|
|
Nieuw licht op Jezus
of: Jezus, heb ik daar (nog) een boodschap aan?
Lezing in de serie Jezus in meervoud
door
Hein
Stufkens op dinsdag 4 maart 2008
Het schijnt onlangs echt gebeurd te zijn, ergens
op de Veluwe.
Een jongetje uit een niet-christelijk gezin zit
op een christelijke school.
Maar hij weet echt niks van de bijbel of van
Jezus.
Op een gegeven moment is de meester het zat,
en hij gaat eens op huisbezoek bij de ouders van het kind.
Hij zegt: ‘Het is wel erg met uw zoontje. Ik
moet hem alles steeds weer vanaf het begin uitleggen als het over Jezus
gaat. Hij weet zelfs niet dat Jezus voor ons gestorven is!
De vader zegt: Goh, wat erg. Wij hadden nog
niet eens gehoord dat hij ziek was….
In onze tijd zijn er steeds meer mensen die van
de bijbel en Jezus niet veel weten,
en nog veel meer mensen die aan Jezus geen boodschap
meer hebben.
De vraag die vanavond centraal staat: heb
ik (nog) een boodschap aan Jezus?
Zelfs de mensen die nog wel iets van Jezus weten
zijn in onze tijd het spoor een beetje bijster geraakt. Er zijn dominees
die niet in God geloven, en er zijn priesters die beweren dat het verhaal
van Jezus enkel een mythe is.
Nu schijnt het historisch wel vast te staan dat
er ene Jezus aan het kruis is gestorven rond het jaar 30. Dus als hij gestorven
is, moet hij toch ook geleefd hebben, zou je denken.
Misschien hebben we Jezus zelf zoekgemaakt: verloren
doen gaan, bedolven onder beelden en honderdduizenden boeken……
En waarom maken we die beelden, schrijven we
die boeken?
Omdat we het niet laten kunnen….
Omdat het mysterie Jezus ons al 2000 jaar mateloos
blijft intrigeren.
Elke keer opnieuw, door alle eeuwen heen, stellen
mensen zich de vraag: ‘Wie is toch die Jezus van Nazareth?’
(Of moeten we zeggen: die Jezus van Bethlehem?
Nee: Bethlehem was de stad waar de familie van
koning David vandaan kwam, en daarom moesten de schrijvers van de evangelieen
Jezus daar vandaan laten komen: de toekomstige Vorst van de Vrede zou daar
geboren moeten worden!
Het hele verhaal van de volkstelling, waardoor
Josef en zijn zwangere vrouw Maria op reis moesten, is volgens historici
dan ook uit de duim gezogen. Stel je dat vandaag voor: een volkstelling
waarvoor iedereen naar zijn geboorteplaats moet afreizen…. Wat een chaos,
wat een tijdverspilling, wat een inefficient bestuur!)
De vraag wie die Jezus is klinkt al vanaf de eerste
eeuw door de wereld, als een koan, een raadsel, waar mensen steeds weer
hun hersens op breken.
En een van de eersten uit wiens mond de vraag
klonk was Jezus zelf, toen hij aan zijn leerlingen vroeg:
‘Wie zegt gij dat ik ben?’ (Mark. 8,29
, ook in: Matt.16, 15 en Luk. 9,20)
In de NBV klinkt de vraag, wat minder plechtig,
als volgt: ‘Wie ben ik volgens jullie?’
En in logion 13 van het Thomas-evangelie, luidt
de vraag: ‘Zeg mij op wie ik lijk?’
Ik denk dat we dat raadsel ook vandaag niet
kunnen oplossen en ook niet hoeven op te lossen.
De leerlingen die met Jezus leefden konden dat
al niet. Wij, twintig eeuwen later evenmin.
Er bestaat geen eenduidig antwoord op de vraag
wie Jezus is, zoals er evenmin zo’n antwoord bestaat op de vraag wie ik
ben of wie jij bent.
De mens is een ondoorgrondelijk mysterie.
Is er vandaag nog een nieuw licht op Jezus
mogelijk, en hoe zou Jezus er in dat licht dan uitzien?
Nu denkt u misschien, als moderne mens die minstens
een half uur per dag naar reclameboodschappen kijkt of luistert: ‘Als er
‘nieuw’ op staat zal het wel goed zijn.
‘Nieuw licht’ ! Wat een verademing na twintig
eeuwen van dat oude versleten licht van kerkvaders en theologen, monniken
en mystici, heiligen en helden uit de christelijke traditie....
Maar ik ben er ook een beetje huiverig voor,
voor dat nieuwe licht.
Misschien is het als met schoenen.
Misschien moet je het oude licht niet weggooien
voordat je weet dat het nieuwe je óók, of zelfs beter kan
verlichten op de weg die jij gaat.
En de Jezus die in dat oude licht staat, bij
voorbeeld de Jezus van het Heilig Hartbeeld op mijn werkkamer, is mij nog
altijd zeer dierbaar wegens de warme gloed die hij door de eeuwen heen
verspreidde in de harten van mensen.
In dat nieuwe licht op Jezus zit ook veel wonderlijke
‘nieuwlichterij’.
Een selectie:
- Blavatsky, de grondlegster van de theosofie,
noemt Jezus de kleine broer van Boeddha,
- Steiners fantaseerde dat er twee Jezuskinderen
waren, van wie er een overleed op twaalfjarige leeftijd, wiens ziel vervolgens
samensmolt met die van dat andere Jezuskind,
- Jezus zou ooit in India vertoefd hebben
en dus een soort verkapte hindoe of boeddhist zijn,
- Jezus is een soort een entiteit die via chanelling
her en der zijn boodschappen voor onze tijd doorgeeft,
- En velen zien Jezus als cursusleider van een
Cursus in Wonderen.
En laten we de oude antwoorden ook niet al te
gemakkelijk als waardeloos van de hand doen, en inruilen voor de modieuze
antwoorden van onze tijd.
J. Slavenburg schrijft in zijn boek ‘De
logische Jezus’ deze prachtige volzinnen:
‘In de praktijk (van het huidige Aquarius-denken,
H.S.) wordt vaak het ene dogma verruild voor het andere, en de ene beperkte
waarheid voor een andere even beperkte waarheid. Kritiekloos worden dikwijls
de meest onwaarschijnlijke zaken overgenomen. (...) Wat er ook in te brengen
valt tegen theologie, er zit structuur en body in. Deze structuur mis ik
in vele New Age-uitingen die met Jezus en/of Christus te maken hebben.’
Wat beweegt iemand/mij in godsnaam om dan toch
nog weer een boek over Jezus te schrijven?
Naturlijk, de bijbel, ook in de nieuwe vertaling,
blijft een bestseller, en de belangstelling voor de mystieke en gnostische
Jezus is gedurende de laatste decennia enorm gegroeid.
Maar zou dat dan een reden kunnen zijn om toch
nog eens, voor de zoveelste keer, een aantal van de teksten te herkauwen
die ooit aan de basis hebben gelegen van onze ten einde lopende westers-christelijke
cultuur?
Ik heb jarenlang geaarzeld om een boek
over Jezus te schrijven.
Liever hield ik me bezig met Franciscus, een
mindere broeder, die toch in de traditie vaak als een tweede Christus werd
gezien.
Eigenlijk geef ik met dit boek vooral gehoor aan
de tekst uit het Thomas-evangelie waarin Jezus zegt dat het van levensbelang
is om naar buiten te brengen wat in je is (logion 70).
Want natuurlijk is Jezus al vanaf mijn geboorte
een deel van mijn leven, een ijkpunt in mijn ziel, een bron waaruit ik
drinken mag. Jezus is voor mij de mens die op een unieke manier het mysterie
dat we zo gebrekkig "God" noemen zichtbaar maakt en een menselijk gezicht
geeft.
Daarmee vertegenwoordigt hij iets (Iemand?) dat
mij "heilig" is.
Elk van de woorden die ik over Jezus spreek of
schrijf is met die schroom voor "het heilige" bekleed.
Als ik van u moet spreken, zo dichtte J.C.
van Schagen,
Als ik van u moet spreken, doe
ik alle mooie woorden weg.
Ik wil maar liever weinig zeggen.
Ik wil maar liever enkele kale woorden zeggen,
wat arme kale stenen, dat is mijn verhaal.
Mooie woorden denken alleen maar aan zichzelf;
ze weten van dienen niet.
(De goede woorden zijn arm en naakt, als Franciscus.
Ze zijn trouw.
Enkel goede woorden, dat is genoeg.
Want er mag niets komen tussen u en mij.
Eigenlijk wil ik liever met u zwijgen.)
Maar laat ik toch proberen wat arme woorden te
spreken: geen geleerde woorden, geen woorden die iets of iemand te verdedigen
hebben: een kerk of stroming of instituut. Trouwens, ook in de hemel wordt
het instituut dat wij kerk noemen nogal gerelativeerd.
Er bestaat een verhaal over wat er gebeurde toen
paus Johannes Paulus II in de hemel arriveerde. Hij meldde zich bij Petrus,
en die vroeg aan de paus wie hij dan wel was.
De paus antwoordde: ‘Dat weet u toch wel! Ik
ben de paus van Rome, de opperste herder van de kudde van de volgelingen
van Jezus van Nazareth!
Waarop Petrus verwonderd zei: ‘Goh, bestaat dat
clubje vissers nog steeds?’
Wie zegt gij dat ik ben? (Mark.8,29)
Aan welke Jezus van Nazareth zouden wij dan vandaag
nog een boodschap kunnen hebben?
Ontelbare namen en titels zijn hem al gegeven.
In het geboorteverhaal volgens Lukas wordt hij
"Redder", "Verlosser", "Heiland" genoemd.
En Mattheus vertelt over Wijzen uit het Oosten,
die vroegen: "Waar is de pasgeboren koning der Joden?"
Diezelfde titel, "Koning der joden", liet Pilatus
op het kruis aanbrengen waaraan Jezus tenslotte, veroordeeld als
een gevaarlijke rebel en godslasteraar, zou sterven (INRI).
Was hij de Messias waar het Joodse volk al zolang
naar uitzag, de Christus, letterlijk "de Gezalfde" (zoals de koningen
uit het verleden werden gezalfd) , de lang verwachte vorst van de eindtijd,
die het Rijk van de Vrede zou brengen?
Moeten we hem zien als een profeet, zoals de
Moslims zeggen?
Is hij God zelf, zoals ik als kind leerde, eniggeboren
Zoon van God, en met hem verenigd in die drie-eenheid van Vader, Zoon en
Geest? Zegt hij trouwens zelf niet: wie mij ziet, ziet de Vader?
Jezus noemt zichzelf ook bij vele namen. Zo zegt
hij: ik ben de Mensenzoon, de Weg, de Waarheid, de Opstanding en het Leven,
de Goede Herder, de Wijnstok, het Licht, het Brood des Levens, de Deur,
de Goede Herder....
Jezus daagt zijn leerlingen, en indirect eigenlijk
ieder van ons, uit om stil te staan bij de vraag: wie zeg jij dat ik ben?
De leerlingen zijn door die vraag zo in verlegenheid,
dat ze eerst beginnen met anderen te citeren: "Ze zeggen dat u Johannes
de Doper bent, of een reïncarmatie van de grote Elia of een
van de profeten."
Dan zegt Petrus: "Gij zijt de Christus" (Mark.),
"de Christus, Zoon van de levende God" (Matt.), "De Gezalfde van
God" (Luk.).
En na dit gesprek verbiedt Jezus hen om hierover
te spreken, zoals hij ook op andere momenten wel doet als het gaat over
dingen die geheimvol zijn.
Maar deze woorden zijn in het evangelie terecht
gekomen toen de kerk al belangen begon te krijgen en er zich een theologie
ontwikkelde.
In het evangelie van Thomas, een oudere en wellicht
zuiverder bron, vinden we een oer-versie van dit verhaal. Daar staat (logion
13, SG):
"Zeg mij op wie ik lijk".
Simon Petrus zei tegen hem:
"U bent als een rechtvaardige engel."
Mattheus zei tegen hem:
"U bent als een wijze filosoof."
Maar Thomas zei iets anders tegen hem. Die zei:
"Meester, mijn mond zal mij volstrekt niet toelaten
te zeggen op wie u lijkt."
En dan zegt Jezus:
"Jouw meester ben ik niet, omdat jij gedronken
hebt;
jij bent bedwelmd door de sprankelende bron
van levend water, die ik opgedolven heb."
"Jouw meester ben ik niet..."
Met deze woorden doet Jezus afstand van de verhouding
meester-leerling.
Thomas kan drinken uit dezelfde bron als hij.
Jezus verwijst niet naar zichzelf.
Hij verwijst naar de bron die vrij toegankelijk
is voor iedereen. Dat is het kenmerk van elke grote verlichte, avatar,
leraar, guru. Hij verwijst je naar jezelf, naar jouw eigen authentieke
verbinding met de bron.
Jezus heeft alleen de bron toegankelijk gemaakt.
Volgens de esoterici is Jezus degene in wie het Christus-bewustzijn of
de Christus-geest is ontwaakt, en die daarmee voor ons allen ook die mogelijkheid
geopend heeft.
(Er is een soortgelijk verhaal uit de boeddhistische
traditie. Als zijn leerlingen aan Boeddha vragen of hij een godheid is,
een engel, of misschien een heilige, zegt hij: "Ik ben gewoon een Ontwaakte."
Hij bedoelt: in mij is mijn diepste wezen, mijn "boeddha-natuur", ontwaakt.
Ik ben tot het besef gekomen van de eenheid van al wat leeft en van de
vergankelijkheid der dingen, en daardoor ben ik een vrij mens geworden,
die zijn bestemming heeft gevonden in een leven van liefde en mededogen.
Een mysterie zal Jezus wel blijven, zoals in
wezen ieder mens een mysterie blijft - voor de ander en voor zichzelf.
Misschien doen we er daarom inderdaad beter het
zwijgen toe, en laten we in die stilte de woorden eens tot ons doordringen
die in het Evangelie van Philippus (par.16,SG) hierover staan opgetekend:
"Christus heeft alles in zich: mens, engel, mysterie en Vader."
Zouden ook wij dat alles niet in ons hebben?
)
Wat houdt ons tegen om ook te drinken uit de
bron? Waarom heeft de moderne mens daar geen boodschap meer aan?
Misschien is het wel onze kritische geest die
ons tegenhoudt, onze ratio, de ongelovige Thomas in ons, die eerst wil
zien en dan pas geloven. Of de mondige moderne mens, die het nieuwe licht
van de wetenschap prefereert boven het oude licht van mythen en sprookjes.
De mens die schamper vraagt: Wat weten we nou
helemaal over die Jezus?
Wat weten we helemaal van Jezus?
Wat er "objectief" over Jezus en zijn boodschap
valt te melden is uiterst weinig.
Het historisch-kritisch onderzoek naar Jezus van
Nazareth kwam pas in de negentiende en twintigste eeuw op gang, en het
leidde in veel opzichten tot ontmythologisering van alle Jezus-beelden
die tot dan toe van kracht waren.
Sommigen hebben zich zelfs afgevraagd of Jezus
van Nazareth wel ooit écht bestaan heeft of dat hij een constructie
is van godsdienstige hervormers uit de eerste eeuwen.
Een echt "objectief" beeld van Jezus heeft dit
alles nog niet opgeleverd. Er is vooral veel weggevallen van wat voordien
als "de waarheid" omtrent Jezus werd beschouwd. Er is eerder een nieuw
licht gevallen op wat hij niet was, dan op wat hij wél was!
En wat hij wél was, dat is in de loop der
eeuwen nogal eens gewijzigd!!!
Allereerst was hij de Messias, een kind ons geboren,
groot raadsman, de vorst van de vrede, zoals de profeet Jesaja die aankondigde….
een groot perspectief voor een volk in ballingschap en in duisternis….
(Zowel de Jezus-beelden van vóór
als die van na het begin van het historisch-kritisch onderzoek laten nog
een
veelheid van subjectieve invullingen zien:)
Uit de Oudheid kennen we Jezus als de hemelse
hogepriester, de God-mens, de Pantocrator (Almachtige Heerser) en de Zonnegod.
In de Middeleeuwen wordt hij de lijdende
en door dat lijden verlossende God-mens aan het kruis, in de Reformatie
vooral de verzoener tussen God en mens.
In de latere tijd wordt hij een moraal-meester,
het onschuldige en ontroerende "kindje Jezus", of de Jezus van het Heilig
Hart. En in de eerste helft van de twintigste eeuw, toen overal
in Europa de koningen werden onttroond, werd hij de triomferende
Christus-Koning.
Na de tweede wereldoorlog werd Jezus onze
medemens, een broeder of een revolutionair die aan de kant stond van der
verdrukten (zie de bevrijdingstheologie), de zwarten (zie de zwarte theologie)
of de vrouwen (zie de feministische theologie).
Ook kwam er meer oog voor de Joodse context
van Jezus' optreden en boodschap, waar hij tot dan toe vooral door
de Grieks-Romeinse tradities was ingelijfd.
(Jezus was jood:
anekdote: een rabbi komt depressief in
de hemel.
God zegt: Daar is toch geen reden voor?
U hebt altijd goed geleefd!
Antwoord: Ja, maar mijn zoon is christen
geworden!
God: Praat me daar niet van, de mijne ook!!!)
En tenslotte, mede door de ontdekking van de Nag
Hammadi-geschriften en de nieuwe populariteit van het Thomas-evangelie,
kwam na de joodse Jezus de "mystieke" of "gnostische" Jezus in beeld.
Die sluit vooral aan bij de hedendaagse rand- en buitenkerkelijke spiritualiteit
en maakt van Jezus een wijsheidsleraar of zelfs een zen-meester.
(Dat hij ook nog in India zou zijn geweest, eigenlijk
een zuivere hindoe was (zoals Bhagwan(2) beweerde) of ingewijd zou zijn
door Egyptische priesters of in Griekse mysterie-scholen, dat kon er in
de twintigste eeuw ook nog wel bij...)
De kritiek op alles wat er van Jezus gemaakt is,
heb ik eens met veel humor samengevat gehoord door de joodse Jungiaanse
therapeute en schrijfster June Singer. In een interview voor de
Jung-films, die we begin jaren negentig maakten voor de IKON-televisie
onder de titel "Passions of the soul" , zei ze dat ze ooit een christelijke
kerk binnen was gegaan en zich afvroeg wat ze daar eigenlijk als joodse
vrouw te zoeken had.
En toen ze een tijdje naar het kruisbeeld had
zitten kijken. hoorde ze zichzelf in die kerk uitroepen: "Wat doet zo'n
mooie joodse jongen als jij in godsnaam hier in een christelijke kerk aan
een kruis?!"
Behalve met de beelden, is er ook met de
woorden
van Jezus veel gebeurd in de loop der eeuwen.
Moeten we al die overgeleverde teksten maar voor
zoete koek slikken?
Waar moeten we in geloven als we niet eens weten
welke uitspraken authentiek zijn?
Over de authenticiteit van de woorden van Jezus
zijn de meningen nog altijd verdeeld.
Van een aantal uitspraken nemen de geleerden
aan dat die inderdaad echt van hem zijn, van andere is dat niet zo zeker.
(Die onzekerheid heeft te maken met wat een van
die geleerden, Jacob Slavenburg, zo treffend noemde: "Valsheid in geschrifte"
(3)..
Oude bijbelhandschriften (die ten grondslag liggen
aan latere vertalingen) verschillen op tienduizenden plaatsen van elkaar.
De evangelies zijn relatief lang na Jezus' dood verschenen en eindeloos
gecorrigeerd en veranderd.
De vermeende auteurs zijn in vele gevallen niet
de werkelijke auteurs van de bijbelboeken die op hun naam staan. De samenstelling
van de ons bekende bijbel is bovendien het resultaat van een selectie waarbij
de waarheid deels ondergeschikt was aan de machtspolitiek van kerk en staat.)
Een groep Amerikaanse theologen, het zogenaamde
Jezus Seminar, stelde na grondig onderzoek van de 4 bijbelse en het Thomas-evangelie
vast, dat hooguit twintig procent van alle uitspraken van Jezus
in die geschriften mogelijk echt van hemzelf afkomstig zijn (4).
(En uit het onderzoek dat Neil Douglas-Klotz
de laatste decennia verrichtte blijkt dan ook nog eens dat de woorden van
Jezus in de taal die hij sprak, het Aramees, dikwijls totaal andere betekenissen
hebben dan die welke ze in Griekse en Latijnse vertalingen kregen (5).)
Kortom "subjectiviteit" , persoonlijke
(en politieke) keuzes en voorkeuren, hebben een grote rol gespeeld in het
tot stand komen van de geschreven erfenis van het christendom. Veel van
wat we hier vandaag horen is niet minder "subjectief"!
Maar: hoe relevant is al dat historisch- en
tekstkritisch onderzoek eigenlijk?
Een mens als Jezus overstijgt toch de dimensie
van tijd en ruimte, en verwijst in heel zijn wezen naar een mysterie dat
met wetenschappelijke methoden onmogelijk ontsluierd kan worden.
Om iets te kunnen ervaren van de werkelijke betekenis
van zo"n mens, moeten we hem misschien meer benaderen zoals we de beelden
uit een droom of de verhalen uit de mythologie benaderen. We moeten niet
vragen naar de waarheid van de feiten in zulke verhalen, maar we moeten
contact maken met datgene wat die verhalen in onze ziel teweeg brengen.
Eugen Drewermann zegt heel treffend: "We
zijn er in opgevoed onder werkelijkheid die dingen te verstaan, die wij
in tijd en ruimte objectief kunnen waarnemen en volgens rationele wetten
verklaren. Als dat lukt, zijn we pas echt tevreden. De waarheid is dat
er werkelijkheden bestaan, die op die manier nooit onder te brengen zijn
- en dat zijn juist de religieuze waarheden." (6)
Elk mens is
- enerzijds een feitelijke werkelijkheid, maar
- anderzijds ook altijd de drager van een mysterie-volle
symbolische werkelijkheid, die verwijst naar het onnoembare Mysterie dat
heel de schepping doorstroomt en draagt.
Het is vooral die laatste werkelijkheid waar
de grootsten onder ons hun tijdloze betekenis aan ontlenen. Ze ontstijgen
het puur persoonlijke en het tijdgebondene, en groeien uit tot de manifestatie
van een archetype.
Ik kan dat niet beter onder woorden brengen dan
de Amerikaanse rabbi David Cooper het ooit deed (in een interview dat we
voor de IKON-serie Via Mystica met hem maakten).
In een meditatie had hij eens op indrukwekkende
wijze iets van het mysterie Jezus ervaren.
En terugkijkend op die ervaring zei hij:
"Toen ik mijn meditatie beëindigde, geheel
vervuld van licht, vroeg ik me af hoe het mogelijk was.
Waar kwam dat licht vandaan? En wat betekent
het dat Jezus in mijn innerlijk leeft?
Langzamerhand besefte ik dat de mens Christus
een groot leraar was geweest, maar dat het licht dat Christus als archetype
nu nog uitstraalt, eigenlijk afkomstig is van de miljoenen mensen die Hem
tweeduizend jaar lang hun liefde en geloof geschonken hebben, en de essentie
van hun diepste overtuiging en hun diepste verlangen naar liefde.
Dat schonken ze aan de charismatische kracht
die Jezus Christus heet. En die kracht leeft!
(Toen ik dat inzag kreeg ik enorm veel waardering
voor de kracht van alle mensen.
Met andere woorden (aldus nog steeds rabbi Cooper):
de kracht van Christus schuilt niet slechts in zijn leer, die heel mystiek
en heel rijk is, maar de kracht van Christus ligt voor mij vooral in de
ervaring van al die liefde, die in één figuur samengebundeld
is en die nu terugstroomt naar de wereld.."
Mijn Jezusbeeld
Om iets over Jezus te weten dat voor onze ziel
en ons leven relevant is, moeten we dus de wetenschappelijke kennis passeren,
naar binnen keren, en onze toevlucht nemen tot het innerlijk weten, dat
vanouds met de term ‘gnosis’ wordt aangeduid.
Het meest essentiële beeld dat we daar aantreffen,
het centrale oerbeeld of archetype, is het beeld Gods in onze menselijke
ziel.
Jung noemde dat het archetype van het Zelf, en
hij zei dat voor de westerse mens vooral Jezus Christus daar symbool voor
staat.
De hele mystieke traditie in het christendom
is dan ook gericht op het dienen van dat innerlijk beeld, het gehoorzamen
aan dat diepste Zelf, totdat ik er mee samenval, en kan zeggen: niet ik
leef, maar Hij/Zij/Het - de Ene - leeft in mij.
(Verhaal van Christoffel: die de grootste heer
wil dienen:
1) koning = ego
2) duivel = schaduw
3) kind = Zelf/goddelijk kind)
Dan wil ik nu graag iets vertellen over wat
deze gang naar binnen voor mijzelf betekend heeft en teweeg heeft gebracht
in mijn verhouding tot het mysterie Jezus.
En daarmee zal ik dan illustreren dat niet alleen
in de loop der eeuwen, maar ook in de korte tijdsspanne van één
mensenleven, dat archetype van het beeld Gods in ons andere invullingen
en accenten kan krijgen.
De oudste Jezusbeelden die ik als kind kreeg aangereikt
waren, behalve de jaarlijks terugkerende kerststal met het kindje in de
kribbe, beelden uit stripverhalen. Ik kreeg het evangelie voorgeschoteld
in kleurrijke strip-albums (die ik nog steeds koester) met titels als:
"Het geheim van de grot" , "Opschudding in Palestina"
, "Het verraad van Judas" en "De zege van het kruis" (7).
Later op school bij de fraters van Tilburg en
in de kerk werden die beelden natuurlijk nog op allerlei manieren aangevuld.
Uit deze stripverhalen zijn mij vooral drie
beelden van Jezus bijgebleven, die illustreren hoe bij die verschuiving
plaatvond ‘van buiten naar binnen’.
1) Het eerste beeld is dat van Jezus als
grote goddelijke wonderdoener en genezer.
Hij is, omdat hij God is, een soort superman
die water in wijn verandert, over het water loopt, melaatsen geneest, de
lamme bij de Schaapspoort weer doet lopen en Lazarus uit de dood opwekt.
En passant trotseert hij daarbij voortdurend
de heersende machten en hun wetten.
En dan blijkt ook nog aan het eind, als
klap op de vuurpijl, dat hij zichzelf niet laat kisten en gewoon uit de
dood opstaat.
(Ik kan me dus ook voorstellen wat een shock
het moet zijn voor hen die dit alles letterlijk geloven dat volgens Jacob
Slavenburg onlangs bij opgravingen in Jeruzalem de botjes van Jezus zijn
teruggevonden in een ossuarium, een beenderenkistje waarin de joden de
resten van hun dierbaren begroeven.)
Voor mij is dat geen shock. Voor mij veranderde
alles al eerder: toen ik naar de innerlijke betekenis van al deze verhalen
leerde te luisteren.
Meer en meer ontdekte ik dat de kracht waar Jezus
symbool voor staat, de kracht om wonderen te verrichten en genezing en
heelheid te brengen, een innerlijke kracht is in ieder van ons.
Neem nu het verhaal uit Johannes 5 over de lamme
bij de Schaapspoort.
Bij de Schaapspoort in Jeruzalem is een bad.
In de zuilengang rond dat bad ligt een man die
al achtendertig jaar verlamd is.
Hij ligt te wachten. Want van tijd tot tijd daalt
er een engel neer die het water van het bad in beweging brengt. Wie daarna
als eerste in het water komt wordt genezen.
Maar deze man heeft geen mens die hem in het
water helpt en komt dus altijd te laat.
Jezus stelt hem de vraag: "Wil jij gezond worden?"
Daarmee spreekt hij hem aan op zijn eigen keuze,
en doorbreekt hij de tot dan toe vanzelfsprekende afhankelijkheid en passiviteit
van de zieke.
De man wordt wakker uit zijn psychische slaap,
hij staat op en gaat heen...
Deze tekst gaat over onze innerlijke kracht tot
heling.
Jezus vraagt ons om ons voor ons heil niet langer
afhankelijk te maken van anderen: ouders, een partner, een of andere guru
of wonderdoener.
Daarmee toont hij zich ook een echte, een goede
leraar. Die maakt je immers niet afhankelijk van zijn vermogen jou te helen,
maar hij spreekt dat vermogen in jezelf aan.
Boeddha zegt ook: "Wees een licht voor jezelf".
Hij zegt niet: "Ik ben een licht, volg mij!"
Jezus zegt tegen de lamme in mij: Sta op, neem
je bed op en loop!
Blijf niet hangen in afhankelijkheid, blijf niet
zeuren over je onmacht.
Leer vertrouwen op je eigen innerlijke autoriteit
in plaats van op autoriteiten buiten je, of ze nu dokter heten of psychotherapeut,
dominee, pastoor, imam of pandit, paus, Dalaï Lama of minister-president.
(Kijk ook eens of je niet te gemakkelijk zegt:
"Dat kan ik niet", waar je als je eerlijk tegenover jezelf was eigenlijk
zou moeten zeggen "Dat wil ik niet". )
Laat je aanspreken door de vraag: "Wil jij gezond
worden?" En trek dan je conclusies voor je handelen.
Ik ben zelf in mijn leven eens geweldig geholpen
door een therapeut die, toen ik de wanhoop nabij was, tegen me zei: "Ik
kan niets voor je doen".
Er komt een punt in je leven waarop niemand meer
iets voor je kan doen, tenzij je zelf de verantwoordelijkheid neemt voor
de verandering die nodig is.
Hoe lang blijf ik andere mensen nog openlijk
of heimelijk de schuld geven van mijn "verlamming"?
Hoe lang blijf ik nog weigeren in mijn
eigen kracht te gaan staan?
Wil je gelukkig zijn? Durf dan het avontuur aan
om "op te staan" uit je slaap.
2) Een tweede beeld van Jezus dat op mij
als kind grote indruk maakte was dat van de gekruisigde.
Mijn kinderziel kon dat bloederige lijdensverhaal
niet aan, dat verhaal dat zowel in mijn stripboeken als op de kruiswegstaties
in onze parochiekerk zeer realistisch werd afgebeeld.. Daarom troostte
ik me als kind met de gedachte dat Jezus er wel voor gezorgd zou hebben
dat hij van heel die lijdensweg niets voelde.
Dat kon hij gemakkelijk regelen omdat hij de
goddelijke zoon was van een almachtige Vader.
Pas later drong tot mij door dat die Vader helaas
doorgaans niet ingrijpt ter voorkoming van kwaad dat mensen elkaar aandoen,
van natuurrampen of van welk leed dan ook...
Nog steeds legt de kerk veel nadruk op het lijden
van Jezus.
Ze leert ons zelfs dat Jezus ons door zijn lijden
en dood heeft verlost van onze zonden, en ons zo verzoend heeft met zijn
Vader. En in een wereld als die van vandaag, waarin geweld niet plastisch
en schokkend genoeg in beeld gebracht kan worden, is er nog steeds een
groot klankbord aanwezig voor het heroïsche lijden van Jezus. Zie
de horrorfilm "The passion of the Christ" van Mel Gibson, die kort geleden
overal volle zalen trok.
Ik heb nog steeds een fysieke afkeer van zulke
beelden. Maar de truc uit mijn kindertijd werkt niet meer.
Ik heb inmiddels onder ogen moeten zien dat martelen
echt pijn doet, dat mensen elkaar inderdaad meedogenloos het ergste
aandoen, en dat een ten hemel schreiend lijden de mensheid al vanaf haar
ontstaan vergezelt... en dat ik deel heb aan al dat kwaad.
Ik denk dan ook dat de rebelse theologen uit
onze tijd, zoals de zwarte Amerikaanse Delores Williams, gelijk hebben
die zich keren tegen de verheerlijking van Jezus' lijden en tegen de theologie
van verzoening en verlossing door het kruisoffer van Jezus. Ze stellen
daartegenover dat de mensheid niet is verlost door de dood van Jezus, maar
juist door zijn leven (8).
Maar tegelijk ben ik me wel bewust geworden van
de diepe en universele betekenis van dit archetype van de lijdende mens
aan het kruis.
Het is het archetype van de gewonde genezer.
Juist in zijn aftakeling en ontlediging geneest
de gewonde genezer mij van de heerschappij van mijn ego, van degene in
mij die alleen aan zichzelf denkt en zich enkel door eigenbelang laat leiden.
Stilstaan, werkelijk stilstaan bij de gekruisigde,
om contact te maken met het in mij, en in ieder van ons, aanwezige enorme
potentieel aan mededogen. Het leert mij, met Huub Oosterhuis, bidden:
"Voor allen die gekruisigd worden,
wees niet niemand.(...)
Voor mensen die van u verlaten zijn,
voor allen die hun lot niet kunnen dragen,
voor hen die weerloos zijn
in de handen van de mensen.
Voor uw naamgenoten in ons midden:
vluchtelingen, vreemden, wees niet niemand
(...)
Verhaast de dag van uw gerechtigheid.
Zie het niet langer aan
dat her en der in deze wereld
mensen gemarteld worden,
kinderen gedood." (9)
(Mededogen bestaat uit deze drie werkwoorden:
zien, bewogen worden en in beweging komen.
De meditatie over het lijden van Jezus krijgt
zijn werkelijke innerlijke betekenis als ze onze ogen opent voor het lijden,
in onszelf en overal om ons heen (zien), als we ons door dat lijden laten
raken (bewogen worden), en als we van daaruit ook tot handelen overgaan
en ons leven erdoor laten veranderen (in beweging komen).)
De vraag waar de gekruisigde ons voor stelt is
de vraag uit die bekende spiritual: "Were you there when they crucified
my Lord? Were you there, when they nailed him to the tree?"
Ben jij aanwezig daar waar het lijden is?
3) Het derde en laatste beeld dat ik in
mijn kinderjaren van Jezus kreeg was dat van een moraliserende en uiteindelijk
ook straffende autoriteit.
In de stripboeken weerstaat hij zelf de duivel
op voorbeeldige wijze.
Maar wie de boze niet weerstaat belandt onvermijdelijk
in de hel.
Het plaatje van de dorstige rijke vrek in de
hel die de arme Lazarus om een druppel water smeekt staat voor altijd op
mijn netvlies. Misschien heeft het me ook in mijn leven al enkele keren
voor nog meer zonden behoed...
Gaandeweg ben ik echter gaan zien (of ik dat ook
altijd al zo kan voelen is nog iets anders), dat in ons diepste Zelf de
enige instantie woont waaraan we werkelijk verantwoording schuldig zijn.
Jezus noemde die instantie "mijn Vader in de
hemel" .
Je kunt die instantie ook het beeld Gods in onze
ziel noemen, de ikoon die we mogen zijn, de mens die overeenkomt met hoe
we bedoeld zijn en waartoe we geroepen zijn.
Ik ben niet geroepen om mijn gedrag te laten
bepalen door kinderlijke angst voor straf of behoefte aan beloning. Ik
ben alleen maar geroepen om trouw te zijn aan mijzelf en aan wie ik in
wezen ben. Of, zoals Thomas Merton zo kernachtig zei: "Als ik alleen maar
word zoals anderen mij denken, dan zal God tot mij moeten zeggen: Ik ken
u niet!"
Jezus zelf was het prototype van de mens die tot
het uiterste trouw is aan zijn diepste Zelf en aan datgene waartoe hij
geroepen is.
Hij gaat zijn weg zonder zich te laten leiden
door angst voor hoe het zal aflopen of door de vraag hoe hij zijn lot kan
keren en zijn hachje redden. Zelfs stervende blijft hij trouw aan de goddelijke
liefde die hij niet alleen predikte, maar met heel zijn wezen belichaamde.
Zie de mens die in zijn lijden
teken werd voor alle tijden
van wat liefde dragen kan.
Weerloos heeft hij heel zijn leven
zich aan anderen gegeven -
weergaloos is hij alleen.
Die hem ooit op handen droegen
zijn dezelfden die hem sloegen
en die vroegen om zijn dood.
Maar nog is zijn hart bewogen
om hun blinde onvermogen -
stervende pleit hij hen vrij. (10)
Met deze subjectieve weergave van de boodschap
die ik aan Jezus heb, wil ik deze inleiding langzamerhand gaan afsluiten.
Ik zou die willen samenvatten samen te vatten in deze drie gedachten, affirmaties,
als u wilt, die ik u graag mee wil geven:
- ik laat mij niet meer verlammen, ik sta op
en ga mijn weg
- ik open mijn ogen om het lijden te zien, word
bewogen en kom in beweging, en:
- de eerste en voornaamste opdracht in mijn leven
is: trouw zijn aan mijzelf, aan mijn diepste Zelf.
Als ik zo ga leven krijgt ook het paasverhaal,
het verhaal van het lijden en de opstanding van Jezus, voor mij zijn diepere
betekenis. Dat vier ik geen feest omdat 2000 jaar geleden iemand voor mij
aan het kruis is geslagen en daarna uit zijn graf opgestaan.
Dan is het feest omdat ik diep van binnen mag
weten en ervaren dat wij allemaal deel hebben aan het universele lijden
in deze wereld, én dat we de transformerende kracht die daarin schuilt
kunnen aanwenden om op te staan als een mens in wie de universele liefde
het laatste woord heeft.
(SLOT)
Als ik zo ga leven, dan krijgt ook het kerstverhaal,
het geboorteverhaal van Jezus, zijn diepere zin en betekenis. Dan vier
ik geen feest, enkel omdat er 2000 jaar geleden ergens ver weg een mens
werd geboren die zijn ware goddelijke Zelf in deze wereld zou manifesteren.
Dan vier ik het feest van de geboorte van dat
goddelijk kind in mijn eigen hart.
Niemand weet op wat voor een dag Jezus van Nazareth
ooit geboren is
Maar voor de geboorte van het goddelijk licht
in ons is vandaag een prima dag.
verhaal van de boefjes en de pastoor: waar
is Jezus?
verhaal van de vierde wijze
anekdote van Maria die Jezus vraagt om nog
eens een tripje naar de aarde te maken
Waarheen? Jeruzalem, nee, te pijnlijke herinnering.
Bethlehem? nee, te veel spanningen daar.
Rome? Jezus: goed idee, daar ben ik nog nooit
geweest!
Voetnoten
1) J.Slavenburg, De logische
Jezus, Ankh-Hermes, Deventer, 1999, hoofdstuk 6.
2) Bhagwas Shree Rajneesh, Het
mosterdzaad (tweede reeks), Mirananda, Wassenaar, 1979, pag. 103.
3) J.Slavenburg, Valsheid in
geschrifte, Zutphen, 1995.
4) Inleiding bij het Thomas-evangelie
in De Nag Hammadi geschriften, Ankh-Hermes, Deventer, 2004, pag.258/259.
5) Zie bij voorbeeld zijn boeken:
Gebeden
van de kosmos (East West Publications, Den Haag, 1995) en
Het verborgen
evangelie (Ankh-Hermes, Deventer, 2000).
6) E.Drewermann, Psychologie
en exegese, een ruimte om te leven. Gesprekken, Meinema, Zoetermeer,
1992, pag.60.
7) Deze albums werd eind jaren
'40 in de twintigste eeuw uitgegeven door Casterman in België.
8) Zie bij voorbeeld het artikel
Jezus'
passie van M.Kalsky in TGL, jaargang 60, 2004/3 , Leuven, 2004.
9) citaten uit H.Oosterhuis: Groter
dan ons hart, tekst en muziek van de CD "Groter dan ons hart" , uitgave:
Stichting Leerhuis en Liturgie, Postbus 18177, 1001 ZB Amsterdam
10) gedicht Stabat Mater
uit: H.Stufkens, Vrede voor jou , Dabar/Luyten, Aalsmeer, 1997,
pag.45.
Ankh-Hermes Symposium "Nieuw licht op Jezus" 19/11/05
- Apeldoorn |
|
|
|
|
|
|
|