Homepage Breda

Verlichte denkers in het Christendom

Lezing door prof. dr. Christiane Berkvens-Stevelinck, hoogleraar Europese cultuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen, op 10 oktober 2006 in Breda.
 
Ik weet niet of het u opgevallen is de laatste maanden, maar er is wat aan het verschuiven in Nederland. Tot voor kort werd het geloof afgedaan als zijnde een jammerlijke overblijfsel uit een donker verleden, beleden door mensen die de Verlichting zouden hebben gemist. 
Daar komt nu een kentering in. Job Cohen schreef vorige maand in Trouw een gedurfd artikel getiteld: Religie heeft PvdA moreel anker te bieden. Een citaat: "De werkelijke dynamische kracht van religie kan alleen maar worden begrepen als men inziet dat religies aan hun gelovigen een perspectief bieden op een rechtvaardige of rechtvaardigere samenleving". Dat sloeg in als een bom en de discussie is maar aan het begin. 

De vernieuwde interesse voor religie en geloof, die men ook elders in de samenleving ontwaart, is verrassend en ik hoop dat door deze hernieuwde discussie een aantal hardnekkige misverstanden uit de weg worden geruimd.
En een van die hardnekkige misverstanden is het idee dat religies in het algemeen en het christendom in het bijzonder het tegenovergestelde, jazelfs het tegenwicht van de Verlichting zouden zijn. 
Als ik dergelijke geluiden, bij voorbeeld in de Tweede Kamer, hoor, dan moet ik bekennen dat ik wel eens behoorlijk kwaad word over zoveel onwetendheid.

Vandaar deze serie remonstrantse lezingen rond Verlichte denkers in christendom, jodendom en islam.

Definitie
Maar laten we eerst het begrip Verlichting definiëren. Wat zijn ‘verlichte denkers’, wat is ‘de Verlichting’ ?
De Verlichting is een ware revolutie geweest in het Europese denken en men kan de Verlichting als volgt definiëren:

1) de triomf van de rede
2) het geloof in de vooruitgang van de mensheid
3) het zoeken naar het aardse geluk 

- De triomf van de rede vereist de vrijheid van het denken en dus de tolerantie.
- Aan de vooruitgang van de mensheid wordt geen grenzen toegekend.
- Het geloof in de mogelijkheid van het aardse geluk komt in de plaats van het religieuze ‘heil’. 

Men gaat dus op alle mogelijke manieren (wetenschap, techniek) proberen het leven van mensen makkelijker, gelukkiger te maken.
De Verlichting, met haar drie karakteristieken, ‘staat’ als het ware op twee zuilen: het humanisme en de Reformatie. Dat zijn de geestelijke stromingen die de Verlichting mogelijk hebben gemaakt. 
De drie denkers die we vanavond bespreken, zijn allen van reformatorische huize. 
Er is ook een katholieke Verlichting, maar die laat ik hier in het midden.

Periode en plaats
Waarom denkt men vaak dat Verlichting en christendom elkaars vijanden zijn?
Dat komt doordat tot voor kort, de Franse Verlichting – met Voltaire en Rousseau – als DE Verlichting wordt gezien. De achttiendeeeuwse Lumières hebben lang gegolden als HET moment waar, in Frankrijk, het Europese denken een ontwikkeling begon die zou uitmonden in1789 de Franse Revolutie. Nu is het karakter van deze Franse verlichte denkers zondermeer anti-clericaal, anti-religieus. Niet voor niets werd in de Franse revolutie de scheiding van kerk en staat een centraal thema. 
Het christendom zoals het in Frankrijk werd beleden, ging men toen beschouwen als achterhaald en nadelig voor het geluk van de mens. Niet alleen de adel verloor haar privileges (en vaak het hoofd). Dit gold ook voor de geestelijkheid. Sindsdien bestaat er, in Frankrijk en elders, de neiging de Verlichting als anti-christelijk, anti-religieus te beschouwen. 
En dat is volkomen onterecht. De eerste verlichte denkers waren diep gelovige mensen, uit joodse en christelijke huize. Ze leefden niet in de achttiende maar in de zeventiende eeuw, in Engeland, Nederland en Duitsland 
Spinoza en John Locke worden allebei geboren in 1632, Pierre Bayle in 1647 en Christian Wolff in 1679. Zij vertegenwoordigen een hele groep van verlichte filosofen uit de zeventiende eeuw die probeerden de rede te laten triomferen, de vrijheid van denken ingang te doen hebben en de tolerantie te presenteren als zijnde het beste systeem om als mensen vredig en gelukkig samen te leven. Dit is dus de kern van wat Verlichting is. 

Het is jammer genoeg de gewoonte geworden om naar Frans voorbeeld, het denken van deze verlichte christelijke filosofen pré-Lumières, early enlightenment, vroege verlichting te noemen. Daardoor, behielden de achttiende eeuwse Franse verlichte filosofen het alleenrecht op de ‘echte’ Verlichting, en dat is, zoals we hebben gezegd, een seculiere, anti-religieuze en anti-christelijke Verlichting. Zo werd alles wat elders en anders in Europa gedacht werd, voor en na de grote Franse Verlichtingsfilosofen, rechtstreeks aan de Franse situatie gekoppeld.  Het beeld dat we van het verband tussen de Verlichting en de religie hebben, is dus zuiver francocentrisch en uit de Europese context gehaald.  Resultaat: dat beeld klopt gewoon niet met de realiteit. Maar zo kan het gebeuren dat men Ayaan Hirsi Ali, die haar geloof heeft verlaten, ‘de nieuwe Spinoza’ noemt, terwijl Spinoza een diepgelovige vrijdenker was. Zo kan het gebeuren dat christenen door een Tweede-Kamer lid worden afgeschilderd als mensen die de Verlichting hebben gemist. Dat is pure onzin, maar helaas wijd verspreid. 
Het is buitengewoon moeilijk om een vergroeid en incorrect historisch beeld te corrigeren. Toch, in het huidige Europees historisch onderzoek, is men daar hard mee bezig. Makkelijk is het niet omdat het vraagt af te stappen van simpel te onthouden, gangbare ideeën. Je treedt de wereld van de nuances binnen, en dat is nooit eenvoudig.
Wat ik vanavond met U wil doen is bij een aantal christelijke denkers: Balthasar Bekker, Pierre Bayle en Christian Wolff te rade te gaan om te kijken hoe zij verlicht denken en christelijk geloof wisten te combineren.

Balthasar Bekker
In de tweede helft van de zeventiende eeuw, komen christelijke denkers in verzet tegen  bijgeloof. Hoe dat kwam is een spannend verhaal.
In 1682 werd na 76 jaar de comeet van Halley aan de hemel zichtbaar, voor velen een onheilspellend teken van naderende rampen. Wat zou het betekenen? 
De Nederlandse predikant en theoloog Balthasar Bekker [1634-1698] liet een boek verschijnen getiteld: Ondersoek van de betekenis der Cometen, bij van degene, die in de jaren 1680, 1681 en 1682 geschenen hebben. Daarin betoogde hij dat cometen en andere natuurverschijnselen geen enkel verband hielden met naderend onheil of met een eventuele goddelijke wraak. Dat was toen vloeken in de kerk.
Bekker werd verguisd aan alle kanten. Hij werd als predikant van Amsterdam afgezet maar de burgerlijke autoriteiten van Amsterdam, die wars waren van vervolgingen van andersdenkenden, zorgden dat hij in de stad kon verblijven en ook zijn tractement bleef ontvangen. Daar publiceerde hij in 1693 De betoverde wereld, een essentieel boek voor de ontwikkeling van het verlichte denken.
In De betoverde wereld ontkende Balthasar Bekker het bestaan van heksen, demonen, bovennatuurlijke verschijnsels en wat diens meer zij. Het werd een enorme rel. Satan, stelde hij, bestaat niet. Heksen ook niet. Dat zijn allemaal bedenksels om de mensen bang te maken. Het boek werd na kerkelijke klachten verboden maar vond toch zijn weg naar de lezers. De Franse vertaling, Le monde enchanté, werd eveneens verboden, in Nederland en in Frankrijk, maar vond ook zijn weg naar de Franse lezers. De betoverde wereld is een van de oer-boeken van de Verlichting. En het was geschreven in Holland door een predikant die de filosofie van Descartes had omarmd en de rede als unieke methode zag om de waarheid te ontdekken. Maar let wel: Balthasar Bekker was een christelijke theoloog die trachtte het geloof te ontdoen van onredelijke kanten zoals bijgeloof en geloof in wonderen en bovennatuurlijke krachten. Maar hij opereerde vanuit zijn christelijke overtuiging. Datzelfde geldt voor Pierre Bayle.  Hoewel Bayle in zekere zin voorzichtiger was dan Bekker, was hij dezelfde mening toegedaan. Zijn Pensées sur la comète verschenen in het jaar waar de komeet van Halley terugkwam – 1682 - en ademen dezelfde geest: natuurverschijnsels zijn niets anders dan natuurverschijnsels en moeten als zondanig worden bestudeerd. De rest is bijgeloof en moet worden bestreden.

Pierre Bayle [1647-1706]
Pierre Bayle werd in Frankrijk geboren in 1647 en studeerde aldaar theologie. Als hugenoot moest hij vluchten uit zijn land toen Lodewijk XIV had besloten het leven van protestanten in Frankrijk onmogelijk te maken. In 1681 komt Bayle aan in Rotterdam waar hij de rest van zijn leven zou verblijven. Men noemt hem ‘de filosoof van Rotterdam’. Hij doceerde filosofie aan de Illustere School en schreef een hele reeks boeken, waaronder 

- Pensées diverses sur la comète (1682), Verschillende gedachten over de comeet, waarin hij het astrologische bijgeloof bestreed.

- Commentaire philosophique sur ces paroles de Jésus-Christ: ‘Contrains-les d’ entrer’ (1686) (filosofisch commentaar op de woorden van Christus: dwing hen binnen te gaan), waarin hij zich verzet tegen religieuze vervolgingen in het algemeen en die tegen de Franse protestanten in het bijzonder.

- Dictionnaire historique et critique (1697), zijn belangrijkste boek, een soort alfabetische encyclopedie van allerlei filosofiche en religieuze personen en bewegingen die hij op zeer onorthodoxe wijze presenteerde.

Pierre Bayle was theoloog en filosoof. Hij had scherpe kritiek op bijgeloof, onredelijkheid, religieuze dwang en hij streed voor een geloof waar niet de dwang maar de rede en het gezond verstand het voor het zeggen hadden. 

De Dictionnaire
Ik wil mij vooral concentreren op het Dictionnaire historique van 1697. 
Dit werk was bedoeld als supplement op een ander Dictionnaire, de Grand Dictionnaire historique van de Italiaan Louis Moreri, een werk dat in die tijd als basis voor intellectuele kennis gold. Bayle rangschikt zijn onderwerpen alfabetisch. Men vindt namen van mythologische en bijbelse figuren, van antieke en moderne auteurs,  van bepaalde denkrichtingen en filosofische scholen. Bij elk lemma, staat een hoofdtekst, met de nodige biografische en historische gegevens, en onderaan de pagina’s, tientallen noten. En in deze noten geeft Bayle zijn persoonlijke mening over van alles en nog wat. Het is een hele puzzle. Soms is er maar 1 regel hoofdtekst voor een hele bladzijde noten en noten bij noten. 
Het unieke van de Dictionnaire is dat Bayle objectief verslag maakt van, bij voorbeeld, ketterse stromingen en personen. Dat moet hij wel: immers, iedereen moet met het eigen ‘innerlijke redelijk licht’ de gegevens kunnen bestuderen om zich zelf een oordeel te kunnen maken. Daardoor lezen we een lang artikel over Spinoza en zijn denken. Heel objectief gepresenteerd. Zo ook een artikel over Socinus. Fausto Sozzini, de aanvoerder van de socinianen. Ik zal op deze twee artikelen ingaan omdat zij de originaliteit van Bayle duidelijk maken. 

De werken van Spinoza waren vrij snel na hun verschijning officieel verboden, zowel in Nederland als in Frankrijk en andere landen. Dankzij de Dictionnaire historique van Pierre Bayle werd het denken van Spinoza echter breed verspreid, in heel Europa. Het was weliswaar een vereenvoudigde Spinoza, maar de essentie van zijn denken kwam wel over.  Bayle deelde met Spinoza het idee dat de bijbel kritisch gelezen moest worden. Maar Spinoza ging veel verder door de goddelijke inspiratie van de bijbel te ontkennen. Dat ging Bayle weliswaar te ver, maar hij gaf dat zeer vooruitstrevende idee van Spinoza wel dóór. Zodat elke lezer kennis kon nemen van een toen radikale gedachtengang.
Hetzelfde gebeurde in het artikel Socinus. Fausto Sozini was een Italiaanse theoloog en filosoof die zich in Polen had gevestigd en aldaar veel aanhang had gekregen. Socinus verwierp de drie-eenheid, het bestaan van de Triniteit (vader, zoon en heilige geest) en geloofde slechts in één god. Voor de unitaristen of anti-trinitaristen was Christus een voorbeeldige mens, een profeet, maar geen god. Dat betekent dat ze centrale dogma’s van zowel katholicisme als protestantisme verwierpen: de verzoeningsleer, bijvoorbeeld. Er zijn in midden-Europa allerlei unitaristische groepen ontstaan, die eigenlijk tussen jodendom en christendom in zaten. Tot en met de sabbatisten, een christelijke kerk die niet de zondag maar de zaterdag als dag des Heren vierden en die uiteindelijk gezamenlijk naar Palestina emigreerden. Deze groeperingen werden in de loop van de17e eeuw vervolgd. Zo ook de socinianen uit Polen. De meest van hen vluchtten naar de Republiek der Verenigde Nederlanden en werden alhier ontvangen. Ze stichtten uitgeverijen waar ze sociniaanse boeken drukten voor heel Europa. Deze boeken waren een regelrechte aanval op de gangbare christelijke dogma’s. De kerkelijke autoriteiten alhier dienden vele klachten in tegen deze boeken die regelmatig werden verboden… Maar het hielp niet. De geest was uit de fles, als het ware. Een geest van verzet tegen de christelijke dogma’s. Daar kwam nog bij dat de remonstranten, vanwege hun gewoonte een radikaal open avondmaal te vieren – dus iedereen uit te nodigen om deel te hebben aan het avondmaal – ook socinianen welkom heetten in hun kerken. Volgens Bayle, is dat ook een van de redenen waarom remonstranten van socinianisme werden beticht. Bayle verzet zich tegen de ideeën van Socinus maar wederom, omdat hij iedereen in staat wil stellen om zijn eigen oordeel te vellen, doet hij het gedachtengoed van Socinus uitvoerig uit de doeken. Hetzelfde doet hij met allerlei heterodoxe denkers, zijn Dictionnaire bundelt dus allerlei ‘dwalingen van de menselijke geest’ die hij zelf verwerpt maar tegelijkertijd verspreidt. 
Het zal hem later dan ook uitgebreid verweten worden. In een latere editie van de Dictionnaire, publiceert hij  een supplement waar hij zich verdedigt. Niet alleen, zegt hij, informeert hij objectief zijn lezers over andersdenkenden maar hij doet ook een appel op ieders gezond verstand, op ieders ‘innerlijk redelijk licht’ om al deze ideeën te beoordelen. 
De mens mag dus in alle vrijheidd nadenken over alles wat de menselijke geest heeft geproduceerd. Er is geen externe autoriteit die dat kan beletten. 
In al zijn werken blijkt dat Bayle bijgeloof verafschuwt, het gezond verstand en de rede als enige houvast beschouwt. Hij is de eerste in een lange rij van christelijke rationalisten die de Verlichting inluiden. 

Bayle over het bijgeloof
In de oudheid, zegt Bayle, geloofde men in allerlei magische krachten. Deze traditie bleef aanwezig in de katholieke kerk. De Reformatie maakte daar een einde aan, met name door het geloof in de heiligen af te schaffen. Deze redenering past nog in de oude controverse tussen katholieken en protestanten. 
Maar aan het einde van de 17e eeuw, komt er zowel van protestantse als van katholieke zijde een sterke kritiek tegen een ander  'magische geloof ': het geloof in de  bijbel.  Dat is nieuw. Katholieke en protestantse theologen zoals de Fransman Richard Simon en Pierre Bayle pleiten voor een kritisch lezen van de bijbel. De bijbel moet in de historische context worden bestudeerd. Theologen moeten de Schriften niet meer letterlijk nemen maar ze aan de historisch-filologische methode onderwerpen. En dat heeft allerlei consequenties. 
Zolang de mens gelooft in duistere machten buiten zichzelf, buiten de natuur, valt hij ten prooi aan de angsten van het bijgeloof.  En zolang de mens allerlei vreemde en onredelijke rituelen praktiseert, jaagt hij de redelijke mensen de kerk uit. Zie daar, zegt Bayle, de oorsprong van het atheisme. 
De Dictionnaire historique is op dit punt een bloemlezing van menselijke dwalingen. Bayle neemt op de korrel bijbelse verhalen zoals het gouden kalf, maar ook de Griekse mythologie en de wereld van de mystieken en van de zogeheten ‘enthousiasten’ (gelovigen die visioenen of vreemde gewaarwordingen hebben). Alles wat niet door de rede kan worden verklaard, valt voor hem onder bijgeloof en moet als onwaarachtige verhalen worden beschouwd.

Nu bestaat voor Bayle een essentieel verschil tussen het volksgeloof en het redelijke geloof. 
Het volksgeloof wil uiterlijke rituelen en verwacht van deze uiterlijke rituelen het heil, het geluk. Van buiten af. Deze vorm van geloof, die terug gaat naar het antieke heidendom, beschouwt Bayle als BIJgeloof. En bijgeloof valt niet te rijmen met de rede en met het gezond verstand. Bijgelooft dooft als het ware het licht van de rede, belet de ver-lichting. En moet worden bestreden.

Rede en gezond verstand
Bayle verdedigt de rede en het gezond verstand, de ‘lumière naturelle’. En uit deze twee elementen – de rede en het gezond verstand – wordt de natuurlijke moraal geboren. Niemand kan de rede of het gezond verstand op zij zetten zonder het eigen mens-zijn te verlochenen. 
Maar Bayle baseert zijn verdediging van de rede, het gezond verstand en de natuurlijke moraal op zijn christelijke geloof. 
Er bestaat, zegt hij, een natuurlijke wet, une Loi naturelle die de mens van nature in  zich draagt en hem in staat stelt het verschil tussen goed en kwaad te weten. De mens weet van nature wat goed en kwaad is. Het is God zelf die dit licht, deze natuurlijke wet, in de mens heeft geschapen. Het behoort tot de menselijk natuur en is voldoende om de waarheid te ontdekken. En Bayle gaat verder: de redelijke moraal is niet anders dan de evangelische moraal die zegt: wees rechtvaardig en heb je naaste lief.
Met Bayle hebben we dus te maken, met een christelijk rationalisme, met christelijke Verlichting.

Tolerantie
Maar nu heeft het geweten recht om te denken en te handelen naar eigen oordeel. Immers: het geweten wordt bijgestaan door het innerlijk licht van de rede.
De consequentie van deze filosofische redenering is buitengewoon belangrijk: het geweten heeft het recht om te dwalen. In zijn Commentaire philosophique bewijst Bayle het bestaan van het recht op een dwalend geweten, le droit à la conscience errante. Hierop baseert Bayle zijn pleidooi voor de tolerantie, die door de latere verlichte denkers zal worden overgenomen. Maar nogmaals: het is omdat het geweten van een natuurlijk licht, eeuwig geschonken aan de mens door God,  geniet, dat het mag dwalen. Bij Pierre Bayle is tolerantie dus ingebed in het geloof, is er zelfs het resultaat van. Het is vanuit het geloof in een door God in de mens geschapen natuurlijke rede dat Bayle het tolerantie-ideaal verkondigt.

Christian Wolff [1679-1754]
Van de Franse Hugenoot Pierre Bayle, stappen we over naar de Duitse filosoof  en rechtsgeleerde Christian Wolff.
Christian Wolff werd geboren in Bohemen, in Breslau om precies te zijn, in 1679. Hij is dus een generatie jonger dan Bayle. Hij studeerde natuurwetenschappen,  wiskunde, theologie en filosofie en doceerde aan de universiteiten van Leipzig, Marburg en Halle. In Leipzig was hij actief als lutherse predikant. Vanwege zijn rationalistisch denken kwam hij in conflict met het lutheranisme. Hij werd uit de universiteit van Halle weggestuurd maar onmiddellijk aan de universiteit van Marburg aangesteld. Daarna, toen de verlichte Frederic II  in Pruisen aan de macht kwam, kon hij naar Halle terugkeren. 
Voorstander van de filosofie van Descartes en van Leibnitz, vertegenwoordigt Christiaan Wolff, net als Pierre Bayle, het christelijke rationalisme. Hij is een van de belangrijkste Duitse christelijke verlichte denkers.

Net als Leibnitz stelt Christian Wolff dat alles (heelal, aarde, mens, planten, stenen) bestaat uit natuurlijke elementaire deeltjes (monades, en niet het boek van Houellebecq) die met elkaar in combinatie treden en alle wezens vormen. Tussen de deeltjes ontstaan relaties, causale eenduidige relaties. Deze causale relaties zijn mogelijk op basis van een onderliggend oorzakelijk beginsel: God. Hiervanuit ontwierp Christian Wolff de gedachte van een civitas maxima, de wereldgemeenschap: Buiten de statelijke orde, de verschillende staten,  bestaat een wereldgemeenschap. En op die wereldgemeenschap slaat het volkenrecht. Een eenduidig volkenrecht, dat voor allen geldt. Deze gedachte heeft grote consequenties gehad. De latere internationale instellingen zoals de Volkenbond en de Verenigde Naties zijn er op gebaseerd. Zo ook de oprichting van internationale rechtbanken die wereldwijd mensen tot verantwoording kunnen roepen en berechten. 

De belangrijkste werken van Christian Wolff zijn in het Latijn geschreven: 

- Cosmologia generalis (Frankfurt en Leipzig, 1737) 
- Jus gentium methodo scientifica (Halle, 1749) 
- Institutiones juris naturae et gentium (Halle, 1750)

In al deze werken volgt Wolff een strikte logica. Alles moet rationeel bewezen kunnen worden voordat het voor waar kan worden aangenomen. En om dat te bereiken, is de rede toereikend. Dat geldt ook voor het Godsbewijs. De mens die rondom zich kijkt, kan niet anders dan logisch concluderen: er is een God die alles omvat en die God is noodzakelijk. Ik laat het even hierbij. Het is een moeilijke filosofie die tracht rede en geloof te verzoenen en tot een rationeel geloof  te komen, in de lijn van Leibnitz. We hebben het dus over een rationalistisch christendom, over christelijke verlichte denkers. 

Om deze moeilijke filosofie wat begrijpelijker te maken verscheen tussen 1741 en 1750 een franstalige roman getiteld La belle Wolfienne, geschreven door Jean Henri Samuel Formey,  Hugenootse predikant te Berlijn en secretaris van de Academie van Wetenschappen van Pruissen. Het is een schitterend achttieende-eeuws verhaal over een jonge dame die een jongeman in een tuin ontmoet om over filosofie te praten en hem de filosofie van Christian Wolff geduldig uitlegt. Christian Wolff voor dummies zou je kunnen zeggen. Het boek werd in Berlijn geschreven, in Nederland gedrukt en van daaruit door heel Europa verspreid, onder andere in de Hugenootse diaspora. Ook de maçonnieke Loges, die toen in opkomst waren, met name in de Duitse landen, waren geneigd de filosofie van Christian Wolff  aan te hangen. Het christelijke rationalisme fungeerde in Duitsland daar als een tegengewicht tegen het Lutherse pietisme, waarin zielenroerselen tot kennis van het heilige werden verheven (men beleeft het lijden van Jezus persoonlijk mee en komt zo tot een innerlijk betere kennis van God). Wolfianen stelden daar tegenover het rationele denken. Maar wel op grond van de logische noodzakelijkheid van het bestaan van God. 

Laatste opmerking 
Een laatste opmerking over de christelijke verlichte denkers, waarvan we als voorbeelden Balthasar Bekker, Pierre Bayle en Christian Wolff hebben genomen. 
Franse en Italiaanse historici  hebben de neiging deze christelijke rationalisten als sceptici voor te stellen. Zoals ze Spinoza als de vader van het moderne atheisme beschouwen. Ze stellen de vraag: hoe zouden zeventiendeeeuwse en achttiende eeuwse denkers enige coherentie tussen rede en geloof, tussen wetenschap en geloof hebben kunnen aanbrengen? Hoe kun je gelovig zijn en tegelijkertijd adept van de Verlichting? Dat is, zeggen ze, onmogelijk. Deze denkers zijn sceptici, jazelfs atheisten in de dop. 
Welnu: dit is mijns inziens een misvatting die geen recht doet aan de auteurs die we zojuist besproken hebben. 

Balthasar Bekker, Pierre Bayle en Christian Wolff, en velen die zij vertegenwoordigen,  waren gelovigen die probeerden hun geloof in God te combineren met de absolute autoriteit van de rede. Ze hadden kritiek, zware kritiek op de gangbare theologie maar dat wil niet zeggen dat ze anti-kerks, laat staan anti-religieus waren. Geenszins. Wederom speelt hier een rol het onvolledige, francocentrisch beeld van de Verlichting. De Europese Verlichting in haar geheel,  van de zeventiende tot de achttiende eeuw, is nooit uit princiepe antikerks of antireligieus geweest. Het Verlichtingsideaal van de triomferende rede is zelfs ontsproten aan de geest van joodse en christelijke filosofen. En niet alleen het verlichtingsideaal. Ook zeer concrete vooruitgangen konden dankzij de christelijke verlichte denkers worden geboekt: 

Balthasar Bekker is degene die de afschaffing van de heksenvervolging mogelijk maakte. 
Pierre Bayle is degene die de discussie rond tolerantie en vrijheid van denken op het continent begon.
Christian Wolff is degene die het idee van een wereldgemeenschap en internationaal volkenrecht als eerste vorm gaf.

Daarmee is voldoende bewezen, dunkt mij, dat christendom en verlichting geen vijanden van elkaar zijn maar nauw met elkaar zijn verstrengeld.
 

 
Naar de pagina over de remonstrantenlezingen van de remonstrantse gemeente Breda
 
Terug naar de homepage van de remonstrantse gemeente Breda
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 19/11/2006