volstrekt onbekenden laten je delen in hun intimiteit met God, in de momenten
waarop God hen rakelings nabij kwam.
Nu is er überhaupt iets aan de hand met
het begrip intimiteit. Reality TV, film of literatuur, beoogt de werkelijkheid
te laten zien. Reality, werkelijkheid. En om deze werkelijkheid te tonen,
wordt elke vorm van intimiteit om zeep geholpen. De meest intieme zielenroerselen
van mensen worden op straat gegooid, zonder enige gêne. Het is toch
de werkelijkheid?
Zou iets dergelijks ook aan de hand zijn bij
de intimiteit tussen de mensen en God?
Hebben we behoefte aan een goddelijke realityshow?
Wat zou er gebeuren als we na de dienst, bij
de koffie, elkaar zouden vragen: hoe ervaar jíj God eigenlijk?
Zouden wij dat willen? Ik weet het zonet nog
niet!
De intimiteit met God, indien aanwezig, is, als
het ware, nog intiemer dan de intimiteit van mensen onderling.
Maar de vraag op zich: ‘hoe ervaar ík
God?’ is belangrijk genoeg om gesteld te worden. Het is namelijk de vraag
die de mens zich sinds mensenheugenis stelt en heel verschillend beantwoordt.
Generatie na generatie. Wij vormen daar geen uitzondering op.
Het Oude Testament
In de joodse bijbel laat God zich als een mens
horen en zien. Hij schept, hij spreekt, hij komt langs, hij komt tussen
. . .
Verschijningsvormen te over: vuur, wolk, stem…
Niets ‘rakelings’ hier! De aanwezigheid van God is zo overdonderend dat
de mens het amper kan aanschouwen.
Oog in oog met God? Vergeet het maar! De mens
zou er aan sterven.
In gesprek met God? Geen mens, zelfs Job niet,
kan het aan.
Het Oude testament bevat een overdosis aan Godservaringen.
En als, aan het einde van het joodse jaar, de
laatste zinnen van het vijfde boek van Mozes hebben geklonken – die vertellen
hoe het volk het beloofde land in zicht krijgt – sluit men de vijfde rol
om meteen daarna de eerste rol (Genesis) weer te openen. Het verhaal begint
opnieuw, de godservaringen tuimelen weer over elkaar heen. Een nieuwe overdosis
aan Godservaringen.
Het Nieuwe Testament
De christelijke traditie volgt een andere weg.
In het Nieuwe Testament komt God zelden tot nooit rechtstreeks in beeld.
Hij wórdt verkondigd. Zijn wil wordt verteld of voorgedaan, door
tussenpersonen: engelen of mensen. Slechts één keer, bij
de doop van Jezus in de woestijn, klinkt de stem van God: ‘Deze is mijn
geliefde Zoon’. Deze mens, Jezus van Nazareth, zal dan later worden gezien
als de plaatsvervanger van God op aarde.
Verder zwijgt God in alle talen. God wordt zichtbaar,
hoorbaar in het spreken en handelen van mensen die zijn geboden - de Thora
- zijn aanwijzingen ten leven, gehoorzamen en verkondigen. Het ervaren
van God, de Godservaring, werkt voortaan eerder via via, van mens tot mens.
Meer aarde, minder hemel, lijkt het wel.
Het ervaren van God
Nu kan men God (of het goddelijke) op tal van
manieren ervaren. Maar daar bestaat geen toeristische gids voor. Er zijn
wel twee voornamelijke tendensen. Er zijn mensen die de aanwezigheid van
God ervaren als kwam deze aanwezigheid van buiten af. God breekt in in
hun leven, als het ware. Dan spreekt men, met een duur woord, over een
transcendente God, over transcendentie.
Maar er zijn ook mensen die de aanwezigheid van
God ervaren als ware deze aanwezigheid overal te herkennen: in de natuur,
in de medemens, in henzelf. Dan spreekt men over een immanente God, over
immanentie.
Nu is men gauw geneigd om te denken dat de God
van buiten en de God van binnen elkaars tegenpolen zijn, niet samen kunnen
bestaan. Sommige denken ook dat de oude beelden van een God buiten onszelf
– zo typisch voor het Oude Testament – voorgoed hebben afgedaan. Ik denk
dat dat een misvatting is. De verhalen uit de Trouw-serie geven aan dat
mensen wel degelijk een transcendente God ervaren. Onder deze geledingen
schaar ik mijzelf trouwens ook.
De vraag is: doet het er überhaupt toe hoe
we God of het goddelijke zoeken en ervaren? Buiten ons of in ons en in
de Ander? Is denken dat God vertikaal of horizontaal ervaren kan worden
niet net zo beperkt als denken dat onze zonnestelsel het ganse heelal is?
God, het goddelijke, blijft een mysterie dat
ons soms, even, rakelings nabij komt. En naar dat mysterie, onder welke
vorm ook, zijn wij op zoek.
Componisten
Componisten hebben voor deze zoektocht een zesde
zintuig. Waarschijnlijk omdat ze werken met getallen en getallen dragen
in zich de mogelijkheid tot oneindigheid.
De Russische componiste Sonia Goebaidoelina,
een geniale leerling van Dimitri Sjostakovitch, gaf vorig jaar in Amsterdam
een compositie-masterclass. In een interview vertelde ze dat er twee typen
componisten zijn. Degenen die het belangrijk vinden om antwoorden te vinden
op bepaalde sociale of maatschappelijke problemen en degenen die zich juist
NIET op de uiterlijke verschijningen van het leven willen richten. Voor
deze laatste componisten gaat het om zichzelf, de wereld en het universum
te HOREN, om het goddelijke mysterie te benaderen.
Goebaidoelina is één van de belangrijkste
religieuze componisten van het moment, samen met Arvo Pärt, Henryk
Gorecki en Petris Vasks. Al deze componisten komen van achter het IJzeren
Gordijn, daar waar elke religiositeit, elke vorm van transcendentie, tot
voor kort werden verboden. Met haar muziek, zegt Goebaidoelina, wil ze
losbreken uit het horizontale, en zich naar boven richten, naar de hemel,
op zoek naar de verloren dimensie van het leven. Ergens, zegt ze, moet
er een verbinding zijn tussen het menselijke en het goddelijke. Deze verbinding
zoekt ze in tonen en getallen, in de kosmische wetmatigheden van de muziek.
Vrij abstract allemaal, maar je kunt het concreet maken.
Stel dat je op een orgel twee hele lage tonen
laat klinken:
Toon 1: C (laten we dit het ervaren van
een God buiten ons noemen)
En toon 2: Cis (Laten we dit het ervaren
van een God in ons en in de Ander noemen)
Dat zijn twee zeer verschillende tonen.
Als je nu de twee tonen tegelijk laat klinken,
dan hoor je naast dat interval, een PULS.
Dit horen we dan (C en Cis tegelijk).
Een imaginaire ruimte, een fantastisch en
geheimzinnig gebied waar alles kan gebeuren.
Welnu: in de muzikale ruimte tussen deze twee
tonen, kunnen Godservaringen op talloze manieren geschieden.
Onbarmhartig heelal
Bernard Huijbers, de componist van Onbarmhartig
heelal, zou het met Goebaidoelina helemaal eens zijn. Na jarenlang
bijbelse liederen van Huub Oosterhuis te hebben getoonzet, veranderde Huijbers
van perspectief. De bijbelse verhalen liet hij liggen om zich te richten
op wetenschappelijke ontdekkingen, met name in de astronomie, en op de
consequenties ervan voor de spiritualiteit. De bijbel werd voor hem pure
poëzie. Elke goddelijke realityshow wees hij resoluut van de hand.
Het beeld van een God die spreekt en in het leven van mensen rechtstreeks
intervenieert, leverde hij in. Met zijn laatste krachten verzette hij zich
tegen alles wat mensen denken ‘God te zijn’. Daarentegen componeerde hij
vraagtekens, vermoedens, verlangens. En kwam zo, net als Goebaidoelina,
op een ontmoetingspunt tussen God en mens dat je niet koud laat:
Of is die stem in mij van jou
Ben jij het zelf die mij beweegt?
Die protesteert, aanklaagt en vloekt
En ook de bron van tranen voedt?
Ook met zulke vraagtekens kan God ons rakelings nabij
komen.
Amen |
|
|
|
|
|
|
|
|