Veertig dagen van...
Op 17 februari is de zogenaamde vasten- of veertigdagentijd begonnen. Wie
het narekent, merkt dat het echter niet 40 maar 46 dagen duurt voor Pasen
gevierd wordt. De oplossing is dat de zondagen niet worden meegerekend.
Zondagen waren van oudsher feestdagen, zelfs in de veertigdagentijd.
Natuurlijk vond men ook het getal 40 erg mooi. Het deed immers denken aan
de bijbelse verhalen waarin gesproken wordt over veertig dagen of jaren:
veertig dagen en nachten liet God het regenen in het verhaal van Noach
(Genesis 7), veertig jaar trok het volk door de woestijn (Exodus 16),
veertig dagen verbleef Mozes op de berg bij God (Exodus 24 en 34), Elia trok
veertig dagen en nachten door de woestijn tot hij bij de Horeb kwam (1
Koningen 19), en ten slotte verbleef Jezus 40 dagen in de woestijn (Matteus
4).
Veertig is dus niet zomaar een getal. Het roept herinneringen op aan de
tijd in de woestijn. Letterlijk moest het volk door de woestijn voor het het
beloofde land kon binnentrekken. Maar soms trok het ook figuurlijk door een
dorre vlakte. Wij allemaal kennen perioden van droogte en leegheid. Soms
lukt het niet om dicht bij de bronnen van levenswater te komen. Toch waren
de woestijnjaren vruchtbaar voor het volk. Het leerde er God kennen. Midden
in de woestijn was een berg, de Sinaï, en daar openbaarde God zichzelf
volgens de verhalen.
Het is opvallend dat de bijbelse schrijvers juist midden in de woestijn
God een verbond laten sluiten met het volk. Blijkbaar hebben we soms
perioden van droogte en leegheid nodig om tot het noodzakelijke te kunnen
komen.
In de veertigdagentijd worden van oudsher die droogte en leegheid
gezocht. Lang deed men dat door minder of niet te eten. De laatste jaren
zijn er allerlei initiatieven om op een eigentijdse manier vorm te geven aan
de vastentijd. Het wordt een tijd van herbezinning op wat werkelijk
belangrijk is in het leven. Alleen zo kunnen we straks weer delen in de
vreugde die het Paasfeest ons zal schenken.
ds. Marina Slootmans
▲ |
Dronken van liefde
In 496 riep Paus Gelasius 14 februari uit tot de dag van de heilige
Valentijn. In de tijd van deze paus was er echter geen enkel biografisch
gegeven meer over deze bisschop bekend. Sint Valentijn werd genoemd als één
van degenen ‘die terecht door mensen wordt vereerd, maar wiens daden slechts
aan God bekend zijn’. Of met andere woorden: men weet niet meer precies wat
hij gedaan heeft, maar vast staat dat de mensen hem vereren. Toen enkele
maanden geleden in Leiden Arminius werd herdacht zei één van de sprekers,
een Arminiusgeleerde uit de VS, iets in de trant van: “to honor someone
don’t treasure the ashes, pass thru the fire”. Dat is eigenlijk precies wat
bij Valentijn gebeurt. De mensen eren deze heilige niet door een bedevaart
naar zijn graf maar door in zijn geest te handelen als zij elkaar op
Valentijnsdag (soms anoniem) tonen hoeveel ze van elkaar houden door middel
van het geven van cadeautjes, het sturen van kaartjes en het laten bezorgen
van chocolade of bloemen.
Waarom geldt de heilige Valentijn als beschermheilige van alle verliefde
mensen? Volgens de legende kwam een jong paar bij bisschop Valentijn met het
verzoek hen te trouwen. De man was een heidense soldaat, de vrouw een
christen. Valentijn vond de liefde zwaarder wegen dan de wetten van de
keizer -die zijn soldaten verbood om te gaan trouwen- en huwde het stel. Al
gauw kwamen meerdere paren met hetzelfde verzoek. Hij werd aangegeven en
gearresteerd. Keizer Claudius liet Valentijn martelen en onthoofden. Dat
gebeurde op 14 februari. Vóór het vonnis werd uitgevoerd, zag de bisschop
nog kans het dochtertje van de gevangenisbewaarder een briefje toe te
stoppen. Van je Valentijn stond erop. In de Stefansdom in Wenen worden sinds
jaren door de 'Dompfarrer' op die dag stellen gezegend ongeacht of het
man/vrouw of man/man of vrouw/vrouw stellen zijn. Belangrijk is alleen dat
zij hun liefdesrelatie willen laten zegenen. Dat is volgens mij het vuur
doorgeven en handelen in de geest van Valentijn. Bisschop Valentijn wederom
handelde in de geest van iemand anders voor wie de liefde op de eerste
plaats stond: Jezus. Hij roept ons steeds weer op, mensen van de liefde te
zijn. Het ‘lied der liederen’ nodigt ons uit: “Eet, vriend en vriendin!
Drink, en word dronken van liefde!” (Hooglied 5:1) Jezus was volgens mij
iemand die ‘dronken’ was van de liefde. Laten we hem ook hierin navolgen.
ds. Reinhold Philipp
|
|
▲
Over kinderbijbels
een boek en een tentoonstelling
“...mijn oogmerk, namentlijk Godts eere, en de Stichting der jeugd…” Zo
schreef in 1720 Gerrit Bouman in zijn voorrede aan de lezer van De kleine
Print-Bybel. Woorden van gelijke strekking zouden ook geschreven kunnen zijn
door W.G. van der Hulst, Joh. Vreugdenhil, Anne de Vries, Johanna Kuiper,
D.A. Cramer-Schaap, J.L. Klink en Karel Eykman. De kans is groot dat u als
kind kennis hebt gemaakt met een kinderbijbel van hun hand, dat u er uit
voorgelezen bent of later zelf eruit voorlas aan uw (klein)kinderen. Willem
van der Meiden heeft zijn proefschrift (Vrije Universiteit, Amsterdam, 2009)
onder de titel Zoo heerlijk eenvoudig gewijd aan de geschiedenis van de
kinderbijbel in Nederland. Een uitermate boeiend en zeer leesbaar geschreven
boek o.a. over hoe de verschillende kerkelijke denominaties hun stempel -
soms letterlijk - op kinderbijbels hebben gedrukt, van protestanten,
katholieken, vrijzinnigen, bevindelijken en evangelischen tot bijbelverhalen
voor een seculier publiek. Al naar gelang de ligging van de samenstellers en
de periode waarin zij hun werk schreven zijn de toen geldende theologische
opvattingen in de kinderbijbel terug te vinden. Het navertellende en
parafraserende karakter bood daartoe alle gelegenheid. De titel Zoo heerlijk
eenvoudig zou je ook kunnen toepassen op de verschillende manieren om de
bijbel toegankelijker te maken voor jeugdige lezers. De al eerder genoemde
Print-Bybel doet het door bijbelteksten in rebus-vorm aan te bieden. Voor
kinderen van nu is er een keur aan spelletjes, puzzels, kijk- en zoekboeken
('Waar is Jezus'), quizzen, dialogen, kleurplaten. Voorbeelden ervan maken
deel uit van de tentoonstelling ‘Kinderbijbels in het Comenius’ in het
Comeniusmuseum in Naarden. De nadruk valt er uiteraard op de ontwikkeling
die de kinderbijbel in de loop der eeuwen heeft doorgemaakt, van De
Geestelijcke Queeckerye (1740) tot de Kijkbijbel met fascinerend indringende
illustraties van Kees de Korte (1992).
In zijn boek besteedt Van der Meiden ook aandacht aan de illustraties.
Naast die in zwart-wit laat het kleurkatern er typerende voorbeelden van
Bijbeltekst in rebusvorm (De kleine Print-Bybel) zien. Op de tentoonstelling
kan de bezoeker de verschillende opvattingen over het illustreren van een
bepaald bijbelgedeelte met elkaar ver gelijken. Zo is de Zondvloed er met
een imposante ark, bijna een drijvende vesting, van Tjeerd Bottema, de
gruwelijke prent van Gustave Doré met de naakte lichamen van de
verdronkenen, als stripverhaal en de ark als een gezellige woonboot met een
vrolijke menagerie. Boek en tentoonstelling, de moeite waard er kennis van
te nemen.
- Willem van der Meiden, Zoo heerlijk eenvoudig, geschiedenis van de
kinderbijbel in Nederland, uitg. Verloren, Hilversum 2009.
- Tentoonstelling Kinderbijbels in het Comenius, Comeniusmuseum Naarden, t/m
5 april 2010, di-zo van 12.00 - 17.00 uur.
Herman Kakebeeke
|