Remonstrantse Gemeente 
Naarden - Bussum
Naar hoofdpagina van Gemeente Naarden-Bussum

Naar de agenda van de Remonstrantse Gemeente

Naar het CCIV Jaarthema en achtergrond

CCIV Programma 2006 - 2007

Centrale Commissie voor het Interkerkelijk Vormingswerk

De Centrale Commissie voor het Interkerkelijk Vormingswerk te Naarden-Bussum en de Hilversumse Meent.


Voor inlichtingen over de cursussen kunt u zich wenden tot 
de heer B.Budding te Naarden; tel. 035-6947051

KLEURRIJK SAMENLEVEN

Een nieuw tijdperk is aangebroken.
Het Oosten zet zich onontwijkbaar neer in het Westen. Goederen stromen onze wereld binnen, en ook mensen. We ervaren dat we wonen in een bomvol land. Uit de islamitische landen komt een nieuw  geloof tot ons en verovert zijn plaats tussen de overblijfselen van het oude christendom. Naast de bestaande kerktorens rijzen nieuwe minaretten omhoog. De inwoners van ons land verschillen veel van elkaar door hun culturele en godsdienstige achtergrond. 

Samen een leefbare samenleving opbouwen is de opdracht.
Hoe stellen we ons op tegenover mensen die vergroeid zijn met een andere cultuur en een andere religie? Actueel wordt de vraag of er voldoende kennis én energie is om de waarden van de hier bestaande cultuur weer vitaal te maken. 

Voor het seizoen 2006/2007 heeft de Centrale Commissie voor Interkerkelijk Vormingswerk weer vele invalshoeken gecreëerd. Essentiële aspecten van ons religieuze en culturele erfgoed komen aan de orde. Daarnaast zijn er ook cursussen waarbij andere culturen centraal staan. De CCIV hoopt daarmee verheldering te geven, verheldering die noodzakelijk is om een kleurrijk samenleven te realiseren.

Openingsavond:
      De multiculturele stad als ruimte voor goed leven
       E.P.N.M. Borgman 
 1.  God als grond van ons bestaan
        P.J.C. Korver 
  2. Søren Kierkegaard
        J.J.W.D. de Vries 
 3.  Evolutie en toekomstverwachting
        K. van Dam, F. Knoppers 
 4.  ‘Uw Koninkrijk kome’, drie gelijkenissen
        W.P.H. Pouwels 
 5.  Bemiddelen, verzoening van conflicten
        C. Bergström 
 6.  Wie zijn wij zelf in de opvoeding
        C.J. van Leeuwen-Assink 
 7.  Grieks-orthodoxe en Latijns-christelijke kunst 
        P. Timmer 
 8.  Eenvoud en levenskunst
        R. Ransdorp 
 9.  De Spiltijd
        R.M. Nepveu 
10.  Boekenwijsheid, drie postmoderne boeken
         E. Bor 
11.  Moderne devoties
         W.F. Metzger 
12.  Troost
         F. Knoppers 
13.  Maria Magdalena, bijzondere vrouw in een bijzondere tijd
         A.G. Ochtman-de Boer 
14.  De Islam als nieuwkomer in onze samenleving
         H. Jansen, M. de Koning 
15.  Ballingschap
         G. Bouwsma, W.B. van de Woord 
16.  Die sieben letzte Worte unseres Erlösers am Kreuze
         P.L. van der Weide 

Een wens uit Afrika 
 

Openingsavond

DE MULTICULTURELE STAD ALS RUIMTE VOOR GOED LEVEN
Een inleiding door Erik Borgman

Eerder dan als een ruimte voor goed leven, wordt de multiculturele en multireligieuze stad op het moment vooral ervaren als een mijnenveld. Het is in de mode te denken dat de enige oplossing ligt in het reduceren van de culturele pluraliteit. Dit is echter niet alleen politiek gezien tot mislukken gedoemd, het kan voor christenen ook religieus gezien niet door de beugel. Dit geldt des te meer indien men als antwoord op de multiculturaliteit de joods-christelijke en humanistische tradities verplichtend op wil leggen. 

De titel van deze lezing is in zekere zin een geloofsuitspraak. De multireligieuze stad is de ruimte voor goed leven, de ruimte waarbinnen wij het goede leven vorm kunnen en moeten geven. In de gebruikelijke visie op de multiculturele samenleving is zij vooral een plaats waar verschillende visies elkaar ontmoeten en zich vervolgens al dan niet met elkaar verbinden. De traditie van christelijk sociaal denken suggereert hiertegenover echter dat de gemeenschap ons altijd-al gegeven is in de wijze waarop wij als mensen die hetzelfde grondgebied bewonen van elkaar afhankelijk zijn, met elkaars lot verbonden. 

Hedendaagse mensen beschouwen het leven doorgaans als een project en hun visie erop als een vrije, persoonlijk keuze. De christelijke tradities houden het besef levend dat de wereld waarin wij leven ons gegeven is. Leven temidden van een pluraliteit van tradities is de enige manier om vormen te vinden van goed leven. Het gezamenlijk en in onderlinge discussie vormgeven van de gemeenschap die wij in onze lotsverbondenheid al zijn, dat is de weg en het doel tegelijk.

Spreker: dr. E.P.N.M. Borgman, publicist en directeur van het Heyendaal Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen, met de aandachtsgebieden: religie en hedendaagse cultuur, theologie en (interdisciplinaire) wetenschapsbeoefening, fundamentele theologie. 

Datum en tijd: dinsdag 26 september 2006, 20.00 uur
Plaats:   Wilhelminakerk, Wilhelminaplantsoen 14 te Bussum
Toegang vrij


1.  GOD ALS GROND VAN ONS BESTAAN

Thomas Merton (1915-1968) is een van de grote spirituele gestalten van de afgelopen eeuw. Geboren in Frankrijk en terechtgekomen in de VS laat hij zich daar dopen in de RK-kerk en treedt enkele jaren later, in 1941, in bij de Trappistenabdij te Gethsemani. In De Louteringsberg beschrijft hij zijn bekering tot het rooms-katholicisme en de eerste jaren in het klooster. Merton zoekt de eenzaamheid en de stilte. In de eenzaamheid ervaart hij doorgaans een grote openheid naar Gods aanwezigheid en streeft hij naar een eenheid met God die alle kennis en emotie te boven gaat. Daartoe moet men alles loslaten, vooral zichzelf, in een grondeloos vertrouwen en een volkomen overgave. De weg naar binnen, naar de stilte, het zoeken naar God, maakt hem juist vrij om de weg naar buiten te gaan, ontvankelijk te zijn voor de wereld en haar noden. Hij zet zich in voor de vrede, het probleem van de Koude Oorlog, het verzet tegen de atoombewapening, het vijanddenken en de bewapeningswedloop.

Hij ontwikkelt kritische inzichten over de economische en politieke rol van de VS in Latijns-Amerika. Zijn stellingname is ongewoon voor een contemplatieve monnik die geacht werd zich uitsluitend bezig te houden met zijn eigen heiliging. Opmerkelijk is zijn inzet voor de interreligieuze dialoog, met name zijn openheid voor het zenboeddhisme. Zen is geen godsdienst zo laat hij ons zien; het streeft naar een ondogmatische waarneming van de werkelijkheid. 

In drie bijeenkomsten verdiepen wij ons in het denken en geloven van Merton. De eerste bijeenkomst volgen wij de ontwikkelingen die leidden tot zijn doop en intreding, zoals beschreven in De Louteringsberg; de tweede bijeenkomst kijken we naar de relatie tussen mystiek / spiritualiteit en maatschappelijke betrokkenheid; de laatste bijeenkomst volgen we de dialoog tussen christendom en oosterse godsdiensten die door Merton gestimuleerd werd.

Inleider:  ds. P.J.C. Korver, remonstrants predikant en voorganger van de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB

Data en tijd: woensdagochtenden 4, 11 en 18 oktober 2006, 10.30-12.30 uur
Plaats:   de Leskamer van de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB, Iepenlaan 26, Bussum
Kosten:       € 9,00


2.  SØREN KIERKEGAARD 
     het eigen bestaan als vraagstuk

De Deense schrijver en filosoof Søren Kierkegaard, die leefde van 1813 tot 1855, nam geen genoegen met de heersende filosofie van zijn dagen en leefde op gespannen voet met de staatskerk van zijn land. Hij verzette zich tegen de zelfgenoegzame gedaante die het christendom in deze kerk had aangenomen. 
Waar het ging om filosofie was hij niet geïnteresseerd in abstracte waarheid of onpersoonlijke problemen. Filosofische vragen kregen pas zijn aandacht als zij raakvlakken hadden met het eigen bestaan. Zijn spottende levenshouding en zijn ernstige levenswandel kregen hun neerslag in een veelzijdig oeuvre, een groot aantal merkwaardige boeken waarvan de meeste onder pseudoniem verschenen. 
Zo heeft Kierkegaard naam gemaakt als boeiend schrijver en buitenissig denker. 

Zijn invloed op het Europese denken van de twintigste eeuw is aanzienlijk geweest. Karl Jaspers, Martin Heidegger, Theodor W. Adorno en Jean-Paul Sartre zijn aan hem schatplichtig. Hij kan de vader van de moderne existentiefilosofie worden genoemd.

De wonderlijke mengeling van geloofsvragen en wijsgerige vragen staat drie avonden lang in de belangstelling. Aan de hand van een aantal fragmenten uit Kierkegaards werk buigen wij ons met elkaar over de vraag wat zijn denken vandaag in ons bestaan te zeggen heeft.

Inleider: dr. J.J.W.D. de Vries, docent cultuurfilosofie aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam

Data en tijd: maandagavonden 9, 16 en 23 oktober 2006, 20.00-22.00 uur
Plaats: de Vermaning, Doopsgezinde kerk, Wladimirlaan 10 te Bussum
Kosten: € 9.00 


3.  EVOLUTIE EN TOEKOMSTVERWACHTING

Dit thema zal in twee avonden worden belicht; eerst vanuit het oogpunt van de natuurwetenschap en daarna vanuit theologisch perspectief.

Het concept evolutie zoals Darwin dat beschreef heeft nogal wat stof doen opwaaien. Het geeft een samenvattende beschrijving van hoe de verschillende levensvormen die wij thans op aarde aantreffen zouden kunnen zijn ontstaan uit een enkel simpel organisme. De moderne inzichten van de biochemie geven zelfs inzicht in de mechanismen die daarbij aan het werk kunnen zijn geweest. Voor velen is met name het idee dat de evolutie volgens een willekeurig proces tot steeds nieuwere levensvormen aanleiding heeft gegeven moeilijk te verteren. Is er dan geen vooruitgang of doel in de natuur? Tijdens de eerste avond zal de natuurwetenschappelijke basis voor de evolutie bekeken worden met nadruk op dit aspect van doelgerichtheid. Daarbij wordt ook een idee als Intelligent Design (Intelligent Ontwerp), dat de laatste tijd zo'n aandacht krijgt, besproken.

‘De schepping is ten prooi aan zinloosheid’, schrijft Paulus in een beroemd maar moeilijk gedeelte van zijn brief aan de gemeente in Rome (Rom. 8: 20). Met ‘doelgerichtheid’ van de schepping lijkt de apostel dus niet veel te kunnen beginnen. Hij schrijft wel in dezelfde passage dat de schepping bevrijd zal worden ‘uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt’. 

Een essentieel element van het christelijk geloof is haar toekomstverwachting: God zal alles herscheppen. Wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Hoe verhoudt het één (scheppen) zich tot het ander (herscheppen) en welke betekenis heeft die toekomst voor ons nu?
Hierover zal op de tweede avond gesproken worden. 

Inleiders: eerste avond:  prof. dr. K. van Dam, emeritus hoogleraar 
 biochemie van de Universiteit van Amsterdam,
 tweede avond: ds. F Knoppers, remonstrants predikant van de gemeente Naarden-Bussum

Data en tijd: donderdagavonden 26 oktober en 2 november 2006, 20.00-22.00 uur
Plaats:        de Tuinzaal van de Remonstrantse Kerk, Koningslaan 2b te Bussum
Kosten:        € 6,00


4.  ‘UW KONINKRIJK KOME’ 
     drie gelijkenissen over Gods komende rijk

In het christelijke geloof speelt de toekomstverwachting een grote rol. Heel lang overheerste de gedachte, dat het tegenwoordige, aardse leven nauwelijks of geen waarde had, dan alleen als een onderweg zijn naar de toekomst, een reis naar de eeuwigheid. Of het later goed met je zou komen, of je voor eeuwig behouden zou worden, dáár lag de nadruk op. Uit reactie daarop stellen anderen dat het in geloven juist om hier en nu gaat. Of en hoe er een ‘later’ zal zijn, valt te betwijfelen of ronduit te ontkennen. Geloven heeft betekenis voor wat je van dit leven maakt.

Wellicht is het beter deze beide eenzijdigheden te vermijden. Jezus laat in zijn prediking van het Koninkrijk Gods zien, dat ‘nu’ en ‘later’ elkaar wederzijds beïnvloeden. Wat je voor later gelooft, hoopt, verwacht zet zijn stempel op hoe je nu leeft. En aan de andere kant: hoe je nu leeft heeft consequenties voor later. In Matteüs 25 staan drie gelijkenissen over de komst van het Koninkrijk: die van de tien bruidsmeisjes, die van de talenten en die van de schapen en de bokken.

In de kerkelijke traditie komt de toekomstverwachting vooral in de herfst,  dat is de oogsttijd, ter sprake. Op drie herfstochtenden willen we samen wat over Matteüs 25 nadenken en wellicht elkaar op ‘andere’ gedachten brengen. Het zou fijn zijn als u de drie verhalen van tevoren zou lezen. Wat vindt u daarvan? Wij hopen dat u er wat mee kunt, dat de gelijkenissen vragen bij u oproepen.

Inleider: ds. W.P.H. Pouwels, emeritus predikant Protestantse Kerk in Nederland te Bussum

Data en tijd: dinsdagochtenden 7, 14 en 21 november 2006, 10.00-12.00 uur
Plaats:  het Trefpunt bij de Verlosserkerk, H.A. Lorentzweg 59      te Bussum 
Kosten:  € 9.00


5.  BEMIDDELEN
     Verzoening van conflicten 

Er ligt nog maar één sinaasappel op de fruitschaal. Fabiënne en Coralie, twee oudere zusters, krijgen ruzie over wie hem mag hebben. Omdat het verstandige mensen zijn, pakt Fabiënne een mes en snijdt de sinaasappel door. Dat is goed geregeld, totdat bleek dat Coralie de schil nodig had, omdat ze een appeltaart wilde bakken en Fabiënne het vruchtvlees wilde gebruiken.

Twee vrouwen wonen in één huis. Beiden hebben een baby. Op een vroege morgen blijkt één van de baby’s overleden te zijn. De moeder die het ontdekt, weet meteen dat het haar baby niet is. De ander moet ze verwisseld hebben. Salomo, de wijze koning die recht moet spreken, geeft opdracht het levende kind door midden te snijden, opdat ieder van de vrouwen de helft krijgt. Dan staat één van de vrouwen op en zegt: “Geef het kind dan maar aan haar!” De ware moeder heeft zich geopenbaard.

Conflicten, hoe ga je er mee om? Wat zijn conflicten eigenlijk? Wat is verzoening? Hoe spreekt de bijbel daarover? Hoe bemiddel je in conflicten?
In deze cursus vergroten we ons inzicht in de achtergronden van conflicten, nemen we kennis van de bijbelse inzichten over verzoening en doen een aantal praktische oefeningen. 

Inleider: ds.drs. C. Bergström, theoloog, agoog en mediator, predikant SOW-gemeente Bussum

Data en tijd: woensdagavonden 15, 22 en 29 november 2006, 20.00-22.00 uur
Plaats:  Zaal van de kerk van het Apostolisch Genootschap, ingang Beatrixplantsoen te Bussum
Kosten: € 9,00


6.  WIE ZIJN WIJ ZELF IN DE OPVOEDING ?

De tijden veranderen. Dat merk je ook in de religieuze opvoeding.

In drie avonden zullen we uitgebreid stilstaan bij deze veranderingen bij onszelf en bij onze kinderen. Daarnaast willen we proberen te ontdekken  hoe die veranderingen gestalte krijgen in de maatschappij om ons heen.

Ook kijken wij naar welke hulpmiddelen ons ter beschikking staan als we willen praten over zingeving en geloof in het gezin, zowel voor jonge als voor oudere kinderen. En wat past het beste bij ons?

U kunt zich spiegelen aan enkele ouderportretten. Zes schetsen van ouders en de keuzes die zij maken in hun  religieuze opvoeding. U maakt kennis met diverse methodes en zo leert u te kiezen voor wat het beste bij u en uw kind past.

Ook van elkaars ervaringen willen we leren. Daarom wordt uw eigen inbreng zeer op prijs gesteld. Maar ook die van grootouders! Daarom zijn ook mensen van ‘grootouder’-leeftijd hartelijk welkom. 
De cursusavonden zijn voor iedereen die te maken heeft met, of geïnteresseerd is in de religieuze opvoeding van jongeren in deze tijd.

Inleider: mevrouw drs. C.J. van Leeuwen-Assink,  emeritus predikant van de Protestantse Kerk in Nederland en voormalig beleidsmedewerker catechese Protestants Diensten Centrum

Data en tijd: donderdagavonden 16, 23 en 30 november 2006, 20.00-22.00 uur
Plaats: de Zijspieghel van de Spieghelkerk, 
 Nieuwe ’s Gravelandseweg 34 te Bussum
Kosten: € 9,00


7.  GRIEKS-ORTHODOXE EN LATIJNS-CHRISTELIJKE   KUNST (drie lezingen met dia’s) 

                                    De Advent- en Kersttijd
Zoals het Romeinse volk met een ‘pompa introïtus’ hun keizers in de steden van het Imperium Romanum verwelkomde, zo bereiden de christenen zich elk jaar opnieuw voor op de komst van Gods Zoon op aarde in een ‘adventus Christos’. In de christelijke wereld gaat de ‘adventus’ vier weken vooraf aan de viering van Christus’ geboorte in de nacht van 24 op 25 december. In het Latijns-christelijke Westen komt vooral de komst van een menselijke God naar voren in de geboorte van het kind Jezus. De meer meditatief ingestelde orthodoxe christenheid legt in haar vieringen de nadruk op de goddelijke mens die zij in haar liturgie uitbundig bezingt als de geboorte van het nieuwe licht.

                                     Een passie voor Pasen
 Wanneer elk jaar weer opnieuw heel de natuur uit knop en ei barst tot nieuw leven, vieren oosters-orthodoxen en latijns-westerse christenen uitbundig hun Paasfeest.  Op paneel, doek en wandfresco geschilderd, in mozaïek ingelegd, in miniatuur getekend, in ivoor en in hout gesneden, in brons gegoten en in textiel geweven, hebben vanaf de vijfde eeuw tot op de dag van vandaag ontelbare kunstenaars de oer-christelijke thema’s tot uitbeelding gebracht.

                                    Van schepping tot eindtijdverwachting
 Tussen Schepping (génesis) en Eindtijd (paróusia) stroomt heel de mensheid voort. Het leven van iedere mens doet vanaf zijn geboorte tot aan zijn dood in deze cyclus mee. Het is een proces van alle tijden en alle culturen. Alle oude culturen van het oostelijke Middellandse Zeegebied, vooral die van Egypte, hebben gedachten ontwikkeld en tot uitbeelding gebracht hoe het verder zal gaan in een toekomstig onverstoorbaar leven na de dood. Klassieke tradities werden in de christelijke religie spirituele aspiraties. In de christelijke iconografie neemt dit thema een gecompliceerde, maar ook heel interessante positie in.

 Inleider:         de heer P.Timmer, docent  Byzantijnse kunst- en cultuurgeschiedenis

Data en tijd: dinsdagavonden 12 december 2006, 6 en 20 maart 2007, 20.00-22.00 uur
 Plaats:        Zaal van de Wilhelminakerk, Wilhelminaplantsoen 14 te Bussum
 Kosten: € 9,00


 8.  EENVOUD EN LEVENSKUNST
      een excursie in de taoïstische filosofie

Het thema ‘eenvoud en levenskunst’ zal gedurende drie bijeenkomsten worden ontwikkeld aan de hand van enkele fragmenten uit de geschriften van Lao Zi  (Lao Tzu) en Zhuang Zi (Chuang Tzu).
Aan Lao Zi (6e eeuw v. Chr.) wordt de Dao-de-jing (het Boek van de Weg en de Deugd) toegeschreven. 
Zhuang Zi (circa 370-290 v. Chr.) is veruit de belangrijkste wijsgeer die de basisideeën van Lao Zi heeft uitgewerkt. Het werk dat zijn naam draagt (de Zhuangzi) is een bundel van fantasierijke vertellingen, theoretische traktaatjes, dialogen en poëzie. Dit werk heeft grote invloed uitgeoefend op vele generaties Chinese denkers, dichters en schilders alsook op het Chan (Zen)boeddhisme.

De taoïstische filosofie is niet ontstaan in een paradijselijke toestand, maar in een periode van oorlog en maatschappelijke onrust. Volgens Lao Zi en Zhuang Zi is ongebreideld streven naar macht, rijkdom en roem een van de voornaamste oorzaken van menselijk leed. In hun geschriften trachtten zij te verhelderen dat eenvoud, ongekunsteldheid en spontaniteit de echte bronnen van levensvreugde zijn. Hun pleidooi voor het cultiveren van deze deugden heeft geen moralistische maar eerder een esthetische inslag: ethiek kan geassocieerd worden met ‘levenskunst’. 

De tekstfragmenten, die door de inleider zijn geselecteerd en vertaald, worden vanuit enkele klassieke en hedendaagse Chinese commentaren toegelicht. Tijdens iedere bijeenkomst is er ruimte voor reflectie en onderlinge gedachtewisseling rond de vraag of en in hoeverre het besproken gedachtegoed een inspiratiebron kan zijn voor ons eigen denken en handelen.

Inleider: dr. R. Ransdorp, docent Chinese filosofie aan verschillende instellingen. Hij is in 2005 aan de universiteit van Leuven gepromoveerd op een proefschrift over de filosofie van Zhuang Zi. 

Data en tijd: dinsdagavonden 9, 16, 23 januari 2007, 20.00-22.00 uur
Plaats: de Vermaning, Doopsgezinde kerk, Wladimirlaan 10 te Bussum 
Kosten:     € 9,00 


9.  DE SPILTIJD 

De wijsgeer Karl Jaspers heeft het begrip Spiltijd ingevoerd. Het was hem opgevallen dat in éénzelfde periode, omstreeks 600 v. Chr., zich een aantal zeer belangrijke ontwikkelingen hebben voorgedaan in India, het oude Israël, Griekenland en China. De bekende Britse schrijfster Karen Armstrong heeft in haar boek De grote transformatie die zo belangrijke periode beschreven. Het was al eerder gebleken dat de zogenoemde Spiltijd  langer heeft geduurd, namelijk van ongeveer 900 tot 200 v. Chr. Armstrong stelt vast dat in die tijd een aantal belangrijke inzichten zijn ontstaan die nu nog een grote betekenis hebben. Het was het begin van de vier grote religieuze tradities waar de mensheid zich nog steeds op verlaat: het hindoeïsme en boeddhisme, het monotheïsme, het filosofisch rationalisme en het confucianisme.

Voor Armstrong hebben de traditionele geloofswaarheden als rationele constructies afgedaan. Zij heeft echter een diep religieus besef behouden. Enerzijds heeft zij de betekenis van mystiek leren onderkennen, evenals die van mythen en symbolen, anderzijds is het er haar bij religie vooral om te doen hoe men leeft. Niet een leer, maar het leven staat bij haar op de voorgrond.
Op vier ochtenden willen we haar verkenningstocht van de ontwikkelingen in de Spiltijd volgen en nagaan wat wij daaruit kunnen leren voor onze wereld- en levensbeschouwing.

Literatuur: Karen Armstrong: De grote transformatie. Het begin van onze religieuze tradities. Uitg. De Bezige Bij, Amsterdam (2005). 
ISBN 90 234 19057.

Inleider:  dr. R.M. Nepveu, godsdienstfenomenoloog

Data en tijd: woensdagochtenden, 10, 17, 24 en 31 januari 2007, 10.30-12.30 uur
Plaats:  de Leskamer van de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB, Iepenlaan 26, Bussum
Kosten:  € 12,00


10.  BOEKENWIJSHEID
       drie postmoderne boeken

In de koffer boeken, nogal slordig ingepakt, in drie, vier lagen gestapeld. ‘Heerlijke werkjes allemaal, maar wat ik je net in handen gegeven heb, Hans, overtreft alles….’ (Knielen op een bed violen, p. 134)

Dit jaar in de literaire kring drie heel verschillende boeken met één gemeenschappelijk kenmerk: ze verwijzen naar andere boeken, die de waarheid (of zoals de postmodernist zegt: een waarheid) nabij komen.

Hans Sievez, de hoofdpersoon in Knielen op een bed violen (2005) van Jan Siebelink, krijgt van Jozef Mieras talrijke boeken aangereikt als bron van het ware geloof: onder meer Imitatio Christi van Thomas à Kempis. De eerste avond bespreken we dit boek van Siebelink.

Daniel Sempere, hoofdpersoon van De schaduw van de wind (2004) van Carlos Ruiz Zafón, vindt in het Kerkhof der vergeten boeken een boek van ene Julián Carax, dat grote invloed op zijn leven zal hebben. Dit boek vormt het middelpunt van geheimzinnige gebeurtenissen in het troosteloze decor van het naoorlogse Barcelona. Het boek van Zafón staat tijdens de tweede zitting centraal.

Tijdens de derde bijeenkomst besteden we aandacht aan De Da Vinci Code (2004), de bestseller van Dan Brown. Brown baseert zich op talrijke geschriften, onder andere de apocriefe evangeliën van Maria en Philippus, om zijn theorie over de relatie van Jezus en Maria Magdalena te onderbouwen. Deze theorie dook al eerder op in een aantal non-fictieboeken, die veel minder aandacht trokken dan het spannende boek van Brown.

Inleider: drs. E. Bor, docent Nederlands aan het Willem de Zwijger College en het St. Vituscollege te Bussum

Data en tijd: donderdagavonden 18 en 25 januari en 1 februari 2007, 20.00-22.00 uur
Plaats: de Zijspieghel van de Spieghelkerk, Nieuwe ’s Gravelandseweg 34 te Bussum
Kosten: € 9,00 


11.  MODERNE DEVOTIES 
        drie maal nader bekeken

 “Vraag een man over God te schrijven. Tien tegen één dat je een positiebepaling krijgt. Hier sta ik en zo kijk ik van hier naar daar, naar God. Een vrouw pakt dat anders aan. Een vrouw schrijft niet vanuit een vast punt, maar vanuit een beweging. De beweging van het leven, van haar leven. In de loop van dat leven verandert er veel, en God verandert mee. Zonder dat dat reden is niet meer in Hem te geloven. Integendeel, verandering betekent groei. Leven is doorgaande groei.” zegt Jan Greven in zijn recensie van het boek Moderne Devoties  in het dagblad Trouw.
In dit boek doen veertien vrouwen verslag van hun overtuiging. Ze doen dat vanuit hun joodse, hindoeïstische, islamitische of christelijke achtergrond. Ds. Metzger wil in drie bijeenkomsten graag drie van deze ‘geloofsverslagen’ met u nader bekijken. Zijn bedoeling is om samen telkens een oefening in ‘close-reading’ te doen en zo, met inbreng van zijn en uw eigen ervaringen, met elkaar in gesprek te komen en ook om te kijken of de stelling van Jan Greven hout snijdt.
“De titel Moderne Devoties is trouwens een knipoog naar de 14de-eeuwse hervormingsbeweging die vanuit Deventer de kerk beïnvloedde”, aldus een van de samenstellers, Ida Overdijk. “Uit die tijd stammen vrouwendagboeken met belijdenissen en belevenissen. Dat intieme heeft ons boek ook.”
De volgende selectie van drie artikelen zal in de bijeenkomsten aan de orde komen:  ‘Twee handen op Gods buik’ van Tamarah Benima, p. 30
  ‘Overgave’ van Esma Choho, p. 68
  ‘Geestig’ van Désanne van Brederode, p. 42
Misschien wordt er tijdens een van de bijeenkomsten een ontmoeting  georganiseerd met een van de samenstellers van het boek en/of met een van de schrijfsters. Hierover krijgt u aan het begin van de cursus bericht.

Literatuur: Moderne Devoties (vrouwen over geloven), red.: Manuela Kalsky, Ida Overdijk, Inez van der  Spek. Uitg. De Prom Amsterdam/Antwerpen (2005). ISBN 90 6801 0824. 

Inleider: ds.drs. W.F. Metzger, evangelisch-luthers predikant 

Data en tijd:  dinsdagmiddagen 30 januari, 6 en 13 februari 2007, 14.00-16.00 uur
Plaats: het Gemeentecentrum van de Evangelisch-Lutherse kerk, Mecklenburglaan 50 te Bussum 
Kosten: € 9,00 


12.  TROOST 

De godsdienst heeft, volgens een wijd verbreide theorie, twee functies namelijk ‘troosten’ (to comfort) en ‘uitdagen’ (to challenge).

Wat is troost en waar en waarin vindt de gelovige troost? Is het in de sceptische bespiegelingen van de Prediker voor wie wijsheid het inzicht is dat wij zo weinig weten of is het in de belijdenis van Paulus dat ‘alles bijdraagt aan het goede’ voor diegenen die God liefhebben? (Rom. 8: 28)
Troosten is niet het monopolie van de godsdienst. Velen vonden en vinden troost in uitspraken die wijsgeren hebben gedaan. Uit het Encheiridion (Handboekje) van de stoïcijnse filosoof Epictetus (50-130) putten veel mensen nog altijd troost wanneer zij in hun leven met tegenslagen worden geconfronteerd of wanneer zij tot aanvaarding trachten te komen van de ‘condition humaine’ (ooit eens vertaald als ‘het menselijk tekort’) of het lot. Mensen van formaat blijken soms in staat te zijn tot een amor fati (liefde tot zijn lot) en zijn daardoor een voorbeeld voor anderen. 

Het is daarom niet verbazingwekkend dat er een beroemd geschrift bestaat met de titel De vertroosting van de filosofie geschreven door Boethius (480-524) terwijl hij in de gevangenis wachtte op de voltrekking van zijn doodvonnis.

De troost van het geloof en van de filosofen zal op twee avonden aan de orde worden gesteld.

Inleider :     ds. F. Knoppers, remonstrants predikant van de gemeente Naarden-Bussum

Data en tijd:   donderdagavonden, 8 en 15 februari 2007, 20.00-22.00 uur
Plaats :       de Tuinzaal van de Remonstrantse kerk, Koningslaan 2b te Bussum.
Kosten :      € 6,00


13.  MARIA MAGDALENA, BIJZONDERE VROUW IN EEN   BIJZONDERE TIJD 

De bijbel geeft ons niet zoveel informatie over Maria Magdalena. In Lucas 8:2 staat dat Jezus haar bevrijdde van zeven duivelse geesten. Zij volgde Jezus vanuit Galilea naar Jeruzalem, was volgens Marcus, Matteüs en Johannes aanwezig bij de kruisiging en volgens Marcus en Johannes bij de graflegging. In Johannes 20 tenslotte staat dat zij de opstanding van Jezus heeft meegemaakt en dat zij de eerste was die hem zag na zijn opstanding.

Behalve in het Nieuwe Testament, komt Maria Magdalena ook voor in een drietal gnostische geschriften: het Evangelie volgens Filippus, het Evangelie van Maria Magdalena en het Gesprek met de Verlosser. 
De gestalte van Maria Magdalena werd in de gnostiek beschouwd als een persoon met een bijzondere toegang tot de openbaring, waardoor aan haar een belangrijker plaats werd toegekend dan aan de twaalf apostelen. In het Evangelie van Filippus staat dat drie vrouwen altijd met Jezus optrokken: zijn moeder, zijn zuster en Maria Magdalena, als zijn bijzondere leerling. 
Gnostiek-kenner Jacob Slavenburg stelt zelfs dat Maria Magdalena de geliefde vrouw van Jezus is geweest – dat niemand hem zo na stond als juist zij.
In twee bijeenkomsten zullen we met elkaar spreken naar aanleiding van teksten over deze vrouw, die ons ook in deze tijd kan aanspreken. We zullen kijken naar de bijbelse getuigenissen over haar, maar ook delen lezen van het evangelie dat haar naam draagt.

Inleider: ds.drs. A.G. Ochtman-de Boer, remonstrants predikante,
 werkzaam als ritueelbegeleider (www.ritualiter.nl) 

Data en tijd: woensdagmiddagen 14 en 21 februari 2007, 13.30-15.30 uur
Plaats: de Grote Zaal in het Pastoraal Centrum van de Mariakerk, Brinklaan 42 te Bussum
Kosten:         € 6,00 


14.  DE  ISLAM ALS NIEUWKOMER IN ONZE SAMENLEVING 

 1. De islam als christelijk  probleem
Jodendom, christendom en islam zijn godsdiensten die op het eerste gezicht sterk op elkaar lijken. Toch zijn er verschillen. Het jodendom is wettisch, het christendom is missionair, en de islam is allebei.
De islam droomt, net als veel andere godsdiensten, van een eindtijd waarin de islam heeft getriomfeerd. Zo’n droom is in principe even onschuldig als dromen over de wederkomst van Christus.
Daar staat tegenover dat de islamitische gemeenschappen bij tijd en wijle groepen jongemannen produceren, die het niet bij dromen willen laten en die de strijd (“jihad”)  tegen alles en iedereen die de triomf van de islam in de weg staat met ongekende opofferingszin ter hand nemen. Dat is voor de slachtoffers van zulke triomfalistische acties tragisch. Wel leidt het tot een verhit debat tussen degenen die ‘de islam’ zo veel mogelijk willen ontzien en de zogenoemde ‘verlichtingsfundamentalisten’.

 2. Marokkaanse jongeren in Nederland en hun identiteiten.
Wanneer we spreken over Marokkaanse jongeren in Nederland, dan hebben we het eigenlijk over drie identiteiten: Marokkanen, jongeren en Nederlands. In de huidige maatschappelijke omstandigheden is de vierde identiteit onvermijdelijk: moslim! Hoe gaan jongeren om met deze identiteiten, wat betekenen deze en welke gevolgen hebben deze voor hun positie in Nederland? Hoe kijken wij naar Marokkaanse jongeren?
Jonge moslims staan voor keuzes uit diverse repertoires. Zo moeten meisjes kiezen tussen het wel of niet dragen van een hoofddoek. Christenen kunnen door hen ook worden beschouwd als representanten van een “volk met een boek”. Door te kiezen ontwikkelen jongeren, in interactie met anderen hun eigen identiteit. In de lezing zal dit onderwerp behandeld worden op basis van onderzoek, uitgevoerd in Nederland. 

Inleiders: 
1.  prof.dr. H. Jansen, arabist en hoogleraar voor het hedendaagse islamitisch denken aan de Universiteit van Utrecht. Voordien werkte hij in Leiden en in Caïro 
 2. drs. M. de Koning, antropoloog, verbonden aan het Institute for the Study of Islam in the Modern World te Leiden

Data en tijd: donderdagavonden 8 en 15 maart 2007, 20.00-22.00 uur 
Plaats: Zaal  Wilhelminakerk, Wilhelminaplantsoen 14 te Bussum
Kosten: € 6,00 


15.  BALLINGSCHAP 

De Babylonische ballingschap van het Joodse volk is de meest verwaarloosde periode in de literatuur en de wetenschap. Het is een periode van grote ellende geweest. Jesaja noemt het een “smeltoven van verdrukking”. Maar in de verdrukking kan ook iets nieuws ontstaan, want in deze tijd werden de grondlijnen van het jodendom vastgelegd en grote delen van het psalmboek, waarin vele stemmen van angst en lijden zijn te horen, hebben in deze tijd het licht gezien, o.a. psalm 137.
We weten uit de bijbel, dat Israël en Juda lange tijd bedreigd werden door de Assyriërs en Babyloniërs en dankzij de ontcijfering van het spijkerschrift weten we nu iets meer over hun leven. Dankzij de opgravingen van Babylon en de resten die bewaard zijn gebleven in een museum in Berlijn, kunnen we ons een voorstelling maken hoe de profeet Ezechiël, koning Jojakin en andere ballingen in 597 v.C. door de Isjtarpoort de stad in werden gevoerd. Tien jaar later volgde nog een grotere groep.
Wat doe je, als je van je wortels wordt losgerukt en samen in een vreemd land terechtkomt?
Zoek je steun bij elkaar, om je samen af te zetten tegen dat vreemde volk? Zoek je naar je eigen identiteit? Laat je je fascineren door de religieuze gebruiken van dat vreemde volk? In Babylon werden elk jaar tijdens het nieuwjaarsfeest grote gedichten gereciteerd, die verhalen hoe de god Marduk de wereld heeft geschapen en hoe de god Ea de mensheid van de zondvloed heeft gered. Sommige delen van die gedichten zijn (veranderd) in de bijbel terechtgekomen.
Wat heeft die ballingschap teweeggebracht? Wat kunnen we daarvan leren? Is de kerk in deze tijd van secularisatie niet ook in ballingschap terechtgekomen? En wat voor antwoorden geven wij?
Kortom vele vragen, waar we tastend met elkaar een antwoord op proberen te vinden.

Inleiders: 
1. dr. G. Bouwsma, arts en theologe
2. ds. W.B. van de Woord, predikant te Naarden

Data en tijd:  maandagmiddagen 12, 19 en 26 maart 2007, 14.00-16.00 uur
Plaats: het Gemeentecentrum van de Evangelisch-Lutherse kerk, Mecklenburglaan 50 te Bussum
Kosten: € 9,00 


16.  DIE SIEBEN LETZTEN WORTE UNSERES ERLÖSERS AM
       KREUZE

Toen Jozef Haydn in 1785 een brief uit Cadiz in Spanje ontving, met de opdracht om ceremoniële muziek te schrijven voor Goede Vrijdag, was hij 53 jaar oud. Hij was in dienst van prins Esterhàzy en beroemd in geheel Europa. De brief bevat een beschrijving van het ceremonieel waarbinnen zijn muziek zou moeten functioneren. Uitgangspunt zijn de zeven laatste woorden die Jezus, hangend aan het kruis, sprak. De Ouverture zou de toon van het gebeuren moeten zetten. Dan zou de bisschop de preekstoel bestijgen en een korte uitleg geven van het eerste kruiswoord. Daarna lag hij geknield voor het altaar, terwijl hij het gesproken en gemediteerde kruiswoord bij zichzelf overwoog. 
Hierop volgde het eerste Adagio dat tien minuten zou moeten duren zonder de toehoorders te vermoeien. Daarop volgde weer een kort sermoen van de bisschop vanaf de preekstoel, gevolgd door een meditatie en het volgende Adagio. Het laatste muziekgedeelte zou de aardbeving na de dood van Jezus moeten uitbeelden. Het werk bevat aldus een introductie, zeven sonates en het snelle gedeelte met als titel ‘Terremoto’. 

Met het beluisteren van dit werk verplaatsen wij ons in de beleving van de Lijdensweek van de laat-18de-eeuwse mens. Vandaag de dag wordt dit werk nog steeds regelmatig uitgevoerd in katholieke streken zoals Beieren, Oostenrijk en andere gebieden van het voormalige Duitse en Oostenrijkse keizerrijk. Ook in ons land geniet het werk een zekere bekendheid, maar veel minder dan bijvoorbeeld de Matteüs- en Johannespassion van J.S. Bach. Dat komt natuurlijk door de vroeger heersende protestantse cultuur in onze streken. Wij hopen door wat meer te vertellen over Haydn  en over de heersende godsdienstige cultuur van die tijd, dit werk, in zijn verschillende versies (orkestraal en vocaal), bij u wat meer tot leven te wekken. En dat allemaal aan de hand van de ‘zeven laatste woorden’ die Jezus aan het kruis sprak!

Inleider: drs. P.L. van der Weide, pastoor van de RK Parochie Thomas à Kempis te Zwolle

Datum en tijd: donderdagavond 29 maart 2007, 20.00-22.00 uur
Plaats: Wilhelminakerk, Wilhelminaplantsoen 14 te Bussum
Kosten:  € 3,00
 
 


EEN WENS UIT WEST-AFRIKA

Als je gelooft, dat wat mensen vereent belangrijker is dan wat hen  verdeelt, 
als je gelooft in de macht van een open hand, 
als onrecht dat anderen wordt aangedaan je even boos maakt als wanneer   het jouzelf betreft, 
als je kritiek weet te accepteren zonder je te verdedigen, maar er je eigen   voordeel mee wilt doen,
als je zomaar tijd hebt voor anderen,
als je gelooft dat verschillend zijn rijkdom inhoudt en geen gevaar;
als een kind je nog kan ontwapenen,
als een vreemdeling nog als een broer voor je is,
als je je kunt inzetten voor onderdrukten zonder de held uit te hangen,

ja, dan zal dat vrede brengen;
dan zullen volgende jaren mooi en gezegend zijn, 
en de toekomst zal vol hoop kunnen zijn.

(uit: Ya Mutuale-Balume: Bidden met de armen). 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 


voor de laatste keer bijgewerkt: 16/02/2007