Remonstrantse Gemeente
Naarden - Bussum

Naar hoofdpagina
van Gemeente Naarden-Bussum
Zondag 16 maart 2008
Palmzondag

Lezing: Romeinen 5: 1-6

De brief aan de gemeente in Rome is de laatste brief die Paulus geschreven heeft (vermoedelijk in het jaar 57) en hij schrijft hem aan een gemeente die niet door hem gesticht is. (volgens de traditie zou Petrus dat gedaan hebben maar dat is hoogst onwaarschijnlijk) Paulus is er ook nog niet eerder geweest. Op de vraag waarom Paulus deze brief geschreven heeft, wordt geen eensluidend antwoord gegeven. Sommige uitleggers menen dat Paulus het gedaan heeft om steun van de gemeente van Rome te verwerven voor zijn ‘theologie’ die hij in deze brief op een systematische wijze zou presenteren. Hij stond namelijk op het punt om naar Jeruzalem te gaan (Rom. 15: 25) om de opbrengst van de collecte, die hij in Macedonië en Achaje gehouden had voor de gemeente in Jeruzalem, te overhandigen. Paulus vraagt de gemeente in Rome te bidden ‘dat mijn hulp door de heiligen in Jeruzalem zal worden gewaardeerd’. (Rom. 15:31) De gemeente van Jeruzalem was tot het jaar 70 (het jaar waarin Jeruzalem verwoest wordt) het meest gezaghebbend. Deze gemeente stond uiterst argwanend tegenover het zendingswerk van Paulus onder de heidenen van wie hij niet verlangde dat zij zich zouden laten besnijden. Paulus zou met zijn brief steun hebben willen zoeken voor deze handelwijze en de theologie die er ten grondslag aan lag vlak voor die ontmoeting waar hij erg tegen op zag. 

Andere uitleggers menen dat Paulus in de brief aan de gemeente in Rome net als in al zijn andere brieven reageert op een conflict. Het conflict in Rome zou er één zijn tussen de zogenoemde ‘heiden-christenen’ en ‘joden- christenen’. De laatst genoemden zouden in het jaar 49 Rome hebben moeten verlaten omdat Keizer Claudius per edict de Joden (en dus ook de ‘joden-christenen’!) had bevolen dat te doen. De ‘heiden-christenen’ blijven achter. Als het edict onder Keizer Nero wordt ingetrokken keren de Joden, inclusief diegenen die Jezus als Messias belijden terug en dat geeft in de christelijke gemeente in Rome spanningen. De ‘heiden-christenen’ (de ‘sterken’ in de laatste hoofdstukken van de brief) moeten worden opgeroepen tot verdraagzaamheid (het thema van de brief) t.o.v. de ‘joden-christenen’ die trouw menen te moeten blijven aan bijv. de spijswetten. (de ‘zwakken’) De ‘heiden-christenen’  wordt duidelijk gemaakt dat het evangelie er in de eerste plaats is voor de Joden (Rom. 1: 16).

Wat voor Paulus ook de reden geweest moge zijn om deze brief te schrijven, hij verloochent de centrale plaats, die voor hem het in Christus verschenen heil heeft, er niet in. In Romeinen 5: 1 e.v. komen we in uiterst gecomprimeerde zinnen nagenoeg alle begrippen tegen waarmee hij dat heil probeert te omschrijven.

In de preek wordt -als de poging gewaagd wordt deze tekst uit te leggen- het uitgangspunt genomen bij het woord dat in de NBV vertaald is met ‘betrouwbaarheid’. (5: 4) Ter wille van de herkenbaarheid van hetgeen Paulus met dit woord op het oog heeft, wordt met de nodige aarzelingen uitgesproken dat Paulus misschien op zijn manier doelt op een waarde die wij hoogachten namelijk ‘trouw zijn aan jezelf’. De wijze waarop God zich tot ons verhouden wil is echter in de ogen van Paulus voor onze identiteit (‘jezelf’) beslissend. God wil in vrede met ons leven. Gods verlangen zich met de mens te verzoenen neemt een centrale plaats in de theologie van Paulus in. Twee dingen zijn kenmerkend voor verzoening: in de eerste plaats is het aan de orde in relaties die van essentiële betekenis zijn in ons leven. Waarom zouden wij ons verzoenen met wie wij een oppervlakkige relatie onderhouden? In de tweede plaats heeft verzoening altijd een ‘prijs’. Iemand maakt een gebaar, brengt een offer om de ander ertoe te brengen zich met hem te verzoenen. Is de relatie eenmaal hersteld dan zal hij die het initiatief nam niet meer reppen over de ‘prijs’. In Rom. 5: 6 e.v. legt in Paulus in een voor ons moeilijke redenering uit dat in Gods initiatief om zich te verzoenen zijn liefde blijkt. Die liefde wordt het meest zichtbaar in kruis en opstanding van Christus. 

Een niet onbelangrijk motief om je te verzoenen kan onze ‘betrouwbaarheid’ zijn; we kunnen immers door een conflict onszelf verliezen en verbitterd of argwanend worden. In ons kan het besef dat dit niet gebeuren moet krachtig zijn. Het is krachtig dankzij ons geloof. 
Paulus deinst op andere plaatsen in zijn brieven niet terug voor de speculatie dat iets soortgelijks zich in het goddelijk wezen heeft afgespeeld: God wil ‘zichzelf’ niet verliezen en een toornende God worden die Hij ‘in wezen’ niet is.

Wie gelooft in Gods verzoenende liefde als grond van zijn bestaan heeft, zegt Paulus, toegang gekregen tot de wereld van Gods genade en dat zal zijn uitwerking niet missen op ons. In de eerste plaats zal het ons ertoe brengen ons gelukkig te prijzen. (5:2) Paulus wil daarmee zeggen dat wij ons ertoe zullen zetten het besef  te mogen leven uit een overvloeiende bron van generositeit krachtig te laten zijn in ons leven. Dat zal zich uiten in vreugde en dankbaarheid. Het zal ons er ook toe brengen zonder zorg maar met hoop de toekomst tegemoet te treden en dingen te doen die toekomst hebben.
 

Naar boven                                                            neem contact op met de webmaster

bijgewerkt tot en met: 16/03/2008