![]() |
Remonstrantse
Gemeente |
Naar
hoofdpagina
van Gemeente Naarden-Bussum Naar
de pagina van
neem contact op met de webmaster |
|||||||
| BIJBELLEESKRING
- achtergrondinformatie
Klik hier
voor de informatie over I en II Kronieken: het ‘Kronistische geschiedwerk’
|
|||||||||
| Kushner
over Job
In zijn boek ‘Als het kwaad goede mensen treft’ (ten Have, Baarn, 1997 31e druk) wijdt Kushner ook een hoofdstuk aan het boek Job (‘Het verhaal van een man genaamd Job’, p. 34-48) Kushner: ‘Willen we het boek en het antwoord dat het geeft begrijpen, dan moeten we onze aandacht richten op drie uitspraken die iedereen in het boek Job en de meeste lezers ervan, graag zouden willen geloven: A. God is machtig en
de oorzaak van alles wat er in de wereld gebeurt. Er gebeurt niets buiten
zijn wil om.
Jobs vrienden menen
noch A noch B te kunnen laten vallen. Kushner meent dat een van de redenen
waarom zij vasthielden aan B ‘Schadenfreude’ was.
‘Is jouw arm zo sterk
als die van God,
Kushner meent dat deze woorden als volgt moeten worden uitgelegd: ‘Als je denkt dat het zo makkelijk is om de wereld in het rechte spoor te houden om te zorgen dat de mensen niets onrechtvaardigs overkomt, probeer jij het dan eens.’ God, aldus Kushner, wil dat de rechtvaardigen leven in vrede en geluk, maar soms kan zelfs Hij daar niet voor zorgen. Het is te moeilijk voor God om te voorkomen dat wreedheid en chaos hun onschuldige slachtoffers opeisen. Maar zou de mens het zonder God beter doen? Uit deze tekst trekt Kushner de conclusie dat tegenspoed helemaal niet van God afkomstig is. ‘Misschien roept deze conclusie een gevoel van leegte op. In zekere zin was het een troost om te geloven in een alwijze, almachtige God die garant stond voor een eerlijke behandeling en een goede afloop, net zoals het leven eenvoudiger voor ons zou zijn als we zouden kunnen geloven dat onze ouders wijs genoeg waren om te weten wat ze moesten doen en sterk genoeg om te zorgen dat alles zich ten goede keerde. Maar het was alleen maar geruststellend op de manier waarop de godsdienst van Jobs vrienden geruststellend was; het werkte alleen maar zolang we de kwestie van de onschuldige slachtoffers niet serieus namen. Wanneer we eenmaal Job ontmoet hebben, wanneer we Job geweest zijn, dan kunnen we niet langer in zo’n God geloven zonder ons recht om boos te zijn op te geven, ons recht om het gevoel te hebben dan we door het leven slecht behandeld zijn. Vanuit die invalshoek
bekeken zouden we ons opgelucht moeten voelen dat het uiteindelijk God
niet is die ons dit aandoet. Als God een God van gerechtigheid is, en niet
van macht, dan kan Hij nog steeds aan onze kant staan als ons iets kwaads
overkomt. Hij kan weten dat wij goede, eerlijke mensen zijn die beter verdienen.
Ons ongeluk is niet zijn werk, en dus kunnen we ons tot Hem wenden om hulp.
(…) We zullen ons naar God toe keren, niet om geoordeeld of vergeven te
worden, niet om beloond of gestraft te worden, maar om gesterkt en getroost
te worden’.
|
|||||||||