Remonstrantse Gemeente
Naarden - Bussum

Naar hoofdpagina
van Gemeente Naarden-Bussum

Teksten ter begeleiding bij de kerkdiensten in 2008


Ds. F. Knoppers (telefoon 035 - 602 09 55) hanteert bij kerkdiensten regelmatig teksten met achtergrondinformatie.

Deze informatie staat hieronder opgenomen.

Van de dienst is ook een cassettebandje beschikbaar; klik daarvoor hier.


Zondag 10 februari 2008
' Open Dienst ' 
Tekst: Matteus 4: 1-11

De evangelisten Matteus, Marcus en Lucas beginnen hun evangelie met twee verhalen waarmee zij de lezer direct duidelijk willen maken met wie hij in de persoon van Jezus te maken heeft. Het eerste verhaal is dat van de doop van Jezus in de Jordaan door Johannes de Doper (zie Matteus 3: 12-17; Marcus 1: 9-12 en Lucas 3: 21-23), het tweede het verhaal van de beproeving in de woestijn.

Beide verhalen willen duidelijk maken dat Jezus iemand is die op een bijzondere wijze met God verbonden is. Zij doen dat op twee verschillende wijzen. Beide verhalen bevatten wonderbaarlijke elementen. Zo klinkt er als Jezus gedoopt is een stem uit de hemel die zegt: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde’. Door het woord ‘zoon’ te gebruiken willen de evangelisten zeker niet zeggen dat er een biologische band tussen God en Jezus zou bestaan. De gedachte dat zoiets zou kunnen bestaan tussen God en mens is volstrekt vreemd aan het Jodendom. Door Jezus ‘zoon’ te noemen willen zij zeggen dat er een innige band is tussen hen beiden. Deze band blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat Jezus zich in zijn leven geheel en al door zijn geloof in God laat leiden (het tweede verhaal).

De aanduiding ‘zoon’ wordt zeker niet alleen voor Jezus gebruikt. In het Oude Testament wordt bijvoorbeeld het volk Israël zo genoemd of ook de koning. 

Jezus staat in een bijzondere verhouding tot God. Op een bovennatuurlijke wijze, ‘vanuit de hemel’ wordt dat  bevestigd als hij gedoopt wordt. Jezus bevestigt het zelf door de beproeving in de woestijn glansrijk te doorstaan. Dat is de zin van dit verhaal. De wijze waarop het verteld wordt, vertoont grote gelijkenis met andere verhalen die ons uit het Jodendom zijn overgeleverd. Deze staan bekend als ‘strijdgesprekken’. Net als in Matteus 4: 1-11 worden in die gesprekken teksten uit de bijbel aangehaald en tegenover elkaar geplaatst. De bedoeling daarvan is vast te stellen hoe zij moeten worden uitgelegd. In de ons uit andere bronnen overgeleverde ‘strijdgesprekken’ is wel vaker een rol weggelegd voor de ‘duivel’. De ‘duivel’ citeert in die gesprekken net als in dit verhaal bijbelteksten! De evangelist kiest dus een klassieke vorm namelijk die van het strijdgesprek om iets duidelijk te maken over Jezus. We hebben hier niet te maken met geschiedschrijving.

We zouden kunnen proberen wat preciezer te zijn over die ‘bijzondere’ verhouding van Jezus tot God die dit verhaal tot uitdrukking wil brengen. Een onderzoek naar de wijze waarop het verhaal in de loop van de tijd is uitgelegd zal bij deze poging zeker helpen. Je zou drie benaderingen kunnen onderscheiden: 
a) men ziet Jezus als Messias, als redder, bevrijder en koning van Israël. De verwachtingen m.b.t. de wijze waarop de Messias zou redden en bevrijden liepen nogal uiteen. Matteus 4: 1-11 lijkt een aantal van die verwachtingen te willen corrigeren. Jezus wil niet gezag verwerven door wonderen te verrichten. (eerste twee verzoekingen) Evenmin ziet hij zichzelf als een politieke figuur die macht wil om zijn heerschappij te vestigen. (derde verzoeking) Die macht werd wel nagestreefd in de kring van de Zeloten die d.m.v. een guerilla-strijd de Romeinen probeerden te verdrijven. 

Wie vraagt naar de actuele betekenis van deze benadering van het verhaal zou verwezen kunnen worden naar de imponerende legende van de Groot Inquisiteur die de Russische schrijver Dostojevski in zijn roman ‘De gebroeders Karamazow’ vertelt. De strekking van deze legende is dat Jezus de vrijheid van de mens als een van de hoogste waarden ziet. Hij moet in vrijheid voor het evangelie kunnen kiezen; 

b) men ziet Jezus als een rechtvaardige d.w.z. iemand die in de rechte verhouding tot God en zijn naaste staat. ‘Rechtvaardige’ is een kwalificatie die een ieder kan verwerven die in zijn leven naar die rechte verhoudingen streeft. Geloven is altijd een zoeken naar de rechte verhoudingen. Wat die rechte verhoudingen inhouden is vanzelfsprekend afhankelijk van de wijze waarop men God ziet. Ziet men God als de macht van het lot dan is de rechte verhouding tot God er één van gelatenheid en je schikken in wat je overkomt. Ervaart men de macht van God in het besef van verantwoordelijkheid dat men ervaart als een ander die in nood is een beroep op ons doet dan is de rechte verhouding er één van gehoor geven aan dat appel. Ervaart men God als een macht van liefde dan is de rechte verhouding tot God die dat wij in alles wat wij doen en nalaten ons door die liefde laten leiden. Matteus 4: 1-11 is vaak gelezen door diegenen die zich net als Jezus hadden laten dopen als een aansporing trouw te blijven aan de macht waartoe men zich in de doop had toevertrouwd; 

c) men heeft Jezus gezien als iemand die in zijn leven de geschiedenis van zijn volk (in het O.T. ‘zoon’ genoemd) ‘overdoet’ maar dan op een voorbeeldige wijze. Men leest Matteus 4: 1-11 dan tegen de achtergrond van de verhalen over het volk Israël in de woestijn na de vlucht uit Egypte. Het volk werd toen ook verzocht (zie bijv. Ex. 16: 14 e.v.; 17 : 1-6; 32) maar bezweek daar toen voor. Wat kan de actuele betekenis van het verhaal zijn als men het zo leest? Een poging wordt gedaan door stil te staan bij het begrip ‘authenticiteit’ en de wijze waarop deze door ‘verleiding’ en ‘verzoeking’ in gevaar komt. 


Naar boven                                                            neem contact op met de webmaster

bijgewerkt tot en met: 05/03/2008