Remonstrantse Gemeente
Naarden - Bussum

Naar hoofdpagina
van Gemeente Naarden-Bussum

Teksten ter begeleiding bij de kerkdiensten in 2008


Ds. F. Knoppers (telefoon 035 - 602 09 55) hanteert bij kerkdiensten regelmatig teksten met achtergrondinformatie.

Deze informatie staat hieronder opgenomen.

Van de dienst is ook een cassettebandje beschikbaar; klik daarvoor hier.


Zondag 13 januari 2008 (Doopdienst)

Lezingen: Jesaja 42: 1-8
                  Mattheus 3: 13-17

In Jesaja 42:1 begint  het eerste lied van de dienaar. Verspreid over de hoofdstukken 42-55 vinden we er vier. Ze hebben een belangrijke rol gespeeld in de vroeg-christelijke gemeente omdat zij door de christenen op Jezus zijn betrokken. Wie Jesaja voor ogen moet hebben gehad toen hij deze liederen schreef weten wij niet. Sommige uitleggers menen dat de dienaar een ‘collectief’ is, een ‘rest’ van Israël die beantwoordt aan de bestemming van het uitverkoren volk namelijk een echte verbondspartner van God te zijn, andere veronderstellen dat de Jesaja zichzelf bedoeld moet hebben. De meest interessante suggestie doet MartinBuber in zijn boek ‘Het geloof der profeten’. Hij veronderstelt dat de profeet niet zozeer een concrete gestalte voor ogen stond als wel dat het zijn bedoeling was een weg te beschrijven, in zijn ogen de enige nog overgeblevene, die tot heil zou leiden. Hij zou deze profetieën geschreven hebben in de hoop dat er lezers zouden zijn die hen als een ‘scenario’ voor hun eigen leven zouden lezen. Het is niet ondenkbaar dat Jezus deze woorden zo gelezen heeft. We weten echter niet hoe Jezus over zichzelf gedacht heeft en het is daarom evenzeer mogelijk dat het de christelijke gemeente is die als haar geloof heeft uitgesproken dat in het optreden en het lot van Jezus de woorden van Jesaja in vervulling gingen.
De woorden die de stem uit de hemel spreekt worden in ieder geval door de meeste uitleggers verstaan als een citaat uit Jesaja 42, namelijk Jesaja 42:1.

De doop van Jezus door Johannes heeft de christenen in verlegenheid gebracht. Het gebeuren leek toch te suggereren dat Jezus die tot Johannes kwam in hem zijn meerdere erkend zou hebben. Op alle mogelijke manieren hebben de evangelisten geprobeerd dit beeld te nuanceren of te ontkennen. Zo wekt in het evangelie naar Mattheus Johannes de indruk dat hij liever door Jezus gedoopt zou willen worden (3:14) en wordt in het evangelie naar Johannes in het midden gelaten of Johannes Jezus gedoopt heeft. Een en ander maakt duidelijk dat er aan de historiciteit van de doop van Jezus door Johannes niet getwijfeld hoeft te worden.
Het meest waarschijnlijk is dat Jezus aanvankelijk het zwarte toekomstscenario (3:11: ‘De bijl ligt al aan de wortel van de boom’) van Johannes heeft gedeeld om later toen het door hem verkondigde oordeel uitbleef te komen met zijn boodschap van Gods ontferming waar zijn eigen leven en optreden een zichtbaar teken van was.

De evangelist die de gang van Jezus leven kent heeft in de doop waarmee het openbare optreden van Jezus begint terugkijkend een ‘samenvatting’ gezien van zijn levensweg. Hij brengt dat met de formulering dat Jezus om ‘Gods gerechtigheid te vervullen’ zich heeft laten dopen op een wat ingewikkelde manier onder woorden. Het woord ‘gerechtigheid’ kan in het N.T. op twee wijzen verstaan worden namelijk als ‘gave’ of als ‘eis’. In de eerste betekenis vinden we het in Rom. 1: 17 de beroemde tekst die Luther tot een nieuwe interpretatie van het evangelie bracht (vrij vertaald: in het evangelie openbaart God zijn genade waarmee Hij ons aanvaarden wil. Als we dat geloven staan wij in de ‘rechte’ verhouding tot God) Hier moet het woord in zijn tweede betekenis genomen worden: Jezus is als de dienaar een echte verbondspartner van God en vervult die rol op voorbeeldige wijze.

Later, als in de theologie de gedachte van de ‘zondeloosheid’ van Jezus ontwikkeld wordt en de doop van Jezus problematisch wordt omdat Jezus een doop die bediend wordt ter vergeving van zonden (zie Marcus en Lucas; Mattheus noemt het niet!) toch niet nodig heeft komt de gedachte op dat Jezus zich laat dopen uit solidariteit met de mensheid. 

In de preek wordt nagedacht over een aspect van de doop van Jezus door Johannes dat nog niet aan de orde is geweest namelijk dat het ook verstaan is als een ‘ja’ van God tot Jezus (3:17) ‘Ja-zeggen’, ‘beamen’ is een van de meest fundamentele dingen die wij in ons leven kunnen (moeten?) doen. Wij moeten immers hoe dan ook onze houding bepalen m.b.t. wat ons gegeven is en ons overkomt. (En dat is in zekere zin ‘alles’) Het ‘ja’ staat altijd in een spanningsvolle relatie tot het ‘nee’. (a)Wij kennen de ambivalentie waarin het ‘ja’ en het ‘nee’ van gelijk gewicht blijven. Ambivalentie hoeft niet alleen maar negatief beoordeeld te worden; wel moet worden vastgesteld dat het de voortgaande beweging die ons leven zou kunnen zijn ernstig vertraagt. (b) Ieder ‘ja’ impliceert een ‘nee’ (het ‘ja’ tegen het kind is een ‘nee’ tegen onze bemoeizucht en zorg); c) ieder ‘ja’ heeft een ‘nee’ in zich opgenomen of een ‘nee’ (het ‘ja’ van de aanvaarding en vergeving); d) met het ‘ja’ tegen ons eigen leven hebben we ons eigen ‘nee’ overwonnen. Dit is een demonstratie van moed die voor de gelovige alleen mogelijk is op basis van de ervaring van het ‘ja’ van God tegen ons leven.

Naar boven                                                             neem contact op met de webmaster

bijgewerkt tot en met: 05/03/2008