Remonstrantse Gemeente
Naarden - Bussum

Naar hoofdpagina
van Gemeente Naarden-Bussum
PINKSTEREN 2008 

Feest van Gods geest
De geest voltooit…
De vonk van vuur in mij
Twee beelden voor de kerk
Elkaar verstaan
 

INLEIDING
Een aantal van de volgende artikelen is door onze CVOS-predikanten geschreven en gaan over Pinksteren, over de achtergronden en de mogelijke betekenissen van het Pinksterfeest (Peter Korver, Harry Schram en Peter Merkestijn), over beelden voor de Geest en wat deze met ons zouden kunnen doen (Elske Bast). 

Dichters komen aan het woord die op hun wijze over Pinksteren spreken. 

Vanzelfsprekend mag in deze katern een beschouwing over (beelden voor) de gemeente niet ontbreken (Foeke Knoppers).

PINKSTEREN: FEEST VAN GODS GEEST
Vraag een willekeurige Nederlander wat het belangrijkste christelijke feest is en je krijgt van bijna iedereen te horen: Kerstmis. De beter ingevoerden weten dat dit onjuist is. Het christendom cirkelt rondom het geheim van Pasen, het feest van de opstanding en in feite is iedere zondag opstandingsfeest en dus paasfeest. Het geboortefeest van Christus is pas in de vierde eeuw na Chr. ingevoerd. Vraag nu eens aan een ander hoe lang het paasfeest duurt en je zal als antwoord krijgen: twee dagen, eerste en tweede paasdag. Ook dan is er aanleiding om te corrigeren. Niet twee maar vijftig dagen duurt de - liturgisch witte - paastijd. De veertigste paasdag noemen we Hemelvaart en de vijftigste heet Pinksteren. Die naam is afgeleid van het Griekse woord voor vijftigste, pentecostos. Met Pinksteren komt het paasfeest tot zijn vervulling, tot volle oogst. 

Neerdaling van de Geest
De opgestane heer is veertig dagen regelmatig aan zijn volgelingen verschenen  en op Hemelvaartsdag door een wolk aan hun ogen onttrokken en ten hemel gevaren. Zijn leerlingen zijn verweesd achtergebleven, maar – zoals door Jezus beloofd -  maakt Gods Geest zich vaardig over hen. Van treurige, bange, teruggetrokken leerlingen worden ze nu bezielde, enthousiaste volgelingen die een gemeente gaan vormen en erop uittrekken om de blijde boodschap te verkondigen. Daarmee is Pinksteren het ‘verjaardagsfeestje’ van de kerk. Of, om het nog wat traditioneler te zeggen, tijdens het pinksterfeest wordt herdacht dat de Heilige Geest, de derde Persoon van de Heilige Drie-eenheid, neerdaalde uit de hemel op de apostelen en andere aanwezige gelovigen.

Oorsprong
Ook voor het Pinksterfeest geldt dat het op de schouders staat van oudere feesten. In het Jodendom staat Pasen (Pesach) voor het feest van de uittocht uit Egypte en vijftig dagen later ontvingen zij op de berg Sinaï de tien woorden (geboden) als volle oogst van hun bevrijding. Dan vieren zij het Wekenfeest.
Pinksteren valt vroeg dit jaar, op 11 mei. In 2006 was dat pas op 4 juni. Dat heeft te maken met de maanstand. Pasen is het op de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente (na 21 maart dus). In de 21e eeuw valt Pasen op zijn vroegst op 23 maart 2008 (Pinksteren op 1 mei), op zijn laatst op 25 april 2038 (Pinksteren op 13 juni).

Betekenis
"Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen. Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis waar zij waren. Er verschenen hun vurige tongen, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf" (Handelingen 2, 1-4).
Met Pinksteren viert de kerk het feest van de Geest. Het is een feest van bezieling, van inspiratie van in vuur-en-vlam gezet worden, van Gods adem die mensen tot leven brengt. De symbolen die dit uitbeelden zijn: vlammen, vuur en duif. Stond vroeger voor veel mensen de Geest op de derde plaats (nà God de Vader en nà Jezus, de Zoon) thans spreekt de Geest veel mensen eerder en makkelijker aan. De duif als teken van de Geest siert bijvoorbeeld het beeldmerk van de PKN en in de nieuwe belijdenis van de Remonstrantse Broederschap komt de Geest eerder ter sprake dan de Vader en de Zoon.  Omdat met Pinksteren ook het begin van de kerk wordt gevierd, doen op die dag in veel kerken mensen belijdenis. 
Peter Korver

PINKSTEREN – DE GEEST VOLTOOIT …
Voor ik over Pinksteren wil schrijven, eerst nog even terug in de tijd.
Jezus is gekruisigd, hij is aan de bevindingen daarvan gestorven.
Gestorven betekent dat hij de aarde heeft verlaten en in een andere wereld verder 'leeft'. Waarom tussen aanhalingstekens? Omdat ik mij daar niets anders bij kan voorstellen, dan dat het leven doorgaat. In mijn polair denken gaat het van de tweeheid naar een Eenheid. Waarom eenheid met een hoofdletter? Wel, omdat die andere wereld niet de wereld van mensen is, maar die van een andere dimensie. Die noem ik zo, omdat in Deuteronomium God als Eenheid wordt voorgesteld. Die andere dimensie is dus niet van de mens, maar van God.

Jezus wordt opgewekt, hij 'komt terug' op aarde. Nu ja, ook weer niet zo terug, maar wel op een wijze die niet bij ons en bij de aarde hoort. Terug, maar dat mag niet zo blijven, omdat op aarde nu geen plaats meer is voor Jezus. Dus wordt hij met Hemelvaart weer van de aarde 'weggeschreven'. Hij is nu weer daar waar hij als gestorven persoon hoort: in de Eenheid. Maar zo kan het verhaal niet eindigen. Wil Jezus een vervolg krijgen en niet alleen als 'voorman' van een joodse sekte, dan moet het verhaal worden 'afgemaakt'. 

Er was al een feest, het Wekenfeest, het tweede grote jaarlijkse feest. Het viel op de 50e dag, 7 volle weken voor de sikkel voor het eerst in het staande koren geslagen werd. Pinksteren, als 50e dag, was een feestdag waarop geofferd werd. Het trok veel pelgrims naar Jeruzalem. Het pinksterverhaal wordt in het Nieuwe Testament alleen in Handelingen beschreven, hoewel Johannes in zijn evangelie ook over de Geest spreekt. (Joh. 20: 19 – 23) De Hemelvaart heeft de weg geopend naar de aanwezigheid van God onder de gelovigen. Pinksteren betekent dan ook een nieuwe fase in de ontvouwing van Gods bedoeling. (Hand. 2: 14 – 36) Het neerdalen van de Geest werd verbonden met het pinksterfeest als oogstfeest. Het is het feest van de volheid, de gaven van de laatste oogst moesten aan God worden opgedragen, gegeven. De Geest voltooit en de discipelen ervaren die voltooiing In een geweldige windvlaag en door tongen van vuur. Hier is God aanwezig, hier wordt God ervaren. De Geest zet voort wat Jezus gedaan heeft. De Geest woont in de gemeente. Maar wat er precies is gebeurd, is niet te beschrijven. Het blijft onzichtbaar. Maar men heeft het geïnterpreteerd als de goddelijke 'ruach', wind geest van God. Daardoor ging er iets in vervulling. Dat mensen er niets van begrepen is duidelijk. Het was de omkering van wat er bij de 
torenbouw van Babel was gebeurd. Het is moeilijk deze historische feiten te beoordelen. Dit spreken en verstaan van één door allen gesproken taal duidt misschien op de eenheid van de gemeente door de Geest. De Geest zou immers volgens Jezus' belofte, in de gemeente blijven wonen. Toen Lucas Handelingen schreef, zoals algemeen wordt aangenomen, dan moeten we bedenken dat hij een nauwkeurig verslag heeft gemaakt, zoals hij aan het begin van zijn evangelie heeft geschreven (Lucas 1: 1 – 4). Daarbij heeft hij misschien het evangelie van Marcus als bron bewerkt om in zijn verhaal op te nemen, maar dat weer zeer gewetensvol heeft gedaan. Het zou kunnen zijn dat Lucas samenvattingen of parafrases maakte van toespraken en sommige uit het Aramees vertaalde, met zorgvuldig behoud van hun boodschap. 

Lucas' pinksterverhaal vertelt hoe de kerk stevig geworteld is in de werking van de Heilige Geest. De discipelen die Jezus voordien zo moeilijk begrepen, hadden nu greep op wat hij bedoelde en de waarheid van zijn boodschap.

De betekenis van het pinksterfeest is moeilijk te omschrijven. Misschien kunnen we zeggen, dat de Geest, die vroeger in de individuele gelovigen werkte, nu werkt in en vanuit de gemeente.

Hoe werkt zij dan, zult u vragen: de eerste christengemeenten hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden; en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst van het gehele volk. 
Harry Schram

PINKSTEREN – DE VONK VAN VUUR IN MIJ
We zijn vertrouwd met symbolen als God de Vader, God de Zoon. Vermenselijkte beelden Met Pinksteren krijgen we te maken met een symbool dat niet in een mensvormig beeld kan worden uitgedrukt. Het goddelijke als wind, adem, ruach, windvlaag, lucht. Als Geest, als vogel Geest. Spiritus, spirit. 

Wat doen die beelden met ons? Zegt u misschien:”Daar kan ik niets mee”. 

Pinksteren voor ons, nu, in deze tijd. Wat zegt het ons? Je leest Handelingen 2, die eerste 13 verzen: “En zij allen werden vervuld met de Heilige Geest.” En in hun eigen moedertaal verstond een ieder daar wat er werd gezegd.

Was dat herkenning van iets? Iets belangrijks? Herkenning van een manier van leven? Misschien herkenning van het leven van de rabbi uit Nazareth? 

Een flits als het ware: Dat is het! Of was het een wensdroom? Een utopie?

Ik las weer eens een van de preken van de mysticus Eckehart. Hij schreef: “Laat God in je ziel geboren worden”. En met ziel bedoelt Eckehart de mens zoals hij/zij bedoeld is. Dé mens in de mens. De ingeschapen kracht tot menswording. De vonk van vuur in mij. Vonk en vuur, ook beelden die we lezen in het Pinksterverhaal.

In een Kersttoespraak zegt Eckehart: “Wat betekent de geboorte van God in Christus als die geboorte niet in mijzelf plaatsvindt?”
Dezelfde vraag zouden wij nu kunnen stellen: Wat betekent de komst van de Geest als zij niet in mijzelf een plaats krijgt? Niet in mijzelf huist?

Pinksteren, beweging, wind. Ook spirit, kracht, inspiratie. Niet met alle winden meewaaien, maar mij bewust opstellend, kritisch en geëngageerd. 

Soms hebben we lekker de wind in de rug; vaker de wind tegen, je raakt er buiten adem van. 

Dichters kunnen het beter en mooier weergeven. Hier volgen twee Pinkster-gedichten. Inspirerende Pinksterdagen gewenst!
Elske Bast.

In vuur en vlam
Wie leeft verloren in de tijd
raakt aan de haast zijn leven kwijt. 
Hij gaat zijn weg met ogen dicht
en ziet geen spoor, geen schijn van licht. 
Maar als zo'n blinde ziende wordt, 
dan komt hij oog en oor tekort. 
Hij vindt zichzelf, de dag breekt aan, 
hij komt in vuur en vlam te staan.

Maar soms zijn mensen levend dood 
want hun bestaan is ademnood. 
Zij leven roekeloos en snel
en zetten hart en hoofd op 't spel. 
Maar als in harten heimwee brandt 
naar nieuwe tijd en blijer land 
dan breken mensen op en gaan, 
men komt in vuur en vlam te staan.

Wie vastgeroest en uitgedoofd 
alleen nog in vandaag gelooft. 
Wie nooit eens over bergen ziet 
wordt moe en sterven zal zijn lied. 
Maar als hij knielt en biddend rust 
misschien dat God hem wakker kust, 
Hij haalt hem uit zichzelf vandaan, 
hij komt in vuur en vlam te staan.

      Cees Remmers

De deur
Ga, doe de deur open.
  Misschien is er buiten 
  een boom, of een bos, 
  of een tuin,
  of een betoverde stad.

Ga, doe de deur open.
  Misschien huilt er een hond buiten. 
  Misschien is er buiten een gezicht, 
  of een oog,
  of de gestalte
    van een gestalte.

Ga, doe de deur open.
  Als er buiten nevel is, 
  zal hij optrekken.

Ga, doe de deur open.
  En al was er buiten niets 
  dan kreunende duisternis
  en al was er buiten niets dan 
  een holle windstoot,
  en al
  was er buiten
  niets, niets,
ga, doe de deur open. 
Het zal
minstens
tochten.
    Miroslav Holub

PINKSTEREN - TWEE BEELDEN VOOR DE KERK
Het Pinksterfeest is het feest van de gemeente. Het zichtbare resultaat van de werking van de Geest is immers de gemeente. Het is Gods geest die mensen samen brengt en hen in vuur en vlam zet.

Voor de gemeente die op Pinksterzondag haar verjaardag viert worden in de bijbel vele beelden gebruikt. In dit stukje wil ik bij twee beelden stilstaan. Het ene vinden we in het evangelie naar Johannes (in Joh 15:1-8), het andere in een van de brieven van Paulus. (I Kor. 3:10-15) 

In Johannes 15 wordt het beeld van de wijnstok en de ranken uitgewerkt, in I Korinthiërs het beeld van het bouwen van een huis, waarvan het fundament (Christus) door de apostel is gelegd. Het ene beeld is ontleend aan de natuur, het andere aan de cultuur. In het ene draait het om ‘groeien’, in het andere om ‘bouwen’. 

Als je deze twee vormen van beeldspraak tegen over elkaar plaatst zou je om te beginnen kunnen zeggen dat ‘bouwen’ een inspanning is, een activiteit  terwijl ‘groeien’ in ieder geval ook een passieve component heeft. Je kunt je immers niet voornemen om te gaan groeien. Groeien is meer iets dat zich voltrekt en dat doet in het verborgene. Het blijft vaak voor onze ogen verborgen. Als wij bouwen kunnen wij op zichtbare resultaten wijzen. Als het over ‘groeien’ gaat kunnen we dat niet doen. Groei leidt niet tot resultaten of successen maar tot ‘bloei’ en ‘vruchtdragen’.

Het meest duidelijk komt wat mij betreft het verschil tussen ‘bouwen’ en ‘groeien’ naar voren als je kijkt naar de emoties die ermee verbonden zijn. Iets opgebouwd hebben vervult ons met trots en voldoening maar de ervaring gegroeid te zijn met dankbaarheid en vreugde. 

Voldoening en trots zijn in mijn beleving van kortere duur en minder intens dan dankbaarheid en vreugde. De vreugde verbindt ons met wat wij niet anders kunnen beschouwen dan als de diepste grond van het bestaan. Wie deze vreugde ten deel valt zal vrede kennen.

Als er geen gemeente was geweest die had overgeleverd wat geloven is zouden wij daar niet mee in aanraking zijn gekomen. Een ieder die dat beseft zal zich ongetwijfeld geroepen weten zich in te spannen om de gemeente, de 
‘oefenplaats’ van het geloof, te behouden. Als hij dat doet zal hij misschien de werking van de Geest ervaren en delen in zijn vruchten. Het lied (gezang 252) noemt als die vruchten ‘de liefde en de vreugde, de vrede allermeest’. 
Foeke Knoppers

PINKSTEREN - ELKAAR VERSTAAN
Het is amusant en verbazingwekkend tegelijk om te zien hoe kinderen die met hun ouders op vakantie zijn in het buitenland met elkaar communiceren. Ook als ze elkaars taal niet kunnen spreken, kunnen ze elkaar toch verstaan. Terwijl hun ouders soms wat onbeholpen en stuntelig met buitenlanders in hun taal proberen te spreken, hebben de kinderen meestal al soepel contacten gelegd. Hun onbevangen en natuurlijke gedrag doet de taalgrenzen vervagen. Ze vinden elkaar in een gemeenschappelijke interesse of spel. 

In religieuze taal spreekt men van de Geest als men het ongrijpbare wil benoemen. Het is deze ervaring die we in het Pinksterverhaal terugvinden. Het gaat om enthousiaste vreemdelingen voor wie taalgrenzen verdwijnen en die elkaar zonder woorden begrijpen. Ik was eens bij een kerkdienst in het buitenland. De dienst was in een voor mij onbekende taal. Maar toch waren het juist de liederen en de manier waarop ze gezongen werden, die mij raakten en vanzelf deden meezingen. Zo begrepen we in die kerk met elkaar wat Pinksteren was. Want het woord is maar een van de middelen om elkaar te verstaan. 

Het is jammer dat er in het bestaan van de kerk door de eeuwen heen conflicten zijn geweest over het verstaan van de Geest. Bijvoorbeeld over de vraag of de Geest uitgaat van de Vader of van de Zoon. Men heeft geprobeerd de Geest vast te leggen in geloofsregels. Maar dit heeft alleen tot verwarring en ruzie geleid in de wereld van geloven. Dit is juist niet de opzet van Pinksteren. De Geest waait verder en leert ons verhalen schrijven, muziek componeren, gedichten schrijven en plannen maken.

Het verhaal dat de evangelist Lucas hierover schrijft in het bijbelboek Handelingen, gaat over “'tongen van vuur” die zich verdelen over de mensen. Nu is het woord voor “'tong” hetzelfde als voor “'taal”'.Dus waar de tongen als van vuur zich verspreiden, wordt er taal verdeeld. De mensen horen anderen spreken in hun eigen taal. Zonder onderscheid in afkomst, cultuur, ras of religie wordt ieder in de eigen taal aangesproken. Er wordt geen uniforme wijze van spreken geëist of één manier van geloven opgelegd. Het enthousiasme laait op, wanneer blijkt dat zij elkaar begrijpen, begrip ondervinden en vrijuit kunnen spreken. Daarmee wil Lucas ons laten begrijpen, dat de geest het eigene in ons wakker maakt en iedereen aan het werk zet om het bijzondere in onszelf en in de ander te waarderen. 

Het aantrekkelijke van de geest van Pinksteren is, dat die zich verdeelt over de mensen. Ieder krijgt een deeltje van de Geest, die als een lopend vuur op de wind meekomt en ons in vuur en vlam zet. In een wereld vol van verscheidenheid waait de Geest, geeft ieder van ons een eigen taak en  plaats en stuurt aan om iets moois te maken van het met elkaar leven. Deze gedachte geef ik u graag mee bij het inpakken van uw rugzak voor een Pinksterwandeling.
Peter Merkestijn 
(stagiair NPB Naarden-Bussum) 
 

Naar boven                                                           neem contact op met de webmaster

bijgewerkt tot en met: 27/04/2008