![]() |
Naarden - Bussum |
Naar hoofdpagina van Gemeente Naarden-Bussum | ||||||
CCIV Programma 2006 - 2007 |
![]() |
|||||||
De Centrale Commissie voor het Interkerkelijk Vormingswerk te Naarden-Bussum en de Hilversumse Meent. |
||||||||
|
Voor inlichtingen over de cursussen kunt u zich wenden tot de heer B.Budding te Naarden; tel. 035-6947051 |
||||||||
|
KLEURRIJK SAMENLEVEN Een nieuw
tijdperk is aangebroken.
Samen een leefbare samenleving
opbouwen is de opdracht.
Voor het seizoen 2006/2007 heeft de Centrale Commissie voor Interkerkelijk Vormingswerk weer vele invalshoeken gecreëerd. Essentiële aspecten van ons religieuze en culturele erfgoed komen aan de orde. Daarnaast zijn er ook cursussen waarbij andere culturen centraal staan. De CCIV hoopt daarmee verheldering te geven, verheldering die noodzakelijk is om een kleurrijk samenleven te realiseren. Openingsavond:
Een wens
uit Afrika
Openingsavond
Eerder dan als een ruimte voor goed leven, wordt de multiculturele en multireligieuze stad op het moment vooral ervaren als een mijnenveld. Het is in de mode te denken dat de enige oplossing ligt in het reduceren van de culturele pluraliteit. Dit is echter niet alleen politiek gezien tot mislukken gedoemd, het kan voor christenen ook religieus gezien niet door de beugel. Dit geldt des te meer indien men als antwoord op de multiculturaliteit de joods-christelijke en humanistische tradities verplichtend op wil leggen. De titel van deze lezing is in zekere zin een geloofsuitspraak. De multireligieuze stad is de ruimte voor goed leven, de ruimte waarbinnen wij het goede leven vorm kunnen en moeten geven. In de gebruikelijke visie op de multiculturele samenleving is zij vooral een plaats waar verschillende visies elkaar ontmoeten en zich vervolgens al dan niet met elkaar verbinden. De traditie van christelijk sociaal denken suggereert hiertegenover echter dat de gemeenschap ons altijd-al gegeven is in de wijze waarop wij als mensen die hetzelfde grondgebied bewonen van elkaar afhankelijk zijn, met elkaars lot verbonden. Hedendaagse mensen beschouwen het leven doorgaans als een project en hun visie erop als een vrije, persoonlijk keuze. De christelijke tradities houden het besef levend dat de wereld waarin wij leven ons gegeven is. Leven temidden van een pluraliteit van tradities is de enige manier om vormen te vinden van goed leven. Het gezamenlijk en in onderlinge discussie vormgeven van de gemeenschap die wij in onze lotsverbondenheid al zijn, dat is de weg en het doel tegelijk. Spreker: dr. E.P.N.M. Borgman, publicist en directeur van het Heyendaal Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen, met de aandachtsgebieden: religie en hedendaagse cultuur, theologie en (interdisciplinaire) wetenschapsbeoefening, fundamentele theologie. Datum en tijd: dinsdag
26 september 2006, 20.00 uur
Thomas Merton (1915-1968) is een van de grote spirituele gestalten van de afgelopen eeuw. Geboren in Frankrijk en terechtgekomen in de VS laat hij zich daar dopen in de RK-kerk en treedt enkele jaren later, in 1941, in bij de Trappistenabdij te Gethsemani. In De Louteringsberg beschrijft hij zijn bekering tot het rooms-katholicisme en de eerste jaren in het klooster. Merton zoekt de eenzaamheid en de stilte. In de eenzaamheid ervaart hij doorgaans een grote openheid naar Gods aanwezigheid en streeft hij naar een eenheid met God die alle kennis en emotie te boven gaat. Daartoe moet men alles loslaten, vooral zichzelf, in een grondeloos vertrouwen en een volkomen overgave. De weg naar binnen, naar de stilte, het zoeken naar God, maakt hem juist vrij om de weg naar buiten te gaan, ontvankelijk te zijn voor de wereld en haar noden. Hij zet zich in voor de vrede, het probleem van de Koude Oorlog, het verzet tegen de atoombewapening, het vijanddenken en de bewapeningswedloop. Hij ontwikkelt kritische inzichten over de economische en politieke rol van de VS in Latijns-Amerika. Zijn stellingname is ongewoon voor een contemplatieve monnik die geacht werd zich uitsluitend bezig te houden met zijn eigen heiliging. Opmerkelijk is zijn inzet voor de interreligieuze dialoog, met name zijn openheid voor het zenboeddhisme. Zen is geen godsdienst zo laat hij ons zien; het streeft naar een ondogmatische waarneming van de werkelijkheid. In drie bijeenkomsten verdiepen wij ons in het denken en geloven van Merton. De eerste bijeenkomst volgen wij de ontwikkelingen die leidden tot zijn doop en intreding, zoals beschreven in De Louteringsberg; de tweede bijeenkomst kijken we naar de relatie tussen mystiek / spiritualiteit en maatschappelijke betrokkenheid; de laatste bijeenkomst volgen we de dialoog tussen christendom en oosterse godsdiensten die door Merton gestimuleerd werd. Inleider: ds. P.J.C. Korver, remonstrants predikant en voorganger van de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB Data en tijd: woensdagochtenden
4, 11 en 18 oktober 2006, 10.30-12.30 uur
De Deense schrijver
en filosoof Søren Kierkegaard, die leefde van 1813 tot 1855, nam
geen genoegen met de heersende filosofie van zijn dagen en leefde op gespannen
voet met de staatskerk van zijn land. Hij verzette zich tegen de zelfgenoegzame
gedaante die het christendom in deze kerk had aangenomen.
Zijn invloed op het Europese denken van de twintigste eeuw is aanzienlijk geweest. Karl Jaspers, Martin Heidegger, Theodor W. Adorno en Jean-Paul Sartre zijn aan hem schatplichtig. Hij kan de vader van de moderne existentiefilosofie worden genoemd. De wonderlijke mengeling van geloofsvragen en wijsgerige vragen staat drie avonden lang in de belangstelling. Aan de hand van een aantal fragmenten uit Kierkegaards werk buigen wij ons met elkaar over de vraag wat zijn denken vandaag in ons bestaan te zeggen heeft. Inleider: dr. J.J.W.D. de Vries, docent cultuurfilosofie aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam Data en tijd: maandagavonden
9, 16 en 23 oktober 2006, 20.00-22.00 uur
Dit thema zal in twee avonden worden belicht; eerst vanuit het oogpunt van de natuurwetenschap en daarna vanuit theologisch perspectief. Het concept evolutie zoals Darwin dat beschreef heeft nogal wat stof doen opwaaien. Het geeft een samenvattende beschrijving van hoe de verschillende levensvormen die wij thans op aarde aantreffen zouden kunnen zijn ontstaan uit een enkel simpel organisme. De moderne inzichten van de biochemie geven zelfs inzicht in de mechanismen die daarbij aan het werk kunnen zijn geweest. Voor velen is met name het idee dat de evolutie volgens een willekeurig proces tot steeds nieuwere levensvormen aanleiding heeft gegeven moeilijk te verteren. Is er dan geen vooruitgang of doel in de natuur? Tijdens de eerste avond zal de natuurwetenschappelijke basis voor de evolutie bekeken worden met nadruk op dit aspect van doelgerichtheid. Daarbij wordt ook een idee als Intelligent Design (Intelligent Ontwerp), dat de laatste tijd zo'n aandacht krijgt, besproken. ‘De schepping is ten prooi aan zinloosheid’, schrijft Paulus in een beroemd maar moeilijk gedeelte van zijn brief aan de gemeente in Rome (Rom. 8: 20). Met ‘doelgerichtheid’ van de schepping lijkt de apostel dus niet veel te kunnen beginnen. Hij schrijft wel in dezelfde passage dat de schepping bevrijd zal worden ‘uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt’. Een essentieel element
van het christelijk geloof is haar toekomstverwachting: God zal alles herscheppen.
Wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Hoe verhoudt het één
(scheppen) zich tot het ander (herscheppen) en welke betekenis heeft die
toekomst voor ons nu?
Inleiders: eerste avond:
prof. dr. K. van Dam, emeritus hoogleraar
Data en tijd: donderdagavonden
26 oktober en 2 november 2006, 20.00-22.00 uur
In het christelijke geloof speelt de toekomstverwachting een grote rol. Heel lang overheerste de gedachte, dat het tegenwoordige, aardse leven nauwelijks of geen waarde had, dan alleen als een onderweg zijn naar de toekomst, een reis naar de eeuwigheid. Of het later goed met je zou komen, of je voor eeuwig behouden zou worden, dáár lag de nadruk op. Uit reactie daarop stellen anderen dat het in geloven juist om hier en nu gaat. Of en hoe er een ‘later’ zal zijn, valt te betwijfelen of ronduit te ontkennen. Geloven heeft betekenis voor wat je van dit leven maakt. Wellicht is het beter deze beide eenzijdigheden te vermijden. Jezus laat in zijn prediking van het Koninkrijk Gods zien, dat ‘nu’ en ‘later’ elkaar wederzijds beïnvloeden. Wat je voor later gelooft, hoopt, verwacht zet zijn stempel op hoe je nu leeft. En aan de andere kant: hoe je nu leeft heeft consequenties voor later. In Matteüs 25 staan drie gelijkenissen over de komst van het Koninkrijk: die van de tien bruidsmeisjes, die van de talenten en die van de schapen en de bokken. In de kerkelijke traditie komt de toekomstverwachting vooral in de herfst, dat is de oogsttijd, ter sprake. Op drie herfstochtenden willen we samen wat over Matteüs 25 nadenken en wellicht elkaar op ‘andere’ gedachten brengen. Het zou fijn zijn als u de drie verhalen van tevoren zou lezen. Wat vindt u daarvan? Wij hopen dat u er wat mee kunt, dat de gelijkenissen vragen bij u oproepen. Inleider: ds. W.P.H. Pouwels, emeritus predikant Protestantse Kerk in Nederland te Bussum Data en tijd: dinsdagochtenden
7, 14 en 21 november 2006, 10.00-12.00 uur
Er ligt nog maar één sinaasappel op de fruitschaal. Fabiënne en Coralie, twee oudere zusters, krijgen ruzie over wie hem mag hebben. Omdat het verstandige mensen zijn, pakt Fabiënne een mes en snijdt de sinaasappel door. Dat is goed geregeld, totdat bleek dat Coralie de schil nodig had, omdat ze een appeltaart wilde bakken en Fabiënne het vruchtvlees wilde gebruiken. Twee vrouwen wonen in één huis. Beiden hebben een baby. Op een vroege morgen blijkt één van de baby’s overleden te zijn. De moeder die het ontdekt, weet meteen dat het haar baby niet is. De ander moet ze verwisseld hebben. Salomo, de wijze koning die recht moet spreken, geeft opdracht het levende kind door midden te snijden, opdat ieder van de vrouwen de helft krijgt. Dan staat één van de vrouwen op en zegt: “Geef het kind dan maar aan haar!” De ware moeder heeft zich geopenbaard. Conflicten, hoe ga je
er mee om? Wat zijn conflicten eigenlijk? Wat is verzoening? Hoe spreekt
de bijbel daarover? Hoe bemiddel je in conflicten?
Inleider: ds.drs. C. Bergström, theoloog, agoog en mediator, predikant SOW-gemeente Bussum Data en tijd: woensdagavonden
15, 22 en 29 november 2006, 20.00-22.00 uur
De tijden veranderen. Dat merk je ook in de religieuze opvoeding. In drie avonden zullen we uitgebreid stilstaan bij deze veranderingen bij onszelf en bij onze kinderen. Daarnaast willen we proberen te ontdekken hoe die veranderingen gestalte krijgen in de maatschappij om ons heen. Ook kijken wij naar welke hulpmiddelen ons ter beschikking staan als we willen praten over zingeving en geloof in het gezin, zowel voor jonge als voor oudere kinderen. En wat past het beste bij ons? U kunt zich spiegelen aan enkele ouderportretten. Zes schetsen van ouders en de keuzes die zij maken in hun religieuze opvoeding. U maakt kennis met diverse methodes en zo leert u te kiezen voor wat het beste bij u en uw kind past. Ook van elkaars ervaringen
willen we leren. Daarom wordt uw eigen inbreng zeer op prijs gesteld. Maar
ook die van grootouders! Daarom zijn ook mensen van ‘grootouder’-leeftijd
hartelijk welkom.
Inleider: mevrouw drs. C.J. van Leeuwen-Assink, emeritus predikant van de Protestantse Kerk in Nederland en voormalig beleidsmedewerker catechese Protestants Diensten Centrum Data en tijd: donderdagavonden
16, 23 en 30 november 2006, 20.00-22.00 uur
De Advent- en Kersttijd
Een passie voor Pasen
Van schepping tot eindtijdverwachting
Inleider: de heer P.Timmer, docent Byzantijnse kunst- en cultuurgeschiedenis Data en tijd: dinsdagavonden
12 december 2006, 6 en 20 maart 2007, 20.00-22.00 uur
Het thema ‘eenvoud en
levenskunst’ zal gedurende drie bijeenkomsten worden ontwikkeld aan de
hand van enkele fragmenten uit de geschriften van Lao Zi (Lao Tzu)
en Zhuang Zi (Chuang Tzu).
De taoïstische filosofie is niet ontstaan in een paradijselijke toestand, maar in een periode van oorlog en maatschappelijke onrust. Volgens Lao Zi en Zhuang Zi is ongebreideld streven naar macht, rijkdom en roem een van de voornaamste oorzaken van menselijk leed. In hun geschriften trachtten zij te verhelderen dat eenvoud, ongekunsteldheid en spontaniteit de echte bronnen van levensvreugde zijn. Hun pleidooi voor het cultiveren van deze deugden heeft geen moralistische maar eerder een esthetische inslag: ethiek kan geassocieerd worden met ‘levenskunst’. De tekstfragmenten, die door de inleider zijn geselecteerd en vertaald, worden vanuit enkele klassieke en hedendaagse Chinese commentaren toegelicht. Tijdens iedere bijeenkomst is er ruimte voor reflectie en onderlinge gedachtewisseling rond de vraag of en in hoeverre het besproken gedachtegoed een inspiratiebron kan zijn voor ons eigen denken en handelen. Inleider: dr. R. Ransdorp, docent Chinese filosofie aan verschillende instellingen. Hij is in 2005 aan de universiteit van Leuven gepromoveerd op een proefschrift over de filosofie van Zhuang Zi. Data en tijd: dinsdagavonden
9, 16, 23 januari 2007, 20.00-22.00 uur
De wijsgeer Karl Jaspers heeft het begrip Spiltijd ingevoerd. Het was hem opgevallen dat in éénzelfde periode, omstreeks 600 v. Chr., zich een aantal zeer belangrijke ontwikkelingen hebben voorgedaan in India, het oude Israël, Griekenland en China. De bekende Britse schrijfster Karen Armstrong heeft in haar boek De grote transformatie die zo belangrijke periode beschreven. Het was al eerder gebleken dat de zogenoemde Spiltijd langer heeft geduurd, namelijk van ongeveer 900 tot 200 v. Chr. Armstrong stelt vast dat in die tijd een aantal belangrijke inzichten zijn ontstaan die nu nog een grote betekenis hebben. Het was het begin van de vier grote religieuze tradities waar de mensheid zich nog steeds op verlaat: het hindoeïsme en boeddhisme, het monotheïsme, het filosofisch rationalisme en het confucianisme. Voor Armstrong hebben
de traditionele geloofswaarheden als rationele constructies afgedaan. Zij
heeft echter een diep religieus besef behouden. Enerzijds heeft zij de
betekenis van mystiek leren onderkennen, evenals die van mythen en symbolen,
anderzijds is het er haar bij religie vooral om te doen hoe men leeft.
Niet een leer, maar het leven staat bij haar op de voorgrond.
Literatuur: Karen Armstrong:
De grote transformatie. Het begin van onze religieuze tradities. Uitg.
De Bezige Bij, Amsterdam (2005).
Inleider: dr. R.M. Nepveu, godsdienstfenomenoloog Data en tijd: woensdagochtenden,
10, 17, 24 en 31 januari 2007, 10.30-12.30 uur
In de koffer boeken, nogal slordig ingepakt, in drie, vier lagen gestapeld. ‘Heerlijke werkjes allemaal, maar wat ik je net in handen gegeven heb, Hans, overtreft alles….’ (Knielen op een bed violen, p. 134) Dit jaar in de literaire kring drie heel verschillende boeken met één gemeenschappelijk kenmerk: ze verwijzen naar andere boeken, die de waarheid (of zoals de postmodernist zegt: een waarheid) nabij komen. Hans Sievez, de hoofdpersoon in Knielen op een bed violen (2005) van Jan Siebelink, krijgt van Jozef Mieras talrijke boeken aangereikt als bron van het ware geloof: onder meer Imitatio Christi van Thomas à Kempis. De eerste avond bespreken we dit boek van Siebelink. Daniel Sempere, hoofdpersoon van De schaduw van de wind (2004) van Carlos Ruiz Zafón, vindt in het Kerkhof der vergeten boeken een boek van ene Julián Carax, dat grote invloed op zijn leven zal hebben. Dit boek vormt het middelpunt van geheimzinnige gebeurtenissen in het troosteloze decor van het naoorlogse Barcelona. Het boek van Zafón staat tijdens de tweede zitting centraal. Tijdens de derde bijeenkomst besteden we aandacht aan De Da Vinci Code (2004), de bestseller van Dan Brown. Brown baseert zich op talrijke geschriften, onder andere de apocriefe evangeliën van Maria en Philippus, om zijn theorie over de relatie van Jezus en Maria Magdalena te onderbouwen. Deze theorie dook al eerder op in een aantal non-fictieboeken, die veel minder aandacht trokken dan het spannende boek van Brown. Inleider: drs. E. Bor, docent Nederlands aan het Willem de Zwijger College en het St. Vituscollege te Bussum Data en tijd: donderdagavonden
18 en 25 januari en 1 februari 2007, 20.00-22.00 uur
“Vraag een man
over God te schrijven. Tien tegen één dat je een positiebepaling
krijgt. Hier sta ik en zo kijk ik van hier naar daar, naar God. Een vrouw
pakt dat anders aan. Een vrouw schrijft niet vanuit een vast punt, maar
vanuit een beweging. De beweging van het leven, van haar leven. In de loop
van dat leven verandert er veel, en God verandert mee. Zonder dat dat reden
is niet meer in Hem te geloven. Integendeel, verandering betekent groei.
Leven is doorgaande groei.” zegt Jan Greven in zijn recensie van het boek
Moderne Devoties in het dagblad Trouw.
Literatuur: Moderne Devoties (vrouwen over geloven), red.: Manuela Kalsky, Ida Overdijk, Inez van der Spek. Uitg. De Prom Amsterdam/Antwerpen (2005). ISBN 90 6801 0824. Inleider: ds.drs. W.F. Metzger, evangelisch-luthers predikant Data en tijd:
dinsdagmiddagen 30 januari, 6 en 13 februari 2007, 14.00-16.00 uur
De godsdienst heeft, volgens een wijd verbreide theorie, twee functies namelijk ‘troosten’ (to comfort) en ‘uitdagen’ (to challenge). Wat is troost en waar
en waarin vindt de gelovige troost? Is het in de sceptische bespiegelingen
van de Prediker voor wie wijsheid het inzicht is dat wij zo weinig weten
of is het in de belijdenis van Paulus dat ‘alles bijdraagt aan het goede’
voor diegenen die God liefhebben? (Rom. 8: 28)
Het is daarom niet verbazingwekkend dat er een beroemd geschrift bestaat met de titel De vertroosting van de filosofie geschreven door Boethius (480-524) terwijl hij in de gevangenis wachtte op de voltrekking van zijn doodvonnis. De troost van het geloof en van de filosofen zal op twee avonden aan de orde worden gesteld. Inleider : ds. F. Knoppers, remonstrants predikant van de gemeente Naarden-Bussum Data en tijd:
donderdagavonden, 8 en 15 februari 2007, 20.00-22.00 uur
De bijbel geeft ons niet zoveel informatie over Maria Magdalena. In Lucas 8:2 staat dat Jezus haar bevrijdde van zeven duivelse geesten. Zij volgde Jezus vanuit Galilea naar Jeruzalem, was volgens Marcus, Matteüs en Johannes aanwezig bij de kruisiging en volgens Marcus en Johannes bij de graflegging. In Johannes 20 tenslotte staat dat zij de opstanding van Jezus heeft meegemaakt en dat zij de eerste was die hem zag na zijn opstanding. Behalve in het Nieuwe
Testament, komt Maria Magdalena ook voor in een drietal gnostische geschriften:
het Evangelie volgens Filippus, het Evangelie van Maria Magdalena en het
Gesprek met de Verlosser.
Inleider: ds.drs. A.G.
Ochtman-de Boer, remonstrants predikante,
Data en tijd: woensdagmiddagen
14 en 21 februari 2007, 13.30-15.30 uur
1. De islam als
christelijk probleem
2. Marokkaanse
jongeren in Nederland en hun identiteiten.
Inleiders:
Data en tijd: donderdagavonden
8 en 15 maart 2007, 20.00-22.00 uur
De Babylonische ballingschap
van het Joodse volk is de meest verwaarloosde periode in de literatuur
en de wetenschap. Het is een periode van grote ellende geweest. Jesaja
noemt het een “smeltoven van verdrukking”. Maar in de verdrukking kan ook
iets nieuws ontstaan, want in deze tijd werden de grondlijnen van het jodendom
vastgelegd en grote delen van het psalmboek, waarin vele stemmen van angst
en lijden zijn te horen, hebben in deze tijd het licht gezien, o.a. psalm
137.
Inleiders:
Data en tijd:
maandagmiddagen 12, 19 en 26 maart 2007, 14.00-16.00 uur
Toen Jozef Haydn in
1785 een brief uit Cadiz in Spanje ontving, met de opdracht om ceremoniële
muziek te schrijven voor Goede Vrijdag, was hij 53 jaar oud. Hij was in
dienst van prins Esterhàzy en beroemd in geheel Europa. De brief
bevat een beschrijving van het ceremonieel waarbinnen zijn muziek zou moeten
functioneren. Uitgangspunt zijn de zeven laatste woorden die Jezus, hangend
aan het kruis, sprak. De Ouverture zou de toon van het gebeuren moeten
zetten. Dan zou de bisschop de preekstoel bestijgen en een korte uitleg
geven van het eerste kruiswoord. Daarna lag hij geknield voor het altaar,
terwijl hij het gesproken en gemediteerde kruiswoord bij zichzelf overwoog.
Met het beluisteren van dit werk verplaatsen wij ons in de beleving van de Lijdensweek van de laat-18de-eeuwse mens. Vandaag de dag wordt dit werk nog steeds regelmatig uitgevoerd in katholieke streken zoals Beieren, Oostenrijk en andere gebieden van het voormalige Duitse en Oostenrijkse keizerrijk. Ook in ons land geniet het werk een zekere bekendheid, maar veel minder dan bijvoorbeeld de Matteüs- en Johannespassion van J.S. Bach. Dat komt natuurlijk door de vroeger heersende protestantse cultuur in onze streken. Wij hopen door wat meer te vertellen over Haydn en over de heersende godsdienstige cultuur van die tijd, dit werk, in zijn verschillende versies (orkestraal en vocaal), bij u wat meer tot leven te wekken. En dat allemaal aan de hand van de ‘zeven laatste woorden’ die Jezus aan het kruis sprak! Inleider: drs. P.L. van der Weide, pastoor van de RK Parochie Thomas à Kempis te Zwolle Datum en tijd: donderdagavond
29 maart 2007, 20.00-22.00 uur
Als je gelooft, dat
wat mensen vereent belangrijker is dan wat hen verdeelt,
ja, dan zal dat vrede
brengen;
(uit: Ya Mutuale-Balume:
Bidden met de armen).
|
||||||||