| Homepage Breda |
![]() |
||||||||||||||||
Remonstrantenlezingen 2007-2008
|
|||||||||||||||||
Het Evangelie van JudasLezing in de serie Jezus in meervoud door Christiane Berkvens-Stevelinck op dinsdag 11 december 2007 Inleiding
Verandert het Evangelie van Judas onze kijk op
Judas, die wij kennen als de verrader van Jezus? Verandert het misschien
onze kijk op Jezus zelf?
Het Evangelie van Judas
In 1970 vond men ergens bij de Nijl een codex, een manuscript in boekvorm, bestaande uit vier gnostische geschriften (ik kom zo op de definitie van Gnosis en gnostiek terug). Het manuscript kwam terecht bij een juwelier in Cairo. Het zou vervolgens zijn geroofd en naar Europa verscheept maar dat is vrijwel zeker een fabeltje. In 1983 kwam het weer boven water bij dezelfde juwelier in Caïro. Die probeerde het manuscript voor 3 miljoen dollars in Europa te slijten. Enkele geleerden keken ernaar maar keken niet goed: ze misten de vermelding ‘evangelie van Judas’. Hadden ze dat wel gezien, was de prijs zeker niet te hoog gevonden want men zocht al eeuwenlang naar dit verloren geschrift. Volgden 15 jaar van intriges, berovingen en vernielingen die alle kenmerken van een jongensboek hebben. Totdat de Zwitserse galeriehoudster Frieda Nussberger-Tchacos het manuscript en de beroofde vellen aankocht. Sindsdien heet het manuscript de codex Tchacos. In 2000 kwam vast te staan dat op een folio van het manuscript inderdaad ‘evangelie van Judas’ stond. Er was geen twijfel meer mogelijk. Het Evangelie van Judas was teruggevonden! De geleerden kregen de mogelijkheid om de tekst te bestuderen en op 6 april 2006 volgde dan de wereldlijke onthulling, op televisie, magistraal door National Geographic geënsceneerd als breaking news. Gnosis en gnostiek
(met dank aan Bram Moerland)
De gnostiek stelt dat de mens vergeten is wie
hij werkelijk is. Daar moet hij aan herinnerd worden. Daarvoor moet de
mens zichzelf leren kennen, de ware werkelijkheid leren inzien. Zelfkennis
is belangrijker dan geloof in een waarheid opgelegd van buitenaf.
Jezus is de eniggeboren Zoon van God, zelf ook God, die met zijn lijden boet voor de zonden van de mensheid.Andere perspectieven, vooral gnostische perspectieven, werden door de kerk en door de Romeinse keizers fel en vrij effectief bestreden. Waarom? Omdat ze benadrukten dat de mens zich eerst moet vrijmaken van elke geestelijke slavernij. De kennis, de gnosis, kan de mens alleen in zichzelf vinden. Daar komt geen kerkelijke hiërarchie aan te pas. De mens is zijn eigen wetgever en zijn eigen rechter. Niemand kan hem opleggen wat hij dient te geloven of te doen. Deze vrijgevochten houding, die in de antieke wereld veel aanhang had, en later in de vrijzinnigheid gestalte zou krijgen, gaf natuurlijk grote problemen in de jonge christelijke kerk die probeerde orde op zaken te stellen en een duurzame eenheid te vormen, gekoppeld aan de politieke macht van de Romeinse keizer. Alles wat daar niet bij paste, werd streng veroordeeld. Gnostiek werd weggezet als een dwaling van een beperkt aantal mensen, als een zware ketterij. Het werd vakkundig weggewerkt. Met de vondst van steeds meer gnostische evangeliën in de 20ste eeuw is het moeilijk geworden om de christelijke gnostiek alleen maar als zijdelingse ketterij te blijven beschouwen. Volgens een aantal geleerden, is het zelfs niet onmogelijk dat de christelijke gnostiek wel eens het oorspronkelijke christendom zou kunnen zijn, en het geloof in de kerkelijke verzoeningsleer een latere zienswijze. (Moerland). Pikant daarbij is dat de gnostiek in onze tijd opnieuw populair is geworden. Maar is het zo verwonderlijk, in een samenleving die het individu centraal stelt en steeds minder geneigd is opgelegde dogma’s als enige waarheid aan te nemen? Volgens de gnostiek is de mens verdwaald, is de mens zichzelf niet (meer). Hij draagt weliswaar in zich een goddelijke vonk maar is het contact met die vonk kwijt. De mens leeft in duisternis. Dankzij een boodschapper, iemand die ‘de goede boodschap’ brengt, kan de mens opnieuw de weg naar het licht vinden, contact maken met zijn goddelijke vonk. In de christelijke gnostiek, is Jezus de boodschapper. Hij leert de mens zich zijn ware natuur te herinneren, zijn ware gedaante terug te krijgen. In een gnostisch evangelie zegt Jezus: Mens, sta op en herinner jezelf.In de christelijke gnostiek is de opstanding dus geen lijfelijke opstanding maar een geestelijke opstanding: de mens wordt herboren als degene die hij in werkelijkheid is. De wonderen die Jezus verricht zijn geen lijfelijke wonderen maar het herstel van de ware identiteit, de ontdekking van het ware zelf. Waar komt de christelijke gnostiek vandaan?
De mythe van Seth
Wat vertelt de mythe van Seth, die centraal staat
in het Evangelie van Judas?
Er bestaat sinds de eeuwigheid een zuiver goddelijke
wereld (helemaal boven). Het is de enige werkelijke wereld. Daar heerst
de Allerhoogste God: onzegbaar, onzichtbaar, onkenbaar, onbereikbaar. Alles
wat men over deze God zou kunnen zeggen, doet hem onrecht aan.
Dat is de mythe van Seth die, zoals we zullen zien, een essentiële rol in het Evangelie van Judas speelt. Het Evangelie van Judas
Het geheime verslag
Het gesprek duurt acht dagen ( in de gnostiek ontvouwt de goddelijke wereld zich in 8 dagen) en heeft plaats 3 dagen voor Pasen, dus net voordat Judas Jezus overlevert. Toen Jezus op aarde verscheen
(12 staat voor de 12 stammen van Israel, voortgekomen uit de 12 zonen van Jakob. Judas komt uit Judea. Hij wordt de 13e discipel genoemd want zijn plaats wordt later ingenomen door Matthias. Vandaar de slechte reputatie van het getal 13)Meermaals verscheen Hij aan Zijn discipelen Niet zoals Hij was Maar Hij werd in hun midden aangetroffen Als een kind. Elders in gnostische teksten verschijnt Jezus als een oude man, als een vrouw, als een onbekende, zoals op weg naar Emmaus. De Christusgehalte neemt verschillende gedaanten aan en wordt door iedereen van binnenuit herkend.Op een dag treft Jezus zijn leerlingen aan terwijl zij aan het bidden zijn. Zij spreken het dankgebed voor het eten uit, de eucharistie. Jezus hoort het gebed en schiet in de lach (Je zou het evangelie van Judas het evangelie van de lachende Jezus kunnen noemen, want hij lacht er constant). De discipelen zijn geschokt: Meester,
Ik lach jullie niet uit, antwoordt Jezus, jullie weten niet beter. Waar Jezus om lacht is om de zinloosheid van dat gebed, dat volgens hem slechts uiterlijk is en niets betekent. De God die de discipelen danken is niet de Allerhoogste God, de echte onkenbare God, maar de demiurg, de slechte Schepper van de gebrekkige wereld waarin wij leven: Yahwe. Dan zeggen de leerlingen: Meester, U bent de Zoon van onze God. Maar dat is een foute belijdenis, want de God die de discipelen bedoelen is niet de Allerhoogste, de onkenbare die Jezus heeft gestuurd. Jezus wordt dan ook kwaad: Vanwaar kennen jullie Mij?
De discipelen zijn woedend: ze doen zo hun best
om de religieuze regels te volgen en om te verstaan wat hun rabbi zegt,
en het is nog niet goed. Ze mopperen en lasteren Jezus in hun hart omdat
hij hen in verwarring brengt, hun zekerheden doet wankelen. Deze ergernis
is ook te lezen in de canonische bijbel: meer dan eens ergeren de mensen
zich aan Jezus.
Alleen Judas Iskariot durfde dat wel.
[Jezus komt van de goddelijke wereld, het goddelijke kun je niet echt zien]Dan spreekt Judas een geloofsbelijdenis uit: Ik weet wie U bent
Dan zegt Jezus tegen Judas: Ga terzijde staan van die anderen
In een ander gesprek met al de discipelen, vertelt Jezus dat hij op weg is naar een ander en groot geslacht, in een andere, geestelijke wereld. Jezus moet weer lachen want, zegt hij, niemand van hier kan zich zelfs alleen maar indenken hoe het boven is. Daar heeft de niet verlichte mens geen woord en geen beeld voor. Wederom raken de discipelen in verwarring. Weer in een ander gesprek, vertellen de discipelen aan Jezus dat ze een visioen hebben gehad: ze zagen 12 priesters voor een altaar, die onder het uitspreken van een Naam, hun eigen vrouw en kinderen opofferden en misdrijven plegen dat het een lieve lust was (onder anderen slapen met andere mannen trouwens, wat zoveel wil zeggen als met andere stammen mengen, denk aan het verhaal van de Samaritaanse vrouw). Jezus wordt heel fel. Waarlijk, ik zeg jullie:
…
Deze priesters zijn niet alleen hypocriet maar
ook volkomen onwetend. Zij hebben geen enkele gnosis, geen enkele kennis.
Degenen die jullie de offeranden
Met andere woorden: jullie aanbidden de verkeerde
God – Yahwe, de demiurg - en niet de Allerhoogste. Jullie hebben het licht
nog niet in jezelf gevonden, die goddelijke vonk, dat stukje geestelijke
inzicht, en jullie doen allerlei zinloze godsdienstoefeningen die geen
enkel nut of betekenis hebben. Daarom leven jullie in een gebroken wereld
waar het kwade, het geweld en de onrecht zegevieren. Pas in de komende
wereld, komt een nieuw geslacht – het geslacht van Seth – dat wél
inzicht heeft en het goddelijke in zichzelf herkent. In dat Rijk heerst
het goede, de vrede en de gerechtigheid (wat wij het Koninkrijk Gods noemen).
Sommigen krijgen wel de kennis om tot die Rijk toe te treden: degenen die
kennis – gnosis – hebben (die van de boom der kennis hebben geproefd).
Die worden verlost van deze wereld en treden tot de goddelijke wereld toe.
Judas zal er een van zijn. Maar het zijn er bar weinig!
Het tweede deel van het Evangelie van Judas behandelt
de inwijding van Judas in de geheimen van de kennis, in de gnosis.
Neem mij op, samen met die mensenWaarop Jezus hem antwoordt (nog steeds in zijn droom): Judas, je ster heeft je op een dwaalspoor gebracht.Hier hebben we dus een herhaling van het verhaal van de dood van Mozes. Mozes mocht het beloofde land van buitenaf in de verte zien, maar hij mocht er niet in. Zo ook Judas: hij is een van de weinige mensen die het Koninkrijk heeft mogen aanschouwen, maar ook hij zal er niet inkomen. Dat kan namelijk alleen een mens die van het hogere geslacht van Seth is. Maar alleen al het aanschouwen van het Koninkrijk zal genoeg zijn om de jaloezie van de andere discipelen op te roepen. Judas zal inderdaad door hen worden vervolgd en gedood. Jij zult vervloek worden door de andere geslachten én je zult overheen heersenDan begint de grote inwijding van Judas. Jezus vertelt hem de gnostische mythe van de verborgen goddelijke Rijk, waar een grote onzichtbare geest over heerst. De Allerhoogste God, die geen Naam heeft. Deze God roept dan tot aanschijn naast hem Een grote engel,
Om Autogenes (die ook ‘de Zoon, of Anthropos,
de hemelse mens wordt genoemd) te dienen, verschijnen andere engelen.
Laat iemand regeren over de chaos en de onderwereldEerst verschijnt dan SOPHIA, vergezeld door haar engel SAKLAS. Sophia schept ene NEBRO, ook Jaldabaoth en Yahwe genoemd, die op zijn beurt de vergankelijke wereld waarin wij leven schept, een wereld die een afspiegeling is van de geestelijke onvergankelijke wereld (denk aan de grot van Plato) maar zelf gebrekkig is. Saklas nu schept Adam en Eva, naar zijn beeld en gelijkenis. Dat wil zeggen dat ze een onvergankelijk goddelijke kern in zich hebben, gehuld in een vergankelijk lichaam. Dit is, voor het begrip van het evangelie van Judas, van het allergrootste belang. Want Judas ‘levert’ het lichaam van Jezus aan zijn belagers zodat zijn geest terug kan keren naar de echte geestelijke wereld waar hij vandaan komt. Judas is hier dus geen verrader maar de enige die Jezus werkelijk heeft begrepen. Gedurende zijn inwijding in de geheimen van de
gnosis, bekommert Judas zich om het lot van de ‘gnosislozen’,van de mensen
die hun geestelijke oorsprong niet bewust zijn. Jezus kondigt aan de voltooiing
van de huidige wereld, waar de mensen voortdurend in de fout gaan en waar
het kwade regeert.
Wat zullen degenen die in Uw Naam gedoopt zijn doen? De eerste christelijke gemeenten bestonden uit joden, Er werd gedoopt ‘in de Naam’. Jezus wordt vaak ‘de Naam’ genoemd. Een toespeling op het tetragram, de vierletters van de onuitsprekelijke Naam van God. Ín de Sethiaanse gnosis betekent de doop het binnenkomen in de onsterfelijkheid. De gedoopte staat uit zijn vergankelijk lichaam op en treedt binnen in het onvergankelijke en eeuwige leven. Hij wordt bekleed met de eeuwige Christus. (denk aan Paulus en aan de nieuwe mens). Dan lacht Jezus een laatste keer, om de onwetendheid van de mensen. Judas is degene die alle andere discipelen zal overtreffen, want, zegt Jezus: Want jij zult offeren de mens die mij draagt (door de uiterlijke gedaante van Jezus op te offeren wordt de innerlijke Christus bevrijd)Reeds is je hoorn verheven, (dat is psalmen taal, een symbool van triomf)Je toorn ontstoken, (de overlevering zal plaatsvinden)Je ster is opgegaan en je hart is sterk! Jezus komt nu bij het slot van de inwijding van Judas. Hij spreekt over ‘de laatste dingen’, over de definitieve overwinning van de onvergankelijke wereld op de lagere wereld. Op dat moment wordt Judas ter hemel opgenomen (als Elia, Elisa, Jezus en later Mohammed): Judas hief zijn ogen op
Deze gedaanteverandering vormt het einde van de inwijding van Judas. Nu is hij bewust geworden van zijn geestelijke kern. Wat van hem nog op de aarde rondloopt is zijn lichamelijke omhulsel. Dan komt het einde van het verhaal. De hogepriesters zien dat Jezus ergens naar binnen is gegaan om te bidden. Buiten staat Judas. De hogepriesters naderden tot Judas en zeiden
tot hem:
– Het evangelie van Judas –Conclusie Na een algemene inleiding, hebben we de tekst van het evangelie van Judas nu doorgenomen en ik kan me voorstellen dat er allerlei vragen bij u zijn gerezen. Ik zal straks na de pauze zo goed mogelijk proberen deze vragen te beantwoorden. Twee vragen wil ik alvast zelf stellen:
Het zou best kunnen zijn dat drie fragmenten uit het evangelie van Judas nieuwe of anders geformuleerde woorden van Jezus bevatten. Sprekend over de priesters die in de tempel verkeerde offers aan de verkeerde God brengen, zegt Jezus: En zij hebben bomen geplant die geen vruchten voorbrengen, in mijn Naam, en op schandelijke wijze. [Codex Tchacos 39]
Een dergelijke uitspraak kennen we uit Marcus 11:
12-14 en Matthaeus 21: 18-19, waarin een onvruchtbare vijgenboom wordt
vervloekt. Maar hier is de kritiek nog duidelijker gericht op een hypocriete
vorm van tempeldienst. Zo duidelijk was het nog niet verteld.
Tweede uitspraak: Een bakker kan niet de gehele schepping onder de hemel voeden. [Codex Tchacos 41-41]
Waarschijnlijk is dit een antiek spreekwoord, dat
wordt toegepast op Jezus. Een gewone bakker, die gewoon brood bakt, kan
niet de hele schepping voeden. Jezus, die het brood van leven uitdeelt
–geestelijk voedsel – kan dat wel. In de canonieke evangeliën, wordt
deze korte uitspraak in bewerkte vorm (en dus vermoedelijk latere vorm)
verteld in de wonderbare vermenigvuldiging van het brood.
En als laatste: Het is onmogelijk om zaad te zaaien op een rots en daarvan vrucht te oogsten. [Codex Tchacos 43-44]
Het beeld kennen we uit de gelijkenissen van Matthaeus,
Marcus en Lucas, maar hier wordt gezegd: zonder hoger inzicht, komt het
zaad op de rots terecht, blijft het leven onvruchtbaar. Mensen die geen
kennis van hun ware aard hebben, de gnosislozen, zullen nooit vrucht voortbrengen.
Deze ‘woorden van Jezus’ zijn hier hele korte vermeldingen. Pas later worden dergelijke zinnen uitgewerkt tot verhalen, tot gelijkenissen bij voorbeeld. Dat betekent dat het helemaal niet onmogelijk is dat wij hier met meer oorspronkelijke gedachten, oudere gedachten van Jezus, te maken hebben dan in de canonische evangeliën. Interpretatie en psychoanalyse
Ik hoop u met deze lezing geïntroduceerd te hebben in de fascinerende wereld van het Judasevangelie die pas nu, 1900 jaar na dato, ons inwijdt in de gedachten van vroege geloofsgenoten. |
|||||||||||||||||
| Terug naar de homepage van de remonstrantse gemeente Breda | |||||||||||||||||
| naar boven | |||||||||||||||||
|
voor het laatst bijgewerkt: 08/01/2008 |
|||||||||||||||||