Belijdenis
Wij beseffen en aanvaarden dat wij onze rust niet
vinden in de zekerheid van wat wij belijden, maar in verwondering over wat
ons toevalt en geschonken wordt;
dat wij onze bestemming niet vinden in
onverschilligheid en hebzucht, maar in wakkerheid en verbondenheid met al
wat leeft;
dat ons bestaan niet voltooid wordt door wie we
zijn en wat we hebben, maar door wat oneindig groter is dan wij kunnen
bevatten.
Door dit besef geleid, geloven wij in Gods Geest
die al wat mensen scheidt te boven gaat en hen bezielt tot wat heilig is en
goed, opdat zij, zingend en zwijgend, biddend en handelend, God eren en
dienen.
Wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde
mens, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust. Hij had de mensen
lief en werd gekruisigd maar leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij.
Hij is ons heilig voorbeeld van wijsheid en van moed en brengt ons Gods
eeuwige liefde nabij.
Wij geloven in God, de Eeuwige, die ondoorgronde
liefde is, de grond van het bestaan, die ons de weg van vrijheid en
gerechtigheid wijst en ons wenkt naar een toekomst van vrede.
Wij geloven dat wij zelf, zo zwak en feilbaar als
wij zijn, geroepen worden om met Christus en allen die geloven verbonden,
kerk te zijn in het teken van de hoop.
Want wij geloven in de toekomst van God en
wereld, in een goddelijk geduld dat tijd schenkt om te leven en te sterven
en om op te staan, in het koninkrijk dat is en komen zal, waar God voor
eeuwig zijn zal: alles in allen.
Aan God zij de lof en de eer in tijd en
eeuwigheid. Amen