Een wonder
Vijf broden en twee vissen
nam Hij in liefde van hen aan.
De grote menigte rondom
zag Hij ook werkelijk staan
met hun zorgen en verdriet,
alle facetten van hun leven.
Het voedsel, dat Hij zegende,
kon Hij zó aan iedereen geven.
Kunnen wij de naaste liefde geven
- zonder bijbedoeling of gewin -
als voedsel voor de ziel en geest?
Geeft dat het leven kleur en zin?
Als wij ons leven kunnen delen
in warmte en liefde voor elkaar,
dan weten wij ons in Zijn licht gezegend
en heeft het leven werkelijk zin, zowaar!

Heleen Hoogendijk-Floor,
herfst 2008.
Naar Mattheus 14: 13-23
|