Start Omhoog Nieuws Kerkdiensten Agenda Programma Trouwen en dopen Sitemap
Actualiteiten

Artikelen ds Goud
 

Overige informatie

Archief
Belijdenis 2006
Bibliotheek
Contactpagina
Diaconie
Intenties
Jongeren
Kenmerken
Kerkenraad
Liturgie
Naamlijst
Nieuwsbrief
Pastoraal team
Tijdredes
Zomeravondlezing
Adres en route
Belangrijke links

Artikelen

In dagblad Trouw, 19 juli 2005:

HET PORTRET VING MIJN BLIK EN HET HIELD DIE VAST

Zonder religieuze beleving geen religie - misschien is het wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Johan Goud.

Koert van der Velde


Hebt u wel eens een religieuze beleving gehad?
”Geen schokkende verhalen over wonderbaarlijke gebeurtenissen, getuigenissen over paranormale ervaringen of staaltjes van goddelijk ingrijpen. Toch heb ik af en toe ervaringen gehad die ik religieus noem”.

Wat gebeurde er?
“Het moet in mijn studententijd zijn geweest. Ik zat in mijn eentje in een café in Amsterdam. Het was een periode waarin ik me stuurloos voelde, er zat weinig richting in de talrijke bezigheden die ik ontplooide. Plotseling drong zich een besef op dat het wantrouwen, de twijfel en de onzekerheid over mijzelf, anderen en God niet fundamenteel zijn, hoeveel goede argumenten er ook voor te geven zijn. Andere dingen zoals verliefdheid, vertrouwen en verantwoordelijkheid zijn fundamenteler, niet op basis van argumenten, maar op basis van keuze. Vijf jaar geleden liep ik in Londen door een museum toen een soortgelijke beleving zich voordeed. Ik ging langs de vele schilderijen van zaal naar zaal. Totdat een schilderij van Jan Mostaert (1520) met een portret van een man met een ovaalvormig gelaat, een krans van doornen op zijn hoofd gedrukt, zijn polsen met een touw samengebonden, mijn blik ving en vasthield. Ik dacht: ik kan nu doorlopen, maar dan onttrek ik me aan de dwang die van de blik van deze man uitgaat, en dat moet ik niet doen. Ik bleef staan, hoe lang weet ik niet. Die man was Jezus, met wie ik was opgegroeid en die tot mijn huisraad behoorde. Nu was hij opeens heel anders. Het was alsof hij mijn stuurloze zelf een vraag stelde die me op mezelf terugwierp: de vraag naar mijn keuze.”

Pasten deze ervaringen bij uw verleden?
”Het waren kristallisatiepunten van ervaringen die ik had opgedaan. Al heel jong voelde ik me vreemd in de wereld staan. Wat los stond van het vanzelfsprekende sprak mij bijzonder aan. Ik identificeerde me sterk met buitengeslotenen - Joden en zigeuners in de Tweede wereldoorlog, negers in Zuid Afrika. Neem die beroemde foto van dat meisje die uit een treinwagon kijkt op weg naar Auschwitz. Zulke foto's hebben iets dwingends, roepen op tot afstand nemen van het dagelijkse. Ik heb fototentoonstellingen bezocht waar ik rondliep met tranen over mijn gezicht.”

Wat betekenden deze ervaringen voor uw leven?
”Ik was in de war. Ze bleven me bezig houden, tot nu toe, verstoorden mijn kijk op het leven, mijn orde van redeneren. Tegelijkertijd gaven ze rust, wezen een richting in de chaos. Er was de zekerheid dat hier - hoe sprakeloos ook - fundamentele woorden werden gesproken: de vraag naar het waarom. Dit maakt zulke ervaringen religieus. Zonder had ik geen predikant kunnen zijn. Een predikant moet namelijk motiverende dingen kunnen zeggen. Zonder mijn religieuze ervaringen had ik dat niet gekund.”

Hebt u  zich afgevraagd: sprak God tot mij of was ik het zelf?
”Op het moment zelf dacht ik niet: God zegt dit mij. Achteraf, toen ik ging interpreteren, kon ik dat gaan zeggen. Als je dat op het moment zelf al doet, verdwijnt de beleving, denk ik. Natuurlijk heb ik me afgevraagd of het uit mijzelf kwam. De godsdienstkritiek waarmee ik tijdens mijn studie ben opgegroeid is vlijmscherp. Toch leek het appèl eerder van buiten dan uit mijzelf voort te komen. Dat is ook niet zo gek: dat hoofd van Jezus op het schilderij van Mostaert wás buiten mij. Ik zou het eerder een geschenk noemen dan 'zelfgeconstrueerd', te herleiden tot de eigen zinverlening. Dan was het me niet blijven obsederen. Het is niet spectaculair, het is een protestants wonder.”

Johan Goud (55) is remonstrants predikant van het Uytenbogaertcentrum in Den Haag, docent in Kampen en bijzonder hoogleraar in Utrecht.

Bij het 25 jarig predikantschap van ds. Johan Goud

Ds Knoppers die deze rede uitsprak gaf de redactie toestemming hieruit te citeren.

Beste Johan, Het is nu Pinksterzondag en het is een goede zaak dat we je ambtsjubileum op een Pinksterzondag vieren. Vijfentwintig jaar geleden werd je op Pinksterzondag in de remonstrantse kerk van Eindhoven door Professor Heering als predikant bevestigd en zes jaar later nam je op een Pinksterzondag afscheid van die gemeente. En nu, op deze Pinksterzondag vieren we dat je alweer vijfentwintig jaar als predikant in ons kerkgenootschap werkzaam bent en wij prijzen ons gelukkig dat je indertijd de weg naar onze kerk gevonden hebt. Het was vooral de stilte die in de remonstrantse kerkdiensten heerste die jou zeer heeft geraakt, stilte zo voegde je daar aan toe ‘zowel in wat wel als in wat niet werd gezegd’. Wat jij zelf de remonstranten bracht was allesbehalve stilte. Sinds je onze kerk met je vele talenten als predikant bent gaan dienen, zijn er immers vele initiatieven door je ontplooid.

Wie terugkijkt op recente geschiedenis van ons kerkgenootschap zal onder de indruk raken van het feit dat er eigenlijk geen belangwekkende gebeurtenis heeft plaatsgevonden waar jij geen leidende rol in hebt gespeeld. Al in je Eindhovense tijd lukte het je gerenommeerde literatoren in de remonstrantse kerk over hun werk te laten praten. Deze cyclus ‘Religie en Poëzie’ zou een vingeroefening blijken te zijn voor het buitengewoon succesvolle centrum voor religie en cultuur ‘Uytenbogaert’ hier in Den Haag. Het programma-aanbod van dit centrum is van een ongekend hoog niveau, dankzij jouw contacten in de wereld van kunst, politiek en theologie. Remonstranten in den lande mogen zich er graag op laten voorstaan lid te zijn van een kerk die een gemeente kent, ook al is het niet hun eigen gemeente, waarmee dit centrum voor religie en cultuur verbonden is. In het begin van de nieuwe eeuw kwam in remonstrantse kring een bezinning op gang op de belijdenis van 1940. Dit proces zou uiteindelijk resulteren in de nieuwe remonstrantse belijdenis die in 2006 door de Algemene Vergadering van Bestuur werd aangenomen. In dat proces van bezinning op de oude belijdenis heb jij een belangrijke rol gespeeld, bij het tot stand komen van de nieuwe belijdenis zelfs een centrale rol In 1990 werd je door de Haagse remonstrantse gemeente beroepen. Het is uiterst stimulerend samen te werken met iemand die in de eerste plaats werkelijk origineel is, die bij machte is zo over de dingen te spreken dat dimensies oplichten waar je geen vermoeden van had. De oproep die we in één van de gevangenisbrieven van Bonhoeffer tegenkomen namelijk om het leven ‘polyphoon’ te laten blijven, heb jij je altijd zeer ter harte genomen. Zie ik het goed dan heeft jouw vermogen ‘meerdimensionaal’ te leven en anderen te stimuleren je daarin te volgen, in de eerste plaats te maken met het feit dat je een grensganger bent. Dat is een kwalificatie die je jezelf eens gegeven hebt. Je wilde er niet mee zeggen dat er in je leven geen centrum zou zijn, wel dat je nu eenmaal altijd op zoek bent naar wat anders is en ernaar zult streven wat je op je zoektocht vindt vast te houden. Het heeft je op vele momenten in je leven niet ontbroken aan moed. Je verzuchtte eens dat het betonen van een heel klein beetje moed al zoveel zou kunnen uitmaken.

Tenslotte: ter gelegenheid van je ambtsjubileum hebben een aantal vrienden en collega’s stil gestaan bij één kant van jouw optreden als predikant namelijk dat van voorganger in de kerkdienst. Ondanks deze niet geringe beperking die zij zich hebben opgelegd mag ik je zo dadelijk een katern van het Haags gemeenteblad aanbieden waarin over dat ene aspect van jouw predikantschap alleen al negen verschillende artikelen geschreven zijn.

Echt recht doen aan jouw betekenis voor deze gemeente en onze Broederschap is in een kort bestek niet goed mogelijk. Het uitspreken van een welgemeend woord van dank gelukkig wel.

Met dank aan Foeke Knoppers

 

 
De website is het laatst bijgewerkt op 23 augustus 2009                                                                                         http://www.uytenbogaert.nl   
Ontwerp: www.raymondfokkens.nl