|
|
Een voorbede voor de gestorvenen
Hier blijven de namen genoemd
van wie gestorven zijn:
Zij schonken ons het leven
En deelden met ons
Het geheim van uw Naam.
Zij leefden met ons
De dagen, de nachten.
Nu wonen zij in onze herinneringen.
Dat wij hen niet vergeten
En het werk van hun handen,
Nu aan ons toevertrouwd,
Niet tevergeefs is geweest.
De dood kan
De bodem uit onze dagen slaan,
De zekerheid uit ons vertrouwen.
Laat het dan niet ontbreken
Aan veelzeggende gebaren,
Aan een helende kus.
Dat wij elkaar recht mogen doen
In ons verdriet,
Ook door te weten
Wat onuitsprekelijk is.
[Sytze de Vries]
Een gedicht voor wie verder gaan
Ik leg Gods NAAM op jou,
Ga jij zijn weg
En Hij zal bij je zijn.
Ga met Hem mee
En ken Hem als een vriend
Die jou omarmt,
Terechtwijst en weer thuisbrengt.
Licht is zijn aanblik,
Licht ook in jouw ogen,
Hij ziet je aan.
Zijn Naam reikt vrede,
Die zal groeien in jouw eigen handen.
Hem deel ik met jou,
want Hij heeft mij gedragen
Tot hiertoe.
Bij Hem mag jij komen
Als geroepen,
En nooit genadeloos
Hoef jij te leven.
Laat de adem van zijn liefde
Jou met je beminden
Samenvatten
In zijn handen.
Want daarin
Worden wij bewaard
Totdat wij ingaan in zijn feest.
[Sytze de Vries]
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Bijbellezing: Wees niet ongerust
Wees niet ongerust, maar vertrouw op
God en op mij.
2 In het huis van mijn Vader zijn veel
kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed
zal maken?
3 Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt
heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie
zijn waar ik ben.
4 Jullie kennen de weg naar waar ik heen
ga.’
5 Toen zei Tomas: ‘Wij weten niet eens
waar u naartoe gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?’
6 Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid
en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.
7 Als jullie mij kennen zullen jullie ook
mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie hem, want jullie hebben hem
zelf gezien.’
8 Daarop zei Filippus: ‘Laat ons de Vader
zien, Heer, meer verlangen we niet.’
9 Jezus zei: ‘Ik ben nu al zo lang bij
jullie, en nog ken je me niet, Filippus? Wie mij gezien heeft, heeft de
Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien?
10 Geloof je niet dat ik in de Vader ben
en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie
spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij.
11 Geloof me: ik ben in de Vader en de
Vader is in mij. Als je mij niet gelooft, geloof het dan om wat hij doet.
[Johannes 14: 1-11]
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overdenking
Doe intocht, Heer, in mijn gemoed….
Oude woorden, oude klanken. Die precies verwoorden
wat Jezus bedoelt als hij zegt:
Geloof me: ik ben in de Vader en de Vader
is in mij.
Dit is wat men noemt de wederzijdse inwoning
tussen Jezus en degene die hij zijn Vader noemt.
Ik ben in de Vader en de Vader is in mij.
Dat zijn moeilijke, mystieke beelden, die onbegrijpelijk
kunnen overkomen.
Toch denk ik dat de betekenis van deze woorden
helemaal niet zo ver van onze ervaringen is als we wel denken.
We hebben zojuist degenen herdacht die ons dit
jaar ontvallen zijn.
Mensen waar zielsveel van gehouden werd. Neen:
niet gehouden werd maar gehouden WORDT. Wie een dierbare verloren
heeft, weet dat de liefde sterker is dan de dood. En dat tussen levenden
en overledenen de liefde blijft bestaan. Hij in mij, ik in hem; zij in
mij, ik in haar. Onuitsprekelijk aanwezig. Een wederzijdse inwoning.
De liefde van een mens is en blijft zichtbaar
in de Ander. Ook als iemand er niet meer is.
Als Jezus zegt: Ik ben in de vader en de Vader
is in mij, vertolkt hij geen onbegrijpelijke dingen maar gebruikt juist
een taal die iedereen die zijn hart laat spreken, kan verstaan.
Jezus heeft zijn hele leven ten dienste gesteld
van zijn God, die hij zijn Vader noemt. Voor Jezus spreekt zijn Vader door
de Tora - de Wet. De Tora voedt de mens op, zoals een vader of moeder dat
doet. Dood niet, steel niet, lieg niet, heb de ander lief en doe niemand
onrecht. Dàt heeft Jezus zijn leerlingen voorgedaan, voorgeleefd.
Hij heeft laten zien hoe dat nou moet, in de praktijk, de Wet volgen. En
de Wet wil niet zeggen ‘ regels zijn regels’ maar: dit is de richting waarin
je moet lopen om werkelijk mens te worden.
Jezus is een warme voorstander van aanschouwelijk
onderwijs. Kijk wat ik doe, kijk de weg die ik je aanwijs en waarop ik
zelf loop, en je hebt geen TomTom nodig.
Betekent dat dat we allemaal op één
en dezelfde manier wat ons aangereikt wordt, het hele liturgisch jaar door,
moeten vertalen?
Betekent dat dat wat we horen slechts één
uitleg heeft, dat wat we leren slechts op één en dezelfde
manier in praktijk moet worden gebracht? Juist niet!
In het huis van mijn Vader zijn veel kamers.
Zet twee christenen naast elkaar en je hebt twee
gedachten. Zet twee christelijke theologen naast elkaar en je hebt een
kerkstrijd. Zet één joodse gelovige tegenover één
bijbeltekst en je hebt een onuitputtelijk aantal verschillende uitleggingen.
Waarom? Omdat in het jodendom en in het christendom
(maar dat wordt helaas vaak vergeten) elke letter, elk woord, elke zin
zwanger zijn van talloze mogelijkheden. Interpretatie staat vrij. Sterker
nog, in de vrijheid van interpretatie zit de toekomst van elk denken. Zonder
nieuwe interpretaties slaat het Woord net zo dood als eiwit dat niet wordt
geklopt.
Interpreteren en herinterpreteren, overwegen
en heroverwegen: zekerheid vindt men niet in graniet maar in levend water.
We hebben zojuist de bijbel weer geopend op Johannes
1:
In het begin was het Woord
En het Woord was bij God
En het Woord was God.
……
Jezus zelf zegt tegen zijn leerlingen:
In het huis van mijn Vader zijn veel kamers.
Laten we het komende jaar opnieuw het Woord in
alle openheid laten spreken.
We weten dat in onze gemeente heel verschillend
gedacht en geloofd wordt, dat hebben we met vreugde kunnen zien bij de
experimentele dienst begin oktober. Laten we blij om deze rijkdom zijn,
Vreugde der Wet vieren, in het besef dat wij elkaar de vele kamers kunnen
laten zien waar liefde, compassie, vrede en gerechtigheid wonen.
Amen |
|
|
|
|
|
|
|