Homepage Breda
 

Zondag 16 september 2007
Startzondag
Thema: ‘Verleden, heden en toekomst: waar leef ik in?’

Voorganger: Christiane Berkvens-Stevelinck
   
Inleidende woorden

Spiritueel leven voltrekt zich niet buiten ons dagelijks leven om. Integendeel, er is pas echt sprake van spiritueel leven als het geleefd wordt in het verdriet en het leven van alle dag.
[Henri Nouwen]

Lezingen

Gisteren
Beter de voltooiing van de dingen dan dat ze beginnen, beter geduld dan ongeduld.
Heb een lange adem en beheers je rusteloosheid, want rusteloosheid heerst in het hart van de dwazen.
En vraag jezelf niet af waarom het vroeger beter was dan nu. Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt. …
Bezie het werk van God: wie maakt recht wat hij krom heeft gemaakt?
Geniet dus op de goede dagen van het goede, maar zie op de slechte dagen in dat God naast de goede ook de slechte dagen heeft gemaakt. Geen mens kan in de toekomst zien.

[Prediker 7: 8-10, 13-14]

Heden
Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van u; Of het nu Paulus, Apollos of Kefas is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van u. Maar u bent van Christus en Christus is van God.

[1 Cor. 3: 21-22]

Toekomst 
De profeet Jesaja spreekt in de naam van God. De aanklacht richt zich tegen 'valse goden' die mensen uiteindelijk in de war brengen en duisternis in plaats van licht brengen. Wat doen ze voor de mensen?

Voer jullie rechtsgeding, zegt de HEER,
lever overtuigende bewijzen, zegt Jakobs koning.
Kom ermee voor den dag
en vertel ons wat er gebeuren zal.
Vertel ons over wat vroeger is gebeurd,
zodat wij de afloop nu al kennen.
Licht ons in over wat komen gaat,
geef ons aanwijzingen over de toekomst,
dan weten wij dat jullie goden zijn.
Doe het, hetzij goed, hetzij slecht
zodat wij het met eigen ogen kunnen zien. 
Maar nee, jullie zijn minder dan niets
en jullie daden hebben geen enkele waarde;
verafschuwd wordt ieder die voor jullie kiest.

[Jesaja 41: 21-24]

Preek

Blijf niet staren op wat vroeger was
Sta niet stil in het verleden
Ik, zegt hij, ga iets nieuws beginnen
Het is al begonnen, merk je het niet?

Vroeger was alles beter

Prediker:

En vraag jezelf niet af waarom het vroeger beter was dan nu.
Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt.

Let op: Prediker zegt niet dat het niet waar is, dat het vroeger beter was dan nu. Hij zegt: vraag je niet af WAAROM het vroeger beter was dan nu. Kennelijk vindt elke generatie standaard dat het vroeger beter was. Of het waar is, is vers twee. Maar de vraag naar het waarom heeft geen enkele zin, zegt Prediker, je schiet er namelijk niets mee op!
Gemeente, ik hoor het vaak zeggen: vroeger waren er kinderen en jongeren volop in de kerk, vroeger was er leven in de brouwerij, hadden we een jonge ouders kring waar we alles bespraken enz. enz. En het is ook zo! Vroeger ging het beter met de kerk. En, ruimer gezien, vroeger had men meer respect voor ouderen, waren kinderen niet zo brutaal, werd er tenminste opgevoed, was er meer saamhorigheid en minder files. Allemaal waar. Maar heeft het zin om te blijven staan bij de vraag: waarom was het vroeger beter dan nu? Of bij verzuchtingen als: wat had ik het vroeger toch beter! (of erger, dat kan ook).
Herinneringen aan vroeger kunnen fijn of minder fijn zijn, maar het is en blijft VROEGER. Met genoegen naar je fotoalbums kijken, met weemoed, spijt of vreugde, is natuurlijk prima. Erin blijven ‘wonen’ niet. Waarom? Omdat leven in het verleden je van het heden kan afsluiten, je kan beletten om nu te bestaan. En in het nu hebben mensen je nodig, en heb jij mensen nodig. Nu, niet gisteren.
Ik zie u denken: dat is makkelijk gezegd. Dat is niet zo. Persoonlijk lijd ik aan het tegenovergestelde euvel: ik durf nog niet de foto’s van 10 jaar gelukkig huwelijk met mijn tweede man te bekijken uit angst voor de herinneringen aan betere tijden. En dat is ook niet goed. Wat ik daarmee zeggen wil, is dat onze relatie tot het verleden vaak ambivalent is: het verleden was beter of slechter, we zwelgen erin of lopen ervoor weg. Terwijl een ding zeker is: het is het VERLEDEN. En wij leven, samen, in het HEDEN.

Het heden

100% in het heden leven betekent: open staan voor wat het leven je te bieden heeft. Dat is iets anders dan ‘alles pakken wat je pakken kunt’. Want dat is eenrichtingsverkeer: ik pak wat ik pakken kan, voor mezelf. Open staan voor wat het leven je te bieden heeft, daarentegen, is tweerichtingsverkeer. Je staat, ongeacht je leeftijd, midden in het leven, jouw leven, omringd door mensen. Mensen die je allang kent – familie, vrienden, geloofsgenoten – en mensen die je nog niet kent. Leven in het heden houdt in dat je deze mensen, bekenden en onbekenden, ontmoet, werkelijk ONTMOET. Dat je daar de ruimte voor schept en de tijd voor neemt. De bijbelkring, waarvan ik veel leden hier zie, gaat in januari een experimentele dienst wijden aan dit kernthema: de ontmoeting tussen mensen als bron van inspiratie, als bron van welbevinden.
Open staan voor de ontmoeting met mensen. Dat is niet altijd makkelijk, ik hoor het u denken.
Paulus schrijft dat het in wezen aan onszelf ligt, of dit ons lukt of niet.
U heeft zich vast afgevraagd waarom deze moeilijke, vreemde tekst daarnet werd gelezen.
Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens (dus je bent niet belangrijk omdat je de vrouw van die of de zoon van die bent) want alles is van u.
Of het nu Paulus, Apollos of Kefas is, wereld, leven of dood, heden of toekomst, alles is van u.
Wat betekent dat?
Paulus, Apollos en Kefas waren de voormannen van de eerste christelijke gemeenten. Ze hielden er verschillende ideeën op na en mensen zeiden: ik ben van die of die, ik behoor tot Rome, Genève of Salt Lake City. Dat is totaal irrelevant, zegt Paulus. Wereld, leven en dood, heden of toekomst, alles is van u.

Dat de wereld van ons is, als mens, lijdt geen twijfel. Maar leven en dood? Hangen die van ons af? In zekere zin wel. Als we zorgen voor de vluchtelingen in Darfur, blijven ze leven; als we die taak verzaken, gaan ze dood.
Maar heden en toekomst: zijn die van ons?
Heb ik het voor het zeggen, heden en in de toekomst?
Over mijn ziekte heb ik niets te zeggen, over mijn geheugen ook niet, en over mijn dood al helemaal niet.
Wat wel van mij is, is de wijze waarop ik deze onvermijdelijkheden draag.
Levenskunst heet dat. Leven-s-kunst. 
In die zin is het dus waar: heden en toekomst zijn van ons. 
Paulus voegt eraan toe:
Maar u bent van Christus, en Christus is van God.
Het klinkt ons vreemd in de oren. Wat heeft dit te maken met de kunst van het leven en de kunst van het sterven? Alles!
‘U bent van Christus’ wil zeggen: in u huist de centrale opdracht die Christus zijn volgelingen gaf: het gebod van de liefde. Heb de ander lief als jezelf. De ander, bekend of onbekend, die je in het dagelijks leven ontmoet. Jezelf, die je maar al te vaak overslaat.
‘Christus is van God’ wil zeggen: dit gebod van de liefde is een deel van een veel ruimere opdracht, gericht aan de hele Schepping: zorg dat aan het einde van elke dag, ‘alles goed is’, zoals in Genesis staat. Dat vrede en gerechtigheid, liefde, harmonie en schoonheid over de wereld heersen. Elke dag weer, en voor allen. Alles is van u. Of: Op u komt het aan.

Toekomst

Toekomstmuziek? Welnee: de toekomst begint over een nanoseconde! We bouwen nu aan de toekomst van zo dadelijk.
Wat de toekomst brengen moge, wat de toekomst brengen zal, we kunnen het vermoeden maar weten doen we het niet. Meer dan een artist impression, een kunstenaarsindruk, een tekening, krijgen we niet te zien.
De profeet Jesaja, heeft daar een andere mening over. Hij leefde in een tijd waar men in voorspellingen van profeten geloofde. Het uitkomen van hun profetieën werd gezien als de bevestiging van hun rechtstreekse contact met de godheid. Althans, zo ging dat bij de beschavingen waar het volk Israël tussen leefde. In de tijd van Jesaja zat een deel van de Israëlieten gevangen in Babylon, het huidige Irak. Niets duidde op een toekomstige bevrijding. De ballingen waren alle hoop op terugkeer verloren. Totdat profeten opstonden die een nieuwe toekomst aankondigden. De mensen vatten weer hoop. Maar ja, andere profeten, die van de omringende volkeren, die andere goden aanbaden, voorspelden iets anders, alleen maar donkere tijden. Wie moest men geloven, de heilsprofeten of de onheilsprofeten? Jesaja neemt dan het woord, namens de God van Israël, richt zich tot die andere goden, en daagt hen uit: vertel ons wat er gebeuren gaat, geef ons aanwijzingen over de toekomst, dan zullen we weten of jullie echte of valse goden zijn. En wat blijkt, die andere goden zijn niet bij machte het verleden uit te leggen of de toekomst te voorspellen. Het zijn dus valse goden. Verafschuwd worden wie voor jullie kiest. Dat wil zeggen: valse profeten zijn degenen die geen hoop geven, die geen bevrijding aankondigen. Wie naar hen luistert, gaat een afschuwelijke toekomst tegemoet.
Gelukkig leven we niet meer in een tijd waar door goden geïnspireerde voorspellingen het leven van mensen bepalen. Een dergelijke magische houding behoort tot een ver verleden. Profetisch spreken in de zin van toekomst voorspellen behoort nog alleen maar tot het arsenaal van trendwatchers... en van de KNMI. Lucht is het, borrelpraatjes, je kunt beter je paraplu meenemen.
Maar profetisch spreken zoals de profeten van Israël deden, zoals Jezus dat deed, is iets heel anders dan de toekomst voorspellen. Profetisch spreken in de joods-christelijke traditie betekent: de misstanden in het heden bloot leggen, en laten zien welke consequenties deze misstanden kunnen en zullen hebben. In die zin is iemand als Al Gore een profeet die laat zien waar onze huidige omgang met het milieu naartoe leidt als ons gedrag niet verandert. Misschien is het hier of daar overdreven of niet bewezen maar de kern van zijn toekomstvisie is maar al te waar. Met zijn profetie, kunnen we aan het werk.

Waar leven we in?

In de toekomst kunnen we niet kijken maar wat we wel kunnen doen is ons dermate te gedragen dat de toekomst er beter uitziet.
Op het nieuws werd de priester van een verkoolde Grieks dorp gevraagd hoe hij de toekomst zag. Hij antwoordde:
Daar waar as is, zullen bloemen bloeien.
Honderd bloemen, hebben we aan het begin van de dienst gezongen, honderd bloemen.

Ik wens u en onze gemeente een goede seizoen.
Amen.

   
 
 
Terug naar de homepage van de remonstrantse gemeente Breda
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 18/09/2007