Homepage Breda
 

Zondag 29 juli 2007, Breda, Grote Kerk
Thema: ‘Ik laat jullie niet als wezen achter’

Voorganger: Christiane Berkvens-Stevelinck
   
Ik laat jullie niet als wezen achter
Ik kom bij jullie terug...
Dan zullen jullie begrijpen da ik in mijn vader ben,
dat jullie in mij zijn
en dat ik in jullie ben...

Jezus kondigt hier een vorm van geborgenheid aan die alle verlatenheid te boven gaat: een wederzijdse inwoning: jullie zijn in mij en ik ben in jullie.
Ik kom net uit Cambodja terug, een van de armste landen ter wereld. Ik bezocht er een pagode waar de monniken zich ontfermen over tientallen weeskinderen, en de rabbitschool, een school voor dubbel gehandikapte kinderen die vaak door hun ouders noodgedwongen worden achtergelaten. Dubbele wezen, als het ware. Na de dienst kunt u foto’s kopen om deze school te steunen.
Ik zag met welke liefde deze kinderen worden opgevangen, en dacht onmiddelijk aan het evangelie van vandaag:

Ik laat jullie niet als wezen achter
jullie zijn in mij en ik ben in jullie.

Wat ik in het boeddhistische Cambodja met eigen ogen zag, is de concrete invulling van deze woorden. Deze kinderen waren wezen, of werden als wezen achtergelaten en toch zorgen andere mensen ervoor dat hun wees-zijn omgezet werd in een ergens bij horen!
Verlatenheid werd tastbare liefde. Andere mensen namen de plaats in van ouders die voor hun kinderen er niet meer zijn of niet kunnen zijn. De troost die hieruit voortvloeit is, denk ik, te vergelijken met de troost die Jezus zijn leerlingen (en ons) biedt.

Ik laat jullie niet al wezen achter,
jullie zijn in mij en ik in jullie.

Maar we hoeven echt niet zo ver te reizen om de concreetheid van de woorden van Jezus in te zien. Mensen die, net als ik, geliefden aan de dood moesten afstaan, weten dat het waar is: de liefde IS sterker dan de dood. De afwezige geliefde kan voortleven in het hart van degene die achterblijft. Een wonderlijke, heel concrete ervaring kan dat zijn, iets om dankbaar voor te zijn. Een gewone menselijke ervaring, zoals zovele ervaringen die in de bijbel worden beschreven. Men hoeft er geen hoogdravende theologische gedachten op na te houden om te begrijpen wat Jezus hier wil zeggen. Verlatendheid wordt geborgenheid.

De bijbel, en met name de psalmen die deze zomerdiensten aan de orde zijn, beschrijven tal van menselijke ervaringen die ons zeer nabij kunnen komen.
Alles hangt af van de manier waarop we de bijbel lezen, van de manier waarop we de bijbel LATEN spreken. Er bestaat niet zoiets als een vaststaande en definitieve uitleg van de bijbel. Dat heeft nooit bestaan, dat zal nooit bestaan. Zoals elke tekst, heilig of niet, is de bijbel springlevend en wacht als het ware op nieuwe invullingen, op toe te voegen nieuwe gedachten.
Dat laat psalm 62, de psalm van vandaag, duidelijk zien.

Psalm 62

Psalm 62 is een psalm van inkeer, waarin de STILTE een grote rol speelt. De stilte als voorwaarde voor vertrouwen en geborgenheid.
Nu is stilte vinden niet eenvoudig. Als we behoefte aan stilte hebben, zeggen we niet: ik ga de stilte zoeken... De stilte is niet zo maar voor handen. Om het te beleven moeten we behoorlijk wat voor doen! Dat is niet alleen zo in onze tijd van continu lawaai: de dichter van de psalm ervoer het niet anders:

Alleen bij God is stilte voor mijn ziel...

In God vindt de dichter de rots waarop hij kan staan, de burcht die hem kan beschermen, kortom: de redding van alle kwaad..... KAN DAT WEL?
Het lijkt alsof de dichter zelf eerst hieraan twijfelt:
Ik wankel niet al te zeer...

Dat is al heel wat want van alle kanten wordt deze mens, de dichter van de psalm, belaagd. Men denkt dat deze psalm werd geschreven door iemand die door vijanden vervolgd werd en die asiel kreeg in de tempel van Jerusalem. Daar schreef hij deze psalm. Later wird de tekst teruggevonden in de tempel en gebruikt in de diensten.
De bescherming en de beschutting van de tempel maken het vertrouwen van de dichter sterker, want als hij herhaalt:

Alleen bij God
is rust mijn ziel,
ja, van hem komt
wat ik hoop.

Zegt hij vervolgens:

Alleen Hij is mijn rots, mijn redding, mijn burcht
IK WANKEL NIET!

Dus niet meer Ik wankel niet al te zeer maar Ik wankel niet!
Inderdaad, zo gaat dat! Als je een keer hebt ervaren dat er een kracht is – hoe je die kracht ook noemen wilt, doet er niet toe – als je een keer ervaren hebt dat er een kracht is die maakt dat je niet te zeer wankelt, dan weet je, in het vervolg, dat die kracht er is, in je woont, en dat je niet meer bang hoeft te zijn. Wankelen behoort dan tot het verleden. Voortaan weet je dat je die kracht kunt vinden in de stilte, in de rust van je ziel waarin God woont. Voortaan kun je zeggen: Ik wankel niet!

De dichter is zo vol van zijn ontdekking dat hij deze wil delen met alle aanwezigen:

Gemeente, weest altijd veilig bij hem,
stort uw hart uit voor zijn aangezicht,
God is voor ONS een toevlucht.

Dus niet alleen voor mij, die deze ervaring mocht beleven, zegt de dichter, maar voor ons allen.
En hij vraagt: waar zouden we anders een dergelijke kracht kunnen vinden: in macht, schijn of vermogen? Natuurlijk niet! Hier horen we een echo van Prediker: al deze dingen zijn slechts ijdelheid!
De dichter van psalm 62 kan alleen maar zijn eigen ervaring bevestigen en herhalen: die kracht die maakt dat ik niet wankel, is van God.

Zo dichtte de psalmist. Hij had toen een duidelijk beeld van God: rots, toevlucht, redding, glorie, sterkte,... een beeld dat voor ons wellicht niet meer geldt.Na een paar duizend jaar, lijkt dat vrij logisch! Wij denken, leven en handelen heel anders dan toen. Wij communiceren heel anders dan toen. We kunnen elkaar onmiddelijk bereiken overal op deze planeet (een zegen voor ouders die kinderen hebben aan de andere kant van de wereld) maar GOD bereiken,of onszelf door God laten bereiken, dat is erbij ingeschoten, lijkt het wel…
Waar wij moeite mee hebben, denk ik, is met het godsbeeld van toen. Want in de tussentijd onderwierpen mensen God aan een behoorlijke evolutie. En het oude volk Israël liep op de troepen vooruit.
Spinoza vond de goddelijke kracht in alles, onder andere in de natuur.
Voor Emmanuel Levinas was God te vinden in de Ander, dus in onszelf.
En dat ging zo maar door; en dat gaat zo maar door. De mens staat niet stil, God ook niet.

Leo Vroman

In onze tijd, is het wederom een dichter, Leo Vroman; die de psalmen dichter bij onze.tijd probeert te brengen. Vroman geeft de psalmen een facelift, maar, u zult het zien, van een complete make over is geen sprake!
In al zijn psalmen vermijdt Leo Vroman woorden te gebruiken die in het verleden tot misverstand hebben geleid. God is zo een woord, vindt hij. Die wil hij dus niet gebruiken. Wat dan? Omdat hij wetenschapper is (specialist van de bloedsomloop om precies te zijn), gebruikt Vroman in plaats van het woord GOD een vreemde aanspreekvorm. God wordt bij hem SYSTEEM. Het klinkt vreemd, het klinkt raar, inderdaad.
Maar als u over de schrik van dat woord heen zou willen stappen, dan zult u, met psalm 1 van de Nederlandse dichter Leo Vroman, een prachtige levenstekst ontdekken : 

Psalm 1
Leo Vroman

Systeem! Gij spitst geen oog of baard
en draagt geen slepend kleed;
hij die in u een mens ontwaart
misvormt u naar zijn eigen aard
waar hij ook niets van weet.

Systeem, ik noem u dus geen God,
geen Heer of ander Woord
waarvan men gave en gebod
en wraak wacht en tot wiens genot
men volkeren vermoordt.

Systeem! Lijf dat op niets gelijkt,
aard van ons hier en nu,
ik voel mij diep door U bereikt
en als daardoor mijn tijd verstrijkt
ben ik nog meer van U.

Het gedicht rekent af met de traditionele godsbeelden:

  • geen alziend oog of lange baard
  • geen majestueuze mantel
  • geen gouden troon
Dat hebben we gehad, zegt Vroman.

Maar ook niets dat lijkt op een mens. God een menselijk aanschijn geven is de Schepping omkeren. Niet God schept de mens, maar de mens schept dan zelf zijn God naar eigen gelijkenis,met ogen, oren, handen. Alles van boven komt van beneden. zou Harry Kuitert zeggen! God als menselijke verschijning: Leo Vroman wil daar niet meer aan. God, Heer, of al de traditionerle godsnamen die zo vaak als excuus voor onderdrukking en geweld hebben gediend, verbant hij. Wat dan wel?

Systeem,! Lijf dat op niets gelijkt...

Wij kunnen die levenskracht noch onder woorden brengen noch in beelden vertalen. Daar is ze te groot, te onzegbaar voor. In wezen, komt dit overeen met het gebod: je zult je geen gesneden beeld van God maken. Geen gesneden beeld, geen gesneden naam.

En dan:

aard van ons hier en nu,
ik voel mij diep door U bereikt
en als daardoor mijn tijd verstrijkt
ben ik nog meer van U.

Hier en nu ervaren we die kracht. Ja: het is zelfs de aard van ons bestaan, de kern van waaruit wij leven.
Bestaat er een innigere geloofsbelijdenis dat dit? Die levenskracht is in ons, en wij zijn in die levenskracht. Wat zei Jezus ook al weer:

Dan zullen jullie begrijpen dat ik in mijn vader ben,
dat jullie in mij zijn en dat ik in jullie ben...

U hoort het: twee psalmen, een evangelietekst en een hedendaags gedicht die, op duizenden jaren van elkaar, in wezen hetzelde zeggen: Geborgenheid is te vinden als wij ons in stilte open stellen voor de gedachten, gevoelens en verlangens die in ons zijn.
Als je deze geborgenheid in de stilte leert ervaren, dan begrijp je van binnenuit wat Jezus bedoelt als hij zegt: Ik laat jullie niet als wezen achter.
Dan besef je dat de monniken uit de pagode in Cambodja, en degenen die de dubbel gehandikapte kinderen in de Rabbit School van Phnom Penh opvangen, de roep van de Ander hebben gehoord. En omdat ze de roep van de Ander hebben gehoord, gebeurt het:
verlatenheid wordt aanwezigheid.

Amen

   
 
 
Terug naar de homepage van de remonstrantse gemeente Breda
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 13/08/2007