![]() |
Remonstrantse
Gemeente |
Naar
hoofdpagina
van Gemeente Naarden-Bussum |
|||||||
| Zondag 20 april 2008
Lezing: Johannes 14: 1-17
|
|||||||||
| Met hoofdstuk14 beginnen de zogeheten afscheidsreden van
Jezus. De afscheidsrede is een klassiek genre. Ze bevatten doorgaans vermaningen,
beloften en zegenspreuken. In de afscheidsreden die Jezus in het evangelie
naar Johannes uitspreekt (Johannes 14-17) domineren de beloften. Jezus
spreekt over de kerk en de wijze waarop hij haar zal bijstaan.
De kerk wordt gezien als een mystieke grootheid die bestaat bij de gratie van de innige wijze waarop hij zich tot de gelovigen verhouden zal. Eén van de beelden voor de kerk is dat van de wijnstok en de ranken (Johannes 15) Jezus spreekt over de opdracht van de kerk en wat haar te wachten staat. (zie bijv. Johannes 15: 18 e.v.) De kerk zal als hij vervolgd worden maar mag rekenen op de bijstand van de Geest die bij Johannes op sommige plaatsen ook de pleitbezorger wordt genoemd. Dat is een woord uit de juridische sfeer; deze pleitbezorger treedt niet alleen op als een advocaat maar ook als een officier van justitie. (zie Johannes 16:8) De afscheidsreden van Jezus worden enkele malen onderbroken door vragen van de leerlingen waardoor Jezus de gelegenheid krijgt bepaalde gedachten nog preciezer onder woorden te brengen. De woorden over ‘het huis van mijn Vader’ en de ‘vele kamers’ die daar zijn hebben volgens de meeste uitleggers betrekking op ‘hemelse woningen’. In Joodse en gnostische teksten is veelvuldig van dergelijke woningen sprake. De woorden zouden echter ook betrekking kunnen hebben op de ‘kerk’: Jezus gaat immers weg om een plaats voor zijn leerlingen gereed te maken en zal als hij dat gedaan heeft terugkomen en hen meenemen opdat zij zullen zijn waar hij is. Met het weggaan van Jezus wordt zijn sterven bedoeld dat in het evangelie naar Johannes verstaan wordt als een vrijwillig offer waarmee Jezus laat zien hoezeer hij de zijnen liefheeft (Joh 15: 13; ‘er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden’). Liefhebben is altijd ‘je eigen leven geven’: wij maken immers in ons leven tijd en plaats voor wie of wat wij liefhebben. In het evangelie naar Johannes wordt dat ‘plaats maken’ op een bijzondere wijze verstaan: Jezus maakt plaats in de innige gemeenschap waarin hij en de Vader leeft. De gelovige leeft enerzijds al in deze ‘ruimte’ die door de liefde gecreëerd is (de ‘kerk’) maar leeft anderzijds ook in de ‘wereld’ die tegenover hem dezelfde vijandige houding aanneemt als die zij tegenover Jezus heeft ingenomen. Jezus zegt: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’. Het is gezien
het vervolg (‘niemand kan bij de Vader komen dan door mij’) duidelijk dat
het centrale beeld ‘de weg’ is. ‘Weg’ heeft betrekking op de weg van het
offer die Jezus zal gaan. Geloven gaat in deze context zoveel betekenen
als ‘zich door deze liefde laten leiden’. Jezus wijst op zichzelf als de
echte, betrouwbare weg ten leven.
Johannes 14: 12 (‘wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als ik, en zelfs meer dan dat’) wordt doorgaans verstaan als betrekking hebbend op de zendingsarbeid van de apostelen. In Johannes 14: 16 is voor de eerste keer in de afscheidsreden sprake van de pleitbezorger of Geest der waarheid. De andere plaatsen zijn a) Joh 14:26:de pleitbezorger zal ons alles duidelijk maken en alles in herinnering zal brengen wat Jezus gezegd heeft; b) Joh 15:26:de pleitbezorger zal getuigen; c) Joh 16: 7-11: de pleitbezorger is een soort ‘officier van justitie’ en de ‘wereld’ zit in het beklaagdenbankje; d) 16: 12-15: de Geest der waarheid zal ons tot de volle waarheid leiden. De betekenis van de juridische beeldspraak in het N.T. kan eigenlijk niet overschat worden. Het centrale gebeuren in het N.T. is immers het proces waarin Jezus onschuldig ter dood veroordeeld wordt. In dat proces heeft Jezus niets tot zijn verdediging aangevoerd en had hij geen ‘pleitbezorger’ die het voor hem opnam. Over dat gebeuren is eindeloos nagedacht. ‘De wereld veroordeelt door dit te doen zichzelf’ lijkt de interpretatie van het evangelie naar Johannes te zijn. Het proces van Jezus kan men ook zien als het een beeld van hoe het de waarheid in deze wereld vergaat. De waarheid is ogenschijnlijk weerloos maar bezit een onvoorstelbare kracht in zichzelf. De waarheid laat zich gelden en we kunnen er eigenlijk allen van getuigen. We hoeven haar niet te verdedigen want er zijn geen wapens waarmee dat kan. Elk wapen dat gebruikt wordt zal de waarheid geweld aandoen. In de preek wordt een poging gedaan de juridische beeldspraak vruchtbaar te maken door de gedachte dat een leven leiden zonder een ‘waarheid’ waardoor wij ons laten leiden eigenlijk ondenkbaar is, nader uit te werken. |
|||||||||