Homepage Breda
 

Zondag 30 maart 2008
Beloken Pasen
Thema: De Opstanding delen

Voorganger: Christiane Berkvens-Stevelinck
   
Het Paasevangelie volgens Johannes. Maria Magdalena zoekt tevergeefs het lichaam van Jezus in het graf. Het graf is leeg. Jezus is hier niet, zeggen engelen tegen haar. Ze huilt. En dan ontwaart ze een gestalte. Ze denkt dat het de tuinman is. Hij vraagt waarom zij huilt en wie zij zoekt. Zij zegt: Zeg mij waar u hem gebracht heeft. Dan klinkt haar naam, de naam waarmee hij haar noemde, met de stem die ze zo goed kent. Hij is het! Zij wil hem aanraken maar het kan niet. ‘Houd mij niet vast’ zegt hij en hij draagt haar op de andere leerlingen te zeggen dat hij naar zijn vader gaat.
Het is een schitterend verhaal, een verhaal van liefde, van leven, heel gewoon en menselijk. Met feiten heeft dit verhaal niets te maken. Jammer genoeg heeft de christelijke traditie van deze uitzonderlijke beleving een feit gemaakt. Een blok beton eigenlijk. Het dogma van de lichamelijke opstanding. En daarmee verloor het verhaal, voor mijn part, zijn authenticiteit en zijn werkelijke betekenis.
Goethe zei: als men iets een feit noemt spreekt men een theorie uit. Terwijl wat hier gebeurt een be-leving is, een levensverschijnsel, een verschijnsel dat mensen doet leven.

In de godsdienstpsychologie heet een dergelijke ervaring een numineuze ervaring. Het woord werd geïntroduceerd in 1917 door Rudolf Otto om ervaringen te beschrijven die ter plekke zin geven aan het bestaan. Een soort openbaring, maar dan niet per se van religieuze aard. Er hoeft geen God aan te pas te komen. Duik in je vroege jeugd en probeer je een moment te herinneren waar je je plotseling één met het universum voelde: de eerste keer dat je de melkweg aanschouwde en tot het wezen van de sterren reikt, bijvoorbeeld, of het gevoel van eeuwigheid dat je ervoer toen je door bijna dichte ogen de schittering van de zon over het water zag. Alle puzzelstukjes vallen op hun plaats en ervaar je jezelf als heel, als deel van het universum. Je bent in vrede met jezelf, bevrijd van angst en plotseling weet je wat  je te doen staat.
Dat zijn numineuze ervaringen die je hele leven kunnen beïnvloeden.

Het delen of mede-delen van deze numineuze ervaringen is heel moeilijk. Ze vallen niet onder woorden te brengen. Dan beschrijft men deze ervaringen op eigen wijze, hoewel deze ontoereikend is.
De schrijver Willem Jan Otten probeerde ooit in een lezing voor VU-studenten zijn bekering tot het katholicisme uit te leggen. Maar ja. Hoe kun je de aantrekkingskracht van ‘het mysterie’ overbrengen? Dat kan helemaal niet. Je zegt wel woorden, en zinnen, maar wat je beleefd hebt, is niet overdraagbaar. Willem Jan Otten zocht zijn toevlucht in het vertellen van een ervaring uit zijn jeugd. Een numineuze ervaring.

De losse olifanten

Hij moest 7 of 8 jaar zijn geweest. Zijn ouders woonden aan het einde van Amsterdam, bij de huidige RAI. Hij kwam nooit verder dan de Ringdijk, een hoge dijk waar je niet overheen kon kijken. Het was hem uitdrukkelijk verboden om verder te gaan. Het was het einde van zijn wereld. Op een dag durfde hij het. Hij klom op de dijk en keek de wijde wereld in. En wat zag hij? Hij zag daar, tussen de lage bosjes, olifanten. Vier of vijf losse olifanten. Toen dacht hij: dit is dus de wijde wereld. Een wereld met losse olifanten, echte, heuse, zeer aanwezige loslopende olifanten.
Hij rende naar huis en vertelde enthousiast aan de huishoudster: ik heb losse olifanten gezien! Op zijn donder kreeg hij, ten eerste omdat hij te hard schreeuwde en ten tweede omdat hij niet op de dijk mocht.
‘s-Avonds vertelde hij het aan zijn jongere broer: ik heb losse olifanten gezien! En ik drie kamelen, zei zijn broertje.
De volgende dag vertelde hij het aan de juffrouw op school. En die geloofde hem! Dat wil zeggen: ze geloofde hem maar begreep hem niet. Want ten overstaan van de hele klas legde ze uit wie mijnheer Sarrasani was, en dat ze allemaal, de hele klas, zaterdagmiddag de olifanten te zien zouden krijgen.
Ze geloofde me wel, zei Willem Jan Otten, maar op een wijze die dus weten is. Ze maakte de olifanten ‘echt’. En ik herinner me nog als de dag van gisteren hoe er iets uit mij wegsijpelde toen ze mijn wonderfanten herleidde tot circusfanten.

De tuinman

Nu ga ik iets heel gewaagd zeggen en ik hoop dat niemand zich hierdoor gekwetst zal voelen. Dat is helemaal niet mijn bedoeling. Zou het niet zo kunnen zijn dat met de tuinman uit het evangelie van Johannes precies hetzelfde aan de hand is als met de losse olifanten van Willem Jan Otten?
Maria Magdalena komt bij het graf met de dood in haar hart. Haar meester, de mens die haar leven zin gaf, is aan het kruis gestorven. Dan ontwaart ze een gestalte die haar aanspreekt op de unieke manier waarop Jezus dat deed. En in haar hart maakt de dood plaats voor het leven. In haar hart beleeft zij de opstanding van de man die haar leven zin gaf, die haar leven zin zal blijven geven. Het is meer dan troost, het is bevrijding uit de dood, terugkeer van het licht, toekomst, opdracht. Een ware opstanding beleeft ze. Hoe dat kan is een mysterie maar mensen die onvoorwaardelijke liefde kennen, kunnen dit soort wonderlijke ervaringen beleven.
Zodra men van de tuinman een wezen van vlees en bloed maakt, zodra men mensen dwingt te geloven dat Jezus lijfelijk is opgestaan uit de dood, verdwijnt het wonder van zijn opstanding. Dan maakt men van deze overweldigende, numineuze ervaring, een feit, een dogma ook nog, een dogma dat men moet geloven om een goede christen te zijn. Dat is niet alleen jammer, het weerhoudt veel mensen om het werkelijke mysterie van Pasen  ten diepste te begrijpen.
In de woorden van Goethe: als men iets een feit noemt, spreekt men een theorie uit
Voor  Maria Magdalena was de Opstanding een beleving, geen theorie.
In de ervaring van  Willem Jan Otten: ze geloofde me wel maar ze begreep me niet, ze maakte van mijn wonderfanten circusfanten.
Als Maria Magdalena deze unieke ervaring heeft gehad, spoedt ze zich naar de andere leerlingen van Jezus om haar ervaring met hen te delen. Maar hoe moet ze die onder woorden brengen? Dan zegt ze: Ik heb hem gezien! Woorden zijn ontoereikend. Maar de consequenties van deze bijzondere ervaring zijn zeer reëel. Vanaf dat moment wordt het mysterie van de Opstanding doorverteld, mensen raken enthousiast en gaan aan het werk om Jezus’ boodschap van liefde, vrede en gerechtigheid in de wereld te verspreiden.
Pasen als numineuze ervaring die je leven kan bepalen.
Van de week kreeg ik een mailtje waar ik onmiddellijk bij dacht: dit is een Paaservaring. Die wil ik graag met u delen.

De vliegeraar

De jonge ontwikkelingswerker die het stuurde was in Bagkok naar de verfilming van De vliegeraar, naar het aangrijpende boek van Khaled Hosseini, geweest. In deze film geeft regisseur Marc Foster een gezicht aan Afghaanse kinderen die in erbarmelijke omstandigheden leven. De film laat niemand onberoerd. De hele zaal huilt aan het einde. Niet uit vals sentiment. Uit echte ontroering.
Diezelfde avond kreeg ik het volgende mailtje:
Nu ik erover schrijf heb ik weer tranen in de ogen. En ik weet: waar mensen kinderen dit soort dingen aandoen, daar moet ik werken om de kinderen een beter leven te geven. Dus als dat in Afghanistan, Pakistan of Darfur is, Angola of Ivoorkust, daar ga ik heen. Al kost het me mijn leven: als daar vele kinderlevens mee opschieten, dan is het dat waard.

Dit noem ik Pasen. Opstanding. Een numineuze ervaring van Opstanding.
Wat die jongenman ziet, is een film, een ver-beelding van de ellende van Afghaanse kinderen.
Deze feiten zijn bekend. En dat is vaak wat ze blijven: bekende feiten. Een theorie.
Maar dan gebeurt er plotseling iets dat het leven van de jongeman zal veranderen.
Hij ervaart (het is haast een fysieke ervaring) waar het echt om gaat: het gruwelijke onrecht dat kinderen over de hele wereld wordt aangedaan. En plotseling weet hij waar hij de rest van zijn leven aan gaat wijden.

Maria Magdalena ging onmiddellijk naar de andere leerlingen om hen te vertellen wat er gebeurd was. Haar ervaring bij het graf deed haar – en later de andere leerlingen – beseffen wat hen te doen stond: het ideaal van liefde, vrede en gerechtigheid waar Jezus zijn leven aan gewijd had, verder te brengen, voort te leven.
Welnu: ons wacht dezelfde opdracht.
Amen.

   
 
 
Terug naar de homepage van de remonstrantse gemeente Breda
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 04/03/2008