Homepage Breda
 

Zondag 18 februari 2007
Thema: Onze persoonlijke queeste

Voorganger: Christiane Berkvens-Stevelinck
 
Bijbellezingen

Zoeken naar God? 
Rabbi Baruchs kleinzoon Jechiël speelde eens met een andere jongen verstoppertje. Hij verstopte zich goed en wachtte tot zijn vriendje hem opzocht. Toen hij lang gewacht had, kwam hij uit zijn schuilplaats; maar de ander was nergens te zien. Nu bemerkte Jechiël dat deze van het begin af niet naar hem had gezocht. Daarover barstte hij in tranen uit, kwam huilend de kamer van zijn grootvader binnen en beklaagde zich over zijn slechte speelkameraadje. Toen stroomden rabbi Baruch de tranen uit de ogen en hij zei: ‘Zo spreekt God ook: ik verstop mij, maar niemand wil mij zoeken’.

[Baruch van Mesbiz, uit Martin Buber, Chassidische vertellingen. Katwijk aan zee 1967,  p. 133]


Het zoeken van Prediker
Al met al, zegt Prediker, is dat de slotsom van mijn onderzoek.
Ik heb met hart en ziel gezocht, maar nog altijd niet gevonden. Onder duizend mensen vond ik er maar één die ook werkelijk een mens was, maar het was geen vrouw(!).
Alles wat ik vond is dit: de mens is een eenvoudig schepsel. Zo is hij door God gemaakt, maar hij heeft talloze gedachtespinsels.
Wie heeft wijsheid? Wie kent de verklaring van de dingen? De wijsheid straalt de mens van het gezicht en verandert strenge ogen in een milde blik.

[Prediker 28: 27-29, 27:1]
Het zoeken naar de Graal

"Aprés celi an revint une
Qui tint un tailleor d'argent.
Le Graal qui aloit devant,
De fin or esmeré estoit ;
Pierres précïeuses avoit
El Graal de maintes menieres,
des plus riches et des plus chieres
Qui an mer et an terre soient..."

Li contes del Graal, Chrétien des Troyes. 
vers3218 à 3225 
Als Parsifal in het Graalkasteel is, ziet hij voor het eerst de Graal, die later het symbool van het zoeken naar het ideaal, de queeste van de ridders van de Ronde Tafel zal worden.

De Franse middeleeuwse schrijver Chretien de Troyes vertelt:

"Daarna kwam een vrouw binnen die een zilveren blad droeg, en de Graal, van fijn goud en versierd met edelstenen. De Graal was op alle mogelijke manieren het rijkste en duurste object dat ooit op zee of op aarde bestaat."

Preek

Queeste… Wat een schitterend woord:  queeste! 
Als je het woord ‘queeste’ hoort, beland je aanstonds in de wereld van de Middeleeuwen. 
Koning Arthur en zijn ridders van de Ronde Tafel, op zoek naar de Graal... Weet U het nog?
Van Dale zegt bij het woord ‘queeste’:
Onuitvoerbare, onmogelijke opdracht die men zichzelf heeft gesteld.
Een queeste is dus een zelfgekozen zoektocht naar een onbereikbaar ideaal

Prediker, die eeuwige mopperpot en vrouwenhater, onderneemt een queeste naar iemand die werkelijk een mens is. 
Ik heb met hart en ziel gezocht, maar nog altijd niet gevonden.
onder duizend mensen vond ik er maar één die ook werkelijk een mens was, en het was geen vrouw.
Ach, je weet wie het zegt, denk je dan… Maar het is toch een merkwaardige opmerking: Prediker heeft nog altijd niet gevonden en toch wél. Hij hééft hem gevonden, die ene echte mens, die kennelijk een man is. Zijn queeste is dus geslaagd. Hij heeft het gezochte gevonden. Was het dan wel een queeste, een zoektocht naar een onbereikbaar ideaal?

Het chassidische verhaal over Jechiël, de kleinzoon van rabbi Baruch, gaat wel over een echte queeste. Het jochie verstopt zich maar zijn vriendje wil hem niet eens gaan zoeken. Het verstoppertjes-spel wordt een queeste. Niet omdat het jongetje onvindbaar zou zijn, maar omdat zijn vriendje hem niet zoekt. De kleine Jechiël wordt onbereikbaar omdat niemand een queeste naar hem onderneemt, ook niet om te spelen. 
Toen stroomden rabbi Baruch de tranen uit de ogen en hij zei: ‘Zo spreekt God ook: ik verstop mij, maar niemand wil mij zoeken’. 

Zou zoiets met ons persoonlijk zoeken naar God, naar de Ander (met hoofdletter),  naar een ideaal,  wat het ook mogen zijn, zo nu en dan aan de hand kunnen zijn? Dat we stoppen met zoeken?

De roman van de Graal

Laten we teruggaan naar de oorsprong van het begrip queeste.
In de twaalfde eeuw schreef de Franse dichter Chrétien de Troyes voor de graaf van Vlaanderen, Le conte du Graal. De vertelling van de Graal. Dit werk werd later bewerkt in meerdere middeleeuwse romans, die spelen aan het hof van Koning Arthur. De Arthur romans, met bekende personages als Parsifal, Lancelot, Gauvain, Blancefloer...  Deze legendarische figuren inspireerden schrijvers en componisten. Denk aan de Parsifal van Wagner of, recentelijker, aan de Da Vinci Code van Dan Brown. 
In al deze werken is de ‘plot’ een queeste. Een queeste naar de Graal, die  geheimzinnige beker waar iedereen naar zoekt maar die niemand vindt.

Waarom bedacht Chrétien de Troyes de legende van de Graal?
Omdat hij in een tijd leefde waar de elite van de samenleving: de adel, de ridders, dermate gewelddadig waren dat men terecht kon vrezen voor het voortbestaan van een ordentelijke maatschappij. De slachtoffers waren niet te tellen. De drijfveren, hoewel verstopt achter religieuze ondernemingen als de kruistochten, waren in wezen moorden, stelen en verkrachten. 
Het was dus zaak de mens te herinneren aan hogere idealen. De mens weer mens te laten worden, om met Prediker te spreken.

Daarom bedenkt Chrétien de Troyes het verhaal van de Graal. Bij hem, is het nog een Keltische legende, zonder christelijk sausje, dat komt pas later.
Parsifal ziet voor het eerst de Graal in het kasteel van de Visserkoning. Deze scene markeert het eigenlijke begin van de legende van de Graal. Er komt een processie binnen. Iemand draagt een lans, met druppels bloed op de  punt, symbool van de gewelddadigheid; hij wordt gevolgd door een vrouw die de Graal draagt, de mooiste beker op de wereld, symbool van de zuiverheid van lichaam en geest die elke ridder moet zien te benaderen, in een queeste naar een onbereikbaar ideaal. 
En dat ideaal is: voortaan zal willekeur door  rechtvaardigheid worden vervangen, de bescherming van de zwakken de boventoon voeren, en de  liefde hoffelijk worden. 
De queeste naar de geheimzinnige Graal, die de wereld van het geweld en de ellende kan redden, wordt zo het zoeken naar de eigen ware identiteit als mens, als echte mens

Daarom hoort de queeste niet alleen van ridders te zijn maar van de mensheid in het algemeen. Men moet op zoek gaan naar de eigen identiteit, naar idealen die wellicht onbereikbaar zijn, maar die de mensheid verfijnen en aangenamer maken. 

Waar zoekt de mens naar?

De vraag die in alle tijden speelt is: waar zoekt de mens eigenlijk naar? 
Naar welzijn en voorspoed, naar macht en rijkdom … of naar wie men is, naar  wat zijn plaats in de wereld zou kunnen zijn, naar wat hem te doen staat? Levensopdrachten noemen wij dat in de zegenbede. 
Misschien zoekt de mens wel naar een stevige cocktail van al deze ingrediënten?

Kortom: wat is mijn persoonlijke queeste? Wat beschouw  ik als idealen die ik wellicht nooit bereiken zal maar die de moeite waard zijn om mij ervoor in te zetten?
Dit is niet alleen een vraag die tot de puberteit hoort! Het is een vraag die het hele leven telkens opnieuw gesteld dient te worden. Een vraag die een ander antwoord kan krijgen in de verschillende fasen van het leven. Omdat een mens verandert, omdat een mens zich ontwikkelt, omdat een mens levenservaring opdoet die hem of haar, als het goed is, milder en wijzer maakt, zoals Prediker zegt.

Op de weblog van mijn zoon, die door zijn oude vrienden hier gretig gelezen wordt, las ik van de week een reactie van een dertigjarige:

Ik moet eerlijk bekennen dat ik zelf lange tijd weinig heb gekeken naar de rest van de wereld. Heb ook absoluut niet op een eiland gezeten, maar begin nu pas echt beetje bij beetje goed in te zien hoe diep een groot deel van de rest van de wereldbevolking lijdt. Ben toevallig net ook wakker geschud door de verhalen van een kennis die …

Wakker geschud… Zoals de Middeleeuwse ridders, die plotseling geconfronteerd met de situatie waarin hun geweld de wereld had gestort, besluiten voortaan anders te leven, andere idealen na te streven, al zijn ze moeilijk of zelfs onmogelijk te bereiken. 

Toen ik deze weblog las, dacht ik: wacht even, wat is in het leven mijn persoonlijke queeste? 

Ik heb deze ongewone vraag rondom mij gesteld en kreeg zeer verschillende antwoorden.
Ik kan het u aanraden: vraag het om u heen: wat is je persoonlijke queeste? En u zult zeer boeiende gesprekken krijgen. Want al is queeste een ouderwets woord, het bestaat nog steeds en hoe!

Een missiezuster zei: mijn queeste is liefde aan alle mensen te betuigen. Dat deed ze trouwens ook.

Een kunstenaar zei: mijn queeste is het zoeken naar een handvat voor het leven, dat ene ding op de wereld waar je je aan vast kunt houden. Een punt in al die leegte waar alles vandaan komt en weer terug naar gaat. En dat probeerde hij in zijn werk te vertalen.

Een dertigjarige schreef: mijn queeste is een zoektocht naar verwondering en verbazing, van uitdagen en uitgedaagd worden. Een  zoektocht naar de schoonheid dus die mensen en het leven bezitten,  waarbij verwondering de drijfveer is.

Een oude vriend wilde een nachtje over slapen. De volgende morgen mailde hij: Ik ben op zoek naar een houvast, naar een leidraad om de koers te bepalen in mijn leven. Waarop kan ik mij richten?

Een andere goede vriend zei:  mijn queeste is balans en evenwicht te vinden in het dagelijks leven, Maar, voegde hij er wijs aan toe, als ik dat zou bereiken zou het leven waarschijnlijk heel saai worden.

Maar een queeste hoeft toch niet altijd een hoger doel te zijn? sputterde een familielid (met recht denk ik). Mijn queeste, zei ze, is al gedeeltelijk geslaagd. Ik wilde weg van het drukke Westen en zijn verplichtingen, buiten leven, op het platteland, om in rust en vrijheid, mezelf te kunnen zijn. En het is gelukt! Nu kunnen andere mensen komen genieten van wat ik hier gevonden heb. En haar boerderij is een vrolijke ontmoetingplaats geworden voor allerlei soorten mensen. 

En in onze eigen gemeente kom ik mensen tegen die het welzijn van hun familie in goede en kwade dagen, de harmonie in hun directe omgeving en het helpen van anderen als persoonlijke queeste aangeven. 

Uiteraard moest ik zelf de vraag beantwoorden: wat is mijn eigen queeste? Het antwoord kwam spontaan bij mij op. Ik ben op zoek naar de beste manier om door te geven wat ik van het leven heb geleerd en anderen van dienst zou kunnen zijn.

Toen ik al deze queesten vergeleek, werd het mij duidelijk dat Chrétien de Troyes, in de twaalfde eeuw,  het heel scherp had gezien en dat zijn Graallegende de spijker op de kop sloeg. Een queeste bevat altijd twee elementen:
1) een zoeken naar je eigen identiteit, naar datgene wat van jou die ene mens die je bent, maakt, en
2) een openen van deze identiteit naar de Ander toe. 
Ik en de Ander. Dus niet: ik, ik ik, neen: ik en de Ander.
Onze joods-christelijke traditie heeft dit vertaald in het gebod van de liefde:
Je zult God liefhebben
En de Ander als jezelf.
Amen
 

 
 
Terug naar de homepage van de remonstrantse gemeente Breda
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 19/02/2007