Remonstrantse Gemeente 
Naarden - Bussum
Naar hoofdpagina van Gemeente Naarden-Bussum
neem contact op met de webmaster
Reglement van de Remonstrantse Gemeente Naarden - Bussum

Hoofdstuk 1: De Gemeente
Artikel 1.
De Remonstrantse Gemeente Naarden-Bussum is een zelfstandige kerkelijke gemeente en bezit als zodanig rechtspersoonlijkheid. Zij is gevestigd te Bussum.

Artikel 2.
De gemeente is gebonden aan de kerkorde van de Remonstrantse Broederschap, gevestigd te Utrecht, en aan haar beginselverklaring. Deze luidt:

“De Broederschap der Remonstranten is een geloofsgemeenschap die, geworteld in het Evangelie van Jezus Christus en getrouw aan haar beginsel van vrijheid en verdraagzaamheid, God wil vereren en Hem dienen”

Artikel 3.
a.  de gemeente is voortgekomen uit de op initiatief en onder verantwoordelijkheid van de Remonstrants Gereformeerde Gemeente te Amsterdam op 7 december 1935 gestichte Remonstrantse Kring Naarden-Bussum en met ingang van 1januari 1941 als gemeente erkend bij besluit no. 32/38 d.d. 30 november l940 van de Commissie tot de Zaken van de Remonstrantse Broederschap.
b.  de gemeente heeft ten doel mede te werken aan de verwezenlijking van de opdracht van de Remonstrantse Broederschap, zoals deze is omschreven in de kerkorde van deze Broederschap.
c.  de gemeente is naast de kerkorde ook gebonden aan haar eigen reglement, voorzover dit niet in strijd is met dwingende voorschriften van de wet en de kerkorde.
d. het kerkelijk ressort van de gemeente omvat het gebied van de burgerlijke gemeenten Naarden, Bussum, Laren (N.H.), Blaricum, Eemnes, Huizen, Muiden, Weesp en Nigtevecht.

Hoofdstuk 2: De Leden en Vrienden
Artikel 4.
Leden en vrienden van de gemeente zijn allen, die als lid of vriend door de gemeente zijn aanvaard. Zij worden ingeschreven in de door de secretaris van de kerkenraad bij te houden registers van leden en vrienden.

Artikel 5.
De aanvaarding als lid vindt plaats nadat blijk is gegeven van:
a.  belangstelling van meer dan voorbijgaande aard;
b.  inzicht in het godsdienstige leven van de Broederschap en in de rechten en verplichtingen van de leden;
c.  instemming met de beginselverklaring jegens een predikant betuigd.

Het lid wordt in een kerkdienst bevestigd door een predikant van de Broederschap. Zij, die van een andere kerk naar de Broederschap overkomen zijn bovendien verplicht aan die kerk van hun toetreding tot de Broederschap kennis te geven. Zij voor wie een attest is ontvangen van een andere gemeente van de Remonstrantse Broederschap of van de commissie voor de remonstranten in het buitenland worden in het register als lid ingeschreven.

Artikel 6.
Zij, die zonder lid te zijn van de gemeente, niettemin geregeld aan haar kerkelijk leven deelnemen kunnen op hun verzoek als “vrienden” worden ingeschreven. Zij hebben stemrecht in de ledenvergaderingen. Vrienden kunnen worden verkozen of benoemd tot lid van de kerkenraad en in andere functies binnen de gemeente. Zij kunnen niet tot voorzitter van de kerkenraad worden benoemd.

Artikel 7.
Het lidmaatschap eindigt:
a.   door overlijden;
b.   door schriftelijke opzegging aan de kerkenraad van de gemeente;
c.   door verhuizing naar een woonplaats buiten de gemeente;
d.   door ontzetting.
Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen geschieden door de Commissie tot de Zaken, gehoord de kerkenraad, ten aanzien van leden, die zich schuldig maken aan gedragingen of uitingen onverenigbaar met de beginselverklaring. Voor de beëindiging van de inschrijving als vriend gelden overeenkomstige voorwaarden.

Artikel 8.
De voorrechten die een lid of vriend geniet zijn onder meer de volgende:
a.   pastorale zorg en huisbezoek van de predikant en/of de daartoe aangewezenen;
b.   diaconale hulp;
c.   toerusting.

Artikel 9.
Het lidmaatschap is niet vrijblijvend:
a. van het lid wordt verwacht, dat hij/zij uitvoering zal geven aan de opdracht van de Broederschap in persoonlijk en maatschappelijk leven;
b.   van elk lid wordt voorts verwacht, dat hij/zij zal deelnemen aan het kerkelijk leven van de gemeente en de Broederschap;
c.   elk lid heeft de plicht de gemeente naar vermogen financieel te steunen;

Vrienden steunen de gemeente naar vermogen financieel.

Artikel 10.
De kerkenraad stelt jaarlijks op voorstel van de penningmeester het minimum bedrag van de bijdrage vast. Daarin is in elk geval begrepen het quotum, dat de gemeente voor een lid en voor een vriend moet afdragen aan de Broederschap. Richtlijnen kunnen worden gegeven voor de hoogte van de bijdrage, mits duidelijk blijkt dat men, rekening houdend met het minimum, vrij blijft in het bepalen van de bijdrage.

Hoofdstuk 3: De Ledenvergadering
Artikel 11.
a.   aan het hoofd van de gemeente staat de ledenvergadering. Zij kiest uit de leden en vrienden vertegenwoordigers, die met de predikant(en) tezamen de kerkenraad uitmaken.
b. eenmaal per jaar wordt een ledenvergadering gehouden, welke “jaarvergadering” heet, deze wordt uiterlijk in de maand maart gehouden. De schriftelijke oproep voor deze vergadering geschiedt tenminste 14 dagen van tevoren onder bekendmaking van de agenda.

Artikel 12.
De agenda van de jaarvergadering omvat tenminste:
a. behandeling van de notulen van de vorige vergadering;
b. behandeling van het jaarverslag;
c.   behandeling van het financieel verslag;
d.   behandeling verslag kascommissie en voorstel tot décharge;
e.   benoeming van een kascommissie bestaande uit 3 leden, die geen lid zijn van de kerkenraad;
f.   vaststelling van de begroting voor het nieuw ingetreden kalenderjaar;
g.   verkiezing van kerkeraadsleden;
h.   behandeling van het jaarverslag van de diaconie;
i.   behandeling van onderwerpen nader te bepalen door de kerkenraad;
j.   behandeling van voorstellen aan de orde gesteld door tenminste 5 leden; deze voorstellen dienen tenminste 10 dagen voor de vergadering bij het secretariaat van de kerkenraad te zijn ontvangen.

Artikel 13.
a.   buitengewone ledenvergaderingen worden gehouden, wanneer de kerkenraad dit nodig oordeelt, de kerkorde een uitspraak van de gemeente vordert of wanneer tenminste 10 leden schriftelijk onder opgave van redenen de kerkenraad verzoeken een vergadering uit te schrijven.
c. de schriftelijke oproep voor een buitengewone ledenvergadering geschiedt tenminste 14 dagen van tevoren onder bekendmaking van de agenda.

Artikel 14.
a. alle besluiten worden genomen en alle benoemingen worden gedaan met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
b.   over zaken wordt mondeling, over personen schriftelijk gestemd, tenzij met algemene stemmen hiervan wordt afgeweken.
c.   bij staking van stemmen over personen beslist het lot, indien over twee personen wordt gestemd. Indien over meer dan twee personen wordt gestemd, wordt een herstemming gehouden tussen de twee kandidaten, die het hoogste stemmenaantal op zich verenigden.
Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
d.   wanneer op een voorstel een amendement is ingediend komt dit eerst in stemming. Een amendement op een voorstel mag niet de strekking hebben het doel van het voorstel te wijzigen of aan te tasten, dit uitsluitend ter beoordeling van de voorzitter. Indien voor het voorstel een gekwalificeerde meerderheid is vereist geldt deze zelfde meerderheid voor het aannemen van het amendement op het voorstel.
e.   voor schriftelijke stemmingen wijst de voorzitter drie ter vergadering aanwezige personen aan, die een stembureau vormen.
f.    blanco stembriefjes en briefjes welke geen duidelijke persoonsaanduiding bevatten worden als ongeldig beschouwd.
g.   stemmen bij volmacht is niet mogelijk.

Hoofdstuk 4:      De Kerkenraad
Artikel 15.
Het bestuur van de gemeente is opgedragen aan de kerkenraad.

Artikel 16.
De kerkenraad bestaat uit de predikant(en) en tenminste 5 en ten hoogste 16 leden of vrienden van de gemeente. In de kerkenraad dient het aantal vrienden steeds kleiner te zijn dan de helft van het aantal leden van de kerkenraad.

Artikel 17.
a. de taak van de kerkenraad is de behartiging van het kerkelijk leven en van alle overige belangen der gemeente in de ruimste zin des woords. De kerkenraad wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter en de secretaris, tenzij de kerkenraad dit aan één of meer anderen heeft opgedragen. Indien financiële verplichtingen worden aangegaan worden de stukken mede-ondertekend door de penningmeester.
b. op basis van de beroepingsbrief overlegt de kerkenraad tenminste eenmaal per jaar met de predikant over diens taakvervulling. De kerkenraad bevordert de uitoefening van het ambt van de predikant op passende wijze.
c. de kerkenraad is, met behoud van zijn eigen verantwoordelijkheid, bevoegd bepaalde onderdelen van zijn taak te delegeren aan een dagelijks bestuur, bestaand uit tenminste drie kerkeraadsleden, of aan commissies, waarvan ook niet-leden van de kerkenraad deel kunnen uitmaken. Deze commissies en het dagelijks bestuur brengen in de kerkenraadsvergadering verslag uit over hun activiteiten

Artikel 18.
a. de leden van de kerkenraad worden als regel gekozen voor een ambtsperiode van 4 jaar doch kunnen nog éénmaal aansluitend voor een 2 jarige periode worden herkozen
b. indien tussentijds een vacature ontstaat kan de kerkenraad een ledenvergadering bijeenroepen om in deze vacature te voorzien. De kerkenraad is hiertoe verplicht indien het aantal kerkenraadsleden gedaald is onder het voorgeschreven minimum zoals bepaald in artikel 16. De zittingsperiode van het nieuwe lid wordt geacht te zijn ingegaan in het jaar waarin de verkiezing plaatsvindt.

Artikel 19.
De leden van de kerkenraad worden door de ledenvergadering verkozen. Kandidaatstelling geschiedt door de kerkenraad. Minstens vijf leden der gemeente, geen lid van de kerkenraad zijnde, kunnen ook kandidaten stellen. Dit voorstel dient schriftelijk tenminste 5 dagen voor de vergadering bij de secretaris van de kerkenraad te zijn ingediend. Een schriftelijke bereidverklaring van de kandidaat dient hieraan te zijn toegevoegd.

Artikel 20.
De kerkenraadsleden benoemen uit hun midden een voorzitter, een secretaris, een penningmeester en een kerkmeester.

Artikel 21.
Nieuw gekozen leden van de kerkenraad worden in een daartoe aangewezen kerkdienst door de predikant in hun ambt bevestigd.

Artikel 22.
De voorzitter heeft de leiding van alle vergaderingen, waaraan hij deelneemt. Hij draagt er zorg voor dat tenminste éénmaal per twee maanden een kerkenraadsvergadering bij een wordt geroepen met een termijn van tenminste 8 dagen en met opgave van de te behandelen onderwerpen. Hij is bij officiële gelegenheden de vertegenwoordiger en de woordvoerder van de gemeente. Hij draagt zorg voor de naleving van de reglementen en de kerkorde. Hij kan de beraadslagingen sluiten wanneer hij meent, dat de vergadering voldoende is ingelicht, doch is verplicht de beraadslagingen weer te openen, wanneer blijkt dat de
meerderheid dit verlangt.

Artikel 23.
De secretaris, zonodig bijgestaan door daartoe door de kerkenraad aangestelde funktionarissen, draagt zorg voor het notuleren van de vergaderingen en voert uit naam van de kerkenraad briefwisseling. Verder heeft hij tot taak het bijhouden van de door de kerkorde voorgeschreven registers, het registreren van andere gegevens en het verstrekken van informatie. Tevens zorgt hij voor het uitbrengen van het jaarverslag, nadat dit is goedgekeurd door de kerkenraad.

Artikel 24.
De penningmeester heeft tot taak het voeren van de financiële administratie der gemeente, het incasseren van de bijdragen der leden en andere inkomsten en het verrichten van alle betalingen, waartoe de gemeente verplicht is. Tevens stelt hij voor de jaarvergadering de financiële verantwoording op en maakt de begroting voor het nieuwe kalenderjaar. Deze twee stukken worden vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan de 
kerkeraad. De penningmeester kan worden bijgestaan door een administratieve kracht, die aangesteld wordt door de kerkenraad. Deze kracht behoeft geen lid van de kerkenraad te zijn.

Artikel 25.
De kerkmeester heeft tot taak te zorgen voor de gebouwen van de gemeente en de exploitatie van die gebouwen in de ruimste zin des woords. Ook draagt hij zorg voor de inventaris van de gebouwen.

Hoofdstuk 5: De Predikant
Artikel 26.
De beroeping van een predikant geschiedt door een kiescollege bestaande uit tenminste vijf leden van de kerkenraad en uit een gelijk aantal leden of vrienden van de gemeente, beroepingsleden genaamd. Deze beroepingsleden worden benoemd door de kerkenraad.

Artikel 27.
Zodra de kerkenraad de zekerheid heeft verkregen, dat bij de gemeente een vacature is ontstaan dan wel dat er weldra een vacature zal ontstaan, zendt hij aan de Commissie tot de Zaken een verzoek om vergunning tot het beroepen van een nieuwe predikant. Dit verzoek wordt schriftelijk aan de leden medegedeeld.

Artikel 28.
a. na het verkrijgen van de vergunning maakt het kiescollege een alfabetische nominatie op, bevattende vier namen.
b.   in een vergadering van het kiescollege wordt dit aantal teruggebracht tot twee.
c.   binnen vier weken daarna brengt het kiescollege een beroep uit.
d. nadat dit beroep is uitgebracht, geeft de kerkenraad daarvan terstond schriftelijk kennis aan de beroepene per aangetekend schrijven, welke alle ten aanzien van de beroeping gestelde voorwaarden bevat. Heeft de beroepene binnen twee weken na het verzenden van de beroepingsbrief zijn besluit niet aan de kerkenraad bericht, dan wordt hij geacht de beroeping te hebben verworpen.

Artikel 29.
Predikant van de gemeente is hij die, op wettige wijze beroepen, dit beroep heeft aangenomen en de bediening van zijn ambt heeft aanvaard.

Artikel 30.
Aan de predikant is in het algemeen opgedragen:
a.  leiding van de kerkdiensten;
b.  godsdienstonderwijs en jeugd- en jongerenwerk;
c.  huisbezoek en pastorale zorg;
d.  bevorderen van de daadwerkelijke deelname van leden en vrienden aan het kerkelijk leven;
e.  al wat verder dienstig is voor het welzijn der gemeente en haar leden, bij voorkeur na overleg met de kerkenraad.

Artikel 31.
De wijze van beëindiging van de verbintenis tussen predikant en gemeente geschiedt overeenkomstig de bepalingen daarover in de kerkorde.

Hoofdstuk 6: De Kerkdiensten
Artikel 32.
De kerkdienst, die ten doel heeft op stijlvolle wijze uiting te geven aan en in te wijden in het godsdienstig leven der Broederschap, wordt bij voorkeur uitgeoefend volgens de door de Broederschap aangeboden orden van dienst.

Artikel 33.
a. In de regel wordt elke zondag en op de belangrijkste christelijke feest- en  gedenkdagen een kerkdienst gehouden.
b. Zegebeden over levensverbintenissen, doop, avondmaalsviering, ledenbevestiging en kerkelijke uitvaart geschieden in overleg met de predikant.

Artikel 34.
Bij elke kerkelijke plechtigheid zijn één of meer kerkenraadsleden aanwezig. De aanwijzing geschiedt volgens een vast te stellen rooster. Ieder kerkenraadslid is verplicht aan die aanwijzing gevolg te geven en bij verhindering tijdig voor vervanging zorg te dragen.

Artikel 35.
Het inzamelen van giften bij kerkdiensten en andere kerkelijke plechtigheden geschiedt door een college van collectanten. Op voordracht van het college zelf worden de leden hiervan benoemd en ontslagen door de kerkenraad. Zij regelen hun diensten volgens een door de kerkenraad goed te keuren reglement.

Artikel 36
Bij elke kerkdienst en andere kerkelijke plechtigheden wordt gecollecteerd ten behoeve van de gemeente. Daarnaast kan een collecte worden gehouden ten behoeve van een door de diaconale commissie of de kerkenraad vast te stellen doel. Tenminste éénmaal per jaar wordt een collecte gehouden ten behoeve van de Broederschap.

Hoofdstuk 7: De Diaconale Commissie
Artikel 37.
De taken van de diaconale commissie zijn in elk geval:
a. bevordering van de diaconale gezindheid van de gemeente
b. hulp uit de daarvoor beschikbare middelen aan leden en vrienden of anderen. Tot de diaconale gezindheid behoort de herkenning van materiële en geestelijke nood en hun oorzaken en de bereidheid tot deelneming aan activiteiten ter voorkoming en ter leniging van die nood. De diaconale commissie voert een afzonderlijk beheer.

Artikel 38.
a. De diaconale commissie bestaat uit tenminste drie en ten hoogste zeven leden, waarvan in elk geval één lid is van de kerkenraad.
b. De predikant is geen lid van de diaconale commissie maar heeft altijd toegang tot de vergaderingen en wordt in zaken van gewicht gehoord.

Artikel 39.
De diaconale commissie wordt benoemd en ontslagen door de kerkenraad, de benoeming geschiedt op voordracht van de commissie, waarvan de kerkenraad om gewichtige redenen kan afwijken. Nieuw benoemde leden van de diaconale commissie worden in een kerkdienst of in een kerkelijke vergadering in hun ambt bevestigd.

Artikel 40.
De diaconale commissie brengt éénmaal per jaar aan de kerkenraad verslag uit van haar werkzaamheden. Zij legt rekening en verantwoording af van het beheer van de haar toevertrouwde gelden aan de voorzitter, de secretaris en de penningmeester van de kerkenraad. Zij is gehouden de kerkenraad in te lichten over elke zaak, waaromtrent de kerkenraad inlichtingen vraagt.

Artikel 41.
Jaarlijks legt de diaconale commissie een werkplan ter bespreking voor aan de kerkenraad en aan de ledenvergadering van de gemeente.

Hoofdstuk 8: Slotbepalingen
Artikel 42.
Wijzigingen van dit reglement kunnen slechts worden aangebracht door een ledenvergadering. Een voorstel tot wijziging is onderhevig aan het bepaalde in hoofdstuk 3 artikel 14. Het besluit tot wijziging moet worden genomen met tenminste 2/3 der geldig uitgebrachte stemmen.

Artikel 43.
Dit reglement en latere wijzigingen daarop treden in werking onmiddellijk nadat daarop de bekrachtiging van de Commissie tot de Zaken is ontvangen.

Artikel 44.
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet en die ook niet zijn geregeld in de wet en de kerkorde beslist de kerkenraad.

*******
Aldus opgesteld door de kerkenraad van de Remonstrantse Gemeente Naarden-Bussum en goedgekeurd door de Algemene Ledenvergadering te Bussum op 3 maart 1993.
G. P. Groote,  voorzitter
A.G.Kamp-Sonneveldt, secretaris

Goedgekeurd ingevolge de bekrachtiging van de Commissie tot de Zaken der Remonstrantse Broederschap met schrijven van 23 maart 1993


Naar boven                                                            neem contact op met de webmaster


bijgewerkt tot en met: 29/11/2007