Remonstrantse Gemeente
Naarden - Bussum

Naar hoofdpagina
van Gemeente Naarden-Bussum
Zondag 6 april 2008
(Doopdienst)

Lezing: II Kor. 11: 16 - 12: 11
 

De gemeente in Korinthe is door Paulus gesticht. Paulus bezocht Korinthe tijdens zijn tweede zendingsreis (48-52 na Christus; Korinthe zou hij in het jaar 49 hebben bezocht) en bleef daar toen vermoedelijk ruim anderhalf jaar. Na zijn vertrek ontstaat er verdeeldheid in de gemeente (één van de kwesties die aan de orde zijn is die van de autoriteit van Paulus (zie I Kor. 1-4)) Paulus reageert op wat hem daarover ter ore komt in zijn eerste brief aan de gemeente in Korinthe die hij vermoedelijk in het jaar 54 in Efeze schreef. De brief lijkt de rust te herstellen. In de zomer van 54 bereiken Paulus opnieuw verontrustende berichten over de gemeente. Er waren missionarissen aangekomen die hun eigen versie van het evangelie verkondigden. Zij maakten op de Korinthiërs meer indruk dan Paulus: ze waren kennelijk welbespraakter dan Paulus (zie II Kor. 10:10), lieten zich voorstaan op nauwe contacten met Palestina (zie II Kor. 11:21 e.v.), beschikten over goede referenties (II Kor. 3:1) en aanvaardden in tegenstelling tot Paulus wel financiële ondersteuning (II Kor 11:7)
Paulus vertrekt onmiddellijk naar Korinthe maar dat bezoek eindigt in een grote ruzie. Iemand heeft Paulus verdriet gedaan (II Kor. 2:5) en onrechtvaardig behandeld. (II Kor. 7:12) Paulus verlaat Korinthe en keert terug naar Efeze waar hij de zogeheten ‘tranenbrief’ (zie II Kor. 2:4) schrijft. (Vele uitleggers vermoeden dat II Kor. 10-13 in ieder geval een gedeelte van die ‘tranenbrief’ is. Dat is niet onwaarschijnlijk: de overgang van II Kor 9 naar 10 is abrupt.

In  de tweede brief aan de gemeente in Korinthe stelt Paulus de relatie tussen hem en de gemeente voor als die tussen een vader en een kind. In de eerste brief deed hij dat ook al maar legde hij andere accenten. In de eerste brief (zie I Kor 4: 15) zegt Paulus dat hij de gemeente heeft ‘verwekt’, in de tweede brief gaat het als hij die beeldspraak gebruikt vooral om zijn zorg voor de gemeente.(zie bijv. II Kor. 12: 14)

Paulus gebruikt een dubbele strategie om de gemeente terug te winnen. Enerzijds benadrukt hij zijn liefde voor de gemeente (de vele opsommingen van wat hij allemaal doorstaan moet in de tweede Korinthebrief zijn ook bedoeld om zijn liefde te bewijzen) en nodigt hij haar uit tot wederliefde, anderzijds uit hij bedreigingen. (zie bijv. II Kor. 13:2) 

II Kor. 11: 16 e.v. is ‘grootspraak van een dwaas’ (11:17) Paulus gaat ‘opscheppen’ om de missionarissen, die in 54 in Korinthe waren aangekomen, en die zich kennelijk ook op het een en ander lieten voorstaan te ridiculiseren. Er zijn uitleggers die menen dat II Kor. 11: 16 verstaan zouden moeten worden als een vorm van cabaret dat Paulus voor de gemeente in Korinthe opvoert. Nu alle narigheid die er tussen hen was tot het verleden behoort kan vrolijk de spot gedreven worden met wat hen aanvankelijk van elkaar verwijderd had. (zie bijv. F.J. Pop in zijn commentaar op 11:21: ‘Hier valt het publiek hem bij met luid gelach. Paulus heeft hen nu in de rechte stemming om hem op de juiste wijze aan te horen…’)

Waarschijnlijker is dat de ‘dwaze’ onderneming Paulus bittere ernst is. ( zie 12:11) 

De preek begint met een poging het begrip ‘trots’ te analyseren. Trots is (a) het gevoel van eigenwaarde dat ons met vreugde vervult en ons ten deel valt als wij ontdekken dat wij bepaalde vermogens bezitten en tot bepaalde prestaties in staat zijn. Trots doet ons ‘glimmen’ als onze prestaties niet onopgemerkt blijven en geprezen worden.Trots is (b) het gevoel van eigenwaarde dat wij ontlenen aan het feit dat wij ons verbonden hebben of zijn met een ‘grootheid’ (Nederland bijvoorbeeld) waarvan de ‘voortreffelijkheid’ ook op ons afstraalt. De basis van dit gevoel van eigenwaarde is wankeler dan het onder a genoemde. We zullen in dit verband ook niet zo snel spreken over ‘vreugde’. Wij zullen eerder zeggen dat wij ‘blij’ zijn dat ons leven met deze ‘grootheid’ verbonden is. Bij de onder a genoemde vorm van trots zijn wij i.t.t. tot die welke onder b genoemd wordt niet in de eerste plaats afhankelijk van de lof van een ander. De aan de trots tegengestelde gevoelens als ‘woede’ en ‘schaamte’ komen bij b ook sneller om de hoek kijken. 

In II Kor. 11: 16 e.v. laat Paulus zichzelf kennen. Hij is als elk mens gevoelig voor wie hij in de ogen van  een ander is en heeft daarom de neiging zich te laten gelden als hij in zijn gevoel van eigenwaarde gekwetst wordt. Even gevoelig is hij voor de verleiding zich met anderen te vergelijken (en zich boven de ander te verheffen) om zijn gevoel van eigenwaarde niet te verliezen. Maar hij overstijgt dit door uiteindelijk zijn vreugde te vinden in Gods genade. Hij weet zich daar geheel afhankelijk van maar juist aan die genade ontleent hij zijn onafhankelijkheid.

Zo is het kind afhankelijk van de liefde van de ouders maar ontleent juist daaraan op den duur zijn onafhankelijkheid en vindt daarin zijn besef van eigenwaarde.

Naar boven                                                            neem contact op met de webmaster

bijgewerkt tot en met: 06/04/2008